Bekijk volle/desktop versie : De liefde die me ontglipte (waar gebeurd!)



29-05-2002, 21:15
hahahaha, hoezo ongeduldig wij marokkaantjes zijn wel erg he
maar iwa zied opschieten, hahaha

Missy

30-05-2002, 16:23


Ik kon het niet geloven, wat werden er negatieve dingen verteld. Zo hoort een bruidegom niet te zijn. Maar wat, hoe kan dat dan? Ik begin allerlei vragen te stellen. De conclusie die ik uiteindelijk moet trekken, is dat hij met tegenzin was getrouwd. Maar hoe kan dat nou? Er spoken allerlei vragen door mijn hoofd, en er was maar één persoon die er antwoord op kon geven. Dit was absoluut niet wat ik had verwacht, maar tja wat had ik wel verwacht dan? Ik wist niet hoe ik het me moest voorstellen. Maar één ding daar dank ik Allah SWT voor, en dat is dat ik geen keuze had hoeven te maken of ik nou wel of niet naar de bruiloft had moeten gaan. Dat is een beslissing minder, en dat zou een hele zware zijn geweest. En toch hoop ik dat wanneer ik ga trouwen hij Insha-Allah wel op mijn bruiloft aanwezig zal zijn….
We praatten nog wat, en tenslotte wordt het tijd om naar mijn opa te gaan. We staan langzaam op en lopen naar buiten. Ik kijk mijn nicht aan, en ze knijpt me even in mijn arm, als een soort steun, en belofte dat ze er zal zijn. Het is maar een paar meter naar opa’s huis, en ik loop met lood in mijn schoenen, naar het huis. De eerste die ik zie wanneer ik de voordeur naar binnen loop is, tja je kan het wel raden denk ik, maar het was Novel. Ik draai me nog even om naar m'n nicht (van de kant van mijn moeder) en fluister dat hij daar zit. We staan even oog in oog. Moet ik me nou omdraaien en weglopen? Ik had het gedaan als mijn nicht me geen duwtje in de rug gaf. Ik was hard weggerend, keihard voor de oh zo pijnlijke waarheid. Maar waar moest ik dan heen? Overal zou een einde aankomen, en dan? Ik moest het onder ogen zien dat hij nu een …. oh ik kan het nog steeds niet zeggen. Ik kijk hem weer even aan, en zie ook al is het van een afstand, de pijn in zijn ogen. Ik verman me en loop toch door, wetend dat ik mijn nicht als steun bij me heb. Ik stap mijn opa’s kamer in, want daar zaten ze allemaal. Ik kijk de kamer rond en zie dat er nog een neef, twee broers van mij, mijn vader, opa en zijn vrouw in de kamer zaten. Ik begin rechts met begroeten, en Novel zat als derde ervan. Toen ik bij hem aankwam, durfde ik hem niet recht in zijn ogen aan te kijken. Ik gaf hem een hand, maar keek de andere kant op. Ik voelde dat hij even in mijn hand kneep, als een soort van steuntje. Maar probeerde snel weer los te laten, want mijn hart huilde van verdriet. Als het me had gekund, was ik daar ter plekke in elkaar gezakt, maar ik moest me weer zoals altijd groot houden. Snel begroette ik de rest en ging bij opa op bed zitten, met mijn nicht als beschermer naast me.
Ik kijk zijn kant uit, en zie hem voor zich uitstaren. Plots alsof hij ontwaakt uit zijn gedachten, of misschien voelde hij dat iemand hem zat aan te kijken, keek hij mijn kant op. Snel probeer ik de andere kant op te kijken, maar zag nog net een kleine glimlach. Ik voelde me zo ontzettend ongemakkelijk, het gevoel dat je hebt als je wordt betrapt is er niks vergeleken bij. Ik hoor mezelf ineens over koetjes en kalfjes praten. Ik begin een grappig verhaal te vertellen, en kijk stiekem even zijn kant op, en zie hem lachen. Ze beginnen weer verder te praten, en mijn nicht verluistert mij wat in mijn oor. “Wat zeg je.” Fluister ik zacht. “Hij zat je de hele tijd aan te kijken.” Jah wat moest ik daar nou opzeggen. Het wordt me allemaal een beetje teveel, en vraag mijn vader of we naar huis gaan. “Melk a benti (wat is er, dochter), voel je je weer niet goed?” “Nee, babba ik voel me wel goed hoor”, antwoord ik vlug. Ik hoor hem tegen mijn opa zeggen, dat ik de laatste tijd erg slecht eet, en dat ik me vaak niet goed voel. Nee hè, dat hij er nou net op dat moment over moet beginnen. Vlug werp ik een blik op Novel, om te kijken of hij het ook gehoord heeft. En ja hoor, het zou eens niet zo zijn. Hij heeft aandachtig meegeluisterd. Hij kijkt me plots aan, en zie dat zijn ogen vervuld zijn met liefde, liefde die hij nooit openlijk zou kunnen uiten. Maar zie ook een groot verdriet in zijn ogen. Oh wat wilde ik graag dat verdriet van hem wegnemen. Het wordt me allemaal teveel, en zeg tegen mijn nichtje dat we alvast naar buiten gaan. Ik sta op en vraag mijn vader alvast de autosleutels. Ik loop richting de deur en wacht op mijn vader. Ik keer me snel om, en zie dat hij me aankijkt, en dwing mezelf om te blijven kijken. Ik wordt er, met een knipoog en een glimlach, mee beloond. Ik kon het niet meer houden en ben naar buiten gelopen. We staan buiten en kan geen woord uitbrengen. Ik sta te trillen op mijn eigen benen, ik kijk op en zie dat ook Novel naar buiten is gelopen. Hij staat daar zo verdrietig, ik zou graag naar hem toe willen lopen en mijn armen om hem heen willen slaan, om hem te vertellen dat het allemaal goed komt. Maar ik kon niet, want dat zou een leugen zijn. Ik kon hem niet iets vertellend dat niet zo zou zijn. Hij kijkt me aan, met een hele verdrietige blik. Ik voel mijn hart bijna barsten en keer me van hem af. Ik zou zijn gevallen als mijn nicht me niet had vast gehouden. Opeens hoor ik mijn vaders stem; “Beslamma, a Novel tenhallah.” Hij mompelt een zachte beslamma. Ik draai me een laatste keer om voordat ik in de auto stap. Ik heb zoveel kracht moeten inzetten om niet te huilen.

