Bekijk volle/desktop versie : levensloop van de Profeet Mohammed (vzmh)



Pagina's : [1] 2 3 4 5 6 7

07-04-2003, 12:23
Inleiding

In de naam van Allah, de Erbarmer, de Barmhartige.

Lof aan Allah, de Heer van de bewoners van de wereld. Moge Allah's zegeningen en vrede zijn met de beste onder Zijn gezanten en de laatste van de profeten, namelijk, Mohammed, de waarheidsverteller, de vertrouweling. Hij is gezonden naar alle mensen; ook naar de zwarten en de roden onder hen. Allah's zegeningen en vrede zij met zijn familieleden en metgezellen, zij hebben de religie in eer gehouden. Moge ook Allah's zegen en vrede zijn met iedereen die op de juiste wijze het pad heeft gevolgd zoals de imams hebben gedaan en met hen die het woord van Allah verkondigen en anderen het rechte pad aanwijzen, en met degenen die Allah vrezen en zich deugdzaam gedragen, tenslotte met iedereen die deze weg volgt, tot de dag des oordeels.

De levensloop van de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, "as-sirah", behoort tot de meest gezaghebbende kennis die men kan vergaren. Het is een verheven leer die men kan gaan begeren, omdat een moslim hierdoor meer komt te weten over zijn religie en de Profeet.

Allah, de Verhevene, heeft Zijn gezant geëerd onder andere doordat hij een nakomeling van adel is. Daarnaast heeft Hij, de Verhevene, hem gekozen voor Zijn openbaringen en Zijn zending. Het is een zware verantwoordelijkheid om de mensen tot Allah te roepen en Zijn religie uit te leggen. De Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, heeft zich voortdurend moeten inspannen om dit doel te bereiken, daarvoor heeft hij veel beproevingen doorstaan en heeft hij hiervoor geleden. Tegelijkertijd werd hij echter door Allah, de Verhevene, in zijn opdracht gesteund door middel van Zijn onwaarneembare legers en Zijn gehoorzame en eerbiedige engelen. Ook werd de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, gesteund door middel van Allah's zegeningen. Hij, de Verhevene, stuurde ook bepaalde omstandigheden en oorzaken. Dit gebeurde bijvoorbeeld door middel van de buitengewone verschijnselen die zich voordeden aan de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem.

Men heeft zich zowel vroeger als tegenwoordig beziggehouden met dit onderwerp, er vonden verschillende onderzoeken hierover plaats. Het werken aan een onderzoek naar de levensloop komt namelijk voort uit een diep geloof en een grote liefde voor de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. In het algemeen heeft men zich echter niet altijd genoeg in deze leer verdiept en haar ook niet voldoende onderzocht, zo hebben sommigen er gegevens aan toegevoegd. Enkel en alleen omdat het in hun eigen gedachtegang paste en voor hun gevoel beviel, ook als het aan betrouwbaarheid ontbrak. Zij hebben soms gegevens opgeschreven die in strijd zijn met de fundamenten van de religie en die helemaal niet logisch zijn.

Gezien deze feiten hebben sommige broeders voorgesteld of ik een nieuw boek over dit onderwerp zou willen schrijven dat alleen de gegevens zou bevatten die bekrachtigd en betrouwbaar zijn. Niet alleen dat, maar dat deze gegevens bovendien zijn goedgekeurd door de voornaamste imams en de geleerden van deze leer. Het boek houdt rekening met het niveau van de jonge- en doorsnee lezers, zonder enige overdrijving of buitensporigheid. Ik heb verzocht aan Allah om mij de juiste weg te wijzen en begon met wat van mij werd gevraagd. Gebruikmakend van de Koran en zijn goedgekeurde interpretaties, heb ik ook gebruik gemaakt van naslagwerken in de traditie van de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en van naslagwerken over zijn levensloop. Ik heb zoveel mogelijk de argumentatie en overeenkomsten gevolgd uit deze naslagwerken maar ook hier en daar andere argumenten. De passages en citaten zijn waar mogelijk gebaseerd op de betrouw- bare overleveringen en gezegden van de eertijdse geleerden. Dit is alles op een samenvattende en nauwkeurige wijze gebeurd. Ten slotte hoop ik dat de van mij gevraagde taak zo goed mogelijk is uitgevoerd en ik vraag Allah, de Verhevene, om de moslims hiermee hun voordeel te laten doen. Ik hoop oprecht dat dit werk, dat alleen al voor Zijn tevredenheid is bedoeld, ook wordt geaccepteerd. Allah's zegeningen en vrede zij met de beste onder Zijn schepselen, namelijk Mohammed.

Safie Arrahmaan Almubaarkafoeri 01/01/1414

07-04-2003, 12:25


Mohammed, Allah's zegen en vrede zij met hem.

Zijn afstamming, het opgroeien en de omstandigheden voordat hij als profeet werd gezonden.






De nobele afstamming:

Hij is de edelmoedigste onder de schepselen van Allah, de beste onder Zijn gezanten en de laatste van de profeten; Mohammed de zoon van Abdullah, de zoon van Abdulmuttalib, de zoon van Haashim, de zoon van Abdu-munaaf, de zoon van Qusay, de zoon van Kilaab, de zoon van Murrah, de zoon van Ka'b, de zoon van Lo'ay, de zoon van Ghaalib, de zoon van Fihr, de zoon van Maalik, de zoon van An-nadhr, de zoon van Kinaanah, de zoon van Khuzaima, de zoon van Mudrika, de zoon van Ilias, de zoon van Mudhar, de zoon van Nizaar, de zoon van Mu'adh, de zoon van Adnaan.

De geleerden zijn het er over eens dat Adnaan van Ismaïl afstamt, de zoon van Ibrahiem, vrede zij met hen. Maar de namen en het juiste aantal van degenen tussen hem en Ismaïl, vrede zij met hem, zijn onbekend.

De moeder van de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, is Amina de dochter van Wahb, de zoon van Abd Munaaf, de zoon van Zohrah, de zoon van Kilaab. Deze is de vijfde grootvader van de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, van de kant van zijn vader. Met andere woorden: zijn vader en zijn moeder hebben dezelfde afstamming, deze komt bij Kilaab uit.

Volgens sommigen was de naam van Kilaab, dat letterlijk honden betekent, Hakiem. Maar volgens anderen was zijn echte naam U'rwah. Hij stond bekend om het gebruiken van honden bij de jacht en werd daarom Kilaab genoemd.

Zijn stam:

De stam van de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, is Quraish. Deze stond bekend als een eervolle stam. De stam had een verheven positie en een roemrijke oorsprong. Tussen de overige Arabische stammen was het een hoogwaardige stam. Quraish is een bijnaam van Fihr, de zoon van Maalik of An-nadhr, de zoon van Kinaanah.

De mannen die tot deze stam behoorden waren in hun tijd de heren en de nobelen van alle andere mannen. Bijzonder onder hen was Qusay, zijn echte naam was Zaid. Hij is namelijk de eerste in Quraish die het beheer over de Ka'bah kreeg, hij was verantwoordelijk voor het bedekken en het verzorgen daarvan. Hij had de sleutels van de Ka'bah en opende het voor wie en wanneer hij maar wilde. Hij is ook degene die Quraish naar het binnenste van Mekka bracht, waarna zij zich ook daar hebben gevestigd. Daarvoor hadden zij alleen aan de rand van Mekka gewoond en leefden verspreid over andere stammen. Qusay is ook de oprichter van de "as-siqaayah", d.w.z. "een heerlijke drank die wordt gemaakt van dadels, honing, krenten en dergelijke. Hij bereidde het voor de bedevaartgangers zodat deze ervan konden drinken". Ook is hij de initiatiefnemer van de "ar-rifaadah", d.w.z. "het eten dat voor hen werd bereid tijdens het bedevaartseizoen.

