Bekijk volle/desktop versie : Marokko Marokko



Pagina's : [1] 2

17-02-2004, 14:52
Een reisverslag die ik jullie uiteraard niet wil besparen,mooi
verteld




Terug uit Marokko, alweer twee dagen. Marokko, krankzinnig labyrinth, een reis in dromen, vier weken lang. Ik houd van dat land, ik verafschuw het. Ik kom er terug, insha'allah.
Een korte chronologische uittekening van mijn tocht:

x met de bus van Rotterdam naar Algeciras (Spanje)
x overtocht Algeciras-Tanger (ferry)
x Tanger > Casablanca (bus)
x 4 dagen Casablanca
x Casablanca > Marrakech (bus)
x 5 dagen Marrakech
x Marrakech > Azilal (bus)
x 5-daagse voettocht door de Hoge Atlas
x taxi Boulmanè Dades > Ouarzazate > Marrakech
x 2 dagen Marrakech
x Marrakech > Rabat (trein)
x 1 dag Rabat
x Rabat > Larache (bus)
x 3 dagen Larache
x Larache > Chefchaouen (bus)
x 4 dagen Chefchaouen
x Chefchaouen > Tanger (halve dag gebleven)
x en met boot en bus weer terug naar Nederland

Droge uiteenzetting, bovenstaand lijstje. Is er belangstelling voor wat kleurrijker schrijfsels? Er is genoeg te vertellen...


Casablanca
Volgens de vervloekte reisgidsen een plek die reizigers beter zo snel mogelijk weer verlaten; het is er druk, vuil, goor, het stinkt er, het verkeer is levensgevaarlijk, iedereen probeert je een hak te zetten, de stad is meer Westers dan Marokko zijn wil en niemand kijkt je er recht in de ogen aan.
Dat klopt. Ik voelde mij als een vis in het water. Casablanca, modderpoel, heerlijk bordeel voor dolende zielen. De vrouwen zijn er onaantastbaar mooi, hooghartige prinsessen, de mannen hebben een slangehuid en plakken de wereld met mooie praatjes en loze beloften aan elkaar.

Op een avond sprak een man mij aan, in een lege straat, toen een zwarte kat de weg overstak. Mohammed, everyone likes him, trok mij mee naar een bar waar vrouwen verboden waren en tegen de zin van Allah de duisternis met alcohol werd gevierd. Mohammed had zijn wortels liggen in minstens vier landen en de halve wereld bereisd. We spraken over het leven, zoals mannen dat doen als ze vrienden maken. Het bier maakte me weekhartig en ik liet me overrompelen door de zompige, heimelijke sfeer van dit dranklokaal en het rauwe cosmopolitisme van Mohammed-die-iedereen-kent.
Even later, toen de bar sloot, kwam de Marokkaanse aap uit de mouw, het tandeloos grijnzende beest dat ik nog vaker zou tegenkomen: Mohammed had geen geld en ik moest de dirhams neertellen. Nou ja goed, hij stak me geen mes in de rug. Hij vroeg me mee te gaan naar zijn huis om zijn kinderen gedag te zeggen. Toen we wankelend het drukke gedeelte van de stad verlieten en in donkere straten terechtkwamen, begon ik aan de goede bedoelingen van Mohammed te twijfelen en zei ik dat ik terug naar mijn hotel ging.
"I am not showing you big men with guns", zei Mohammed, klopte op de deur van het huis waar we voorstonden, de deur ging open en twee lachende kinderhoofdjes staken nieuwsgierig naar buiten.
"These are my children. Enter my house."
Ik volgde hem. In een kamer die door één treurig peertje troebel werd verlicht, stond een bed waarop een oude ziekelijke vrouw lag. Ze staarde wezenloos de leegte in; af en toe sprak ze, krakend Berbers, vreemd rollend taaltje. Ik werd neergezet op een rafelige bank en de kinderen van Mohammed begonnen me nieuwsgierig en spottend te observeren. Ze staken de draak met hun vader, roken zijn adem en vroegen of hij gedronken had. Nee, zei Mohammed met gebroken tong, eentje maar. De oude vrouw sloot haar ogen. Ik zei dat ik wilde slapen en Mohammed bracht me thuis. We spraken af voor de volgende ochtend, negen uur, voor mijn hotel.
Inmiddels was allemansvriend Mohammed niet meer de sympathieke gozer zoals ik mij hem allereerst voorstelde, naïeve groene ziel. De volgende dag was een dag vol desillusies, een wijze les voor de toekomst. Vriendschappelijkheid, daar hangt in Marokko een muf luchtje aan; het is meestal, zo bleek ook nu, niet meer dan een verkoperstruc, haak de toerist zijn pootje, gastheerschap uit zelfbehoud. Mohammed-je-connais-tout-le-monde liet me de centrale markt zien, kocht wat vijgen voor me, jatte een pruim en we dronken koffie met melk die ik mocht betalen. Uiteindelijk bleek het ware doel van onze odyssee: hij stelde mij voor aan zijn brother-in-law, "a very important business man from Ketama." Ketama, no go area voor vreemdelingen, wereldberucht centrum van het cannabisterrorisme. Nee ik rookte niet, kocht geen grammetje en zeker geen tien kilo. Zwagerlief werd chagrijnig en Mohammed kreeg het op zijn heupen. Wat volgde: een ellenlange discussie tussen ons over hoeveel geld ik mijn boezemvriend verschuldigd zou zijn. Bekend Marokkaans tafereel, de arme schooier en de stinkend rijk geachte toerist. We besloten deze teleurstellende ochtend met een maal van versgebakken sardines, zelf gekocht en voor onze neus bereid, terwijl Mohammed klaagde over het geld dat ik hem niet geven zou. We kusten elkaar vaarwel, zonder te weten of we elkaar liefhadden of haatten.

