Advertentie: bereik met Marokko.nl vrijwel alle Marokkaanse jongeren


Bekijk volle/desktop versie : smeekbedes oftewel du3aas



Pagina's : [1] 2

eloujdia
01-05-2002, 14:03


Bismi allahi arahmani arahim, Salam aleikom beste mensen, Ik ga in chaa Allah hier enkele smeekbedes plaatsen. Met dank aan Said van wie ik ze gekregen heb, choukran. Het zijn hele belangrijke du3aas.1. Smeekbeden bij het waken van de slaap. 1. Alle lof behoort toe aan Allah die ons tot leven brengt nadat Hij ons heeft doen sterven en tot Hem is de terugkeer. "ÇáúÍóãúÜÏõ áöáøåö ÇáóøÐöí ÃóÍúÜíóÇäóÇ ÈóÚúÜÏó ãóÇ ÃóãóÇÊóÜäóÇ æóÅáíúåö ÇáäøõÜÔõæÑ." “Alh’amdoe liellaahie lladhie ah’yaana ba’ada maa amaatana wa ilayhie nnoeshoeer”. 2. Er is geen god dan Allah, Hij is de Enige, Die geen deelgenoten naast Zich heeft, tot Hem behoort de koninkrijk (bezit), en alle lof behoort Hem toe, en Hij heeft macht over alle zaken. Geprezen is Allah, alle lof behoort aan Allah, er is geen God buiten Allah en Allah is de Grootste. Er is geen macht en geen kracht behalve door Allah’s verlof, de Verhevene, de Machtige. Mijn Heer, vergeef me. "áÇó Åáóåó ÅáÇø Çááøåõ æóÍúÜÏóåõ áÇó ÔóÜÑíßó áóåõ¡ áóåõ ÇáãõáÜßõ æáóåõ ÇáÍóãÜÏõ¡ æåõæó Úóáì ßðáø ÔóíÁò ÞóÏíÑ¡ ÓõÜÈúÍóÇäó Çááåö¡ æÇáÍóãúÜÏõ ááå ¡ æáÇó Åáóåó ÅáÇø Çááåõ æÇááåõ ÃßÈóÑ¡ æóáÇó Íóæáó æóáÇó ÞõæøÉ ÅáÇø ÈÇááøåö ÇáÚóáíø ÇáÚóÙíã, ÑóÈøö ÇÛúÝÑú áöí." “La ielaaha iella llaahoe wah’dahoe laa sharieka lahoe, lahoe lmoelkoe wa lahoe lhamdoe, wa Hoewa ‘ala ******e shay-ien Qadier. Soebh’ana llaahie, walh’amdoe liellaahie, wa laa ielaaha iella llaahoe wa llaahoe Akbar, wa la h’awla wa laa Qoewwata iella biellaahie l’alieyyie la’dhziem, Rabbie ghfierlie”. 3. Alle lof behoort toe aan Allah, die gezondheid geeft aan mijn lichaam, mijn ziel naar mij teruggebracht heeft en mij toestaat Hem te gedenken. "ÇáúÍóãúÏõ ááåö ÇáøÐöí ÚóÇÝóÇäí Ýí ÌóÓóÏí æóÑóÏø Úóáíøó ÑõæÍöí æóÃóÐöäó áöí ÈöÐößúÑöå." “Alh’amdoe liellaahie lladhie ‘aafaanie fie djasadie, wa radda ‘alayya roeh’ie, wa adhina lie bidhiekrieh”. 4. “Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in het afwisselen van de nacht en de dag zijn zeker Tekenen voor bezitters van begrip. Degenen die Allah gedenken terwijl zij staan en zitten en op hun zij liggen en nadenken over de schepping van de hemelen en de aarde, (zeggend:) “Onze Heer, U heeft dit (alles) niet voor niets geschapen, glorie zij U, bescherm ons dus tegen de bestraffing van de Hel. Onze Heer, voorwaar, U bent degene die iemand de Hel binnenleidt, U heeft hem dan waarlijk vernederd. En voor de onrechtvaardigen zullen er geen helpers zijn. Onze Heer, voorwaar, wij hebben een oproeper gehoord die oproept tot geloof: ‘Gelooft in jullie Heer,’ dus geloven wij. Onze Heer, vergeef ons onze zonden en wis onze fouten uit en neem ons leven met (dat van) de vromen. Onze Heer, schenk ons wat U aan Uw Boodschappers beloofd hebt en verneder ons niet op de Dag der Opstanding. Voorwaar, U verbreekt de belofte niet.” En hun Heer heeft hun (smeekbede) verhoord (zeggend:) “Voorwaar, Ik doe het werk van de werkenden van jullie niet verloren gaan, of het nu man of vrouw is, jullie komen uit elkaar voort. Zij die uitgeweken zijn en uit hun huizen verdreven werden, en die leden op Mijn Weg, en zij (die) doodden en gedood werden: Ik zal hun fouten zeker uitwissen en hen in de Tuinen (het Paradijs) binnenleiden, waaronder door de rivieren stromen, als een beloning van bij Allah. En Allah, bij Hem is de goede beloning.” Laat je niet verleiden door het (genietend) rondgaan van degenen die ongelovig zijn in het land. (Het zijn slechts) kleine genietingen, en vervolgens is hun verblijfplaats de Hel, dat is de slechtste verblijfplaats. Maar degenen die hun Heer vrezen, voor hen zijn er de Tuinen (het Paradijs) waaronder door de rivieren stromen, zij zijn daarin eeuwig levenden, een ontvangst van Allah. En dat wat van Allah komt is beter voor de vromen. En voorwaar, er zijn er onder de Lieden van de Schrift die zeker in Allah geloven en in wat aan jullie geopenbaard is en in wat aan hen geopenbaard is, terwijl zij nederig tegenover Allah zijn, zij ruilen de verzen van Allah niet in voor een geringe prijs: zij zijn degenen voor wie hun beloning bij hun Heer is. Voorwaar, Allah is snel met de afrekening. O jullie die geloven, weest geduldig, en weest standvastig, sluit de rijen en vreest Allah. Hopelijk zullen jullie welslagen.” Arabisch: “Ienna fie khalqi ssamaawaatie wa l-ardie wakhtilaafie llaylie wa nnahaarie la-aayaatien lie-oeli l-albaab. Alladhiena yadhkoeroena llaaha qieyaaman wa qoe’oodan wa ‘ala djoenoebiehiem wa yatafakkaroena fie khalqie ssamaawaatie wa l-ardie Rabbanaa ma khalaqta haadha baatielan soebh’aanaka faqiena ‘adhaaba nnaar. Rabbana innaka men toedkhielie nnaara faqad akhzaytah wa maa lidhzaliemiena mien ansaar. Rabbana iennana sami’na moenaa-din yoenaadie liel iemaanie an aaminoe bierabbikoem fa-aamanna, Rabbana faghfier lanaa dhoenoebana wa kaffier ‘anna sayyie-aatiena wa tawaffanaa ma’a l-abraar. Rabbana wa aatiena maa wa’adtana ‘ala roesoelieka wa laa toekhziena yawma lqieyaamah, innaka la toekhlifoe lmie’aad. Fastadjaaba lahoem rabboehoem annie laa odiee’oe ‘amala ‘aamielien mienkoem mien dhakarien aw oentha, ba’doekoem mien ba’d, fal-ladhiena haadjaroe wa oekhridjoe mien dieyaariehiem wa oedhoe fie sabieelie wa qaataloe wa qoetieloe la oekaffieranna ‘anhoem sayyie-aatiehiem wa la odkhielannahoem djannaatien tadjrie mien tah’tieha l-anhaaroe thawaaban mien ‘iendie llaah, wallahoe ‘iendahoe hoesnoe tthawaab. Laa yag****rannaka taqalloeboe lladhiena kafaroe fie lbielaad. Mataa’oen qalieloen thoemma mae-waahoem djahannamoe, wa bie-sa lmiehaad. Laakinie lladhiena ttaqqaw Rabbahoem lahoem djannaatien tadjrie mien tah’tieha l-anhaaroe khaaliedhiena fieha noezoelan mien iendie llaah, wa maa ‘ienda llaahi khayroen liel abraar. Wa ienna mien ahlie lkietaabie leman yoe-minoe biellaahie wa maa oenziela ielaykoem wa maa oenziela ielayhiem khashie’iena liellaahie la yashtaroena bie aayatie llaahie thamanan qaliela. Oelaa-íeka lahoem adjroehoem ‘ienda rabbiehiem, inna llaaha sarie’oe lh’iesaab. Yaa ayyoeha lladhiena aamanoe sbieroe wa saabieroe wa raabiethoe wattaqoe llaaha la’allakoem toeflieh’oen”. --------------------------------------------------- Bron: Citadel van de moslim Oorspronkelijk geschreven door: Sheikh Sa’id ibn Ali ibn Wahf Al-Qahtani. Vertaald door: Moutapha El-Eyadi & Ikram Jaballah

eloujdia
01-05-2002, 14:06
Salam aleikom beste mensen, 2. Smeekbede bij het aankleden. Alle lof behoort toe aan Allah die mij heeft gekleed met dit (kledingstuk) en het voor me heeft voorzien, zonder kracht en macht mijner zijds. "ÇáúÍóãúÏõ áöáøå ÇáøÐí ßóÓóÇäöí åóÐóÇ (ÇáËøóæÈ) æó ÑóÒóÞóäöíåð ãöä ÛíÑ Íóæáò ãöäøí æ áÇó ÞõæøóÉ." “Alh’amdoe liellahie lladhie kassaani haadha (atthawb) wa razaqaniehoe mien ghayrie h’awlien miennie wa laa qoewwah”. --------------------------------------------------------------- 3. Smeekbede bij het aantrekken van nieuwe kleding. 6. O Allah, alle lof behoort aan U. U heeft mij gekleed. Ik vraag U voor zijn goedheid en de goedheid waarvoor het gemaakt is en zoek Uw bescherming voor het kwade ervan en voor het kwade waarvoor het gemaakt is. "Çááøåõãøó áóßó ÇáÍóãÏõ ÃóäÊó ßóÓóæÊóäöíåö, ÃóÓÃóáõßó ãä ÎóíÑå æó ÎóíÑ ãóÇ ÕõäöÚó áóå, æó ÃÚõæÐ Èßó ãä ÔóÑøå æó ÔóÑø ãóÇ ÕõäÚó áóå." “Allaahoemma laka lh’amdoe anta kasawtanieehie, as-aloeka mien khayriehie wa khayrie ma sonie’a lahoe, wa a’oedhoe bieka mien sharriehie wa sharrie ma sonie‘a lah”. ------------------------------------------------------------------------ 4. Smeekbede voor iemand die nieuwe kleding draagt. 7. Moge Allah de Verhevene, het vervangen als het ver****en is. "ÊõÈáöí æó íõÎáöÝõ Çááåõ ÊóÚóÇáì." “Toeblie wa yoekhliefoe llaahoe ta’ala”. 8. Draag nieuwe kleding, leid een (Allah) lovend leven en sterf als martelaars. ------------------------------------------------------------------------------ 5. Wat te zeggen bij het ontkleden. 9. In de Naam van Allah. "ÈòÓúãö Çááå." “Bismiellaah”. -------------------------------------------------------------------------------- Bron: zie eerste bericht