30-05-2002, 22:21
Dank je wel Favorite, dat beschouw ik als een zeer groot compliment.....

En misschien is het ergens ook goed dat je wat langer op je werk blijft, niet???

Maar is goed, speciaal op jouw verzoek; hier komt ie.....

30-05-2002, 22:26
Er gingen een paar dagen voorbij en het ging wel weer. Ik had veel mensen om me heen, en werd goed afgeleid. Ik hielp vaak in de winkel van mijn broer. En zo ook op deze dag, ik stond met mijn broer in zijn winkel (winkel aan huis), en zus enzo zaten buiten op het muurtje, toen ik plotseling een bekend autogeluid hoorde. Ik wilde het niet weten, en deed net alsof ik het niet hoorde, totdat ik zijn stem hoorde, en zeker wist dat hij het was, Novel. Ik wilde me schuilen, ik wilde hem niet zien. Ik was boos op hem, maar toch ook weer niet. Ik bleef zolang mogelijk in de winkel zitten, totdat mijn broer ook naar buiten ging, toen moest ik ook wel. Ik loop naar buiten toe en geef het snel een hand. Hij zat met mijn zus over de situatie te praten. Ik hoorde hem nog net zeggen: “ze hebben mij te pakken.” Wat bedoelde hij daarmee. Hij begon over zijn bruiloft te praten: “het was een regelrechte hel. Ik heb zelfs gedronken.” Wat hoorde ik daar, nee dat kan niet. Novel die nooit gedronken heeft. Wajow wat is hij ontzettend verandert. “Waarom heb je gedronken dan?” vraag ik hem tenslotte. “Om dingen te vergeten.” Ik voel dat ik een beetje boos wordt, en antwoord bot: “als we allemaal zouden drinken om dingen te vergeten dan zouden we allemaal drinken, en constant dronken zijn.” Ik zie dat ik hem met dat antwoord heb geraakt, en ik voel me een beetje verdrietig worden. Nou ja dat was toch wat ik wilde doen, hem net zo pijn doen als hij bij mij had gedaan. Een echte man had voor zichzelf gekozen, en liet zich niet vertellen wat hij moest doen. Maar hij blijkbaar dus wel. We hebben het er al een keer over gehad, dat het misschien ook wel shour (black magic) zou kunnen zijn, maar dat het echt waar zou zijn.... Wat kan een mens toch wreed zijn als ze iets willen hebben. Dat hoort zo niet. Hoe kun je degene van wie je zoveel houdt zo ongelukkig maken, alleen en enkel omdat jij wilt dat hij bij je zal zijn. Een normaal mens doet zoiets niet?? We praatten nog wat verder, en hij gaat uiteindelijk weg. Echt goed hebben we niet samen kunnen praten, omdat we niet alleen waren. Maar dat komt wel. Die nacht heb ik alleen doorgebracht op mijn balkonnetje (deed ik wel vaker als ik alleen wilde zijn), eenzaam met mijn gedachten. Er tolden veel vragen door me heen, maar kon maar niet tot een antwoord komen. Sommige dingen kon ik gewoon niet vatten. Ik wilde antwoord op mijn vragen, dus had besloten om een keertje hem gewoon te vragen of we ergens even konden praatten.
Er volgden een paar dagen, waarop ik hem af en toe zag, maar met bijna altijd familie eromheen. Tot op die ene dag. Hij had mijn opa naar ons gebracht, en ik zat binnen. Ik hoorde de vrouw van mijn opa zeggen dat Novel hun had gebracht. Zonder na te denken schoot ik overeind en rende naar buiten. Hij was er inderdaad nog steeds, ik liep op zijn auto af en zei gedag. Werd rijkelijk beloond met een glimlach, die harten deed smelten. Zijn broertje zat naast hem dus kon niet openlijk praatten. Maar net precies op dat ene moment keek hij mooi de andere kant op, en Novel keek mij aan. Ik maakte mooi gebruik van dat moment en fluisterde dat ik hem wilde spreken. Tot mijn grote opluchting had zijn broertje niets in de gaten, en keek ons een beetje verbaasd aan. Ik zag hem knikken, en zei “wel nog voordat je weggaat.”
Het was zondag ochtend en ze zouden maandagavond vertrekken. “Is goed, doe ik.” Waarop zijn kleine broertje antwoordde; “nee kan niet, we gaan morgen al weg.” Die wijsneus toch, hij wist niet eens waar we het over hadden. Opgelucht liep ik weer terug naar huis. De hele dag heb ik een beetje geprobeerd om afleiding te zoeken. Ik ging langs bij mijn tantes en nichtjes. We praatten wat en lachten. Zolang ik aan het praatten was, dacht ik niet aan die ene persoon, die mijn leven zo op de kop had gezet. Aan het eind van de middag hoorde ik dat we bij mijn broer gingen eten. Jawel dames en heren, de broer die naast Novel woonde. Het was zover en mij ouders riepen me naar beneden: “zid yellah nemshiew.” Ik loop net de voordeur uit, en wie zie ik daar aankomen rijden....