Marokko gidsland, zoektocht in het labyrinth zonder eind.




Reizigers: in alle soorten en maten.
Natuurlijk zijn er de toeristen. Zij reizen niet; zij stappen in de bus, en uit, en maken foto's. Zij zien niet; registreren elektronisch voor het nageslacht. Op hun voorhoofd staat geschreven: "wij gaan snel weer weg" en: "wat ruikt het hier vreemd".

Dan heb je daar de mensen met de reisgidsen. Waar ik slaap, zijn zij verreweg het talrijkst. Vaak zijn het stelletjes rond de dertig. (De categorie stelletjes, daar kom ik later in het bijzonder op terug.) De mensen met de reisgidsen denken waarschijnlijk te beschikken over een welhaast onuitputtelijke bron van kennis & informatie; er zijn er die hun Lonely Planet met onbewogen gelaat de Bijbel noemen. Waarom ook niet: een niet onpraktisch boekwerkje, een groot uitgevallen adressenlijst gecomplementeerd met wat foto's en zijdelinge tekstjes voor de lege uren.
De mensen met de reisgidsen hebben geen kinderen nodig; zij vertroetelen hun goddelijke boek als ware het een kleine Rémy of Chantal. Zij nemen het overal naartoe, raadplegen het waar mogelijk. Het is simpel te bedenken waarom zij dit doen. Stel: je zit op het terras van café Argana te Marrakech. Dan is het altijd handig in de Lonely Planet te lezen dat je daar heerlijke koffie met melk kunt krijgen voor maar vijf luizige dirhams. Of: je kijkt naar een troep zwierig uitgedoste inheemsen die op elkaars hoofden staan en hoge sprongen maken in de lucht. Dan kan de Guide Routard jou haarfijn uitleggen dat dat acrobaten zijn:

Waarschijnlijk komen ze u, na afloop van de voorstelling, om wat kleingeld vragen. Het is moeilijk daar met een stalen gezicht nee op te zeggen.

Amerikanen, een uitzonderlijk genre. Je kan ze van ver horen aankomen. Hun stemmen klinken als de rollende donder. Sommigen van hen wekken de indruk alsof ze incognito met de Navy Seals zijn meegekomen om het land te bezetten. Frans heb ik ze nog niet horen spreken; ze klagen vooral over het gebrek aan comfort en hebben er een handje van zich met veel kabaal terug te trekken om de rest van de wereldbevolking heimelijk te ridiculiseren. Een Marokkaan, dat is onbeschoft hondsvolk, maar o o, life here is xxxxing cheap, like nothing, they're sooo poor...

