Bekijk volle/desktop versie : Een sprookje (voor de kids:))



Pagina's : [1] 2

14-08-2002, 10:15
Er was eens lang geleden. In een koninkrijk hier ver vandaan, zo ver zelfs dat de weg er naartoe nu allang vergeten is. Een meisje. Ze woonde samen met haar 4 zussen en haar vader en moeder in een klein maar gezellig huisje in het bos. En het meisje had ook een naam hoor, net als jij en ik. Sadira heette ze.

Sadira nu, was een doodgewoon meisje. Ze was niet echt mooi, maar zeker niet lelijk. Ze was niet echt heel slim, maar dom kon je haar toch ook niet noemen. Ze was niet echt lang, maar kort was ze ook niet. Al met al een doodnormaal meisje. Maar dat was nou juist het probleem. Sadira wilde geen doodnormaal meisje zijn. Ze was het meer dan zat om altijd maar degene te zijn die niet opviel. Om altijd degene te zijn wiens naam niemand kon onthouden, hoe vaak ze het ook vertelde. Om altijd degene te zijn die men vergat als men iets ging organiseren.

Voor haar zussen lag dat anders. Ze had een hele mooie zus, een hele lieve zus, een hele slimme zus en een hele gekke zus. Zelfs haar ouders waren specialer dan zij. Haar vader was in zijn jongere jaren een ridder geweest en had haar moeder gered van een draak. Enkel Sadira was zo normaal als maar zijn kon.

Op een dag besloot Sadira dat het genoeg was geweest. Ze pakt wat brood in en vertrok in alle vroegte van huis. Sadira wilde op avontuur, zodat ook zij speciaal zou zijn.
Ze besloot om niemand te vertellen wat ze van plan was. Ze zouden enkel proberen haar tegen te houden.

Haar mooie zus zou zeggen: âMaar Sadira, je zal door weer en wind moeten reizen, weet je wel hoe slecht dat is voor je huid? â

Haar slimme zus zou zeggen: âMaar Sadira, heb je hier wel goed over nagedacht? Heb je de voordelen tegen de nadelen opgewogen? Zoals Platoheeft gezegdâ¦..â Sadira wilde niet eens verder nadenken over wat zij allemaal zou zeggen.

Ja en haar lieve zus zou zich vreselijke zorgen maken als ze wist wat Sadira van plan was.

Wat Sadiraâs gekke zus zou doen kon Sadira niet eens bedenken, maar dat het gek zou zijn stond als een paal boven water.

Goes, Sadira glipte op deze vroege ochtend dus het huis uit, met enkel wat brood als bagage. Sadira was nooit echt van huis geweest. Toen ze na uren te hebben gelopen, aan de grens kwam van het haar bekende gedeelte, slaakte ze een diepe zucht.
âHier begint mijn avontuurâ Zei ze hardop tegen zichzelf.
âNu zal ik te weten komen of ik maar doodnormaal ben, of niet.â
Eenmaal keek ze nog om en zwaaide. Naar het bos, naar het heuveltje waar ze zo vaak gespreeld had. Naar het meer in de verte, dat glinsterde in de ochtendzon. Toen draaide ze zich resoluut om en deed de eerste stappen op weg naar haar avontuur.

14-08-2002, 10:16


Terwijl Sadira zo dapper aan haar nieuwe leven begon. Gebeurde er ver weg van haar vandaan iets heel anders. Op een donkere, nare plek, in het eeuwenoude Filgarwoud, vond een ontmoeting plaats. Duistere wezens fluisterden elkaar bezorgd het nieuws uit hun streek toe, Hier en daar werd zelfs ruzie gemaakt.

âSTILTEâ Bulderde plotseling een stem. En allen waren stil. Niemand kon degen achter de stem zien. Hij zat verscholen in de schaduw van een duistere eik. Maar allen wisten wie het was. Vol ontzag richtten de wezens zich tot de plaats waar de stem vandaan kwam. Wat uit de schaduw tevoorschijn kwam zou ieder normaal mens met 1 blik tot waanzinnigheid brengen. Dit wezen had niks menselijks, maar was ook niet van dierlijk origine. Het lijf bestond uit een soort glibberige substantie als bij een insect. Zijn armen en handen waren misvormd. Zijn benen eindigden niet in voeten, maar een soort klauwen. De ogen van dit wezen waren met een blinddoek bedekt. De huid van zijn schedel was afschuwelijk dun en je kon er zo doorheen kijken en het brein â dat waarschijnlijk nooit een goede gedachte had gekend - zien.