Aan de noordelijke kant van de Ka'bah heeft Qusay het raadshuis gebouwd "daar an-nadwah", waar Quraish zich beraadden en wat het centrum was van hun sociale activiteiten. Zo werd bijvoorbeeld elk huwelijk en elk besluit in dit huis genomen. Hij had de banier en de leiding. Er werd geen oorlog gevoerd zonder zijn toesteming. Hij was gastvrij, wijs en had onder zijn mensen een grote invloed.

De familie van de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem:

De familie van de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, staat bekend als de Hashimietenfamilie,in verband met zijn tweede tweede grootvader Haashim. Deze erfde de bevoegdheden van Qusay "as-siqaayah" en "ar-rifaadah" Later zijn deze overgedragen overgedragen aan zijn broer Almuttalib en daarna aan de zoons van Haashim. Bij de komst van de Islam volgden zij deze traditie nog. Haashim was de meest hoogwaardige persoon in zijn tijd. Het werkwoord "Yahshimo" betekent in het Arabisch in stukjes snijden. Haashim kreeg deze bijnaam omdat hij brood in stukjes sneed en met vlees vermengde zodat andere mensen ervan konden eten. Zijn echte naam is Amr en hij was de initiatiefnemer van de twee reizen; de winterreis naar Jemen en de zomerreis naar het Shaam-gebied. Hij werd ook de heer van de "bathaa" genoemd

07-04-2003, 12:26
Er is over hem verhaald dat hij op zijn handelsreis richting Shaam langs de plaats Jathrib ging, waar hij trouwde met Salma, de dochter van Amr, die tot de stam van Uday, de zoon van An-najaar, behoorde. Hij verbleef bij haar voor een tijdje en ging daarna naar Shaam terwijl zij zwanger was. Hij overleed daarna in Gaza in Palastina. Salma beviel later van een zoon die zij Shaïba noemde omdat het kind grijs haar had. Dit kind groeide op tussen de ooms van zijn moeders kant in Medina, terwijl zijn ooms van zijn vaders kant in Mekka niet op de hoogte waren van zijn bestaan, totdat hij zeven of acht jaar werd. Zijn oom Almuttalib kreeg het nieuws te horen en haalde hem naar Mekka. Toen de mensen in Mekka hem zagen dachten ze dat hij de slaaf, "abd", van Almuttalib was en kreeg dan ook later de bijnaam Abdulmuttalib.

Abdulmuttalib was een mooie en hoogwaardige man onder zijn landgenoten. Hij was eerbiediger dan wie dan ook in zijn tijd. Hij was de heer van Quraish en had de verantwoordelijkheid over het vee in Mekka. Hij werd geëerd en gehoorzaamd en was om zijn vrijgevigheid bekend, vandaar de bijnaam "alfayaadh". Hij nam voedsel van zijn eigen tafel om aan de behoeftigen, dieren en vogels te geven en werd daarom 'de voeder van mensen in de vallei en van dieren en vogels aan de top van de bergen' genoemd. Hij kreeg de eer om de Zamzam-put te mogen graven nadat Jarham hem had verborgen en de mensen van Quraish uit Mekka had verdreven. Abdulmuttalib werd in zijn droom opgedragen de put opnieuw te graven en zag in zijn droom een beschrijving van de plek.

Het olifanten-incident vond ook in deze tijd paats. Abrahah Alashram kwam vanuit Jemen met een troepenmacht van zestig- duizend soldaten uit Alhabasha (het huidige Eretria/EthiopiÃ&laquo. Hij had een aantal olifanten meegenomen om de Ka'bah te vernietigen. Toen Abrahah en zijn troepenmacht bij de vallei Mahsar, tussen Muzdalifah en Minan, arriveerden en zich voorbereidden om de aanval richting Mekka te beginnen, heeft Allah, de Verhevene, zwermen vogels gezonden die bakstenen op hen wierpen en Hij, de Verhevene, maakte hen als afgevreten halmen. Dit vond allemaal plaats twee maanden voor de geboorte van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem.

Abdullah, de vader van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, was de beste onder de zonen van Abdulmuttalib, de meest tevredene onder hen en was het meest geliefd bij zijn vader.

Abdullah is de 'geslachte' omdat toen zijn vader Abdulmuttalib bezig was met het graven van de Zamzam-put en deze zichtbaar begon te worden, hij onenigheid kreeg met de mensen van Quraish. Als gevolg daarvan maakte hij een belofte; als Allah hem tien zonen zou schenken en zij volwassen zouden worden en hem zouden kunnen beschermen, zou hi een van hen slachten.

Toen het zover was lootte hij tussen zijn zonen en het werd Abdullah. Vervolgens ging hij richting Ka'bah om hem te slachten maar de mensen uit Quraish, vooral zijn broers en ooms, hielden hem tegen.

In plaats daarvan bracht hij een offer waarbij hij honderd kamelen slachtte. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, is dus de zoon van de twee zogenaamde 'geslachten'; Isamïl, vrede zij met hem, en Abdullah. Tegelijkertijd is hij de zoon van de twee geofferden want in plaats van Ismaïl is een schaap geofferd en voor Abdullah zijn honderd kamelen geofferd.

Abdulmuttalib had voor zijn zoon Abdullah, Amina, de dochter van Wahb, uitgekozen. Zij was de beste onder de vrouwen van Quraish, was eervol en had een verheven positie. Haar vader Wahb, was de heer van Beni Zahrah en had een eerwaardige afstamming. De verloving en het huwelijk werden voltrokken, waarna Abdullah met zijn vrouw in Mekka ging wonen. Daar werd zij zwanger van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem.

Na een tijdje heeft Abdulmuttalib zijn zoon Abdullah voor een handelsreis naar Medina, oftewel naar het Shaam-gebied, gestuurd. Op zijn terugreis overleed hij in Medina en werd begraven in het huis van An-naabigha Athoebiyani. Dit heeft plaatsgevonden, naar de meest betrouwbare overleveringen, voor de geboorte van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem.

De geboorte:

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, werd geboren in een buitenplaats van Beni Haashim in Mekka, op maandagochtend de negende (of de twaalfde, zoals ook wordt genoemd) van de maand Rabi'e I in het jaar van de olifant. De eerste datum is de meest betrouwbare maar de tweede datum is meer bekend. Deze datum komt overeen met 22 april 571 (na Christus). De vroedvrouw bij zijn geboorte was As-shifaa', de dochter van Amr en de moeder van Abdurrahmaan Ibn Awf.

07-04-2003, 12:27
Bij de bevalling kwam vanuit zijn moeder een licht naar buiten dat zelfs de Shaam-paleizen bereikte. Zij bracht zijn opa Abdulmuttalib op de hoogte van de geboorte, waarna Abulmuttalib vrolijk en gelukkig naar haar toekwam. Hij nam de baby in zijn armen en bracht hem de Ka'bah binnen, bedankte Allah, riep Hem aan en noemde hem Mohammed.

Hij koos voor deze naam (wat in het Arabisch wil zeggen 'degene

waarover met lof wordt gesproken) opdat de mensen met lof over hem zouden spreken. Hij slachtte een dier voor deze gelegenheid, besneed de baby op de zevende dag na zijn geboorte en gaf de mensen te eten, zoals dat toen gebruikelijk was onder Arabieren.

Barakah Alhabashiah, Oum Ayman, was zijn oppas. Zij was de slavin van zijn vader Abdullah. Zij is later nog moslim geworden, immigreerde naar Medina en overleed vijf of zes maanden na de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem.