Stelletjes, daar zijn we weer. Niet de meest uitbundige soort. Ze praten zachtjes, met veel geheimen voor de buitenwereld. Ik zie er weinig waar de liefde in volle glorie vanaf spat. Integendeel: de meeste man-vrouw combinaties lijken zich te beperken tot een praktisch maar lang niet altijd bevredigend samen-zijn. Hun sociale vaardigheden zijn tot een minimum gereduceerd; als je met hen praat, weet je zeker dat de conversatie binnen tien minuten voorbij is, omdat de een de ander niet in verlegenheid wil brengen. Samen reizen betekent immers: je niet teveel bemoeien met de rest.

De overige categorieën zijn een allegaartje. Moeilijk in te delen, en dat is maar goed ook. Dit zijn de mensen van wie je het meeste kunt verwachten. Zo kan er ineens een meisje uit Kiwiland tevoorschijn springen met een fantastische lach en hele leuke, lieve ogen. Of staat er plots een Duitser voor je neus die een ongedwongen vriendelijkheid uitstraalt waar je stil van wordt. En niet te vergeten: de Australiër die jou met veel genoegen inwijdt in het kaartspel en gespreksonderwerpen aansnijdt waar je met anderen in jaren niet aan toekomt; ongecompliceerde Engelsen die joints met je delen op een dakterras in Marrakech; een lief Zweeds meisje met een zieke vriend; een verlegen Portugees...

Allen passanten in het wervelend bestaan van degeen die immer het laatste woord heeft: de eenzame reiziger.



Korte notities:
In Marrakech heb ik schapekoppen gegeten. Ze haalden de vlezige schedels voor mijn oog uit kokende ketels tevoorschijn, hakten ze in lengterichting doormidden, verwijderden het bot en sneden het vlees op borden. Grof zout eroverheen, brood en zoete thee. De hersenen (naar ik aanneem): wit, week vlees, deegachtig van structuur, kneedbaar bijna. De ervaring smaakte beter dan het eten zelf; eenzame vreemdeling temidden van lokalen.

xxx

In Rabat scheet ik een wasbak onder. Midden in de nacht werd ik wakker van mijn kolkende darmen. Het smerige toilet, buiten op de gang, zou ik niet meer halen; in allerijl beklom ik de wastafel. De bruine riekende drek verliet in volle vaart mijn lichaam, over het glanzend porselein, langs mijn benen, over de vloer, haastig uitgetrokken onderbroek besmeurd. De spetters zaten op het nachtkastje.
Gelukkig had het hotel geen douche en o wat voelde ik mij voldaan in die klamme, eenzame nacht.

xxx

Op de boot terug naar Spanje, benedendeks, tussen auto's, machinaal geraas en massa's bagage, ontblootte een prachtige vrouw haar borsten om een kind te zogen. Engelachtige naaktheid, te mooi en te heimelijk om lang naar te kijken. Op de achtergrond hielden strenge poortwachters de deuren gesloten voor een hysterische dame die haar koffers zocht.

17-02-2004, 14:55


Mustafa vertelde mij: tienduizend jaren voor Christus vluchtten de volkeren uit de Kaukasus voor het opkomend ijs. Via Europa kwamen zij in Noord-Afrika terecht. Sommigen vestigden zich daar als boeren; de meesten trokken als nomaden door de regio. Eeuwen later zouden de Romeinen hen barbaren noemen, Berbers.
Sommige Kaukasische ijsvluchtelingen bleven achter in Baskenland, Noord-Spanje; anderen vonden hun stek in de Elzas, de streek waar mijn familie vandaan komt.
Wij zijn allen broeders, dames en heren.

xxx

Weer Mustafa: Adam en Eva zijn de eerste kinderen van God. Broer en zus, van hemelse oorsprong, brengen de mensheid voort. Na dit incident, dat ons lot voor eeuwig heeft bezegeld, is een relatie tussen bloedverwanten voor altijd en iedereen een ondoordringbaar taboe. Waarom?
Wij zijn allen broeders, dames en heren.

xxx

"Eet je wel goed?" vroeg het meisje met de kroesige vlechtjes en de vechtlustige ogen toen de bus een stop maakte bij een Frans wegrestaurant, ergens in de avond, de eerste dag.
"We houden je een beetje in de gaten."
Dat vond ik fijn, en ik lachte naar haar, de engel.