eloujdia
01-05-2002, 14:08
Salam aleikom, 6. Smeekbede bij het betreden van het toilet. 10. [In de Naam van Allah], O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen onreine satans, mannelijk en vrouwelijk. "[ÈòÓãö Çááåö], Çááøåõãø Åäøí ÃÚõæÐõ Èßó ãöäó ÇáÎõÈúËö æó ÇáúÎóÈóÇÆöË." “[Bismillaah] Allaahoemma iennie a’oedhoe bieka mina lkhoebthie wa lkhabaa’ieth”. --------------------------------------------------------------------------- 7. Smeekbede bij het verlaten van het toilet. 11. Vergeef mij (O Allah). "ÛõÝÑóÇäðß." “Ghoefraanak”. ---------------------------------------------------------------------------- 8. Smeekbede voordat de kleine wassing uitgevoerd is. 12. In de Naam van Allah. "ÈòÓúãö Çááå." “Bismillaah”. --------------------------------------------------------------------------- 9. Smeekbede bij het beëindigen van de kleine wassing. 13. Ik getuig dat er geen God is dan Allah, Hij is de Enige, Hij heeft geen deelgenoot; en ik getuig dat Mohammed Zijn Dienaar en Boodschapper is. "ÃóÔúåóÏõ Ãä áÇ Åáåó ÅáÇ Çááå æóÍÏóåõõ áÇ ÔóÑíßó áóåõ æó ÃÔåóÏõ Ãäøó ãõÍóãøóÏðÇ ÚóÈÏõåõ æó ÑóÓõæáõå." “Ash-hadoe an laa ielaaha illa llaahoe wah’dahoe laa sharieka lahoe wa ash-hadoe anna Moeh’ammadan ‘abdoehoe wa Rasoeloeh”. 14. O Allah, laat mij behoren tot degenen die berouwvol zijn en laat me behoren tot de degenen die zich reinigen. "Çááóøåõãø ÇÌúÚóáäöí ãöäó ÇáÊøóæøóÇÈíäó æó ÇÌÚóáäöí ãöäó ÇáãõÊóØóåöÑöíäó." “Allaahoemma dj’alnie miena ttawwaabiena wadj’alnie mina lmoetathahhierien”. 15. Geprezen bent U, O Allah, alle lof behoort aan U, ik getuig dat er geen God is dan U. Ik vraag U om vergiffenis en ik keer mij tot U in berouw. "ÓõÈÍóÇäóßó Çááøåõãøó æó ÈÍóãÏößó, ÃóÔåóÏõ Ãóä áÇó Åáóåó ÅáÇø ÃäÊ, ÃóÓÊóÛÝöÑõßó æó ÃóÊõæÈõ Åáóíúß." “Soebh’aanaka Allaahoemma wa bieh’amdika, ash-hadoe an laa ielaaha iella anta, astaghfieroeka wa atoeboe ielayk”. Bron: zie eerste bericht. In chaa Allah zal ik later nieuwe toevoegingen erbij doen. m3aa salama

eloujdia
01-05-2002, 23:18
Salam aleikom, We gaan weer even verder in chaa Allah, 10. Smeekbede bij het verlaten van het huis. 16. In de Naam van Allah, ik heb mijn vertrouwen in Allah gesteld, er is geen macht en geen kracht buiten Allah. "ÈòÓúãö Çááå, ÊóæóßøáúúÊõ Úóáóì Çááå, æó áÇó Íóæúáó æó áÇó ÞõæøÉó ÅáÇøó ÈòÇááå." “Bismiellaahie, tawakkaltoe ‘ala llaahie, wa la h’awla walaa qoewwata iella biellaah”. 17. O Allah, Ik zoek mijn toevlucht bij U opdat ik zal dwalen of gedwaald wordt, opdat ik zal zondigen of in zonden word gebracht, opdat ik onrecht zal plegen of onreht word aangedaan en opdat ik verval in onwetendheid of in onwetenheid gesleept word.. "Çááøóåõãøó Åöäøöí ÃóÚõæÐõ Èößó Ãóäú ÃÖöáøó, Ãóæú ÃÖóáú, Ãóæú ÃÒöáøó, Ãóæú ÃÒóáú, Ãóæú ÃóÙúáöãó, Ãóæú ÃÙúáãú, Ãóæú ÃÌúåóáó, Ãóæú íõÌúåóáó Úóáíøú." “Allaahoemma ienni a’oedhoe bieka an adhiella, aw odhal, aw ozilla, aw oezal, aw adhzlima, aw odhzlem, aw adjhala aw yoedjhala ‘alayy”. 11. Smeekbede bij het betreden van de woning. 18. In de Naam van Allah gaan wij naar binnen, In de Naam van Allah gaan wij naar buiten, en op onze Heer rekenen wij (verder dient men de aanwezigen te groeten). "ÈòÓúãö Çááåö æóáóÌúäóÇ, æó ÈòÓúãö Çááåö ÎóÑóÌúäóÇ, æó Úóáóì Çááåö ÑóÈøóäóÇ ÊóæóßøóáúäóÇ, Ëõãøð áöíõÓóáøã Úóáóì Ãóåúá ÈóíúÊöå." “Bismillahie waladjna, wa bismiellaahie kharadjna, wa’ala Rabbiena tawakkalna (verder dient men de aanwezigen te groeten)”.

eloujdia
01-05-2002, 23:18


12. Smeekbede onderweg naar de moskee. 19. O Allah, breng licht in mijn hart, en licht op mijn tong, en licht in mijn oren en in mijn gezichtsvermogen licht, en boven mij licht, en onder mij licht, en rechts van mij licht, en links van mij licht, en voor me licht en achter mij licht. Breng licht in mijn ziel. Vergroot licht voor mij en breidt licht voor mij uit en maak voor mij licht en maak mij licht en maak voor mij licht. O Allah, schenk mij licht en maak licht in mijn zenuwen, en licht in mijn lichaam en licht in mijn bloed en licht in mijn haar en in mijn huid licht. (O Allah, maak voor mij een licht in mijn graf… en een licht in mijn botten.) (Geef mij meer licht, geef mij meer licht, geef mij meer licht.) (Schenk mij licht op licht). "Çááøóåõãøó ÇÌúÚóáú Ýí ÞóáúÈòí äõæÑðÇ, æó Ýí áöÓóÇäí äæõÑðÇ, æó Ýí ÓóãúÚí äõæÑðÇ, æóó Ýí ÈóÕóÑí äõæÑðÇ, æó ãöäú ÝóæúÞí äõæÑðÇ, æó ãöä ÊóÍúÊí äõæÑðÇ, æó Úóäú ÔóãóÇáöí äæõÑðÇ, æó ãöä ÃóãóÇãöí äõæÑðÇ, æóãöäú ÎóáúÝí äõæÑðÇ, æó ÇÌúÚóáú Ýí äóÝúÓí äõæÑÇ, æóÃóÚúÙöãú áí äõæÑðÇ, æó ÚÙã áöí äõæÑðÇ, æó ÇÌúÚóáú áí äõæÑðÇ, æó ÇÌúÚóáúäí äõæÑðÇ, Çááøåõãø ÃóÚúØöäí äõæÑðÇ, æó ÇÌúÚóáú Ýí ÚóÕóÈí äõæÑðÇ, æó Ýí áóÍúãöí äõæÑÇ, æó Ýí Ïóãöí äõæÑðÇ, æó Ýí ÔóÚúÑí äõæÑðÇ, æó Ýí ÈóÔóÑöí äõæÑðÇ.","[ Çááøóåõãøó ÇÌúÚóáú áöí äõæÑðÇ Ýí ÞóÈúÑöí..æó äõæÑðÇ Ýí ÚööÙóÇãöí]", "[æó ÒöÏúäöí äõæÑðÇ, æó ÒöÏúäöí äõæÑðÇ, æó ÒöÏúäöí äõæÑðÇ]"."[æó åóÈú áöí äõæÑðÇ Úóáóì äõæÑ"]. “Allaahoemma dj’al fie qalbie noeran, wa fie liesaanie noeran, wa fie sam’i noeran, wa fie basarie noeran, wa mien fawqie noeran wa mien tah’tie noeran, wa ‘an yamieni noeran wa ‘an shiemaalie noeran, wa mien amaamie noeran, wa mien khalfie noeran, wadj’al fie nafsie noeran, wa a’dhziem lie noeran, wa ‘addhziem lie noeran, wadj’al lie noeran, wadj’alnie noeran, Allaahoem-ma a’tinie noeran, wadj’al fie ‘asabie noeran, wa fie lah’mie noeran, wa fie damiee noeran, wa fie sha’rie noeran, wa fie basharie noeran. [Allaahoemma Dj’al lie noeran fie qabrie…wa noeran fie ‘iedhzaamie]. [Wa ziednie noeran, wa ziednie noeran, wa ziednie noeran. [ Wa hab lie noeran ‘ala noer]”. 13. Smeekbede bij het betreden van de moskee. 20. Ik zoek mijn toevlucht bij de Almachtige Allah en bij Zijn Edele Gezicht, bij Zijn oneindige Heerschappij, tegen Shaytan de verworpene. (In de Naam van Allah, zegeningen.) (En vrede zij met de boodschapper van Allah.) “O Allah, open voor mij de deuren van Uw genade. "ÃóÚõæÐõ ÈòÇááåö ÇáúÚóÙöíã, æó ÈòæóÌúåöåö ÇáúßóÑöíã, æó ÓõáØóÇäöåö ÇáúÞóÏöíã, ãöäó ÇáÔøóíúØóÇäö ÇáÑøóÌöíã."."[ÈÓúãö Çááåö, æóÇáÕøóáÇóÉõ] [æó ÇáÓøóáÇóãõ Úóáóì ÑóÓõðæáö Çááå] "Çááøóåõãøøó ÇÝúÊóÍú áöí ÃóÈúæóÇÈó ÑóÍúãóÊöß." “A’oedhoe biellaahie l’adhzeem, wa bie wadjhiehie lkariem, wa soelthaaniehie lqadiem, mina sshaytaanie rradjiem. [Biesmiellaahie, wa ssalaatoe]. [wa ssalaamoe ‘ala rasoelie llaah] Allaahoemma ftah’lie abwaaba rah’matik.” 14. Smeekbede bij het verlaten van de moskee. 21. In de Naam van Allah, en moge de vrede en zegeningen over de Boodschapper van Allah. O Allah, ik vraag om Uw gunst, O Allah, bescherm mij tegen Shaytan de verworpene. "ÈòÓúãö Çááå æó ÇáÕøóáÇóÉõ æó ÇáÓøóáÇóãõ Úóáóì ÑóÓõæáö Çááå, Çááøóåõãøó Åöäøöí ÃóÓúÃóáõßó ãöäú ÝóÖúáößó, Çááøóåõãøó ÇÚúÕöãúäöí ãöäó ÇáÔøóíúØóÇäö ÇáÑøóÌöíã." “Bismiellaahie wa ssalaatoe wa ssalaamoe ‘ala rasoelie llaah, Allaahoemma iennie as-aloeka mien fadlieka, Allaahoemma ‘esimnie mina sshaytaanie rradjiem”.