Borstvoeding:

De eerste vrouw die de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, borstvoeding gaf, na zijn moeder, was Thoe'abah die ook een zoontje had. Zij was de slavin van Abou Lahab. De naam van dit kind was Masroeh. Zij had al voor de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, bortvoeding gegeven aan Hamzah, de zoon van Abdulmuttalib en aan Abou Salamah, de zoon van Abdulasad Almakhzoumi. Allen zijn dus 'broeders in borstvoeding' van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem.

Abou Lahab had van blijdschap zijn Slavin Thoe'abah in vrijheid gesteld na de geboorte van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, maar hij werd later één van de meest vijandige tegenstanders toen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, de oproep tot de Islam bekend maakte.

In Beni Sa'd:

Het was traditie bij de Arabieren om op het platteland op zoek te gaan, voor hun pas-geboren kinderen, naar vrouwen die borstvoeding willen geven met als bedoeling deze kinderen voor de stedelijke ziektes te beschermen. Zodoende zouden zij sterk opgroeien en de Arabische taal vanaf hun kinderjaren beheersen.

Door de voorbeschikking van Allah, de Verhevene, kwam een aantal vrouwen uit Beni Sa'd op zoek naar babies om borstvoeding te geven. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, werd aan hen allen aangeboden maar zij weigerden omdat hij een weeskind was. Onder de vrouwen bevond zich ook Halima, de dochter van Abou Thouayb. Zij kon geen ander kind meer vinden en nam de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, mee waarna zij zo gelukkig was, dat de anderen jaloers werden.

De echte naam van Abou Thouayb, vader van Halima, is Abdullah en zijn vader is Alhaarith. De man van Halima heet Alhaarith Ibnu'abdeluzza. Beiden zijn afkomstig uit de stam van Sa'd Ibn Bakr Ibn Hawaazin.

De kinderen van Alhaarith Ibnu'abdeluzza en Halima zijn dus 'broeders in borstvoeding' van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Zij zijn: Abdullah, Aniesa en Djudaamah (die meer bekend was onder haar bijnaam As-shaymaa'); zij was ook de oppas van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem.

07-04-2003, 12:29


Zegeningen in het huis waar de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, zijn borstvoeding kreeg:

De zegeningen stroomden binnen bij deze familie en werden voor iedereen zichtbaar tijdens het verblijf van de profeet bij hen , Allah's zegen en vrede zij met hem. In dit verband is overgeleverd dat toen Halima naar Mekka kwam, het een droogteperiode was. De ezelin waarmee zij kwam, was het traagste dier van de karavaan doordat het zwak en mager was. Zij had ook een kameel die geen druppel melk voortbracht en zij had een kind dat gedurende de hele nacht van honger huilde, hij kon niet slapen en zijn ouders daardoor ook niet.

Toen Halima de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, met zich meebracht naar haar onderkomen en hem borstvoeding begon te geven kwam alle melk die hij nodig had. Hij dronk samen met haar eigen kindje totdat zij hun dorst haddden gelest en vielen daarna in slaap.

De man van Halima ging naar de kameel en vond haar vol met melk. Hij melkte haar zodat zij genoeg te drinken hadden en die nacht goed konden slapen. Toen zij de terugweg naar Beni Sa'd ondernamen, stapte Halima op haar ezelin en nam de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, ook mee. De ezelin ging zo snel dat deze de karavaan voorbij ging en geen van de dieren kon haar meer in kon halen.

Toen zij in Beni Sa'd thuiskwamen, dat toen een heel erg uitgedroogd landschap was, keerden de schapen aan het einde van de dag echter met volle buiken en volle uiers terug. Zij melkten de dieren en dronken terwijl geen ander een druppel kon melken in dezelfde tijd.

De zegeningen en voorspoed van Allah hielden twee jaar lang aan totdat de borstvoedingsperiode voorbij was. Deze periode was bepalend voor zijn ontwikkeling.


Het verblijf van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, in Beni Sa'd na de borstvoeding:

Halima kwam elke zes maanden en nam de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, mee naar zijn moeder en familie en bracht hem weer terug naar het platteland in Beni Sa'd.

Na afloop van de borstvoedingsperiode en zijn ontwenning daarvan, bracht zij hem terug bij zijn moeder. Doordat zij alle zegeningen en voorspoed had gemerkt, wilde ze graag dat hij bij haar zou blijven. Ze vroeg vervolgens aan zijn moeder of dat mogelijk was totdat hij groter zou worden en zodoende de ziektes in Mekka zou vermijden. Aangezien zijn moeder er geen bezwaren tegen had, nam Halima hem mee terug en was daardoor heel gelukkig. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, verbleef daarna nog ongeveer twee jaar bij haar. Daarna vond een vreemde gebeurtenis plaats waarna Halima en haar man angst kregen en besloten om de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, terug te brengen naar zijn moeder. Deze gebeurtenis is het openscheuren van zijn borst. Het vond als volgt plaats.

Het openscheuren van de borst:

Anas Ibn Maalik, moge Allah met hem tevreden zijn, heeft verteld: 'De engel Jibriel kwam naar de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, toen deze samen met andere kinderen aan het spelen was.

Jibriel legde hem op de grond en opende zijn borst, pakte zijn hart, haalde een bloedprop eruit en zei: dit was het aandeel van de duivel in je. De engel Jibriel waste het hart met zamzam-water in een gouden kom. Hij herstelde het hart en plaatste het weer terug op zijn plek.

De kinderen renden naar zijn moeder, dat wil zeggen degene die hem borstvoeding gaf, en zeiden: 'Mohammed is vermoord'. Daarna kwam hij aangelopen met een bleek gezicht. Anas voegde hieraan toe: ik kon de littekens in zijn borst zien.

Naar zijn lieve moeder:

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, ging na deze gebeurtenis terug naar Mekka en verbleef ongeveer twee jaar lang bij zijn moeder en familie. Daarna ging hij samen met zijn moeder naar Medina, waar zijn vader en ooms van zijn opa, de zoons van Uday Ibn An-nadjaar, begraven lagen. De schoonvader van zijn moeder, Abdulmuttalib, en haar bediende, Oum Ayman, gingen ook mee. Zij verbleven daar gedurende een maand en keerden terug. Onderweg werd Amina (de natuurlijke moeder van de profeet) erg ziek en overleed in Al'abwaa' dat gelegen is tussen Mekka en Medina. Aldaar werd zij begraven.

Naar zijn genadige opa:

Zijn opa Abdulmuttalib bracht hem daarna mee terug naar Mekka.

Deze gebeurtenis was pijnlijk en had veel invloed op hem. Dit leidde ertoe dat hij veel zorg besteedde aan de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Hij behandelde hem beter dan zijn eigen kinderen. Hij had veel respect voor hem en trok hem daarom voor op zijn eigen kinderen. Hij was vrijgevig voor hem, hij mocht op zijn eigen bed gaan zitten terwijl andere kinderen het niet mochten. Hij aaide zijn rug en wat de profeet ook deed, het maakte zijn opa blij. Hij was er van overtuigd dat hij een bijzondere positie zou hebben in de toekomst. Abdulmuttalib overleed echter twee jaar later toen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, acht jaar, twee maanden en tien dagen oud was.

07-04-2003, 12:30
Naar zijn meedogende oom:

Na het overlijden van zijn opa is de voogdij over hem op zich genomen door zijn oom Abutalib, de broer van zijn vader, die hem barmhartig en vriendelijk behandelde. Aangezien hij financieel niet erg ruim zat, heeft Allah zijn kleine vermogen vergroot en gezegend zodat het eten van één persoon voldoende zou zijn voor het gehele gezin. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, was ook het voorbeeld van volharding en tevredenheid en hij nam genoegen met wat Allah had voorbestemd.