Alle wezens deinsden achteruit bij het zien van deze gruwel. Aan alle kanten werd zijn naam gefluisterd.
âHet is fearghus, wat doet hij hierâ
De wezens keken bezorgd. Als Fearghus hier was, dan was het ernstiger dan zij zich ooit hadden kunnen voorstellen.
âStilte!!â Bulderde hij nogmaals.
âZwijg en hoor mij aan.â
Fearghus deed nog een moeizame stap naar voren. De klauwen die voor voeten door moesten gaan bemoeilijkten hem het lopen. En hij was ook de jongste niet meer. Hij had al een leven van slechtheid achter zich. Hij keek om zich heen. Ondanks de blinddoek over zijn ogen kon hij de wezens duidelijk zien. De blinddoek was er niet voor hem. Hij zag en rook alles met meer helderheid dan je je kan voorstellen. Maar 1 blik van Fearghus was dodelijk. Fearghus snoof de lucht die in de open plek in het woud hing op. Angst. Hij kon het duidelijk ruiken en voelen. Angst, zijn favoriete wapen. En haat, nog een gevoel waar de fearghus wel raad mee wist. Maar dat moest maar een andere keer. Hij had dringendere zaken aan zijn hoofd.
âMijn boodschap is kortâ Sprak Fearghus. âde tijd van de profetieën is aanmgebroken.â
Een golf van ontzetting ging door de menigte. Hier end aar werd een gil van angst geslaakt. Fearghus sprak weer. Het was direct weer akelig stil.
âIn de laatste eeuwen hebben wij veel streken in onze macht kunnen krijgen.. Wij zijn met velen en wij zijn sterker dan ooit.â De wezens keken gepast trots bij het horen van Fearghus woorden.
âMaar nu zijn de tekenen duidelijk. Wij kunnen onze ogen niet langer sluiten.â
Hij gniffelde in zichzelf terwijl hij zijn blinddoek wat verschoof. De menigte zou niet willen dat hij de ogen opende. Niemand anders had het lef om mee te lachen, al begrepen ze zijn grap.
âHet is tot mij gekomen in een visioenâ vervolgde Fearghus, toen hij zag dat niemand durfde te lachen. âDegen die onze ondergang in zal luiden is op pad gegaan. Zij zal de toren doen instorten en ons lot bezegelen. Tenzijâ¦.

Fearghus keek nogmaals naar de menigte. Zijn blik bleef rusten op 1 wezen. Een vrouw. âFrolia, kom naar vorenâ Sprak hij gebiedend. Trillend van de opwinding stapte de vrouw naar voren. De menigte deinsde wederom achteruit. Wat een afschuwelijk wezen. Met haar lange blonde haren en grote kinderogen. Haar ranke figuur en fijne trekken, kwam ze op de monster daar in het bos over als precies dat: een monster.

Fearghus streek haar liefkozend over haar gouden lokken. Hij wist wel beter. Haar uiterlijk kon voor hem haar ware aard niet verborgen houden. Zij was Frolia, de enige in haar soort. Waar zij van buiten een schoon uiterlijk bezat, werd zij in slechtheid enkel geevenaard door Fearghus zelf.