eloujdia
01-05-2002, 23:20
Salam aleikom, Morgen in chaa Allah du3aas in verband met het gebed. m3aa salama

eloujdia
02-05-2002, 15:56
Salam aleikom, 15. Smeekbeden bij het horen van de oproep tot het gebed (adaan). Herhaal wat de Moe-addien (gebedsoproeper) zegt, behalve wanneer hij zegt: "ÍóÜíøó ÚóáóÜì ÇáÕøóáÇóÉ (Ãóæú) ÍóÜíøó ÚóáÜì ÇáúÝóÜáÇóÍú." 22. H’ayya ‘ala ssalaah: haast u tot het gebed en h’ayya ‘ala lfalaah’: haast u tot de voorspoed. Hier moet u zeggen: Er is geen kracht noch macht behalve bij Allah. "áÇó ÍóÜæúáó æóáÇó ÞõÜæøóÉó ÅöáÇóø ÈöÇááåó." “ Laa h’awla walaa qoewwata iella biellaah”. 23. Ik getuig dat er geen God is dan Allah, Hij is de Enige, Hij heeft geen deelgenoot en dat Mohammed Zijn dienaar en Zijn boodschapper is. Ik ben tevreden met Allah als Rab (Heer, schepper) met Mohammed als boodschapper en met de Islam als (mijn) religie. (Dit behoort in het Arabisch gereciteerd te worden na tashahhoed (geloofsgetuigenis) van de Moe-addien. "æóÃóäóÇ ÃóÔúåóÏõ Ãóäú áÇó Åöáóåó ÅöáÇóø Çááåõ æóÍúÏóåõ áÇó ÔóÑöíßó áóå¡ æóÃóäøó ãõÍóãøÜÏÇð ÚóÈúÜÏõåõ æóÑóÓõÜæáõå¡ ÑóÖöíÜÊõ ÈöÇááåö ÑóÈøóÇð ¡ æóÈöãõÍóãøóÏò ÑóÓÜõæáÇð æóÈöÇáÅöÓúáÇóãö ÏöíäóÜÇð." “Wa ana ash-hadoe an laa ielaha illaa llaahoe wah’dahoe laa sharieka lahoe wa anna Moeh’ammadan ‘abdoehoe wa rasoeloehoe radietoe biellaahie rabban, wa bie Moeh’ammadan rasoelan wa bie l-ieslaamie dienan”. 24. Na het herhalen van de adaan nvan de Moe-addien, moet u in het Arabisch Allah’s zegeningen over de profeet zeggen. 25. O Allah, die de Rab (Heer) van deze perfecte oproep en te verrichten gebed (salaat) is, schenk Mohammed Al-wasielah (een plaats in het paradijs) en Al-fadielah (een rang boven de rest van de schepselen) en geef hem de geëerde rang die U hem heeft beloofd, (Voorwaar, U verbreekt geen beloftes). "ÇááøóåõÜãøó ÑóÈøó åóÐöåö ÇáÏøÚúÜæóÉö ÇáÊøÜÇãøóÉö æóÇáÕøóáÇóÉö ÇáÞóÜÇÆöãóÉ ÂÊö ãõÍóÜãøóÏÇð ÇáæóÓöíÜáóÉó æóÇáúÝóÖöÜíáóÉ æóÇÈúÚóÜËúåõ ãóÞÜóÇãÜÇð ãóÍúÜãõæÏÇð ÇáøóÐöí æóÚóÜÏúÊóå ÅöäøóÜßó áÇó ÊõÜÎúáöÝõ ÇáãöíÜÚóÇÏú." “Allaahoemma rabba haadhiehie adda’watie attaamah, wassalaatie lqaa-iemah, aatie moeh’ammadan al-wasielata wal-fadhielata wab’ath-hoe maqaaman mah’moedan alladhie wa’adtah, [iennaka laa toekhliefoe lmiee-‘aad”. 26. Tussen de oproep tot het gebed (adaan) en de ieqamah kunt u Allah vooruzelf smeken. Smeekbeden in deze tijd worden niet geweigerd. 16. Smeekbeden voor het begin van het gebed. 27. O Allah, scheid mij van mijn zonden zoals U het Oosten van het Westen heeft gescheiden. O Allah, reinig mij van mijn zonden zoals de witte stof wordt gewassen van vlekken. O Allah, was mijn zonden weg met ijs en water en vorst. "Çááøóåõãøó ÈóÇÚöÏú Èóíúäöí æó Èóíúäó ÎóØóÇíóÇíó ßóãóÇ ÈóÇÚóÏúÊó Èóíúäó ÇáãÔúÑöÞö æó ÇáãÛúÑöÈú,Çááøóåõðãøó äóÞøöäöí ãöäú ÎóØóÇíóÇíó, ßóãóÇ íõäóÞøóì ÇáËøóæúÈõ ÇáÃóÈúíóÖõ ãöäó ÇáÏøóäóÓ, Çááøóåõãøó ÇÛúÓöáúäöí ãöäú ÎóØóÇíóÇíó, ÈÇáËøóáúÌö æó ÇáãÇÁö æó ÇáúÈóÑóÏ." “Allaahoemma baa’id baynie wa bayna khataayaya kamaa baa’adta bayna lmashriqie wa lmaghrib, Allaahoemma naqqienie mien khataayaaya kama yoenaqqa tthawboe l-abyadoe mina ddanas, Allaahoemma ghsielnie mien khataayaaya, bit-thaldji wa lmaa-ie wa lbarad”. 28. Volmaakt bent U, O Allah! En U komt lof toe en gezegend is Uw naam en verheven Uw majesteit en buiten U is er niets of iemand waard aanbeden te worden. "ÓõÈúÍóÇäóßó Çááøóåõãøó æó ÈÍóãúÏößó, æó ÊóÈóÇÑóßó ÇÓúãõßó, æó ÊóÚóÇáóì ÌóÏøõßó, æó áÇó Åöáóåó ÛóíúÑõßó." “Soebh’aanaka Allaahoemma wa bieh’amdieka, wa tabaaraka smoeka, wa ta’aala djaddoeka wa la ielaaha ghayroek”. 29. Ik keer mijn gezicht naar de Enige, die de hemelen en de aarde heeft geschapen, als een ware gelovige. Ik associeer niemand anders met Allah. Voorwaar mijn gebed en mijn toewijding, mijn leven en mijn dood, zijn voor Allah, Heer van de Werelden, Hij heeft geen deelgenoten. Dus ik ben bevolen en ik behoor tot de moslims. O Allah, U bent de Eigenaar (van de schepping), er is geen God dan U. U bent mijn Heer en ik ben Uw dienaar. Ik heb mijn eigen ziel tekort gedaan en ik erken mijn zonden. Vergeef mij al mijn zonden, voorzeker niemand kan zonden vergeven dan U. Leidt mij tot de beste karakter, want niemand kan mij leiden tot de beste karakter behalve U. Bescherm mij tegen de kwaadheden van mijn karakter, voorwaar niemand kan mij beschermen tegen haar slechtheden dan U. Ik sta voor U en ik smeek U. Alle goedheid is in Uw handen, kwaad kan U niet raken. Ik besta door U en U zal tot U keren. U bent meest Gezegend, meest Verheven. Ik zoek Uw vergiffenis en toon berouw aan U. "æóÌøóåúÊõ æóÌúåöíó áöáøóÐöí ÝóØóÑó ÇáÓøóãóÇæóÇÊö æó ÇúáÃóÑúÖö ÍóäöíÝðÇ æó ãóÇ ÃóäóÇ ãöäó ÇúáãÔúÑößöíä, Åöäøó ÕóáÇóÊöí, æó äõÓõßöí, æó ãóÍúíóÇíó, æó ãóãóÇÊöí ááåö ÑóÈøö ÇáúÚóÇáóãöíä, áÇó ÔóÑöíßó áóå æó ÈÐóáößó ÃõãöÑúÊõ æó ÃóäóÇ ãöäó ÇáãÓúáöãöíä. Çááøóåõãøó ÃóäúÊó Çáãóáößõ áÇó Åöáóåó ÅöáÇøó ÃóäúÊ. ÃóäúÊó ÑóÈøí æó ÃóäóÇ ÚóÈúÏõß, ÙóáóãúÊõ äóÝúÓöí æó ÇÚúÊóÑóÝúÊõ ÈÐóäúÈí ÝóÇÛúÝöÑú áöí ÐõäõæÈí ÌóãöíÚðÇ Åöäøóåõ áÇó íóÛúÝöÑõ ÇáÐøõäõæÈó ÅöáÇøó ÃóäúÊ. æó ÇåúÏöäöí áÃóÍúÓóäö ÇáÃóÎúáÇóÞú áÇó íóåúÏöí áÃóÍúÓóäöåóÇ ÅöáÇøó ÃóäúÊ, æó ÇÕúÑöÝú Úóäøöí ÓóíøöÆóåóÇ, áÇó íóÕúÑöÝõ Úóäøöí ÓóíøöÆóåóÇ ÅöáÇøó ÃóäúÊ, áóÈøóíöúßó æó ÓóÚúúÏóíúßó, æó ÇáúÎóíúÑõ ßõáøõåõ ÈíóÏóíúßó, æó ÇáÔøóÑøõ áóíúÓó Åöáóíúß, ÃóäóÇ Èößó æó Åöáóíúßó, ÊóÈóÇÑóßúÊó æó ÊóÚóÇáóíúÊó, ÃóÓúÊóÛúÝöÑõßó æó ÃóÊõæÈõ Åöáóíúß." “Wadjjahtoe wadjhieya lielladhie fatara ssamaawaatie wa l-ardie haniefan wa maa ana miena lmoeshriekien, ienna salaatie, wa noesoekie, wa mah’yaaya, wa mamaatie liellaahie Rabbie l‘aalemien, laa sharieka lahoe wa bie dhaalieka oemiertoe wa ana miena lmoesliemien. Allaahoemma anta lmaliekoe laa iellaaha iellaa ant. Anta Rabbie wa ana ‘abdoek, dhzalemtoe nafsie wa’taraftoe bidanbie faghfierlie dhoenoebie djammie’an iennahoe laa yaghfieroe ddhoenoeba iellaa ant. Wahdienie li-ah’sanie l-akhlaaqie laa yahdie li-ah’sanieha iella ant, wasrief ‘annie sayyie-aha, laa yasrifoe annie sayyie-aha iella ant, labbayka wa sa’dayk, walkhayroe koelloehoe bieyadayk, wassharroe laysa ielayk, ana bieka wa ielayka tabaarakta wa ta’aalayt, astaghfieroeka wa atoeboe ielayk”. 30. O Allah, Rab (Meester) van Djiebraa-iel, Miekaa-iel en Israafiel . Maker van de hemelen en de aarde. Kenner van het ongeziene en de zichtbare. U bent de Rechter tussen waarin ze met elkaar in onenigheid verkeren. Leidt mij naar de waarheid bij Uw verlof waarom zij in onenigheid zijn. Voorzeker U leidt wie U ook wil naar het pad van rechtvaardigheid. "Çááøóåõãøó ÑóÈøó ÌöÈúÑöíáó, æó ãöíßóÇÆöíáó, æó ÅöÓúÑóÇÝöíáó ÝóÇØöÑó ÇáÓøóãóÇæóÇÊö æó ÇáÃóÑúÖö, ÚóÇáöãó ÇáúÛóíúÈö æó ÇáÔøóåóÇÏóÉ, ÃóäúÊó ÊóÍúßõãõ Èóíúäó ÚöÈóÇÏößó ÝöíãóÇ ßóÇäõæÇ Ýöíåö íóÎúÊóáöÝõæä. ÇåúÏöäóÇ áãóÇ ÇÎúÊõáöÝó Ýöíåö ãöäó ÇáúÍóÞøö ÈÅöÐúäöß Åäøóßó ÊóåúÏöí ãóäú ÊóÔóÇÁõ Åöáóì ÕöÑóÇØò ãõÓúÊóÞöíã." “Allaahoemma Rabba Djibraa-iela, wa miekaa-ieela, wa Israafieela faatira ssamaawaatie wa l-ard, ‘aalima lghaybie wa sshahaadah, anta tah’koemoe bayna ‘iebaadieka fieema kaanoe fiehie yakhtaliefoen iehdina liemaa khtoeliefa fiehie miena lh’aqqie bie iedhniek iennaka tahdie men tashaa-oe iela sieraatien moestaqiem”. 31. Allah is de Grootste, de Allergrootste, Allah is de Grootste, de Allergrootste, Allah is de Grootste, de Allergrootste. Volstrekte lof is aan Allah. Volstrekte lof is aan Allah. Volstrekte lof is aan Allah. De prijzingen zij Allah in de ochtend en in de avond. (Reciteer drie keer in het Arabisch) Ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen de Shaytan. Voor zijn hoogmoed en zijn leugen en zijn influisteringen. "Çááåõ ÃóßõÈóÑõ ßóÈöíÑðÇ, Çááåõ ÃóßõÈóÑõ ßóÈöíÑðÇ, Çááåõ ÃóßõÈóÑõ ßóÈöíÑðÇ, æóÇáúÍóãúÏõ ááåö ßóËöíÑðÇ, æóÇáúÍóãúÏõ ááåö ßóËöíÑðÇ, æóÇáúÍóãúÏõ ááåö ßóËöíÑðÇ, æó ÓõÈúÍóÇäó Çááåö ÈõßúÑóÉð æó ÃóÕöíáÇð."(ËáÇËÇ). "ÃóÚõæÐõ ÈÇááåö ãöäó ÇáÔøóíúØóÇäö: ãöäú äóÝúÎöåö, æó äóÝúËöåö æó åóãúÒöå." “Allaahoe Akbaroe Kabiera, Allaahoe Akbaroe Kabiera, Allaahoe Akbaroe Kabiera, wa lh’amdoe liellaahie kathiera, wa lh’amdoe liellaahie kathiera, wa lh’amdoe liellaahie kathiera, wa Soebh’aana Allaahie boekratan wa asiela”. “A’oedhoe biellaahie miena sshaytan: mien nafkhiehie, wa nafthiehie, wa hamzieh”.