xxx

Tafereel zonder woorden: toen ik bij het theestalletje stond, op het grote plein in Marrakech, kwam er een oude man uit de chaos tevoorschijn. Wij herkenden elkaar uit een droom en groetten. Toen de man even later weer vertrok, keek ik hem na; hij draaide zich om en stond stil. Beiden staken we onze hand op en zeiden zonder te spreken vaarwel, uit heimwee naar een onbestaand verleden.

xxx

God die woedend inbrak in een prille idylle.
Op de patio van mijn hotel zat ik in de namiddag onder de sinaasappelboom, toen het heerlijke kiwimeisje naar mij toekwam. Zij vloerde mij wederom met haar engelachtige lach. Vraag mij niet waarover wij spraken; het doet er niet toe. Toen ik in gedachten al haar wang streelde en mijn ogen sloot om haar te kussen, barstte de hemeltoorn los en viel de regen neer. We vluchtten weg; zij in haar kamer en ik de straat op.
De sinaasappelboom huilde van verdriet, stille getuige van een al te bruusk laatste afscheid.



Mijn laatste Afrikaanse uren heb ik doorgebracht in Tanger, piratenstad op de hoek van Atlantique en Mediterranée. Ik heb er de meest aperte armoede gezien die ik mij voorstellen kon: gepokte straatjochies bedelden langs de bouwvallige, sleetse boulevard de stukken kip van mijn bord. Geld is er de duivelse drijfveer achter alle ellende; sociale beschaving lijkt er afwezig; menselijke waardigheid in zondige hoekjes weggeduwd om kindermonden te voeden. Tanger, de parel in de stront. Rijkdom draag je er als een boetekleed; ik was er een met goud behangen plukvogel. Tanger stinkt; een open wond, een draad snot die Europa met Afrika verbindt en andersom.
Ik zag er niet veel moois behalve de stad zelf, op rotsen gebouwd, met de tenen in zee

17-02-2004, 14:56
zal ik doorgaan ..??

17-02-2004, 14:59
oeeeeeeeeeeeeeeeeef moeten we dat allemaal lezen?

17-02-2004, 15:00


De 'moeite' waard..

17-02-2004, 15:48
Het is wel wat lang, dit, maar misschien de moeite waard...

Te voet door de Hoge Atlas

Ik begon rondjes te draaien in Marrakech en dus besloot ik de volgende dag de stad te verlaten. Geplande bestemming: de watervallen van Ouzoud, toeristische topattractie, spectaculair natuurschoon volgens de boekjes en de verhalen van reizigers. Ik zou een tussenstop maken te Azilal, een stadje aan de voet van het hooggebergte. De bus was een rammelbak, een eeuwenoud vehikel. De passagiers waren voornamelijk
Berberse boeren en handelaren; we maakten ontelbare stops in onooglijke dorpjes waar iedereen luid schreeuwend, onder een moordend hete zon, grote zakken en koffers handelswaar het dak opsjouwde. Tergend langzaam allemaal, in een kolkende hitte.

In Azilal aangekomen (de baardige man in djellaba naast mij had gezegd dat ik hier uit moest stappen) werd ik, naar goed Marrokaansgebruik, opgewacht door iemand die mij alle wegen wijzen kon en mij meevoerde naar een hotel. Ik kon mij er opfrissen en de man zou mij beneden verder informeren. Dit verlaten oord, een vlek op de kaart, leeg en kaalgeslagen, een onbekende die mijn plannen in de war schopte ik had een ander welkom verwacht.

Mustafa, want zo heette de onbekende, was een berggids die tochten door de Hoge Atlas organiseerde. Hij liet mij kaarten zien, toonde mij verschillende wandeltrajecten, vertelde over wat ik in het verscholen gebergte ervaren zou. Met gezond wantrouwen (zonder dat overleef je
niet in Marokko) hoorde ik hem aan. Zijn verhalen klonken aanlokkelijk, maar de prijs die hij vroeg, was erg hoog. In een onbewaakt moment, zonder al te veel onderhandelen, sloot ik een deal met hem en we schudden elkaar de hand. Ik zou vijf dagen stilte trotseren, tussen reuzen van steen.