Zijn reis naar het Shaam-gebied en de monnik Bahira:

Abutalib besloot op een gegeven moment deel te nemen aan een handels-reis naar het Shaam-gebied in de karavaan van Quraish. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, was toen twaalf jaar oud (of preciezer: twaalf jaar, twee maanden en tien dagen) en hij vond het vreselijk om afscheid van zijn oom te nemen, waardoor Abutalib medelijden met hem kreeg en hem meenam. Toen de karavaan bij de stad Basraa stopte, dat aan het Shaam-gebied grenst, kwam een van de grootste Christelijke monniken naar hen toe. De naam van de monnik was Bahira. Hij liep tussen de karavaan door totdat hij bij de profeet was, hij pakte zijn arm en zei: 'Dit is de heer van de wereldbewoners, de gezant van de Heer van alle wereldbewoners. Allah, de Verhevene, zal hem zenden als barmhartigheid voor alle wereldbewoners'. De mensen vroegen: hoe weet u dat? Hij zei: 'Bij jullie aankomst vanuit Aqabah, knielde elke steen en boom neer en dat doen zij alleen voor een profeet. Ik herken hem door het teken onderaan zijn schouder dat op een appel lijkt en er is over hem verteld in onze boeken.'

Hij was gastvrij en vroeg aan Abutalib om de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, terug te nemen en hem niet mee te nemen naar het Shaam-gebied uit angst voor de Joden en de Romeinen. Abutalib heeft hem toen onmiddelijk naar Mekka teruggebracht.

De Fudjaar-oorlog:

Toen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, de twintigjarige leeftijd bereikte, vond bij de U'kaadh-markt een oorlog plaats tussen de verschillende stammen van Quraish. De Kinaanah aan de ene kant en de stammen van Qais A'ilaan aan de andere kant. Het was een hevige oorlog waarbij aan beide kanten veel doden vielen. Zij sloten daarna vrede en spraken af de slachtoffers te tellen; wie meer doden aan zijn kant zou hebben, zou dan een schadevergoeding van de ander krijgen. Zodoende werd deze oorlog beëindigd en werd al de haat en vijandigheid opzij gelegd.

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, heeft deze oorlog bijgewoond en maakte tijdens de strijd de pijlen klaar voor zijn ooms.

Deze oorlog werd Fudjaar genoemd omdat zij hiermee de onaantastbaar-heid van Mekka hebben geschonden, maar ook die van de onaantastbare maand Muharram. De Fudjaar-oorlog vond vier keer plaats gedurende een periode van vier jaar en dit was de laatste keer.

Gedurende de eerste drie keer vond er geen gevecht plaats, maar het waren incidenten van onenigheid en ruzies. Bij het laatste incident werd daadwerkelijk gevochten.

Het Fudoel-verdrag:

Na afloop van deze oorlog, in de maand Thil-qi'dah,werd er een verdrag gesloten tussen vijf stammen van de Quraish, nl. ; Banu Haashim, Banu Almuttalib, Banu Asad, Banu Zuhrah en Banu Taïm.

De aanleiding hiervoor was dat een man uit Zubaid bepaalde goederen naar Mekka bracht en deze verkocht aan Al'aas, de zoon van Waa'il As-sahmi, waarna deze goederen niet werden betaald. De man zocht hulp bij de stammen Beni Abde-daar, Beni Makhzoum, Beni Jamh, Beni Sahm en Beni U'day maar kreeg geen aandacht voor zijn probleem. Hij besteeg de berg Abu Qubais en uitte het onrecht dat hem aangedaan was in een gedicht en vroeg om hulp bij het verkrijgen van zijn rechten.

Az-zubair, de zoon van Abdulmuttalib, maakte er meteen werk van en kreeg de bovengenoemden bij elkaar in het huis van Abdullah Ibn Jad'aan, het hoofd van Banu Taïm. Zij sloten een akkoord om een ieder in Mekka die onrecht was gedaan, al dan niet een bewoner, te steunen in het verkrijgen van zijn recht. Zij gingen daarna naar Al'aas, ontnamen Az-zubaidi het recht van Al'aas en gaven het aan hem terug.

07-04-2003, 12:31
De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, heeft samen met zijn ooms dit akkoord bijgewoond. Nadat hij werd geëerd door het gezantschap zei hij: 'Ik woonde een verdrag bij in het huis van Abdullah Ibn Jad'aan, waarvan ik zeer onder de indruk was. Als ik in de Islam aangesproken word, dan zal ik me er ook aan houden.'

Zijn arbeidsleven:

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, is als weeskind geboren en is opgegroeid onder het voogdijschap van zijn opa en later van zijn oom. Hij had geen erfenis van zijn vader waarvan hij rijk zou worden. Toen hij de leeftijd bereikte waarop hij arbeid kon verrichten heeft hij als schapen-herder gewerkt samen met zijn broers in borstvoeding in Beni Sa'd. Na zijn terugkeer in Mekka heeft hij hetzelfde gedaan voor anderen en kreeg een paar Qiraat voor het verrichte werk. De toenmalige waarde hiervan was ongeveer zes gulden.

Als schapenherder te werken is een traditie waaraan veel profeten aan het begin van hun leven gehoor gaven. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, heeft eens gezegd nadat hij geëerd werd door het gezantschap:

'Elke profeet is wel eens schapenherder geweest'.

Toen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, een jongeman was geworden is hij waarschijnlijk in de handel gegaan. Er is namelijk overgeleverd dat hij samen met As-saa'ib Ibn Abis-saa'ib handelde. Hij was zijn beste handelspartner, dreef de prijs niet op en was zeer correct.

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, stond bekend in zijn transacties als zeer betrouwbaar, eerlijk en tevreden. Dit was de leidraad in zijn leven zodat hij 'de betrouwbare' als bijnaam kreeg, Al'amien.

Zijn reis naar het Shaam-gebied en zijn huwelijk met Khadija:

Khadija, de dochter van Khuwailid, moge Allah met haar tevreden zijn, een van de meest rechtschapen vrouwen van Quraish, kwam van goede huize en was tevens rijk. Zij besteedde haar geld uit aan handelaren om daarmee handel te drijven tegen commissie. Zij had gehoord over de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en stelde hem voor om met haar geld een handelsreis naar het Shaam-gebied te maken. Zij beloofde hem een hogere vergoeding dan wat zij aan anderen gaf.

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, ging samen met haar dienaar Maysarah op reis, kocht en verkocht goederen en maakte heel veel winst. Haar geld werd gezegend en verrijkt, hetgeen op deze manier nooit eerder had plaatsgevonden. Hij keerde daarop terug naar Mekka en gaf het aan hem toevertrouwde geld en goederen terug.

Zijn huwelijk met Khadija:

Khadija merkte zijn betrouwbaarheid en zegeningen op en raakte er stil van. Maysarah vertelde haar ook wat hij allemaal zag van zijn goede eigenschappen, zijn prachtige karakter en wonderen zoals de aanwezigheid van de schaduwen van twee engelen als het warm was. Khadija voelde zich tot hem aangetrokken en stuurde een van haar vriendinnen naar hem toe om te laten weten dat zij graag met hem zou willen trouwen.

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, ging daarmee akkoord en sprak daarover met zijn ooms die vervolgens haar hand gingen vragen bij haar oom Amr Ibn Asad. Hij gaf haar ten huwelijk aan de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Bij de huwelijksplechtigheden was een aantal vooraanstaanden van Banu Haashim en Quraish aanwezig en de bruidsschat bedroeg twintig Bakrah (of misschien ook zes). Zijn oom Abutalib hield de huwelijkstoespraak; hij uitte zijn lofbetuiging aan Allah en verheerlijkte Hem. Daarna sprak hij over de goede afstamming en de oprechtheid van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Hij noemde daarna het huwelijksverklaring en maakte de bruidsschat bekend.