eloujdia
02-05-2002, 15:57
--vervolg op het voorgaande-- 32. O Allah, lof is aan U . U bent het licht van de hemelen en de aarde en alles wat zij bevatten. Lof is aan U, U bent de Onderhouder van de hemelen en de aarde en alles wat zij bevatten. [Lof is aan U, U bent de Rab (Heer) van de hemelen en de aarde en alles wat zij bevatten.] [Lof is aan U, U heeft heerschappij over de hemelen en de aarde en alles wat zij bevatten]. [Lof is aan U, U bent de Bezitter van de hemelen en de aarde en alles wat zij bevatten.] [En lof is aan U.] [U bent de waarheid, Uw Belofte is de waarheid, Uw Woord is de waarheid, terugkeer tot U is de waarheid, de paradijs is waarheid, de Hel is waarheid, en de profeten zijn waarheid en Mohammad (moge vrede en zegeningen van Allah over hem zijn), is waarheid, en het Uur van Rechtspraak is waarheid.] [O Allah, aan U heb ik mij onderworpen, en op U vertrouw ik. Ik heb in U geloofd en tot U keer ik in berouw. Ter wille van U bestrijd ik en bij Uw maatstaf oordeel ik. Vergeef me voor wat ik gedaan heb en wat ik achter gelaten heb, wat ik heb verborgen en wat ik heb verklaard.] [U bent Al-moeqaddiem (de Eerste) en U bent Al-moe-akhhier (de Laatste), er is geen God dan U.] [U bent mijn God, er is geen God dan U.] ÇááøåõÜãøó áóßó ÇáúÍóãúÏõ ÃóäúÊó äÜæÑõ ÇáÓøóãÜæÇÊö æóÇáÃóÑúÖö æóãóäú ÝíÜåöä ¡ æóáóßó ÇáúÍóãúÏõ ÃóäúÊó ÞóÜíøöãõ ÇáÓøóÜãæÇÊö æóÇáÃóÑúÖö æóãóäú ÝíÜåöä ¡ [æóáóßó ÇáúÍóãúÏõ ÃóäúÊó ÑóÈøõ ÇáÓøóÜãæÇÊö æóÇáÃóÑúÖö æóãóäú ÝíÜåöä] [æóáóßó ÇáúÍóãúÏõ áóßó ãõáúÜßõ ÇáÓøóÜãæÇÊö æóÇáÃóÑúÖö æóãóäú ÝíÜåöä] [æóáóßó ÇáúÍóãúÏõ ÃóäúÊó ãóáöÜßõ ÇáÓøóÜãæÇÊö æóÇáÃóÑúÖö ] [æóáóßó ÇáúÍóãúÏõ] [ÃóäúÊó ÇáúÍóÜÞø æóæóÚúÜÏõßó ÇáúÍóÜÞ¡ æóÞóæúáõÜßó ÇáúÍóÜÞ¡ æóáöÞÜÇÄõßó ÇáúÍóÜÞ¡ æóÇáúÌóÜäøóÉ õÍóÜÞ ¡ æóÇáäøÜÇÑõ ÍóÜÞ ¡ æóÇáäøóÈöÜíøæäó ÍóÜÞ ¡ æóãÜÍóãøóÏñ ÍóÜÞ¡ æóÇáÓøÜÇÚóÉ õÍóÜÞ] [ÇááøåõÜãøó áóßó ÃóÓúáóãÊ ¡ æóÚóáóÜíúßó ÊóæóßøóáúÜÊ¡ æóÈößó ÂãóäúÜÊ ¡ æóÅöáóÜíúßó ÃóäóÈúÜÊ ¡ æóÈöÜßó ÎÇÕóãúÊ ¡ æóÅöáóÜíúßó ÍÇßóãúÜÊ. ÝÇÛúÝöÜÑú áí ãÜÇ ÞóÏøóãúÊõ ¡ æóãÇ ÃóÎøóÜÑúÊ ¡ æóãÇ ÃóÓúÜÑóÑúÊ ¡ æóãÇ ÃóÚúáóÜäúÊ ] [ÃóäúÊó ÇáãõÞóÜÏøöãõ æóÃóäúÊó ÇáãõÜÄóÎøöÑ¡ áÇ ÅöÇÜåó ÅöáÇø ÃóäúÜÊ] [ÃóäúÜÊó ÅöáÜåí áÇ ÅöÇÜåó ÅöáÇø ÃóäúÜÊ]." “Allaahoemma laka lh’amdoe Anta noeroe ssamaawaatie wa l-ardie wa men fiehien, wa laka lh’amdoe Anta qayyiemoe ssamaawaatie wa l-ardie wa men fiehienna, [wa laka lh’amdoe anta Rabboe ssamaawaatie wa l-ardie wa men fiehien] [wa laka lh’amdoe laka moelkoe ssamaawaatie wa l-ardie wa men fiehien] [wa laka lh’amdoe Anta Malikoe ssamaawaatie wa l-ardie] [wa laka lh’amdoe] [Anta lh’aqqoe, wa wa’doeka lh’aqqoe, wa qawloeka lh’aqqoe wa liqaa-oeka lh’aqq, wa ldjannatoe h’aqqoen, wannaaroe h’aqqoen, wa nnabieyyoeena h’aqqoen, wa Moehammadoen (Salla llaahoe ‘alayhie wa sallema) h’aqqoen, wassaa’atoe h’aqqoen] [Allaahoemma laka aslemtoe, wa ‘alayka anabtoe, wa bieka khaasamtoe, wa ielayka h’aakamtoe. Faghfierlie ma qaddamtoe, wa maa akkhartoe, wa maa asrartoe, wa maa a’lantoe] [Anta lmoeqaddiemoe, wa Anta lmo-akhieroe la ielaaha iellaa Ant] [Anta ielaahie laa ielaaha iellaa Ant]”.