Volgens Mustafa waren de watervallen van Ouzoud niet meer waard dan een bezoek van enkele uren, een poel van massatoerisme, bedorven al. We spraken af dat ik de volgende vroege ochtend met hem mee zou gaan naar de wekelijkse souq aan de rand van de stad; vandaaruit reisde ik alleen naar de watervallen, keek er rond en zou voor het middaguur terugkeren naar Azilal. Zo geschiedde. Om acht uur s ochtends propten we ons samen met vier anderen in een taxi naar de markt, bekeken daar de levendige handel in schapen, muilezels,
kippen, groenten, kruiden, specerijen, huishoudelijke artikelen, ga door, ga door en Mustafa regelde er voor mij vervoer naar Ouzoud.
Het massatoerisme viel daar mee; veel kleinschaliger dan men in Europa is gewend. De watervallen waren spectaculair en imposant, van tientallen meters hoogte doorkliefde het water de rotsen. Ik wandelde er rond, zag hoe zongebruinde jongens met ontbloot bovenlijf de rivier
indoken en hoe gesluierde, volledig ingepakte meisjes in afzondering van iedereen hun picknicks hielden. Marokko, land waar man en vrouw schijnbaar niet van elkaars bestaan afweten. Voor twaalven vertrok ik, terug naar Azilal. In het hotel had Mustafa een maaltijd voor mij geregeld. Terwijl ik at, zocht hij transport richting gebergte. Marokkaanse manier van zaken doen die ik nog steeds niet goed begrijp: je loopt naar Mohammed op de hoek en vraagt of hij een taxi heeft voor dit en dat gehucht op plek zus en zo. Jazeker, zegt Mohammed, dat kan ik wel voor je uitzoeken; steekt de straat
over, duikt een theehuis in en keert even later terug met Abdullah aan de hand. Deze jongen weet wel iemand, zegt Mohammed, vraagt wat geld en zegt gedag. Ondertussen is Abdullah druk converserende met het groepje mannen dat zojuist nog aan het kaarten was. Een taxi,
naar daar en daar, dan en dan en zo laat, dat wordt een probleem, hoor je iemand roepen in een taal die je niet verstaat. Gelukkig is de neef van de norsige man die zijn mond nog niet opendeed, zojuist in de stad teruggekeerd; diens auto was kapot, moeilijk moeilijk, maar doet
het weer, plotseling, dank Allah. Maar je weet het hè, Achmeds vrouw is ziek, de vliegende vinkentering, dus geef hem wat geld, nee ietsje meer dan dat, dan kan ik (noem me maar Hakim) wel effekes uitvinden wie bereid is jullie mee te nemen naar die stip in de bergen, ongehoord dat jullie daarheen willen, weet je wat, zie je die Peugeot daar, ik breng jullie zelf wel. Hoeveel dat kosten gaat? Daar komen we wel uit

En zo bracht een grijsaard die meer op een heilige leek dan op een taxichauffeur ons via honderd ravijnen en duizend haarspeldbochten naar Talat Righane, een dorp aan het eind van de wereld, of het begin. De weg veranderde er doodleuk in een muilezelpad. Talat Righane: wat huizen in een groene vallei. Er heerste een slaperige rust, de zon ging al
onder toen we aankwamen. De vrouw des huizes van de boerderij waar we sliepen, zwijgzaam, terughoudend, bracht ons thee. Ik liep buiten wat rond en keek naar de kinderen die speelden op knollenveldjes. Er waren mannen bezig bij de waterput, noeste arbeid onder luid
geschreeuw. Een brutaal jochie nodigde mij uit om te voetballen; de kleuter liep zich uit de naad om mij, vreemde lange dunne reus, in het spel af te troeven. Een ander ventje dat meedeed durfde nauwelijks de bal aan te raken. Toen de meisjes, die eerder nog tikkertje deden
op een veldje verderop, zich met ons bemoeiden en de bal afpakten, was het feest voorbij. Ik ging naar binnen om te eten. Vader de boer at met ons mee en vroeg naar wat ik deed in mijn thuisland. Ik vertelde mijn verhalen en even later lieten ze mij alleen met de machtige tajine,
heerlijke boerenstoofschotel, koningsmaal voor deze hongerige reiziger. Na het eten rookten we het kruid der tevredenheid en ging ik slapen onder een zacht en warm deken. Ik droomde in pasteltinten over vliegende fietsen en een huilend tapijt.