14-08-2002, 14:13
Dit schouwspel van verschrikking en afschuw werd niet alleen door de aanwezige menigte gevolgd. Verscholen op een met gifgroene bladeren dikbedekte boomstam zat Xerofyt . Er was eens een tijd dat hij deel uitmaakte van deze wezens, met hun duistere gedachten en hun verschrikkelijke onontzienbare optredens tegenover andere bewoners van deze streek.
Hij bekeek het schouwspel met meer dan alleen belangstelling. In wezen was hij een van hun, gelijkend in alle facetten van verschrikking, net zo erbarmelijk gekleed en net zo afschuwelijk eruitziend. Zeker als je hem voor de eerste keer te zien kreeg. Tenminste als je hem te zien kreeg. Xerofyt was als een kameleon geworden, iemand die zich razendsnel aan elke situatie, hoe verschrikkelijk ook, kon aanpassen. Verandering van gedaante was voor hem niet eens meer een kunst, het was een levenswijze die hij genoodzaakt was aan te nemen. Genoodzaakt, denken jullie nu? Ja genoodzaakt, ook al was Xerofyt een deelgenoot van deze groep duistere wezens, hij mocht niet een van hun zijn.
In een ver verleden toen Xerofyt net geboren werd, of eigenlijk meer geworpen werd, als een dier een dier ter aarde brengt, was hij direct verwijderd bij zijn ouders. Nooit heeft hij geweten wie zij zijn, hoe zij zijn. Nu was dat voor hem ook niet een belangrijk punt in zijn bestaan. Xerofyt had geen barmhartigheid. Goedheid was aan hem niet besteed..
Je zou haast kunnen zeggen dat hij de verschrikkelijke Fearghus bijna kon evenaren.
Ook hij had een naam verworven in deze streek. Echter anders dan Fearghus, bewoog Xerofyt zich alleen door de diepe wouden, hij had geen aanhang die hem trouw volgde of die bang voor hem was en naar hem luisterde. Nee, Xerofyt was liever alleen. Hij had wel eens enkele volgelingen gehad, die hem trouw zworen, maar door hebzucht en honger naar macht was het tot een uitbarsting gekomen. En zoals het een leider behoort, had Xerofyt daar een einde aan gemaakt. Na een verschrikkelijk gevecht waarbij hij het tegen meerdere tegenstanders moest opnemen was hij als winnaar uit de strijd gekomen. Om zijn zege duidelijk te maken aan iedereen die wel eens tot diep in het woud geraakte, had hij zijn doodde tegenstanders onderste boven aan hoge bomen opgehangen, ontdaan van hun vel, met hun schedel ernaast bungelend aan een liaan.
Nee, hij had geen enkele medelijden getoond met zijn laffe, eens trouwe ,aanhangers.
Zien moest iedereen het, respect zou het afdwingen bij zijn tegenstanders. En dat deed het ook.
Hoe slecht de bewoners ook waren van dit duister woud, ze moesten zelf ook een keuze maken, een keuze, voor wie ze meer angst hadden. En de winnaar van deze duister strijd was ......voorlopig.... Fearghus.

14-08-2002, 19:28
Er was een gegronde reden dat Xerofyt naar dit schouwspel was komen kijken.
Al langere tijd deden er geruchten de ronde dat iets ging gebeuren. Iets wat de stoutste verwachtingen zou overtreffen. Op sommige momenten leek het of alles werd beheerst door deze geruchten. Gevoed door angstige wezens die geen enkele zelf ontplooiing kenden en slechts leefden op gratie van Fearghus.
Het leek of de angst voor het onbekende wat er te gebeuren stond, nog meer gevoed werd door de vluchtende dieren, levensvormen die hun leven vaak te danken hebben aan hun instinct. Hun 6e zintuig dat ze dikwijls voor andere roofdieren of duistere figuren heeft weten te behoeden.
Het instinkt dat nu weer duidelijke signalen leek te sturen naar de, weliswaar met de mens vergeleken, kleine hersenen, maar toch afdoende groot leken te zijn om ze te doen beseffen dat ze hun heil ergens anders moesten gaan zoeken. En zo waren al diverse soorten begonnen met hun vlucht naar het verre onbekende, maar schijnbaar veiligere wereld.
Xerofyt leek geboeid door het schouwspel wat zich daar diep onder hem voltrok.
Hij rook een ziltige geur, de geur van angst. Hij zag hoe Fearghus met zelfvoldoening zijn volgelingen bekeek en deze onderwierp aan pijnigingen. Nee geen fysiek geweld, dat was allang niet meer nodig. Niemand die Fearghus durfde tegen te spreken, laat staan iets tegen hem durfde te ondernemen.
Het was zelfs voor Xerofyt een raar gevoel wat hem heel even omgaf, een gevoel van herkenning.
Maar was het nou de herkenning van de angst die hij ook had geproefd bij zijn volgelingen of was het iets anders, iets wat hij nog niet kende en hem daarom dit rare gevoel bezorgde?
Plotseling werden zijn ogen aangetrokken door een verschijning, die luisterde naar de naam Frolia. Een naam die hem weliswaar slechts bekend was van geruchten, maar een naam die hij nog nooit bij een persoon had kunnen plaatsen. Een naam die nu uitgesproken werd door Fearghus met een gebeidende stem, die zelfs xerofyt even ontzag inboezemde.
Hij aanschouwde haar, ze had lange blonde haren en die ogen dan! Ogen die hij zich alleen herinnerde van jonge kinderen. Nee het waren geen emotionele herinneringen die hij koesterde aan deze jeugdige wezens. Het waren slechts herinneringen aan ogen die over de grond rolden als hij weer eens een kind het hoofd hadâ¦..