31-05-2002, 13:43


De schat hij had het onthouden en was gekomen om te praatten. Hij stapt uit, en vraagt waar we heen gaan. “Ik kom net koffie drinken”, hoor ik hem zeggen. Hij kijkt me aan, en we wisselen een blik. Het was zo mooi dat we elkaar begrepen zonder er woorden bij te gebruiken. Er was weinig plaats meer in onze auto, dus zei ik heb nog wel plaats. Zeg gauw tegen mijn broer, “ewa jij kan ook met Novel meerijden.” Ik zou zoiezo niet alleen zijn met hem, dus kon toch niet praatten. We reden erheen, en leek alsof ik de hele avond op hete kolen heb gezeten. Na het eten liep ik naar buiten, naar mijn oh zo vertrouwde plekje. Ik ging er zitten en werd overspoeld door herinneringen. Het staat me nog bij als de dag van gisteren, hoe hij de vijgen plukte en aan mij te eten gaf. Het leek net een romantische film, waar ik uit stapte en ernaar keek, en ik speelde de hoofdrol. Mijn gedachten werden ruw verstoord door een stem die zie: “mag ik erbij komen zitten?”
Ik kijk op, en zie het broertje van Novel, waar ik ook een hele goede band mee heb. “Tuurlijk lieverd ga maar zitten.” “Zo jij was ver met je gedachten, waar zat je helemaal joh”. Bij je broer wilde ik antwoorden, want dat was de waarheid. Ik had hem nog steeds niet gezien. Maar mompelde, in plaats daarvan, wat vaags. “Gaat het wel goed met je?” “Ja, hoor.” En begon verder te praten over wat hem dwars zat. Grappig dat de hele familie zijn hart bij mij kwamen uitstorten, maar dat ik het niet kon doen. Na een hele poos kwam mijn moeder en zus naar buiten. Ze ging mijn oom`s huis even bekijken. Hij had pas een stuk bij laten bouwen. Ze vroeg of ik mee ging, ik wilde niet. Ik wilde haar nog niet zien, ik kon het niet aan om haar daar zoals zijn.......te zien. Het spijt me maar ik kon dat ene woord nog steeds niet zeggen. Ik wilde haar niet zien op de plek waar ik had kunnen zijn. Ik werd boos op mezelf, waarom kwelde ik mezelf zo. Wat gebeurt is is gebeurt en gedane zaken nemen geen keer. Ik deed het tenslotte voor mijn moeder en ging mee. Maar dat het achteraf zo moeilijk voor me zou zijn dat wist ik nog niet. We liepen samen naar binnen, en mijn tante liet ons het huis zien. Ik vond het niet echt boeiends, want ik had het huis al eerder gezien, en mijn gedachten zaten nou niet echt bepaald bij het huis. Maar tijdens de rondleiding hoorde ik dat ze in haar kamer zat, samen met Novel. Mijn hart stond stil, ik begon om me heen kijken en wat nu. “Ze zijn aan het inpakken.” Kan wel wezen, maar dat wilde ik absoluut niet zien. Ik snelde naar de badkamer, waar ik mezelf een kwartier opsloot. Maar ja daar kon ik ook geen eeuwigheid blijven. Ik kwam naar buiten en wist me geen raad. Alsof een ratelslang mij gebeten had, zo wanhopig was ik dat ik niet wist wat ik moest doen. Na een tijdje daar te hebben gestaan kwamen mijn moeder en tante weer naar buiten, en ging daar staan praatten, ik ging erbij staan. Met mijn gedachten mijlenver en o zo dichtbij. Het gesprek had ik nauwelijks gevolgd, en knikte maar wat. Uiteindelijk na heel veel moed verzameld te hebben, had ik besloten om toch even te gaan kijken. Ik wilde mezelf bewijzen dat het werkelijk waar was, en dat ik niets meer hoefde te verwachten. Ik wilde mezelf kwellen dat het misschien sneller over zou zijn. Ik moest mezelf bewijzen dat ik er tegen kon. Maar alles was minder waar dan dat.