De volgende dag zijn we de bergen ingetrokken. Mijn bagage werd meegenomen door Mustafa, andere Mustafa, Mustafa de muilezeldrijver, een boerenjongen wiens Frans niet verder reikte dan drie woorden. Hij zou ons de hele reis vergezellen; ging 's ochtends eerder vooruit, hielp mee met de bereiding van het eten, bracht met ons de nachten door.
Het landschap was dor, steen en rots, en werd langzamerhand boomloos. Af en toe kwamen er muilezels voorbij met hun bereiders, kleine groepjes wandeltoeristen. Ik zag een dromedaris in
het wild, die vluchtig wegliep voor we hem goed en wel waren genaderd.
De stilte is er overweldigend, je hoort je eigen bloed ruisen. Dit is Gods natuur in volle glorie, angstwekkend groots, een monsterlijk maanlandschap. Ik durfde er nauwelijks te spreken. De berg die we dag beklommen, was 2900 meter hoog en zou de enige echte beklimming van de reis zijn; verder zouden we vooral door valleien lopen.
In het eerste dorp dat we bereikten, lag ook onze overnachtingsplek: een verlaten boerderij met een feeëriek binnenplaatsje. In een grote, ruime kamer, leeg, bekleed met wollen tapijten, hield ik met Mustafa de muilezeldrijver siësta. Communiceren was moeilijk: fatigué? Oui,
fatigué. Il fait chaud. Dormir un peu.

17-02-2004, 15:49
vervolg..


Bismillah, men eet hier met de handen, van een gemeenschappelijk bord, bismillah, glas zoete muntthee erbij, bismillah, moge Allah ons behoeden. Ik zou slapen in een langgerekte, donkere ruimte, alleen, maar koos toch voor de open lucht, tussen Mustafa & Mustafa in, onder een juichende sterrenhemel. De hasj die we rookten maakte me loom en kalm; ik viel geruisloos in een droomloze slaap.

De volgende dag, na een urenlange wandeling door dorpjes waar de tijd zich eeuwenlang had verslapen, waar vrouwen in kleurrijke doeken gewikkeld zich de ogen sloten als we langskwamen, jongens zwijgend loerden naar deze vreemdeling, kwamen we aan in een gehucht gelegen op een steile heuvel. We liepen naar een lemen hut toe. De hut had geen ramen, tegen de zon; 's middags heersten er de vliegen. De bewoner hield er zijn winkeltje achterin. Een hobbelige stenen bank was het enige meubilair, naast een kleine tafel waarop een radio stond. Radio, het enige contact met de grote buitenwereld. Poepen deed je langs de rivier; geen riolering, geen elektriciteit, niets, geen materiële beschaving zoals wij die kennen. Men kookte op een gasfles; af en toe kwamen mannen binnen om mee te delen in een maaltijd, voor een glas thee of een terloops gesprek. Vrouwen heb ik er niet gezien.
Mustafa en ik sliepen op de stenen bank; de gastheer en Mustafa de muilezeldrijver spreidden een zeil over de vloer en legden zich daar te ruste. Eerder nog die avond, toen Mustafa en ik onze
tevredenheidstabak rookten, kraakte op de radio een Spaanse zender. Ik liep naar buiten, het donker in. Onze gastheer speelde voor Franco:
Señores y Señoritas! Vannacht vertel ik u het verhaal van de schreeuwende sterren aan de zwarte hemel, voor velen sinds mensenheugenis onbereikbaar omdat het aardse licht uw nachtzicht verblindt. Hier, bij ons, in dit vergeten land, heerst nog de duisternis, de maan en het goddelijk hemelgewelf. Kijk en zie, kleine vreemdeling, steek je lange nek uit, wij laten u wel even alleen. Morgen zal je ziek zijn maar nu nog ben je wakker, ontwaakt het slapende dier in
je verkilde hart. Bij elke vallende ster mag je een wens doen; denk daar goed over na...