Dit huwelijk vond twee maanden en een paar dagen na zijn terugreis uit het Shaam-gebied plaats. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, was toen vijfentwintig jaar oud en Khadija was (naar de meest waar-schijnlijke overleveringen) veertig jaar, maar er wordt ook overgeleverd dat zij achtentwintig jaar was. Zij was getrouwd geweest met A'tieq, de zoon van A'aith Almakhzoumi die overleden was, en met Abu Haalah At-taimi; deze overleed ook en zij had al een kind van hem. Daarna wilden velen van de vooraanstaanden van Quraish met haar trouwen maar zij weigerde totdat zij met de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, trouwde. Met hem werd ze ook werkelijk gelukkig

07-04-2003, 12:32
Zij is de eerste van zijn vrouwen, hij is niet met een andere vrouw getrouwd geweest toen zij nog leefde. De kinderen van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, zijn allemaal van haar behalve Ibrahiem, deze was van de Koptische Maria.

De kinderen van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem,en van Khadija:

Deze zijn Alqaasim, Zainab, Ruqayyah, Oum Kulthoum, Fatima en Abdullah. Er zijn ook andere overleveringen betreffende het aantal en de volgorde van hen. De jongetjes zijn allen op vroege leeftijd overleden. De meisjes haalden allen de gezantschaps-periode, werden moslim en immigreerden. Zij zijn allemaal overleden voordat de profeet was overleden. Fatima, moge Allah met haar tevreden zijn, is de enige uitzondering hierop. Zij is zes maanden na zijn overlijden gestorven.

Het bouwen van de Ka'bah en het arbitrageverhaal:

Toen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, vijfendertig jaar oud was, vond een overstroming plaats die de muren van de Ka'bah beschadigde. Angezien de muren al eerder waren beschadigd door een brand, vonden de mensen van Quraish het noodzakelijk om ze te herbouwen. Zij besloten daarop om de bouw alleen te financieren met het eerlijk verdiende geld, dus niet het geld van de bruidschat van een prostituée, het geld afkomstig van renteheffingen of dat ten onrechte afgenomen was van een ander.

Zij vreesden Allah's bestraffing als zij het zouden slopen, maar toen vertelde Alwalied, de zoon van Almoughirah hen: 'Allah bestraft niet degenen die iets herstellen' en begon zelf met het slopen. Zij volgden hem hierin totdat ze de fundamenten van Ibrahiem bereikten.

Zij startten de bouw van de Ka'bah en verdeelden de bouwactiviteiten onder de verschillende stammen. De vooraanstaanden droegen de stenen op hun schouders. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en zijn oom Al'abbas deden hetzelfde. Een Romeinse bouwer, wiens naam Baaqum was, was verantwoordelijk voor de bouw.

Later bleek dat de -eerlijk verdiende- financiële middelen niet voldoende waren om de bouw vanaf de fundamenten van Ibrahiem te beëindigen, zij lieten daarom ongeveer zes meter open en bouwden een muurtje aan de rand van de oorspronkelijke grenzen als aanwijzing dat het bij de Ka'bah behoorde. Dit deel wordt de "Alhajar wal-hutaim" genoemd.

Bij het bereiken van de plek van de zwarte steen "alhajar alaswad" tijdens de bouwwerkzaamheden wilde elk stamhoofd zichzelf de eer verschaffen om de steen op zijn plek terug te leggen.

Dit leidde tot flinke ruzies onderling, die vier tot vijf dagen duurden. De situatie dreigde in een bloedige strijd te veranderen, maar de wijze Abu Umayya, de zoon van Almughierah Almakhzoumi, heeft dit kunnen voorkomen. Hij was de oudste man van Quraish en stelde voor om de arbitrage over te laten aan de eerste man die zou binnenkomen in de moskee en allen stemden daarmee in.

De voorbestemming van Allah was dat die eerste man die zou binnen- komen na dit besluit, de profeet zou zijn, Allah's zegen en vrede zij met hem. Toen de mensen hem zagen zeiden ze: 'Deze man is de betrouwbare en wij accepteren hem, dat is Mohammed'. Toen hij bij hen aankwam vertelden zij het verhaal, hij pakte een mantel, legde de zwarte steen erin en vroeg een ieder die mantel vast te houden en hem vervolgens te dragen naar de plek van de steen. Toen zij die hadden bereikt, pakte Mohammed, Allah's zegen en vrede zij met hem, de steen en legde die op zijn plaats. Het was de juiste oplossing waar iedereen over tevreden was.

De zwarte steen lag anderhalf meter hoog en de deur van de Ka'bah lag twee meter boven de grond zodat alleen degenen waar zij toestemming aangaven naar binnen konden.

Zij hebben de hoogte van de muren verdubbeld en deze werden ongeveer acht meter (18 thira'e). Zij legden zes pilaren neer binnen de Ka'bah in twee rijen en maakten daarboven het plafond, ter hoogte van vijftien Thira'e, dat ongeveer zeven meter is. De Ka'bah was voor deze renovatie namelijk zonder plafond of pilaren.

07-04-2003, 12:33
De levensloop van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, voor het gezantschap:

Vanaf zijn kinderjaren groeide hij op met een gezond verstand en lichaam. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, had goede karakter- eigenschappen en was het ideale voorbeeld van wijsheid en ruimdenkendheid. Uitermate welgemanierd en had een zuivere persoonlijkheid. Hij stond bekend als betrouwbaar, geloofwaardig, edelmoedig, dapper, rechtvaardig, wijs, ascetisch, tevreden, zachtaardig, volhardend, dankbaar, bedeesd, getrouw, bescheiden en oprecht.

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, was verder zoals zijn oom Abutalib hem in een gedicht omschreef:

De wolken worden verzocht te regenen door de zuiverheid van zijn gezicht, hij is de schuilplaats voor de weeskinderen en de beschermer van de weduwen.

Hij onderhield goede banden met zijn bloedverwanten. Hij was geduldig en viel niemand lastig, hielp wie minder bedeeld waren totdat ze wat ruimer zaten. Hij was gastvrij en steunde mensen die bepaalde problemen hadden of een moeilijke periode doormaakten.

Allah, de Verhevene, beschermde hem, stond hem bij en zorgde dat hij afkeer kreeg van alle fabels en kwaad waarmee de mensen in zijn stam zich wel bezighielden. Hij heeft ook nooit feestelijkheden voor afgoden bijgewoond waar beelden voor goddelijk werden verklaard en heeft nooit gegeten van het geofferde in dit verband. Hij kon er niet tegen om te luisteren naar de eedaflegging in de naam van Al-laat en Al'uzza, laat staan het aanraken van die beelden of de nabijheid daarvan opzoeken.

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, heeft altijd afstand genomen van het drinken van alcohol en nooit onbehoorlijke bijeenkomsten bijgewoond, terwijl veel jongeren in Mekka elkaar zo regelmatig ontmoetten.

07-04-2003, 12:35
Het gezantschap en het verkondigen van de boodschap voorafgaand aan het gezantschap en de tekenen van voorspoed

Door de genoemde feiten werd het verschil in denkwijze steeds groter tussen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en de mensen van zijn stam. De verdorvenheid en ondeugdzaamheid die zij verrichtten baarde hem zorgen, hij trok zich steeds meer terug en verkoos de eenzaamheid terwijl hij zich bezig hield met de weg die hen zou kunnen redden.