eloujdia
02-05-2002, 15:58
17. Smeekbeden tijdens Roekoe’. 33. Geprezen is mijn Heer de Almachtige (drie keer in het Arabisch). "ÓõÈúÜÍÇäó ÑóÈøöÜíó ÇáúÚóÙÜíã. (ËáÇËÇð)" “Soebh’aana Rabbieya l-‘adhziem”. 34. Geprezen bent U, O Allah, en lof is aan U. O Allah, vergeef mij. "ÓõÈúÜÍÇäóßó ÇááøåõÜãøó ÑóÈøóÜäÇ æóÈöÍóÜãúÏöß¡ ÇááøåõÜãøó ÇÛúÝöÜÑú áí." “Soebh’aanaka llaahoemma Rabbana wa bieh’amdieka Allaahoemma ghfierlie”. 35. Geprezen (bent U), Meest Heilig (bent U), Rab (Heer) van de engelen en de ziel. "ÓõÈøõæÍñ ÞõÜÏøõæÓñ ¡ ÑóÈøõ ÇáãáÇÆößóÜÉö æóÇáÜÑøõæÍ." “Soebboeh’oen, Qoedoessoen, Rabboe lmalaa-iekatie warroeh’ ”. 36. O Allah voor U buig ik in gebed en in U geloof ik en aan U heb ik mij overgegeven. Voor U is mijn gehoor, mijn gezichtsvermogen, mijn verstand, mijn botten, mijn zenuwen en wat mijn voeten dragen, nederig gebogen. "ÇááøåõÜãøó áóßó ÑóßóÜÚúÊõ æóÈößó ÂãóÜäúÊ¡ æáóßó ÃóÓúáóÜãúÊ¡ ÎóÔóÜÚó áóßó ÓóãúÜÚí¡ æóÈóÕóÜÑí¡ æóãõÎøöÜí¡ æóÚóÙúãÜí¡ æóÚóÕóÜÈí¡ æóãÇ ÇÓÊóÞóÜáøó Èöåö ÞóÏóãí." “Allaahoemma laka raka’toe, wa bieka aamantoe, wa laka aslemtoe khasha’a laka sam’i, wa basarie, wa moekhhie, wa ‘adhzmie, wa ‘asabie, wa maa staqalla bihie qadamie”. 37. Geprezen is de Almachtige, de Bezitter van de totale macht, van soevereiniteit, van grootheid en almachtigheid. "ÓõÈúÜÍóÇäó Ðöí ÇáúÌóÈóÜÑõæÊö¡æÇáãóáóÜßæõ Êö¡ æóÇáßöÈúÜÑöíóÇÁ¡ æóÇáúÚóÙóÜãóÉ." “Soebh’aana dhil jabarootie, wal malakootie, walkibriya’i, wal ‘azamati”. 18. Smeekbeden bij het opkomen uit de Roekoe’ houding. 38. Allah antwoordt degene die Hem looft. "ÓóãöÜÚó Çááåõ áöãóÜäú ÍóãöÜÏóå." “ Sami’a llaahoe liemen h’amiedah”. 39. Onze Rab (Heer), alle lof zij U, overvloedige, goede en gezegende lof. "ÑóÈøóäÜÇ æóáóßó ÇáÍóãúÜÏõ ÍóãúÜÏÇð ßóËÜíÑÇð ØóíøöÜÈÇð ãõÜÈÇÑóßÇð Ýíå." “Rabbana wa laka l-h’amd, h’amdan kathieran tayyieban moebaarakan fieh”. 40. De hemelen en de aarde en wat tussen hen ligt zijn gevuld, en wat U nog meer wilt, is gevuld. O Heer der lof en majesteit, de waarheid is wat de dienaar heetf gezegd – we zijn allen Uw dienaren. O Allah, er is niemand die weerhoudt hetgeen wat u geeft en niemand kan geven wat U weigert. Er is niemand die gunsten kan verlenen behalve U de Almachtige. "ãöáúÁó ÇáÓøóãÜæÇÊö æóãöáúÁó ÇáÃóÑúÖ ¡ æóãÇ ÈóíúÜäóåõãÜÇ ¡ æóãöáúÁó ãÇ ÔöÆúÜÊó ãöäú ÔóíÁò ÈóÚúÜÏú. ÃóåÜáó ÇáËøóÜäÇÁö æóÇáãóÌÜÏú ¡ ÃóóÍóÜÞøõ ãÇ ÞÇáó ÇáÚóÈúÜÏ ¡ æóßõáøõÜäÇ áóßó ÚóÜÈÏú. ÇááøåõÜãøó áÇ ãÇäöÚó áöãÇ ÃóÚúØóÜíúÊ ¡ æóáÇ ãõÚúØöÜíó áöãÇ ãóäóÜÚúÊ ¡ æóáÇ íóäúÝóÜÚõ ÐÇ ÇáÌóÜÏøö ãöäúÜßó ÇáÌóÜÏ." “Miel-a ssamaawaatie wa miel-a l-ardie wa ma baynahoema, wa miel-a ma shie-ta min shai-ien ba’d. Ahla tthanaa-ie koelloena laka ‘abdoen. Allaahoemma la mani’a liema mana’ta, wa la yanfa’oe dhal djaddie minka l-djad”. 19. Smeekbeden tijdens Soedjoed. 41. Geprezen is mijn Rab (Heer) de Verhevene (drie keer in het Arabisch). "ÓõÈúÜÍÇäó ÑóÈøöÜíó ÇáÃóÚúáÜì. "(ËáÇËÇð ). “ Soebh’aana Rabbieyal A’la”. 42. Geprezen bent U, O Allah, en lof is aan U. O Allah, vergeef mij. "ÓõÈúÜÍÇäóßó ÇááøåõÜãøó ÑóÈøóÜäÇ æóÈöÍóÜãúÏöß¡ ÇááøåõÜãøó ÇÛúÝöÑú áí." “Soebh’aanaka Allaahoemma Rabbana wa bih’amdika Allahoemma ghfier lie”. 43. Geprezen (bent U), Meest Heilig (bent U), Rab (Heer) van de engelen en de ziel. "ÓõÈøõæÍñ ÞõÜÏøõæÓñ ¡ ÑóÈøõ ÇáãáÇÆößóÜÉö æóÇáÜÑøõæÍ." “Soebboeh’oen, Qoeddoessoen, Rabboe lmalaa-iekatie warroeh’ ”. 44. O Allah, voor U kniel ik neer en in U geloof ik. Aan U heb ik mij onderworpen. Mijn gezicht is geknield voor degene die het heeft geschapen en het een vorm heeft gegeven, en het gehoor en gezichtsvermogen heeft gegeven. Gezegend is Allah, de Beste Schepper. "ÇááøåõÜãøó áóßó ÓóÜÌóÏúÊõ æóÈöÜßó ÂãóäúÜÊ ¡ æóáóßó ÃóÓúáóÜãúÊ ¡ ÓóÌóÜÏó æóÌúåÜí ááøóÜÐí ÎóáóÞóÜåõ æóÕóÜæøóÑóåõ æóÔóÞøó ÓóãúÜÚóÜåõ æóÈóÕóÜÑóå ¡ ÊóÈÜÇÑóßó Çááåõ ÃóÍúÓÜäõ ÇáÎÜÇáöÞíÜä." “Allaahoemma laka sadjadtoe wa bieka aamantoe, wa laka aslemtoe, sadjada wadjhi lilladhie khalqahoe, wa sawarahoe, wa shaqqa sam’ahoe wa basarah, tabaaraka Allaahoe ah’sanoe l-khaalieqien”. 45. Geprezen is de Almachtige, de Bezitter van de totale macht, van soevereiniteit, van grootheid en almachtigheid. "ÓõÈúÜÍÇäó Ðí ÇáúÌóÈóÜÑõæÊ¡æÇáãóáóßõÜæÊ ¡ æÇáßöÈúÜÑöíÇÁ¡ æóÇáÚóÙóãóÜå." “Soebh’aana dhiel djabaroetie, wa lmalakoetie, wal kiebriyaa-e, wa l-‘adhzamah”. 46. O Allah, vergeef al mijn zonden, groot en klein, de eerste en de laatste, zonden die zichtbaar zijn en die verborgen zijn. "ááøåõÜãøó ÇÛúÝöÜÑú áí ÐóäúÜÈí ßõáøóÜå ¡ ÏöÞøóÜåõ æóÌöáøóÜå ¡ æóÃóæøóáóÜåõ æóÂÎöÜÑóå æóÚóáÇäöíøóÊóÜåõ æóÓöÜÑøóå." “Allaahoemma ghfier lie dhanbie koellahoe diqqahoe wa djiellah, wa awwalahoe wa aakhirahoe wa ‘alaa-niyatahoe wa sirrahoe”. 47. O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij Uw tevredenheid tegen Uw ontevredenheid en ik zoek Uw bescherming bij Uw vergeving tegen Uw bestraffing. Ik zoek toevlucht bij U. Ik kan Uw lovingen niet tellen. U bent zoals U Uzelf heeft geprezen. "ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÚÜæÐõ ÈöÑöÖÜÇßó ãöäú ÓóÎóØöÜß ¡ æóÈöãÚÜÇÝÇÊöÜßó ãöäú ÚõÞæÈóÜÊöß ¡ æóÃóÚÜæÐõ Èößó ãöäúÜß ¡ áÇ ÃõÍúÕÜí ËóäÜÇÁð ÚóáóÜíúß ¡ ÃóäúÜÊó ßóãÜÇ ÃóËúäóÜíúÊó ÚóáÜì äóÝúÓÜöß." “Allaahoemma iennie a’oedhoe bie riedaaka mien sakhatik, wa bi moe’aafaatieka mien ‘oeqoebatiek wa’oedhoe bieka mienka, laa oeh’sie thanaa-an ‘alayk anta kamaa athnayta ‘ala nafsieka”.