Ik liep langzaam naar de kamer deur, ik zag mijn zus op het bed zitten samen met mijn neefje. Dat bed, oh ik verafschuwde het alleen al om ernaar te kijken. Ik voelde mezelf kotsmisselijk, en zag dat de wereld om me heen begon te draaien. Ik keek naar dat bed alsof het iets vies was, maar snel draaide ik mijn hoofd om. Ik zag hem daar staan, hij hoorde wat en draaide zich om. Hij keek me aan, en gaf een knipoog. Dat deed hij de laatste tijd wel vaker. Het was als een soort van bemoediging bedoeld. Zij draaide zich om en kwam op me af om me te begroeten. Ik had liever dat ze dat niet deed, want ik walgde van haar. Ik heb nog nooit zo een persoon gehaat als zij, en dat terwijl ik die gevoelens moet verbergen. Ik heb nooit geweten dat ik zulke wrok gevoelens voor iemand kon koesteren als voor haar. Zij had mij de liefde van mijn leven afgenomen, maar ze had het niet fair gespeeld. Ze had een gemeen, vies spelletje gespeeld. Ga zitten zegt ze in het Marokkaans tegen me, want tja ze was import dus kon geen Nederlands. Wat gemeen van mij om dat te zeggen, ik herkende mezelf er nauwelijks in. Ze wees naar het bed, maar daar wilde ik absoluut niet zitten. “La, ik blijf wel staan”, antwoord ik terug. Ik zie dat Novel naar me staat te kijken, en hoor hem diep zuchten. Ineens vliegt er een tas door de kamer. Ik schrik op en zie dat hij tegen die tas had geschopt. “Wat is er Novel?” vraagt mijn zus. “Ach, niks.” Het ene moment keken we langs elkaar heen, en het andere moment wisselden we een medelijdende blik. Een blik die je in tranen had laten barsten. Als jullie toch eens wisten hoe hard ik mijn best had gedaan om niet te gaan huilen. Allah SWT had me sbar gegeven. Sbar totdat ik alleen zou zijn. “Ga zitten”, hoor ik haar nog een keer zeggen. Ewa mens laat me met rust denk ik. “La, ik hoef echt niet te zitten.” Oh alsjeblieft praat niet tegen me, ik kan haar woord amper verdragen. Ik zie dat Novel een dreigende blik in zijn ogen krijgt, en ik schud zachtjes nee. Hij wilde haar een opmerking geven dat het ook mijn huis was, en dat ik zelf wel kon beslissen, maar ik wilde geen ruzie over mij. Hoe we elkaar zo goed konden begrijpen zonder dat er woorden bij nodig waren. We waren gemaakt voor elkaar. En ik geloof dat Allah SWT ons voor elkaar had gemaakt als die gemene ......... er niet was tussengekomen. Ik pakte op een gegeven moment een kruk en ging in de deur opening zitten. Een gevoel zei me dat wanneer ik een stap verder zou zetten dan de deuropening ik dood zou gaan. En kwam dus niet verder dan de deur opening.