Zijn bezorgdheid nam alleen maar toe, maar ook zijn wil werd sterker en hij werd ouder. Alsof het iets was dat hem tot die eenzaamheid leidde. Hij begon zich meer en meer terug te trekken in de Hiraa'e-grot(1), hield zich bezig met het aanbidden van Allah volgens de restanten van de religie van Ibrahiem, vrede zij met hem. Hij deed dit een maand per jaar, de maand Ramadan. Zodra deze maand voorbij was vertrok hij 's ochtends naar Mekka, verrichtte de "tawaaf", het lopen rond de Ka'bah, en ging daarna naar zijn woning. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, heeft dit drie jaar lang gedaan.

De meeste profeten werden gezonden zodra zij de leeftijd van veertig jaar hadden bereikt, het is de leeftijd van volmaaktheid en volwassenheid. Toen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, zelf deze leeftijd had bereikt begonnen de tekenen van gezantschap en voorspoed aan hem te verschijnen. Wat hij droomde vond later ook in werkelijkheid plaats, hij zag het licht en

hoorde stemmen en heeft wel eens hierover gezegd:

'Ik herkende nog een steen in Mekka, die mij begroette voordat ik was gezonden'.

_______________________

(1) Hiraa'e: Dat was de naam van de huidige A-noer-berg die op een afstand van ongeveer twee mijlen van Mekka ligt. De grot ligt links aan de top van de berg. Het is een klein grot die iets minder dan vier meter lang en ongeveer anderhalve meter breed is.

07-04-2003, 12:36
Het begin van het gezantschap en het neerdalen van de openbaringen

Op een leeftijd van eenenveertig jaar tijdens de maand Ramadan was de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, in alle eenzaamheid in de Hiraa'e-grot Allah aan het gedenken en aanbidden. Op een gegeven moment verscheen de engel Jibriel, vrede zij met hem, om de boodschap en de openbaring aan de profeet te verkondigen.

Aïcha, moge Allah met haar tevreden zijn, heeft dit verhaal uitgebreid overgeleverd: ,,De allereerste openbaringen aan de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, waren zijn oprechte dromen, elke droom kwam uit. Daarna kreeg hij de neiging om zich af te zonderen en ging in zijn zelfgekozen eenzaamheid Allah aanbidden in de Hiraa'e-grot. Dat deed hij vele nachten achter elkaar waarna hij zich weer terugtrok bij zijn familie. Hij kreeg van Khadija het voedsel om weer een gelijk aantal nachten door te brengen, totdat de openbaringen hem bereikten toen hij in de Hiraa'e- grot zat. De engel versheen voor hem en zei: ,,Lees" en de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, antwoordde: ,,Ik kan niet lezen...".

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, vertelde: ,,Hij pakte me krachtig vast totdat ik me in het nauw voelde, liet me daarna los en zei: ,,Lees". Ik zei: ,,Ik kan niet lezen". Hij pakte me voor de tweede keer krachtig vast, liet me los en zei: ,,Lees". Ik zei: ,,Ik kan niet lezen".

Hij pakte me krachtig vast voor de derde keer, liet me los en zei:

{ÇÞúÑóÃ&u acute; ÈöÇÓúã&oum l; ÑóÈøöß&oacu te; ÇáøóÐí ÎóáóÞóx ÎóáóÞó ÇáÅöäú&Oacute ;Çäó ãöäú ÚóáóÞò x ÇÞúÑóÃ&ua cute; æóÑóÈø&ot ilde;ßó ÇáÃóßú&Nt ilde;óãõx

ÇáøóÐí Úóáøóã&o acute; ÈöÇáúÞ&oacu te;áóãöxÚó áøóãó ÇáÅöäú&Oacute ;Çäó ãÇáóã&uacute ; íóÚúáó&a tilde;ú}


,,Lees voor! In de naam van jouw Heer, Die jou heeft geschapen.x Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp.x Lees voor! En jouw Heer is de meest Edele.x Degene Die onderwezen heeft met de pen. Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist."

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, is hierna trillend van angst naar zijn huis teruggegaan. Hij zei tegen Khadija, moge Allah met haar tevreden zijn: ,,Omhul mij, omhul mij". Zij omhulde hem totdat hij zich beter voelde. Hij zei tegen Khadija: ,,Het was beangstigend". Zij stelde hem toen gerust: ,,Oh nee, Allah zou je nooit in de steek laten. Je houdt contact met je bloedverwanten, zorgt voor iedereen, geeft aan de behoeftigen, bent gastvrij en steunt anderen bij hun onheil".

Khadija vertrok samen met hem naar Waraqah, de zoon van Nawfal Ibn Asad Ibn Abdul'uzza; hij was een neef van Khadija en had zich in het djahiliyya-tijdperk bekeerd tot het Christendom. Hij kende de Hebreeuwse taal en schreef uit de Indjiel in het Hebreeuws en was op het eind van zijn leven een oude blinde man.

Khadija vroeg hem: ,,Oh neef, luister naar de zoon van je broeder".

Toen zei Waraqah tegen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem: ,,Oh zoon van mijn broeder, wat heb je gezien?". De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, vetelde hem het verhaal en wat hij allemaal gezien had, waarna Waraqah zei: ,,Dit is precies wat Moesa ook is overkomen. Ik had nog gehoopt sterk genoeg te zijn en dat ik nog zou leven als jouw mensen je het land zouden hebben uitgezet". De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, zei: ,,Zullen ze mij dan eruit zetten?". Waraqah antwoordde: ,,Ja, elke man die dit krijgt wordt vijandig behandeld, als ik tegen die tijd nog leef, dan zal ik je terzijde staan", maar Waraqah is kort daarna overleden."

07-04-2003, 12:38
Het begin van de gezantschap en het neerdalen van de openbaring:

Het voorgaande was het verhaal van het begin van de gezantschap en de openbaringen aan de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, de eerste keer. Dit vond plaats tijdens de maand Ramadan en precies in de waardevolle nacht, "lailatoelqadr". Allah, de Verhevene, heeft gezegd:

{شَهْرُ رَمَضان& #1614; الَّذي أُنْـزِ& #1604;َ فيِه الْقُـر& #1618;آنُ}

,,De maand Ramdan is het waarin de Koran is neergezonden".



Ook heeft Allah gezegd:

{إِنـّا أَنْزَل& #1618;ناهُ في لَيْلَـ& #1577;ِ الْقَـد& #1618;رِ}

,,Voorwaar, wij hebben de Koran neergezonden in de Lailatoelqadr, d.w.z. de Waardevolle Nacht".

Volgens de meest betrouwbare overleveringen was het op een maandagnacht, net voor de ochtendschemering.

"Lailatoelqadr" vindt zoals bekend plaats op een oneven dag tijdens de laatste tien dagen van de maand Ramadan. Verder is het wetenschappelijk bewezen dat de maandag tijdends de Ramadan van dat jaar op de 21ste plaats vond. Dit betekent dat zijn gezantschap, Allah's zegen en vrede zij met hem, op de nacht van de 21ste van de maand Ramadan op een leeftijd van eenenveertig jaar tot hem kwam. Deze datum komt overeen met 10 augustus 610 (na Christus). De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, was dus veertig maanjaren, zes maanden en twaalf dagen oud hetgeen overeenkomt met negenendertig zonnejaren, drie maanden en tweeentwintig dagen. Hij werd gezonden op een leeftijd van veertig jaar, geteld volgens de zonnejaren.


Het stagneren van de openbaringen en het hervatten daarvan

De openbaringen stagneerden na de eerste keer in de Hiraa'e-grot, dit duurde enkele dagen lang en veroorzaakten diep verdriet bij de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Maar de achterliggende wijsheid is dat hij niet langer angst had, maar meer zekerheid kreeg en werd voor- bereid voor de ontvangst van de daaropvolgende openbaringen. Hij begon belangstellend het vervolg van de openbaringen te verwachten.