eloujdia
02-05-2002, 15:59
20. Smeekbede tussen twee Sadjda’s. 48. Mijn Heer, vergeef mij. Mijn Heer, vergeef mij. "ÑóÈøö ÇÛúÝöÜÑú áí ¡ ÑóÈøö ÇÛúÝöÜÑú áí." “Rabbie ghfirlie, Rabbie ghfierlie”. 49. O Allah vergeef mij, schenk Uw genade over mij, leid mij (naar het rechte pad), geef mij goedheid, geef mij gezondheid, verleen mij onderhoud en hef mij in rang. "ÇááøåõÜãøó ÇÛúÝöÜÑú áí ¡ æóÇÑúÍóãúÜäí ¡ æóÇåúÏöäÜí ¡ æóÇÌúÈõÑúäÜí ¡ æóÚÇÝöäÜí æóÇÑúÒõÞúäÜí æóÇÑúÝóÚúÜäí." “Allaahoemma ghfierlie, warh’amnie, wahdinie, wadjboernie, wa ‘aafienie, warzoeqnie, warfa’nie”. 21. Smeekbeden tijdens het neerknielen na recitaties van verzen uit de Qor-aan. 50. Mijn gezicht is neergeknield voor Degene, die het heeft geschapen en het gehoor en gezichtsvermogen heeft gegeven door Zijn macht en Zijn kracht. (Gezegend is daarom Allah, de Beste der Scheppers). "ÓóÌóÜÏó æóÌúåÜí ááøóÜÐí ÎóáóÞóÜåõ æóÕóÜæøóÑóåõ æóÔóÞøó ÓóãúÜÚóÜåõ æóÈóÕóÜÑóåõ ÈöÍóÜæúáöÜåö æóÞõÜæøóÊöåö ) ÝóÊóÈóÜÇÑóßó Çááåõ ÃóÍúÓóÜäõ ÇáÎÜóÇáöÞöíÜäó(." “Sadjada wadjhie lielladhie khalaqah, wa shaqqa sam’ahoe wa basarahoe bieh’awliehie wa qoewwatieh. Fatabaaraka llaahoe ah’sanoe l-khaalieqien”. 51. O Allah, schrijf het als een beloning voor me en bevrijd me daarmee van een zonde, en maak het voor me als een schat. Aanvaard het van me zoals U het heeft aanvaard van Uw dienaar Daawoed. "ÇááøåõÜãøó ÇßúÊõÜÈú áí ÈöåÜÇ ÚöäúÜÏóßó ÃóÌúÜÑÇð ¡ æóÖóÜÚú ÚóäøöÜí ÈöåÜÇ æöÒúÑÇð ¡ æóÇÌúÚóÜáåÇ áí ÚöäúÜÏóßó ÐõÎúÜÑÇð ¡ æóÊóÞóÈøóÜáåÇ ãöäøöÜí ßóãÜÇ ÊóÞóÈøóáúÊóÜåÇ ãöäú ÚóÈúÜÏößó ÏÇæÏ." “Allahoemma ktoeb lie bieha ‘indaka adjra, wa da’ ‘annie bieha wiezra, wadj’alha lie ‘indaka dhoekhra, wa taqabbalha miennie kamaa taqabbaltaha mien ‘abdieka Daawoed”. 22. Smeekbeden tijdens At-Tashahhoed. 52. Attah’ieyaat aan Allah, gebeden en al het goede, komt toe aan Allah. Vrede zij met u, O profeet en de genade van Allah en Zijn zegeningen! Vrede zij met ons, en met de oprechte dienaren van Allah! Ik getuig dat er geen God is dan Allah, en ik getuig, dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is. "ÇáÊøóÍöíøÜÇÊõ ááåö æóÇáÕøóáóÜæÇÊõ æÇáØøóíøöÜÈÇÊ¡ ÇáÓøóáÇãõ ÚóáóíÜßó ÃóíøõåÜÇ ÇáäøóÈöÜíøõ æóÑóÍúãóÜÉõ Çááåö æóÈóÑóßÜÇÊõå¡ ÇáÓøóáÇãõ ÚóáóíúÜäÇ æóÚóáÜì ÚöÈÜÇÏö ßó ÇáÕøóÜÇáöÍÜíä. ÃóÔúÜåóÏõ Ãóäú áÇ ÅöáÜåó ÅöáÇø Çááå¡ æóÃóÔúÜåóÏõ Ãóäøó ãõÍóãøÜÏÇð ÚóÈúÜÏõåõ æóÑóÓÜæáõå." “Attaah’ieyyaatoe liellah wa ssalawaatoe, wattayyiebaatoe, assalaamoe ‘alayka ayyoeha nnabieyyoe wa rah’matoe llaahie wa barakaatoeh, assalaamoe ‘alayna wa ’ala ‘iebadie llaahie ssaalieh’ien. Ash-hadoe an laa ielaaha iella llaah wa ash-hadoe anna Moeh’0ammadan ‘abdoehoe wa rasoeloeh”.

eloujdia
02-05-2002, 16:00
23. Zegeningen uitspreken op de profeet na de Tashahhoed. 53. O Allah! Schenk Uw gunsten over Mohammed en zijn familieleden zoals U over Ibrahiem en zijn familieleden Uw gunsten hebt geschonken. Voorwaar U bent Meest Prijzenswaardig, Meest Vrijgevig. O Allah! zegen Mohammed en zijn familieleden zoals U over Ibrahiem en zijn familieleden zegeningen hebt geschonken. Voorwaar U bent Meest Prijzenswaardig, Meest Vrijgevig. " ÇááøåõÜãøó Õóáøö ÚóáÜì ãõÍãøóÜÏ¡ æóÚóáÜì Âáö ãõÍãøóÏ¡ ßóãÜÇ ÕóáøóíÜÊó ÚóáÜìÅÈúÑÇåÜíãó æóÚóáÜì Âáö ÅÈúÑÇåÜíã¡ Åöäøóßó ÍóãÜíÏñ ãóÌÜíÏ ¡ ÇááøåõÜãøó ÈÇÑößú ÚóáÜì ãõÍãøóÜÏ¡ æóÚóáÜì Âáö ãõÍãøóÜÏ¡ ßóãÜÇ ÈÇÑößúÊó ÚóáÜìÅÈúÑÇåÜíãó æóÚóáÜì Âáö ÅÈúÑÇåíã¡ Åöäøóßó ÍóãÜíÏñ ãóÌÜíÏ." “Allaahoemma sallie ‘ala Moeh’ammadien wa ’ala Moeh’ammadien, kamaa sallayta ‘ala iebraahiema wa ’ala aalie iebrahiema, iennaka h’amiedoen madjied. Allaahoemma baariek ‘ala Moeh’ammadien wa ‘ala aalie Moeh’ammadien kamaa baarakta ‘ala iebraahiema wa ‘ala aalie iebrahiem. Iennaka h’amiedoen madjied”. 54. O Allah begunstig Mohammed en zijn vrouwen en nakomelingen zoals U de familieleden van Ibrahiem begunstigde. En zegen Mohammed en zijn vrouwen en nakomelingen zoals U de familieleden van Ibrahiem zegende, Voorwaar U bent Meest Prijzenswaardig, Meest Vrijgevig. "ÇááøåõÜãøó Õóáøö ÚóáÜì ãõÍãøóÜÏò æóÚóáÜìÃóÒúæÇÌöÜåö æóÐõÑøöíøóÜÊöå¡ ßóãÜÇ ÕóáøóíúÜÊó ÚóáÜì Âáö ÅÈúÑÇåÜíã. æóÈÇÑößú ÚóáÜì ãõÍóãøóÏò æóÚóáÜìÃóÒúæÇÌöÜåö æóÐõÑøöíøóÜÊöå¡ ßóãÜÇ ÈÇÑößúÊó ÚóáÜì Âáö ÅÈúÑÇåÜíã. Åöäøóßó ÍóãÜíÏñ ãóÌÜíÏ." “Allaahoemma sallie ‘ala Moeh’ammadien wa ‘ala azwaadjiehie wa d****rieyyatieh, kamaa sallayta ‘ala aalie iebrahiema. Wa baariek ‘ala Moeh’ammadien wa ‘ala azwaadjiehie wa d****rieyyatieh, kamaa baarakta ‘ala aalie iebrahiema. Iennaka h’amiedoen madjied”.