31-05-2002, 16:01
Hey Kamilia
Ik heb wel af en toe gehuild tijdens het lezen van je verhaal!!
Zo ontroerend, wollah!

31-05-2002, 18:27
ja man me too..kamilia het is echt mooi geschreven joh..........maar he laat ons niet al te lang w8en ja want kan da niet volhouden anders word ik gek.

01-06-2002, 18:06
We zaten nog een tijdje zo en ik zag iedere keer wanneer zij de aandacht van Novel probeerde te trekken, terwijl hij haar amper aankeek, en onverschillig zijn schouders ophaalde. Heeft zij hiervoor haar naam bij Allah SWT vervuild? Om getrouwd te zijn met een man van wie ze “hield” (wie zal het zeggen, misschien hield ze wel zoveel van Nederland, of van koningin Beatrix)? En dan om zo een leven te lijden?? Sorry maar daar zou ik voor passen. Ik hoef niet perse met een man te leven waarvan ik zielsveel van houdt, en dan zo’n leven krijgen… Hij trok mijn aandacht en begon een beetje met me te praten en te stoeien. Ik voel ineens een koud ijsblokje in mijn nek en die langzaam naar beneden glijdt. “Amshoem, roep ik naar hem, wacht maar ik pak je wel terug.” En iedereen begon te lachen… Ik zag vanuit mijn ooghoeken, dat ze het niet erg leuk vond. Maar heel eerlijk gezegd kon mij dat op dat moment weinig schelen. Zulke mensen moesten ze aan de spies hangen. Maar het enige wat hij de hele tijd herhaalde was: “kom we gaan thee drinken”. Als ik niet zo ver met mijn gedachten was dan had ik de hint misschien begrepen. Maar slimme Dikra antwoordde steeds: “ewa wacht dan gaan we met z’n allen, ik wacht op de anderen.” Hij had het zo vaak geprobeerd, maar ik begreep het maar niet, en toen is hij na een tijdje naar beneden gegaan. Wij volgden al vrij snel, ik had er absoluut geen behoefte aan om met haar daar te blijven. Ik liep de trap af en zag Novel gek genoeg bij de voordeur staan. Ik keek even, en liep verder, liep de ramrah in en ging zitten op de seddarie. Maar ik zat recht tegenover de voordeur en zie Novel een keertje heen en weer lopen. Pas toen ging het lampje bij me branden. Oh wat ben ik toch een stomme griekse schoonheid, al die signalen die hij gaf, en begreep het maar niet. Misschien als ik met mijn hoofd wat vaker op de aarde was, misschien dat ik het dan veel eerder had begrepen. Ik kijk even om me heen, sta op en loop naar de deur. Ik ga daar een beetje staan, en geen van ons kan moeilijk beginnen. “Ik heb allemaal krassen op mijn auto”. “Oh, hoe komt dat?” “Ik weet het niet”. Oh waar gaat dit over, we vinden het blijkbaar allebei moeilijk om te beginnen. Ik loop iets verder naar buiten, en we staan beiden tegen zijn auto aangeleund. De auto die ik altijd zo mooi vond, en waarvan hij zei “Ja dat weet ik”. Ik had het gevoel dat ik moest beginnen, dus zeg: “En ben je nu gelukkig??”