... denk daar goed over na, goed over na, over na... Ik werd wakker met een lichte hoofdpijn. Pakte mijn tas in, de muilezel werd beladen en we vertrokken. Vandaag liepen we het water door en zouden we de gorges bereiken, de canyons, de smalle, hoge kloven waar het water in
het voorjaar woest doorheen stroomt, maar nu relatief rustig
doorkabbelde. Daar verdween het zonlicht; rozerode bergwanden in bizarre uitgesleten vormen leefden in eeuwige schaduw. Rond het middaguur hadden we de gorges doorlopen en hielden we halt bij een kleine kampeerplaats met primitief restaurantje, gelegen aan de rivier. Ik trok mij terug in een tent. Er kwam een jongen langs met een spartelende kip in zijn handen; verderop maakte Mustafa een
barbecue aan. Ik werd wakker van een stem die mij aan tafel riep. Ik had geen honger; hapte de vers gegrilde kippenpoot met moeite weg. Ik zocht een wc op en liep daar in stralen leeg. Kuifje in Verweggistan was ziek. Toen we een uur later verder trokken (maar niet eerder dan na een glas thee met de gastheer), dacht ik af en toe te bezwijken aan de hitte in deze godvergeten Vallei van Ellende, dit monsterlijke rotsenland. Na duizenden kilometers bereikten we een dorp. Hier moeten we zijn, zegt Mustafa, ik dank god met toegeknepen stem, betreed de boerderij, zoek de donkerte van een kamer op en val in slaap. Als ik wakker word, voel ik hoe mijn speekselklieren zich een uur in de rondte werken. Het gaat wel over, gaat wel over, bid ik, maar het gaat niet over, misselijkheid komt als een trage vloedgolf op, ik spring overeind, ren naar buiten als een dolle hond, in één ruk het balkon op,
zoek naar plekken die er niet zijn, zak ineen en gooi met kracht mijn kippetje weer naar buiten, golven braaksel over de lemen vloer. Als ik bijkom, aangenaam verlicht, zie ik hoe Mustafa de muilezeldrijver mij meewarig, maar niet zonder een spoor van verachting, aanstaart vanuit de deuropening. De rest van de dag in rillerige apathie doorgebracht. Er kwam een meisje van een jaar of veertien bij mij zitten. Ze wierp me zilverkiezels toe, waarvan ik torentjes bouwde die almaar weer omvielen. Ze lachte verlegen en was erg mooi. Ik deed haar de truc met de afgesneden vinger voor, die ze ademloos volgde.Ik sliep buiten, op het balkon. Naast mij sliep Mustafa en naast mij sliep Mustafa. Midden in de nacht speelden mijn darmen weer op; ik vroeg waar de wc was: de trap van het balkon af, de stal door, de deur links en dan de gang op, weer een deur, hoekje om en daar was het
onzichtbare gat in de grond. In de duisternis scheet ik mijn broek onder. Ik durfde niet in slaap te vallen. Een nacht heeft nog nooit zo lang geduurd.

's Ochtends bleek ik te zwak voor een wandeling; Mustafa regelde een extra muilezel die ons op zijn rug meenam. Drie uur door de vallei gehobbeld, rivier door, bergpad op, door de struiken heen, Don Quichote met buikloop. Mustafa de muilezeldrijver zong Berberse liederen terwijl de zon opkwam. Langzaam verlieten we de meest onherbergzame streken van de Hoge Atlas en kwamen we in lager landschappen terecht. Overal zaten vrouwen aan de oever, kwamen mannen op muilezels langs die ons hartelijk begroeten, salaam aleikum, la bes, rechterhand tikt zachtjes op de rechterborst, de traditionele begroeting tussen mannen onderling. Vrouwen knikt men minzaam toe, hooguit. Hier, ten zuiden van het gebergte, naderden we de woestijn en de mensen werden donkerder. Eindelijk, na dagen van trots oprijzende bergkammen, werd het uitzicht weidser, zag ik weidse heuvels en bereikten we een stad die mij aan Arizona deed denken; ik weet niet exact waarom, ik ben daar nooit geweest.