eloujdia
02-05-2002, 16:00
24. Smeekbeden na de laatste Tashahhoed en voor het beëindigen van het gebed. 54. O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de bestraffing van het graf, en tegen de bestraffing van het Hellevuur, tegen de beproevingen van leven en dood, en tegen de slechte beproeving van de anti-Christ. "ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÚÜæÐõ Èößó ãöÜäú ÚóÐÇÈö ÇáÞóÜÈúÑ¡ æóãöÜäú ÚóÐÇÈö ÌóåóÜäøóã¡ æóãöÜäú ÝöÊúÜäóÉö ÇáãóÍúÜíÇ æóÇáãóãÜÇÊ¡ æóãöÜäú ÔóÜÑøö ÝöÊúÜäóÉö ÇáãóÓíÍö ÇáÏøóÌøÇá." “Allaahoemma iennie a’oedhoe bieka mien ‘adhaabie lqabr, wa mien ‘adhaabie djahannam, wa mien fietnatie lmah’ya wa lmamaat, wa mien sharrie fietnatie lmasieh’ie ddadjjaal”. 56. O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de bestraffing van het graf, en ik zoek mijn toevlucht bij U voor de beproeving van de anti-Christ, en ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de beproevingen van leven en dood. O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen zonde en (bij mensen in) schuld (staan). "ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÚÜæÐõ Èößó ãöÜäú ÚóÐÇÈö ÇáÞóÜÈúÑ ¡ æóÃóÚÜæÐõ Èößó ãöÜäú ÝöÊúÜäóÉö ÇáãóÓíÍö ÇáÏøóÌøÜÇá ¡ æóÃóÚÜæÐõ Èößó ãöÜäú ÝöÊúÜäóÉö ÇáãóÍúÜíÇ æóÇáãóãÜÇÊ. ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÚÜæÐõ Èößó ãöäó ÇáãóÃúËóÜãö æóÇáãóÛúÜÑóã." “Allaahoemma iennie a’oedhoe bieka mien ‘adhaabie lqabrie, wa a’oedhoe bieka mien fietnatie lmasieh’ie ddadjjaal, wa a’oedhoe bieka mien fietnatie lmah’ya wa lmamaat. Allaahoemma iennie a’oedhoe bieka miena lma-ethamie wa lmaghram”. 57. O Allah, ik heb mijzelf grote onrecht aangedaan en niemand vergeeft zondes behalve U. Dus schenk mij vergiffenis en heb genade voor mij. Voorzeker U bent Vergevensgezind, Genadevol. "ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÙóáóÜãúÊõ äóÝúÓÜí ÙõáúãÜÇð ßóËÜíÑÇð æóáÇ íóÛúÜÝöÑõ ÇáÐøõäÜæÈó ÅöáÇø ÃóäúÊ ¡ ÝóÇÛúÜÝöÑ áí ãóÛúÜÝöÑóÉð ãöäú ÚöäúÜÏöß æóÇÑúÍóãúÜäí¡ Åöäøóßó ÃóäúÊó ÇáÛóÜÝæÑõ ÇáÑøóÍÜíã." “Allaahoemma iennie dhzalemtoe nafsie dhzoelman kathieran, wa la yaghfieroe ddhoenoeba iellaa ant, faghfier lie maghfieratan mien ‘indieka warh’amnie iennaka anta lghafoeroe rrahiem”. 58. O Allah, vergeef mij voor wat ik heb verricht en wat ik achter mij heb gelaten, wat ik heb verborgen en wat ik openlijk heb verricht, wat ik overdadig heb gedaan, en (de zondes) waarover U beter van weet dan ik. U bent Al-moeqaddiem (de Eerste) en U bent Al-moe-akhhier (de Laatste). Er is geen God dan U. "ÇááøåõÜãøó ÇÛúÜÝöÑú áí ãÇ ÞóÏøóãúÜÊõ æóãÇ ÃóÎøóÑúÊ ¡ æóãÇ ÃóÓúÜÑóÑúÊõ æóãÇ ÃóÚúáóÜäúÊ ¡ æóãÇ ÃóÓúÜÑóÝúÊ ¡ æóãÇ ÃóäúÊó ÃóÚúÜáóãõ Èöåö ãöäøöí. ÃóäúÊó ÇáãõÞóÜÏøöãõ¡ æóÃóäúÊó ÇáãõÜÄóÎøöÜÑõ áÇ Åöáåó ÅöáÇø ÃóäúÜÊ." “Allahoemma ghfier lie ma qaddamtoe, wa maa akkhartoe, wa maa asrartoe, wa maa a’lantoe, wa maa asraftoe wa anta a’lemoe biehie miennie. Anta lmoeqaddiemoe wa anta lmo-akkhiroe la ielaaha iellaa ant”. 59. O Allah, help me U te gedenken, U dankbetuigingen te geven, en U op een juiste (voltreffelijk) manier te aanbidden. "ÇááøåõÜãøó ÃóÚöÜäøöí ÚóáÜì ÐößúÜÑößó æóÔõßúÜÑöß ¡ æóÍõÓúÜäö ÚöÈÜÇÏóÊöÜß." “Allaahoemma a’iennie ‘ala dhiekrieka, wa shoekrieka, wa h’oesnie ‘ibaadatik”. 60. O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen gierigheid, ik zoek toevlucht bij U tegen lafheid en ik zoek mijn toevlucht bij U dat ik hulpeloze ouderdom heb bereikt. Ik zoek mijn toevlucht bij U tegen de kwelling van deze wereld en de bestraffing van het graf. "ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÚæÐõ Èößó ãöäó ÇáÈõÎúÜá¡ æóÃóÚæÐõ Èößó ãöäó ÇáÌõÜÈúä¡ æóÃóÚæÐõ Èößó ãöäú Ãóäú ÃõÑóÏøó Åöáì ÃóÑúÐóáö ÇáÜÚõãõÑ¡ æóÃóóÚæÐõ Èößó ãöäú ÝöÊúäóÜÉö ÇáÏøõäúÜíÇ æóÚóÜÐÇÈö ÇáÞóÜÈúÑ." “Allaahoemma iennie a’oedhoe bieka miena lboekhlie, wa a’oedhoe bieka miena ldjoebnie, wa a’oedhoe bieka mien an oeradda ielaa ardhalie l‘oemrie wa a’oedhoe bieka mien fietnatie ddoenya wa ‘adhaabie lqabr”. 61. O Allah, ik vraag U het Paradijs en ik zoek toevlucht bij U tegen het hellevuur. "ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÓúÃóáõÜßó ÇáÌóÜäøóÉó æÃóóÚæÐõ ÈöÜßó ãöÜäó ÇáÜäøÇÑ." “Allaahoemma iennie as-aloeka ldjannata wa a’oedhoe bieka miena nnaar”. 62. O Allah, bij Uw kennis van het onwaarneembare en bij Uw kracht over de schepping, laat mij leven als het leven beter voor me is en laat mij sterven als de dood beter voor me is. O Allah moge mijn hart beven voor U voor wat onwaarneembaar is en wat waarneembaar is. Ik vraag U het woord der waarheid in tijden van tevredenheid en woede. Ik vraag U me te matigen in welvaart en armoede. Ik vraag U een onbegrensde gunst. Ik vraag U om onophoudelijke vreugde, ik vraag U om tevredenheid na Uw lotbestemming, ik vraag U makkelijk leven na de dood, ik vraag U het genot van het staren naar Uw Gezicht en naar de verlangen van Uw ontmoeting tijdens onschadelijke toestand en in een niet dwalende beproeving. O Allah versier ons met de sier van geloof en laat ons behoren tot de degenen die roepen tot rechtleiding en rechtgeleid zijn. "ÇááøåõÜãøó ÈöÚöáúÜãößó ÇáÛóÜíúÈö æóÞõÜÏúÑóÊöÜßó ÚóáÜì ÇáúÎóáÞö ÃóÍúÜíöäí ãÇ ÚóáöÜãúÊó ÇáÍÜíÇÉó ÎóÜíúÑÇð áÜí¡ æóÊóæóÝøóÜäí ÅöÐÇ ÚóáöÜãúÊó ÇáæóÝÜÇÉó ÎóÜíúÑÇð áÜí¡ ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÓúÜÃóáõÜßó ÎóÔúíóÊóÜßó Ýí ÇáÛóÜíúÈö æóÇáÔøóåÜÇÏóÉö¡ æóÃóÓúÜÃóáõÜßó ßóáöãóÜÉó ÇáÍóÜÞøö Ýí ÇáÑøöÖÜÇ æóÇáÛóÖóÜÈ¡ æóÃóÓúÜÃóáõÜßó ÇáÞóÕúÏó Ýí ÇáÛöäÜì æóÇáÝóÞúÜÑ¡ æóÃóÓúÜÃóáõÜßó äóÚÜíãÇð áÇ íóäúÝóÜÏ¡ æóÃóÓúÜÃóáõÜßó ÞõÜÑøóÉó ÚóíúÜäò áÇ ÊóäúÜÞóØöÚú æóÃóÓúÜÃóáõÜßó ÇáÑøöÖÜÇ ÈóÚúÜÏó ÇáÞóÖÜÇÁ¡ æóÃóÓúÜÃóáõÜßó ÈðÜÑúÏó ÇáúÚóÜíúÔö ÈóÚúÜÏó ÇáúãóÜæúÊ¡ æóÃóÓúÜÃóáõÜßó áóÜÐøóÉó ÇáäøóÙóÜÑö ÅöáÜì æóÌúÜåößó æóÇáÔøóÜæúÞó ÅöáÜì áöÞÜÇÆöÜß¡ Ýí ÛóÜíÑö ÖóÜÑøÇÁó ãõÖöÜÑøóÉ¡ æóáÇ ÝöÊúÜäóÉò ãõÖÜáøóÉ¡ ÇááøåõÜãøó ÒóíøöÜäøÇ ÈöÒíäóÜÉö ÇáÅíÜãÇä¡ æóÇÌúÜÚóáäÇ åõÜÏÇÉð ãõåúÜÊóÏíä." “Allaahoemma bi’ielmieka lghayb wa qoedratieka ‘ala lkhalqie ah’yienie maa ‘aliemta lh’ayaata khayran lie wa tawaffaanie iedhaa ‘aliemta lwafaata khayran lie, Allaahoemma ienie as-aloeka khashyataka fie lghaybie wasshahaadatie, wa as-aloeka kaliemata lh’aqqie fie rrieda wa lghadab, wa as-aloeka lqasda fie lghiena wa lfaqr, wa as-aloeka na’ieman la yanfad, wa as-aloeka qoerrata ‘aynien la tanqati’, wa as-aloeka rrieda ba’da lqadaa-e, wa as-aloeka barda l‘ayshie ba’da lmawt, wa as-aloeka laddata nnadhzarie ielaa wadjhieka wasshawqa ielaa lieqaa-ieka fie ghayrie darraa-a moedierratien wa laa fietnatien moediellah, Allaahoemma zayyienna bie zienatie lieemaan wadj’alna hoedaatan moehtadien”. 63. O Allah, ik vraag U. O Allah, U bent de Enige, de Enige, Onafhankelijk van de schepping, Die niet is verwekt noch verwekt zal worden en Hij heeft geen gelijken. Vergeef mijn zonden, Voorzeker U bent Vergevensgezind, Genadevol. "ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÓúÃóáõÜßó íÇ Çááåõ ÈöÃóäøóÜßó ÇáæÇÍöÜÏõ ÇáÃóÍóÜÏ ¡ÇáÕøóÜãóÏõ ÇáøóÜÐí áóÜãú íóáöÜÏú æóáóãú íæáóÏú¡ æóáóãú íóßÜäú áóåõ ßõÜÝõæÇð ÃóÍóÜÏ ¡ Ãóäú ÊóÛúÜÝöÑú áí ÐõäÜæÈí ÅöäøóÜßó ÃóäúÜÊó ÇáÛóÝÜæÑõ ÇáÑøóÍøöÜíã." “Allaahoemma iennie as-aloeka ya allahoe bie annaka lwaah’idoe l-ah’adoe ssammadoe lladhie lem yalied walem yoelad, wa lem yakoen llahoe koefoewan ah’ad, an taghfiera lie dhoenoebie iennaka anta lghafoeroe rrah’iem”. 64. O Allah, ik vraag U, alle lof behoort aan U, er is geen God dan U, U bent de Enige, U hebt geen deelgenoot. U bent Degene die weldaad schenkt. O Schepper van de hemelen en de aarde, Bezitter van majesteit en edel, O Levende, Zelfstandige. Ik vraag U het Paradijs en ik zoek mijn toevlucht bij U tegen het hellevuur. "ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÓúÃóáõÜßó ÈöÃóäøó áóßó ÇáúÍóÜãúÏõ áÇ ÅöáÜåó ÅöáÇø ÃóäúÜÊó æóÍúÜÏóßó áÇ ÔóÜÑíßó áóÜßó ÇáãóäøÜÇäõ íÇ ÈóÏíÜÚó ÇáÓøóãæÇÊö æóÇáÃóÑúÖö íÇ ÐÇ ÇáÌóáÇáö æóÇáÅößúÜÑÇã¡ íÇ ÍóÜíøõ íÇ ÞóÜíøæãõ ÅöäøöÜí ÃóÓúÃóáõÜßó ÇáÌóÜäøóÉó æóÃóÚÜæÐõ ÈöÜßó ãöäó ÇáÜäøÇÑ." “Allaahoemma iennie as-aloeka bie anna laka lh’amda la ielaaha iella anta wah’daka laa sharieka laka Almannanoe, ya badie’a ssamaawaatie wa l-ardie ya Dhal djalaalie wa l-iekraam, yaa h’ayyoe yaa Qayyoemoe iennie as-aloeka ldjannata wa a’oedhoe bieka miena nnaar”. 65. O Allah, ik vraag U en ik getuig dat U Allah bent. Er is geen God dan U, de Enige God, onafhankelijk van de schepping, Die niet is verwekt noch verwekt zal worden en Hij heeft geen gelijken. "ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÓúÃóáõÜßó ÈöÃóäøóÜí ÃóÔúÜåóÏõ ÃóäøóÜßó ÃäúÜÊó Çááåõ áÇ ÅöáÜåó ÅöáÇø ÃóäúÜÊ ¡ ÇáÃóÍóÜÏõ ÇáÕøóÜãóÏõ ÇáøóÜÐí áóÜãú íóáöÜÏú æóáóãú íæáóÜÏú ¡ æóáóãú íóßÜäú áóåõ ßõÜÝõæÇð ÃóÍóÜÏ." “Allaahoemma iennie as-aloeka bie-annie ash-hadoe annaka Anta llaahoe laa ielaaha iellaa Anta l-ah’adoe ssammadoe lladhie lem yalied wa lem yoelad wa lem yakoen llahoe koefoewan ah’ad”.