het kwam er heel bot uit, ik weet het. Maar op dat moment kon ik niet anders, het had mij zo pijn gedaan dat hij toch door had gezet. Ook al weet ik dat het niet zijn schuld was, dat dat mens er wel voor had gezorgd. “Nee”, antwoordde hij heel eerlijk. En begint te vertellen. Waarom ben ik toch altijd razend snel met mijn scherpe tong, hij heeft ook hartstikke veel verdriet. Misschien nog wel meer dan mij, ik had nog de vrije keus, met wie ik mijn leven kon gaan delen. Maar hij zat vast, vast aan iemand van wie hij nooit kon houden. “Ik had je gebeld. Waarom heb je nooit teruggebeld?” “Ik wilde het doen Dikra, maar tegen de tijd dat hier het netwerk was aangelegd, waren jullie al onderweg naar Marokko. En ik was bang dat wanneer ik je belde, dat je dan in de auto zat en dat ze gingen vragen wie je aan de lijn had. “Je had je de moeite inderdaad bespaart op dat moment, want ik heb mijn tilifoen in Nederland gelaten.” Weer viel het even stil, ieder verzonken in onze eigen gedachtes. “Dikra, ik ben, ik weet niet hoe ze mij te pakken hebben gekregen.” “Wat wil je dat ik daar nu op zeg?” Het spijt me, maar ik wist niet hoe ik erop moest reageren. Want wat moest ik hier nou mee…We hadden nog een heel moeilijk gesprek verder, maar werden onderbroken door een oom van ons. “Salam, Dikra. Memeesh thed zith? (hoe gaat het met je).” “Hamdolah a 3ami, ie shek mligh sha?” Ik praatte met moeite, de tranen stonden me nabij, en mijn keel was dichtgeknepen. Hij groet weer en loopt verder naar zijn huis. “Slijmbal,” zeg ik dan. Novel begon te lachen en zegt: “hoezo dan?” “Nou hij wil graag dat ik met zijn zoon ga trouwen. Maar ik snap niet dat het ze niet om de liefde gaat.” “Ach ja, je kunt bijna nooit opmaken of het om de papieren gaat, of de liefde. Maar waarom wil je niet dan?” “Nou liefde is het bij hem zeker niet, bah arrogante kwal, en dan verwacht hij dat ik met hem ga trouwen? No way. Kom op Novel, wat denk je? Draait het niet om gevoelens? En dat heb ik niet bij hem. Ik krijg al de rillingen over mijn lijf als ik alleen al naar hem kijk.” Hij begint weer te lachen, en is eigenlijk ook wel een beetje opgelucht. We keren weer terug naar ons gesprek, en kan me met moeite inhouden. En dan opeens is de maat vol, en laat me even gaan. Hij klopt me nog even op mijn schouder, bij wijze van een bemoedigend klopje. Ik kijk hem aan, en zie de tranen in zijn ogen. Wat hebben ze ons toch aangedaan? Hoe kunnen die mensen zo wreed zijn. We herstellen ons gauw, en praten een tijdje verder, hij praat me moed in. Lief dat hij zelf in de knoop zit maar toch mij probeert moed in te praten. Plots hoor ik mijn naam. “Dikra. Yellah, we gaan naar huis.”