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, was nadat hij bij Waraqah geweest was, teruggegaan naar de Hiraa'e-grot om zich voor de rest van de maand Ramadan af te zonderen. Toen de aand Ramadan voorbij was en dus ook zijn 'eenzaamheid voor het aanbidden van Allah', verliet hij de grot op een ochtend aan het het begin van de maand Shawaal en keerde, zoals gewoonlijk, naar Mekka terug.

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, zei: ,,Toen ik bij de vallei aankwam werd ik geroepen. Ik keek naar de rechterkant maar zag helemaal niets, ik keek naar de linkerkant en zag ook niets, ik keek vervolgens naar voren en weer naar achteren maar kon niets zien. Maar toen ik naar boven keek, zag ik wel iets, de engel bezocht mij bij Hiraa'e. Hij zat op een zetel tussen de hemel en de aarde. Ik schrok toen ik hem zag en viel neer op de grond, daarna ben ik naar Khadija gegaan en begon haar te zeggen:

Omhul mij, ommantel mij en giet koud water over mijn hoofd."

Zij ommantelde me en goot koud water over me". Daarna werden de volgende Koranverzen neergezonden:

{ياأَيُّ ها الْمُدّ& #1614;ثِّرُ قُمِ فَأَنْذ& #1616;رْ وَرَبَّ& #1603;َ فَكَبِّ& #1585;ْ وَثِيّا& #1576;َكَ فَطَهِّ& #1585;ْ وَالرِّ& #1580;ْـزَ فاهْجُر& #1618;}



,,O jij ommantelde.x Sta op en waarschuw x. En prijs de grootheid van jouw Heer.x En reinig jouw kleding.x En vermijd elke zonde.x"

Dit gebeurde voordat het gebed een verplichting werd, maar daarna kwamen de openbaringen achtereenvolgens.

De openbaring van deze verzen uit de Koran vormden het begin van de gezantschap. Dit komt overeen met de onderbrekings- periode van de openbaringen. Deze verzen bevatten overigens twee categorieën verplichtingen en wat daarbij hoort:

De eerste categorie is het opdragen van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, om zijn boodschap over te brengen en anderen te waarschuwen, hetgeen naar voren komt in de verklaring van Allah, de Verhevene:

,,Sta op en waarschuw". Dit betekent dat de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, de mensen moet waarschuwen voor de bestraffing van Allah, de Verhevene, als zij geen afstand nemen van de dwaling waarin zij zich bevinden en van het aanbidden van iets anders dan Allah want dat is namelijk afgoderij; het stellen van metgezellen aan Allah, de Verhevene, in Zijn eigenschappen, Zijn rechten en in Zijn daden.

07-04-2003, 12:39


De tweede categorie is het opdragen van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, om de verplichtingen van Allah, de Verhevene, na te komen en zich daaraan te houden. Zodoende stelt hij Allah tevredenheid en wordt hij een voorbeeld voor hen die gelovig worden. Dit komt in daaropvolgende verzen naar voren. ,,En prijs de grootheid van jouw Heer" betekent dus: prijs alleen Hem in Zijn grootheid en stel geen metgezel aan Hem, de Verhevene. Met ,,En reinig jouw kleding" wordt bedoeld het reinigen van kleding en lichaam want wie Allah prijst hoort niet onrein of vuil te zijn.
,,En vermijd de zondigheid" betekent het vermijden van alles wat tot ontevredenheid van Allah kan leiden en dus tot Zijn bestraffing. Dit bereikt men door Allah, de Verhevene, te aanbidden en Hem te gehoorzamen. ,,En geef niet om meer te ontvangen" betekent: verricht niet een deugdzame daad met de bedoeling beter terug te krijgen in het wereldlijk leven.

De laatste vers verwijst naar het feit dat zijn mensen hem zullen benadelen zodra hij afstand neemt van hun religie en hen aanroept zich tot Allah, de enige God, te wenden: ,,En wees geduldig omwille van jouw Heer".


Aankondiging van de boodschap:

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, begon met het verkondigen van zijn boodschap na het openbaren van deze verzen. Zijn mensen waren heidenen en hadden geen religie, behalve het aanbidden van afgodsbeelden.

Als excuus hiervoor voerden zij aan dat hun voorouders dat ook deden.

Zij hechtten veel waarde aan het aanzien en hooghartigheid. Zij gebruikten het zwaard als enig middel voor het oplossen van hun problemen.

Daarom verkoos Allah, de Verhevene, voor Zijn profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, de geheime weg voor het verkondigen van Zijn boodschap. En dat Zijn profeet alleen degenen die de oprechtheid begeren zou benaderen. Hij diende bij zijn familieleden en vrienden te beginnen.

De eerste volgelingen:

Bij de aanvang van de verkondiging, heeft een aantal mensen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, in zijn boodschap gevolgd, zij hadden voorrang bij het verkrijgen van voorspoed en deugdzaamheid.

1. De allereerste persoon was Khadija, de dochter van Khuwailid, de moeder der gelovigen "Oum Almo'minien", d.w.z. "moeder der gelovigen", moge Allah met haar tevreden zijn. Zij was al op de hoogte van de verschillende tekenen die op het gezantschap wezen. Zij verwachtte dan ook dat hij de profeet van deze natie zou worden.

Dat werd alleen maar bevestigd door de verklaring van Waraqah. De engel Jibriel zou de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, bezocht hebben in de Hiraa'e-grot met de openbaringen van zijn gezantschap. Khadija zag wat de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, allemaal meemaakte na het neerdalen van de eerste verzen van "almuddathir". Het was dus vanzelfsprekend dat zij de eerste gelovige werd.

2. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, heeft ook zijn beste vriend Abu Bakr As-siddieq, moge Allah met hem tevreden zijn, benaderd om hem te vertellen dat Allah, de Verhevene, hem heeft geëerd door het gezantschap en om hem aan te roepen in hem te geloven. Abu Bakr heeft hem zonder enige twijfel gelooft, hij sprak de geloofsverklaring uit en was daarmee de eerste man die de profeet geloofde.

Hij was twee jaar jonger dan de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en was al voor een lange periode zeer bevriend met de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Hij wist alles van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, dus ook zijn geheimen. Het feit dat Abu Bakr de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, geloofde is het beste bewijs voor de echtheid van zijn verkondiging.

3. Tot de eerste gelovigen behoort ook Ali, de zoon van Abu Talib, moge Allah met hem tevreden zijn. Hij stond onder de voogdij van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en hij woonde bij hem thuis. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, gaf hem te eten en te drinken en zorgde voor hem.

Quraish was getroffen door hongerjaren, Abu Talib had veel kinderen en weinig geld, zodoende heeft Al'abbas de voogdij van zijn zoon Jaafar op zich genomen en heeft de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, die van Ali op zich genomen. Hij behandelde hem als zijn eigen kind. Bij het begin van het gezantschap van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, naderde Ali de volwassen leeftijd (er is overgeleverd dat hij tien jaar oud was). Hij immiteerde de profeet in al zijn daden. Toen de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, hem opriep zich te bekeren tot de Islam, stemde hij ermee in en is daarmee de eerste moslim geworden onder de kinderen.