eloujdia
02-05-2002, 16:01


25. Smeekbeden na Tasliem in het gebed. 66. Ik vraag Allah om vergiffenis (drie keer). O Allah U bent Vrede en van U komt vrede. Gezegened bent U O Bezitter van majesteit en Edel. "ÃóÓúÜÊóÛúÝöÑõ Çááå. (ËóáÇËÇð) ÇááøåõÜãøó ÃóäúÜÊó ÇáÓøóáÇãõ¡ æóãöÜäúßó ÇáÓøóáÇã¡ ÊóÈÇÑóßúÊó íÇ ÐÇ ÇáÌóÜáÇáö æóÇáÅößúÜÑÇã." “Astaghfiroe llaaha (drie keer) Allaahoemma Anta ssalaamoe wa mienka ssalaamoe, tabaarakta yaa Dha ldjalaalie wa l-iekraam”. 67. Er is geen god dan Allah, Hij is de Enige, Die geen andere goden naast Zich heeft, tot Hem behoort de koninkrijk, en alle lof behoort Hem toe, en Hij heeft macht over alle zaken. O Allah, er is niemand die verbiedt wat U heeft gegeven en niemand kan geven wat U heeft verboden en de welvaart kan de welvarende persoon niet baten tegen Uw Wil en Beslissingen. "áÇ Åáåó ÅáÇø Çááøåõ æÍÏóåõ áÇ ÔÑíßó áåõ¡ áåõ ÇáãõÜáúßõ æáåõ ÇáÍóãúÏ¡ æåæó Úáì ßáø ÔóíÁò ÞóÏíÑ¡ ÇááøåõÜãøó áÇ ãÇäöÚó áöãÇ ÃóÚúØóÜíúÊ¡ æóáÇ ãõÚúØöÜíó áöãÇ ãóäóÜÚúÊ¡ æóáÇ íóäúÝóÜÚõ ÐÇ ÇáÌóÜÏøö ãöäúÜßó ÇáÌóÜÏ." “Laa ielaaha iella llaahoe wah’dahoe laa sharieka lah, lahoe lmoelkoe wa lahoe lh’amdoe wa hoewa ‘ala ******e shay-ien Qadier, Allaahoemma laa maani’a lie maa a’tayt, wa laa moe’tieya liema mana’t, wa laa yanfa’oe dhal djaddie mienka ldjadd”. 68. Er is geen god dan Allah, Hij is de Enige, Die geen andere goden naast Zich heeft, tot Hem behoort de koninkrijk, en alle lof behoort Hem toe, en Hij heeft macht over alle zaken. Er is geen macht en geen kracht behalve door Allah’s verlof. Er is geen god dan Allah. Wij aanbidden Hem alleen, alle gunsten behoren aan hem en aan Hem behoort de goede lofsprijzing. Er is geen God naast Allah, we aanbidden Hem in zuiverheid hoewel de ongelovigen vertoornd zullen zijn. "áÇó Åöáåó ÅáÇø Çááøå, æóÍúÏóåõ áÇó ÔóÑöíßó áåõ¡ áóåõ Çáãáúßõ æóáóåõ ÇáÍóãúÏ¡ æåæó Úóáóì ßõáø ÔóíÁò ÞóÏöíÑ¡ áÇó ÍóÜæúáó æóáÇ ÞÜæøóÉó ÅöáÇø ÈöÇááåö¡ áÇ Åáåó ÅáÇø ÇááøÜå¡ æóáÇ äóÚúÜÈõÜÏõ ÅöáÇø ÅíøÜÇå, áóåõ ÇáäøöÚúÜãóÉõ æóáóåõ ÇáÝóÖúá æóáóåõ ÇáËøóÜäÇÁõ ÇáÍóÜÓóä¡ áÇ Åáåó ÅáÇø Çááøåõ ãÎúáöÕÜíäó áóÜåõ ÇáÏøöíäó æóáóæú ßóÜÑöåó ÇáßÜÇÝöÑæä." “Laa ielaaha iella llaahoe wah’dahoe laa sharieka lah, lahoe lmoelkoe, wa lahoe lh’amdoe wa hoewa ‘ala ******e shay-ien Qadier. Laa h’awla wa laa Qoewwata iella biellah, laa ielaaha iella llaah, wa laa na‘boedoe iella ieyyaah, lahoe nni’matoe wa lahoe lfadloe wa lahoe tthanaa-oe lh’asan, laa ielaaha iella llaahoe moekhliesiena lahoe ddiena wa law karieha lkaafieroen”. 69. Geprezen is Allah, en alle lof behoort aan Allah, en Allah is de Grootste (33 keer). Er is geen god dan Allah, Hij is de Enige, Die geen andere goden naast zich heeft, al het bestaande is van Hem, en alle lof behoort Hem toe, en Hij heeft macht over alle zaken. "ÓõÜÈúÍÇäó Çááåö¡ æÇáÍóãúÜÏõ ááå¡ æÇááåõ ÃßúÜÈóÑ. (ËáÇËÇð æËáÇËíä) áÇ Åöáåó ÅáÇø Çááøåõ æóÍúÜÏóåõ áÇó ÔóÑöíßó áåõ¡ áåõ Çáãáßõ æáåõ ÇáÍóãúÏ¡ æåõæó Úáì ßõáø ÔóíÁò ÞóÜÏíÑ" “Soebh’aana llaahie, wa lh’amdoe liellaahie wallaahoe Akbar, (33 keer); Laa ielaaha iella llaahoe wah’dahoe la sharieka lah, lahoe lmoelkoe wa lahoe lh’amdoe wa hoewa ‘ala ******e shay-ien Qadier”. 70. In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige. Zeg:”Hij is Allah, de Enige. Allah is de Enige van Wie al het geschapene afhankelijk is. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt. En niet één is aan Hem gelijkwaardig.” Bismie llaahie rrah’maanie rrah’ieem. ”Qoel hoewa Allaahoe ah’ad ! Allaahoe ssamad ! Lem yalied wa lem yoeelad ! wa lem yakoenlahoe koefoewan ah’ad”. In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige. Zeg: “Ik zoek bescherming bij de Heer der dageraad. Tegen het kwaad dat Hij geschapen heeft. En tegen het kwaad van de donkere nacht wanneer hij aanbreekt. En tegen het kwaad van hen die op knoppen blazen. En tegen het kwaad van een jaloerse wanneer deze jaloers is”. Bismie llaahie rrah’maanie rrah’ieem. ”Qoel a’oedhoe bierabbie l-falaq ! Mien sharrie maa Khalaq ! Wa mien sharrie ghaasieqien iedhaa waqab ! Wa mien sharrie annaffaathaatie fie l-‘oqad ! Wa mien sharrie h’aasiedien iedhaa h’assad”. In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige. Zeg: “Ik zoek bescherming bij de Heer (Allah) van de mensen. De koning van de mensen. De God van de mensen. Tegen het kwaad van de wegsluipende influisteraar. Degene die in de harten van de mensen influistert. Van de Djinn’s en de mensen. Ga na het zeggen van de smeekbedes met je handen over je hele lichaam wrijven. Je begint met je hoofd en gezicht. Voer deze handeling drie keer uit. Bismie llaahie rrah’maanie rrah’ieem. ”Qoel a’oedoe bierabbie annaas ! Maliekie annaas ! ielaahie annaas ! Mien sharrie Al-waswaasie Al-khannaas ! Alladhie yoewaswiesoe fie sodoorie nnaas ! Miena Al-djiennatie wa-nnaas”. 71. Allah, er is geen God dan Hij , de Levende, de Zelfstandige, sluimer noch slaap kan Hem treffen, aan Hem behoort toe wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. Wie is degene die voorspraak doet bij Hem zonder Zijn verlof? Hij kent wat er voor hen is en wat er achter hen is. En zij kunnen niets van Zijn Kennis omvatten, behalve wat Hij wil. En Zijn Zetel strekt zich uit over de Hemelen en de Aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet. En Hij is de Verhevene, de Almachtige. (In het Arabisch reciteren na elk gebed.) “Allaahoe laa ielaaha iellaa hoewa, Al-h’ayyoe Al-qayyoem. Laa ta-ekhoedoehoe sienatoen walaa nawm. Lahoe maafie ssamaawaatie wa maa fie l-ard. Men dhe lladhie yashfa’oe ‘iendahoe iellaa bie'iednieh. Ya’lemoe maa bayna aydieehiem wa maa khalfahoem. Walaa yoeh’ieetoena bieshay-ien mien ‘ielmiehie iella biemaa shaa'. Wassie’a korsieyyoehoe ssamaawaatie wal-ard, walaa ya'oedoehoe h’iehdoehoema, wa hoewa al-‘aliyyoe al-‘adhziem”. 72. Er is geen god dan Allah, Hij is de Enige, Die geen andere goden naast zich heeft, al het bestaande is van Hem en alle lof behoort Hem toe. Hij brengt tot leven en doet sterven en Hij heeft macht over alle zaken. (Reciteer tien keer in het Arabisch na de Maghrib –en Fadjr-gebed.) "áÇ Åáåó ÅáÇø Çááøåõ æÍúÜÏóåõ áÇ ÔÑíßó áåõ¡ áåõ Çáãõáßõ æáåõ ÇáÍóãúÏ¡ íõÍíÜí æóíõãÜíÊõ æåõæó Úáì ßõáø ÔíÁò ÞÏíÑ. (ÚóÔúÑ ãóÑøÇÊ ÈóÚúÏó ÇáãóÛúÑöÈ æóÇáÕøÜÈúÍ )." “Laa ielaaha iella llaahoe wah’dahoe laa sharieka lahoe, lahoe lmoelkoe wa lahoe lh’amdoe yoeh’yie wa yoemmietoe wa Hoewa ‘ala ******e shay-ien Qadier”. 73. O Allah, ik vraag U om kennis die voordeel brengt, een goede voorziening, en daden die aanvaard zullen worden. (In het Arabisch na het Fadjr-gebed.) "ÇááøåõÜãøó ÅöäøöÜí ÃóÓúÃóáõÜßó ÚöáúãÜÇð äÇÝöÚÜÇð æóÑöÒúÞÜÇð ØóíøöÜÈÇð ¡ æóÚóãóÜáÇð ãõÊóÞóÜÈøóáÇð. (ÈóÚúÏ ÇáÓøáÇãö ãä ÕóáÇÉö ÇáÝóÌúÑ )." “Allaahoemma iennie as-aloeka ‘ielman naafie’an, wa riezqan tayyieban, wa amalan moetaqaballan”.

eloujdia
28-05-2002, 13:43
salam aleikom, Ik zal in chaa allah weer verder gaan met deze topic als jullie het op prijs stellen m3aa salama

DutchSpanishMuslim
28-05-2002, 19:07
assalaam aleikoum eloujdia, ik vind het echt PRACHTIG wat je hier doet, serieus! moge Allah je hiervoor belonen. en ga vooral zo door insha Allah! alleen ik vraag me af waarom je niet gewoon vermeld dat ze die 'Citadel van de moslim' kunnen kopen? maar nogmaals, ik vind het echt een goed idee van je en ga gewoon door als je voelt dat het nodig is (wat ook zo is!!!), soubhanaLah. wa salaam. ps. hou krijg je die arabische letters erop?


Pagina's : [1] 2