02-06-2002, 23:38
Echt goed joh. Maareh wanneer komt het vervolg
Ik w8 en w8 nog steeds.

Beslaama
Nohaila

04-06-2002, 14:47
Oke oke oke, sorry dames, ik ga er nu een stukje bij zetten....

04-06-2002, 15:02
We nemen afscheid, en fluister hem even toe: “kom morgen als je even tijd hebt.” We waren nog niet helemaal klaar met het gesprek, maar wist dat het eigenlijk ons laatste gesprek was. Je moet altijd nog zoveel regelen als je terug gaat. We kijken elkaar even aan, dat was onze laatste blik, van de vakantie. Verdrietig stap ik in de auto, en heb gewacht met mijn tranen totdat we even reden, en toen stroomden ze maar. We komen vrij snel aan thuis, en ren de trap op. Ik ga op mijn vertrouwde balkonnetje zitten en luister naar droevige muziek en kijk naar de o zo mooie hemel, vol met sterren. Maar op dat moment doet mij dat niks. Want door de tranen zie ik niet meer helder.
De volgende dag weigerde ik naar beneden te komen, en ten slotte kwam mijn moeder kijken. Ze zag dat ik hele opgezwollen ogen heb, en heel erg rood. “Melkie??” “Niks ga weg, ik heb niks. Laat me met rust.” Ik heb al gelijk spijt dat ik dat heb gezegd. En zeg: “ik heb gewoon ontzettende hoofdpijn, dat ik er van moest huilen.” “We gaan morgen naar de dokter, goed?” “Nee ik wil niet, het gaat wel weer over. Ik rust wel verder.” Heb nog nooit zulke hoofdpijn meegemaakt. De volgende uren breng ik door alleen samen met mijn gedachten. Ik sta op en kijk even van het balkon. Het is prachtig mooi weer, maar ik kan er niet van genieten. Al gauw zie ik een stelletje jongens dat aandacht probeert te trekken. Ze hadden me vrij snel in de gaten, en je weet hoe het dan gaat. Ik word er niet goed van, en loop gelijk weer naar binnen. Even later hoor ik de deurbel gaan. Ik spring op en ga snel luisteren via de intercom wie daar is. Zodra ik de hoorn in mijn handen krijg word ik overspoeld met herinneringen.
Een aantal jaren geleden waren we wezen toeren door Marokko. Ik was eerder naar huis gekomen samen met mijn ouders, de rest was nog even gebleven. We hadden ons klaargemaakt om te gaan slapen. Mijn vader was weg om mijn opa naar huis te gaan brengen, toen ineens de deurbel ging. Wie kan dat nou zijn op dit tijdstip. Gelukkig hebben we een intercom, want je weet maar nooit en ik was alleen thuis met mijn moeder. Ik neem de hoorn en zeg: “wie is daar”. Gewoon op z’n Nederlands, alsof iedereen dat kon begrijpen. “Skoen enta?” Skoen enta, enta lie ket soeni (jij belt toch, wie ben jij).” Ik had zijn stem herkend, en begon te lachen. “Leuk hoor Novel, sinds wanneer kan jij geen Nederlands meer??” Hij blijft doorgaan met zijn toneelspel, maar ja ik had hem al gelijk herkend. “Wasta ket koel? Enna meshi Novel. (wat zeg je, ik ben Novel niet hoor).” “Ja hoor Novel, alsof ik je zeghma niet herken.” Plots proest hij het uit van het lachen. Wat leuk om die lach te horen. Yemma vraagt wie daar is. Novel is het. Oh zei ze en ging gelijk weer slapen.