07-04-2003, 12:40
Tot de eersten die de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, hebben geloofd, behoorde ook zijn slaaf Zaid Ibn Haarithah Ibn Churaahiel Alkalbi. Deze werd als krijgsgevangene genomen in het djaahiliyyah-tijdperk en werd verkocht. Hakim Ibn Huzaam heeft hem gekocht en schonk hem aan zijn tante Khadija; vervolgens schonk zij de slaaf aan de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Toen zijn vader en oom hiervan wisten, gingen zij naar de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, om met hem te praten. Zij hoopten dat de profeet Zaid goed zou behandelen en dat hij op den duur Zaid zijn vrijheid zou teruggeven. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, riep Zaid en liet hem kiezen tussen hem, zijn vader en oom, maar hij koos er voor om bij de profeet te blijven. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, is toen naar de mensen van Quraish gegaan en zei in hun aanwezigheid: ,,Ik verklaar nu dat Zaid mijn zoon is en dat de erfenis wederzijds is". Dit vond plaats voordat de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, zijn gezantschap had verkregen. Hierna werd hij Zaid, zoon van Mohammed, genoemd totdat de adoptie door de Islam ongeoorloofd werd geacht en hij weer Zaid, zoon van Haarithah werd genoemd.

Deze vier personen zijn allemaal op één dag moslim geworden, dezelfde dag dat de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, opgedragen werd de mensen te waarschuwen en daarna zijn boodschap verondigde. Vandaar dat deze vier personen afzonderlijk worden beschouwd als de eersten die moslim zijn geworden.

Daarna werd Abu Bakr, moge Allah met hem tevreden zijn, actief in het verkondigen van de Islam en werd hij de rechterhand van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem. Hij was vriendelijk en bemind, gemakkelijk, edelmoedig, vrijgevig en hooggeplaatst. Hij was een geleerde op het gebied van de Arabische afstammingen. Mensen uit zijn stam waren graag in zijn gezelschap omdat hij fatsoenlijk en oprecht was, men beminde hem ook om zijn kennis en zijn goedgunstigheid. Hij was een handelaar, was zeer vrijgevig en behandelde de mensen goed.

Hij riep degenen die hij kon vertrouwen van zijn stam tot de Islam, een aantal rechtschapen mensen uit zijn stam aanvaardden het; waaronder Othman Ibn Affan Alamawi, Az-zubair Ibn Awwaam Alasadi, Abdurrahmaan Ibn Awf Az-zahri, Sa'd Ibn Abi Waqqaas Az-zahri, Talhah Ibn Ubaidillah At-tamiemi. Abu Bakr, moge Allah met hem tevreden zijn, had ze over de Islam verteld en bracht ze bij de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, waarna zij zich allen zich tot de Islam bekeerden.

Na deze groep heeft ook de 'betrouwbare man van de natie', Abu Ubaidah Aamir Ibnul'djarraah, zich tot de Islam bekeerd en ook Abu Salamah Ibn Abdelasad, zijn vrouw Oum Salamah, Alarqam Ibnuabi Al-arqam, Othman Ibn Madh'oun en zijn twee broers Qudaamah en Abdullah, Ubaidah Ibn Alhaarith Ibn Abdulmuttalib Ibn Abdumunaaf, Said Ibn Zaid Ibn Amr Ibn Nufail en zijn vrouw Fatima, de dochter van Alkhattaab en de zus van Omar Ibn Alkhattaab, Khabaab Ibn Al'art, Jaafar Ibn Abu Talib en zijn vrouw Asma, dochter van Amies, Khaled Ibn Said Ibn Al'aas en zijn vrouw Amina, dochter van Khalaf, zijn broer Amr Ibn Said Ibn Al'aas, Haatib Ibn Alhaarith en zijn vrouw Fatima, dochter van Almudjallal en zijn broer Hattaab Ibn Alhaarith en zijn vrouw Fakiehah, dochter van Yasaar en zijn andere broer Mu'ammar Ibn Alhaarith, Almuttalib Ibn Azhar en zijn vrouw Ramlah, dochter van Abu A'wf en Na'iem Ibn Abdullah Ibn Usaid An-nahaam. Al deze mensen stammen af van Quraish.

Tot de eerste mensen, niet-Quraishieten, die zich tot de Islam hebben bekeerd, behoren onder andere: Abdullah Ibn Mas'ud Alhathlie, Mas'ud Ibn Rabi'a Alqaari, Abdullah Ibn Djahsh en zijn broer Abu Ahmad Ibn Djahsh, Suhaib Ibn Sinaan Ar-roemi, Ammar Ibn Yaasir Al'ansi, zijn vader Yaasir en zijn moeder Sumayya en Aamir Ibn Fahirah.

Naast de bovengenoemde personen, is er ook een aantal vrouwen die zich in een vroeg stadium tot de Islam bekeerde, waaronder: Oum Ayman Barakah Alhabashiyah, de slavin van de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en zijn oppas, Oum Alfadl Alhilaaliyah (ook de oudste Lubabah genoemd), de dochter van Alharith en de vrouw van Al'abbas Ibn Abdulmuttalib, Asma, de dochter van Abu Bakr, moge Allah met hem tevreden zijn.

07-04-2003, 12:42
Deze mensen staan bekend als de allereersten die zich tot de Islam bekeerden; "assaabiqien al'awalien". Het is gebleken, na onderzoek, dat het om ongeveer 130 metgezellen gaat. Het is verder onbekend of dit aantal zich tot de Islam heeft bekeerd, voordat de verkondiging van de boodschap openbaar werd of dat sommigen van hen zich pas in een later stadium bekeerd hadden.

De opvoeding van de gelovigen en de manier van hun aanbidding:

De openbaringen zijn voortgezet na het neerdalen van de eerste verzen van "almuddathir". Volgens overleveringen werd daarna soerat "alfatihah" neergezonden. Deze bevat de loftuiting, smeekbede en vormt de essentie van de Koran en die van de Islam in het algemeen. Het eerste wat de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, opgedragen was, op het gebied van aanbidding, is het gebed te onderwijzen; twee "rak'ah", d.w.z. "een onderdeel van het gebed als geheel" 's ochtends twee en 's middags twee. Dit heeft Jibriel aan hem overgedragen. Hij leerde hem de "woedo'e", d.w.z. "het ritueel wassen voorafgaand aan het gebed" en het gebed zelf.

De gehele reiniging werd een eigenschap van de moslims en de "woedo'e" werd een voorwaarde dat voorafgaand het gebed verricht diende te worden.

Het openingshoofdstuk van de Koran "alfatihah" was ook de kern van het gebed. Ook loftuitingen aan Allah en Hem prijzen, waren onderdelen van het gebed. De "salaat" was voor de gelovigen de manier van aanbidding, zij verrichtten het op plaatsen waar zij niet gezien konden worden, waarschijnlijk in valleien en bergpaden.

Er is verder niet bekend of men opgedragen werd andere zaken te verrichten of dat bepaalde handelingen afgeraden werden in deze periode.

De openbaringen belichtten verschillende kanten van het monotheïsme(het geloven in één God). Ze moedigden hen aan hun zielen te reinigen en goede karaktereigenschappen te verwerven, ze beschreven het paradijs en de hel, behelsten hoogwaardige aanbevelingen die de harten openstelden en de zielen voedden.

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, reinigde hen en onderwees hen de wijsheden uit het boek, begeleidde hen om hun harten te zuiveren, hun karakter te verbeteren, om tevreden te zijn en om oprechtheid te handelen in hun omgang met anderen. Hij haalde ze uit de duister naar het licht en verwees ze naar het rechte pad, leerde ze om vast te houden aan de religie en om vastberaden te zijn bij zaken die Allah, de Verhevene, aangaan en hierin te volharden.

Drie jaar lang is dit beperkt gebleven tot een select groep. De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, heeft in deze periode zijn boodschap openbaar verkondigd in algemene bijeenkomsten of gezelschappen. Hoewel de mensen in Quraish van zijn boodschap wisten, negeerden sommigen deze boodschap. De meesten hielden zich er niet zo mee bezig, omdat de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, nog niet over hun religie en goden sprak.

Pagina's : [1] 2 3 4 5 6 7