16-08-2002, 09:44


doen verliezen aan zijn honger. Xerofyt schudde de herinnering van zich af. Dit was niet het moment om op te gaan in nostalgische mijmeringen over vroegere tijden. Hij moest opletten. Hij richtte zijn aandacht weer volledig op het schouwspel beneden hem.
Sadira werd badend in het zweet wakker. Wat een nare en eigenaardige droom, dacht ze bij zichzelf. Schichtig keek ze om zich heen. In de totale duisternis van de nacht, kon ze niks onderscheiden. Ze probeerde het nare gevoel dat als een verstikkende deken over haar heen lag, van zich af te schudden. In haar droom was een soort bijeenkomst geweest. Een keur aan vreemde, gruwelijke wezens was in haar droom aanwezig geweest. Ze on het zich nog vaag herinneren. Een van de wezens had een blinddoek om gehad. Ze had het gevoel gehad dat hij recht naar haar keek. Dat hij haar op de een of andere mysterieuze wijze gezien had. Brrrrrrrrr Sadira rilde van het onbehagelijke gevoel dat de droom had nagelaten. âNu kan ik nooit meer slapenâ Dacht ze bij zichzelf. En met grote open ogen lag ze in het duister naar de sterren te staren. De maan was compleet verborgen in de bewolkte hemel, waardoor de duisternis nog dieper was dan anders. Sadira dacht terug aan haar warme bed. En de veilighied van haar eigen huis. Ze was nu 3 dagen van huis weg. En het was allemaal toch minder makkelijk dan ze gedacht had. Sinds de dag dat ze vertrokken was, had ze elke nacht nachtmerries gehad. Overdag probeerde ze zo snel mogelijk vooruit te komen. Maar het slaapgebrek begon haar toch parten te spelen. Het kleine beetje brood dat ze mee had genomen was allang op. Gelukkig groeide er in het bos vollop vruchten waar ze zich tegoed aan kon doen, en uit de verschillende beekjes en stroompjes verkreeg ze haar drinkewater. Sadira was erg moe, maar dacht er niet over om op te geven. âZe zien me al aankomenâ, dacht ze bij zichzelf. âNet 3 dagen weg en nu al met hangende pootjes weer aankloppen. En een echt avontuur heb ik nog niet beleefd. Nee,â Zei ze resoluut tegen het donker âIk ga door!â.

Een gehuil dat door merg en been ging verstoorde plotesling de stilte van de nacht. Sadira zat meteen recht overeind. Wat was dat?