“Hoe wist je dat ik het was? Herkende je mijn stem?” “Ja, is niet zo moeilijk hè.” “Hey is opa nog bij jullie?” “Nee, mijn vader is ze weg gaan brengen. Hoezo dan?” “Nee, ik dacht nu ik toch in de buurt was, dan kon ik hem meenemen, dan hoeft je vader niet te gaan.” “Oh, was dat alles waar je voor kwam?” Plots begint hij een beetje te stamelen, wat krijgen we nou? “Ja, ik was in de buurt, en dacht misschien is hij nog hier.” “Oh oké.” “Ewa, heb je het een beetje leuk gehad?” “Jawel hoor.” “En heb je nog leuke jongens gezien?” “Haha, ja hoor. Waren er zat.” “Vertel hoe zagen ze eruit.” “Moet ik ze allemaal gaan opnoemen ofzo?” “Nee zeg gewoon de mooiste die je daar bent tegengekomen.” Ik begin op te noemen hoe hij er ongeveer eruit zag. “Zozo, en verder?” “Bruin getint, brede schouders, bruin haar, mooie ogen. Kortom heel erg mooi” “En? Heb je hem gesproken??” “Wah, zie je het voor je? Samen met mijn pa zeker?” Hij begint te lachen. “Ewa, jah kan toch.” “Hahaha, wah zeghma.” We praten een hele poos verder. “Wacht even dan kom ik naar beneden, geef me effe de tijd om me om te kleden.” “Nee hoeft niet, ik ga zo weg.” “Ewa wacht ik ben zo klaar.” “Nee, is ook leuk om zo te praten.” “Maar ik krijg pijn in mijn voeten van het staan. En jij staat ook niet echt lekker.” “Haha, maakt niet uit. Ik heb het er wel voor over.” “Ja zal wel.” We praten zo een tijdje door en word al gauw laat. Uiteindelijk zegt hij: “Hey lieverd, ik ga. Het is laat geworden.” “Oké is goed, wel thuis hè, tenhallah.” “Dag schat. Welterusten. Beslamma” “Beslamma”

04-06-2002, 16:26
Dag kamilla

ik vind het een prachtig verhaal, ik herken mezelf er gewoon in, alleen bij verliep het anders. KOmt er geen mooie einde aan? doe dat aub.
Want dan geeft het mij de kans dat het toch nog altijd goe dkomt

groetjessssssssssss

04-06-2002, 17:26


EFFE EFFE SERIEUSS kamilia vallaha jij bent goeeeeeed toppie gewoonnn..Je kan echt goed met gevoel schrijven en je verwoord het ook zo moooooi...kan me er echt in meeleven....Ben benieuwd of dit echt bij jou is gebeurt hihihiihi :melig:

04-06-2002, 22:57
Kenze meid, helaas, ik schrijf precies zoals het gegaan is. Dus als je wilt weten of er een goed of slecht eind aan komt, dan moet je blijven lezen...........

En Selmaatje, en anderen natuurlijk, bedankt voor het compliment....

04-06-2002, 23:32
Oh my god, wat een goed verhaal joh........je verwoordt het ook zo mooi....damnZ, ik leef me der helemaal mee in.........en soms valt er dan een traantje, zo goed is je verhaal..........Vooral blijven schrijven hoor........


GreetingZz, Missje

Pagina's : 1 2 3 [4] 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59