Het bleek een spookstad. We beklommen een kaalgeslagen heuvel en daar lag de laatste etappeplaats van mijn tocht door de Atlas, een door kille leegte overwoekerd hotel, rustplaats van stofeters en dodenwakers. Twee mannen waren er de baas; een ervan had het gelaat van een uitgebluste bloedzuiger, een traag voortschrijdende geestverschijning. In de middag huilde de woestijnwind door de kamers. Het rook er heet, naar dood zand. Samen met Mustafa en de bloedzuiger waste ik mijn kleren in de rivier. Ik begon mij aan mijn gids te ergeren; overal waar ik was, was hij ook; hij drong zich aan mij op en wilde zich met alles bemoeien. Het liefste had ik hem verdronken, eerlijk waar, maar mijn verziekte geest toen dacht wel vreemdere dingen. Op mijn kamer probeerde ik mijn roes uit te slapen maar ik vond slechts zand op mijn weg. In de namiddag kwam er een groep luidruchtige Fransen binnen, fietstoeristen, niets is te gek in dit huis van cryptische krankzinnigheid. Absurde tragikomedie: ellendeling Mustafa betrad mijn kamer en vroeg zoetsappig of ik niet naar buiten kwam, er waren nieuwe mensen, vrolijke jongens en prachtige meiden met blonde haren en een majestueuze xxxx, maar ik moest niets
hebben van gezelschap, had voor de zoveelste keer in het geheim mijn broek ondergescheten, kroop het liefst onder het bed en wauwelde terug van nee, ga weg. In de avond maakte Mustafa een bord natte rijst voor mij klaar, met veel te veel zout. Walgend at ik een paar happen en liet de rest staan. Ik betrad het terras dat uitkeek over de weidse
dodenvlakte en de bloedzuiger vroeg lijzig waar ik vandaan kwam.
Luilekkerland, zei ik. Daarna daalde ik de heuvel af maar deze godverlaten plek maakte mij alleen maar aan het huilen. Ik wilde weg, zo snel mogelijk. Van de nacht herinner ik mij vrijwel niets. Volgens mij liep ik leeg boven een gat in de grond.

12-05-2004, 06:02
Ik ben vooral nieuwsgierig naar jouw belevenissen in Ouarzazate area die blijkbaar maar niet komen willen.... Hoe was de Dades Vallei...?

12-05-2004, 11:14
Wat vond je van Marrakech?????????

12-05-2004, 19:33

Citaat:
Origineel gepost door Marrakchia_86
Wat vond je van Marrakech?????????
Marrakech.. !! :boogie:

12-05-2004, 19:44
Wat Vond Je Van Tanger En Larache..?

12-05-2004, 19:46
Dank je wel voor je stukje het is net als of ik ook ben geweest

12-05-2004, 19:50


ben je maar 4 weken geweest ben je met een reisorganisatie geweest




Citaat:
Origineel gepost door Lebda_boy
Dank je wel voor je stukje het is net als of ik ook ben geweest

12-05-2004, 21:49
Leuk, ik heb zin in de vakantie!!

12-05-2004, 21:56
Dit herken je wel

De weg naar MAROKKO (Bericht #)

Locatie Aanwijzing KM

Rotterdam E 19 - A16
Breda E 19 - A16 47
Antwerpen E 19- A 1 57
Gent E 17 - A 58
Kortrijk E 17 - A 1 48
Lille E 17 - A 1 31
Paris E 17 - A 1 221
Orleans E 5 - A 10 148
Tours E 5 - A 10 116
Poitiers E 5 - A 10 261
Bordeuax E 5 - A 10 192
Bayonne E 5 - A 10
Irun E 5 - A 63
Miranda E 5 - A 63 294
Burgos E 5 - A 1 247
Madrid E 5 - NI
Ocena E 5 NIV 288
Manzanares E 5 - NIV 113
Bailén E 5 - NIV
Jean E 902
Granada E 902 134
Motril E 902 69
Malaga E 5A - 359 90
Algeciras E 5 - N 331 131


OF als je naar NADOR gaat!

Locatie Aanwijzing Km

Rotterdam E 19 - A 16
Breda E 19 - A 16 47
Antwerpen E 19 - A 1 57
Bruxelle E 19 - A 1 50
Namur E 411 - E 25 56
LuxembouregE 411 - E 25 71
Metz E 21 - A 31 81
Nancy E 21 - A 31
Dijon E 21 - A 6 213
Lyon E 15 - A 7
Valence E 15 - A 7 194
Orange E 15 - A 9
Nimes E 15 - A 9 203
Montpellier E 15 - A 9
Narbonne E 15 - A 9 102
Perignan E 15 - A 9
Gerona E 15 - A 7 152
Barcelona E 15 - A 7
Tarragona E 15 - A 7 193
Castello deE 15 - A 7
Valencia E 15 - A 7 365
Murcia E 15 - A 7
Lorca E 15 - N 340
Almeria E 15 - N 344 206
Motril E 15 - N 340
Malaga E 15 - N 340 90
Algecira E 15 - N 340 134

Pagina's : [1] 2