16-08-2002, 11:23
Nogmaals klonk hetgehuil inde nacht. Haar haren gingen ervan overeind staan. Het klonk als een dier. Het klonk alsof het dier vreselijk aan het lijden was. Sara verzamelde al haar moet bij elkaar en ging op onderzoek uit. Ze liep in de richting waar het geluid vandaan was gekomen. Ze kon door de duisternis niet erg ver voor zich uitkijken en moest dus voorzichtig lopen om nergens over te struikelen. Voor de derde keer klonk het gehuil. Ze liep zo goed en zo kwaad als het ging in de richting ervan. Door de bomen heen, zag ze verderop een open plek. Het geluid leek precies daar vandaan te komen. Nog een paar stappen en ze zou kunnen zien wat het was. Ondanks haar angst was ze nu wel erg nieuwsgierig geworden.
Het was een wolf. Een witte wolf. Sadira schrok. Wolven stonden niet bekend als de vriendelijkste dieren. Maar deze wolf zag er erbarmelijk uit. Hij was wit, maar zân vacht was vies en er zaten lege plekken waar de huid doorheen kwam. Uit z;n bek stroomde wat bloed. Een van zijn poten zat vast in een klem. De poot was bedekt met gedroogd bloed, en stak duidelijk af tegen de witte vacht. De wolf had Sadira nog niet opgemerkt. Hij klaagde met zijn gehuil over zân wrede lot, dat had bepaald dat hij in dit bos zou sterven. Voorzichtig kwam Sadira dichterbij. Plots draaide de wolf zijn kop in haar richting. Sadira was direct onder de indruk van zijn schoonheid. Hij had 2 verschillend gekleurde ogen. Een blauwe en een groene. En uit die ogen straalde geen kwaadaardigheid. Op dit moment slechts pijn.
âWie ben jij? Kom je kijken hoe ik mijn laatste momenten beleef? Kom je genieten van mijn doodstrijd?â
Sadira keek om zich heen. Wie had daar gesproken? Ze had toch duidelijk een stem gehoord. Het was toch nietâ¦neee het kon de wolf niet zijn. Wolven kunnen niet spreken. De wolf keek haar onderzoekend aan.
âNou, zeg op. Wie ben jijâ Sadira was zo verbaasd dat de wolf tegen haar sprak, dat ze antwoordde. âIk ben Sadira. Kan ik je misschien helpenâ¦uhm..meneer wolfâ Zei ze, zichzelf in haar gedachten voor gek verklarend.
âAls jij mij hier los kan maken, zal ik je eeuwig dankbaar zijnâ Zei de wolf. âMaar je bent een mens. En ik weet dat mensen niet geneigd zijn om wolven te helpen. Maar laat me dan in vrede stervenâ
Sadira dacht snel na. Blijkbaar konden wolven wel praten. Zo leer je elke dag wat nieuws, dacht ze. âEn was ik niet op zoek naar een avontuur? Een pratende wolf lijkt me een goed beginâ Ze besloot de wolf los te maken. âLaat ik vooraf zeggen meneer wolf, dat ik niet lekker smaak. Dus mocht je honger hebben, bedenk je dan twee keer.â De wolf glimlachte cynisch. âJouw soort smaakt mij niet. De nasmaak doet een wolf geen goed. Maak je geen zorgen kind, als je me redt, zal ik voor eeuwig in de schuld bij je staanâ
Sadira was overtuigd.

16-08-2002, 22:33
â¦â¦.Sadira was overtuigd

Ondertussen probeerde Xerofyt zijn gevoel te onderdrukken. Iets wat hem niet lukte. En toen deed hij iets wat hem eigenlijk heel ongewoon voor hem was. Hij trok zich terug. Niet uit angst voor Fearghus, nee daar zou hij nooit angstig voor zijn. Xerofyt kende geen angst, niets van dien aard, nooit een moment van twijfel gekend. Slechts handelend uit instinct, iets wat hem zo lang in leven gehouden heeft. Tenminste als je dit een leven kon noemen. Maar ook deze gedachte speelde niet bij Xerofyt.
Van boom tot boom verplaatsend, zocht hij zijn weg door de dikbegroeide bomen van het woud.
Nog steeds was hij dat gevoel niet kwijt. Het begon hem steeds meer onrustig te maken. Dit was iets wat hem onbekend was.
Door dit in beslag genomen merkte hij niet eens dat er geen vogels meer waren. De bomen leken uitgestorven. De op mensgelijkende apen waren evenmin meer aanwezig, terwijl zij toch een van de meest gerespecteerde dieren in het woud waren. Ze deinsden voor niemand terug en hadden een intelligentie die de mens bijna gelijkwaardig was.
Xerofyt had al talloze gevechten met hun gevoerd. En hoewel hij steeds als winnaar uit de strijd gekomen was, kon hij ook een bepaald respect voor ze opbrengen.
Ze streden altijd met een groep, nooit alleen. Zij waren de trouwste volgers van hun leider. Niet zoals het bij hem vergaan is met zijn volgelingen. Slecht eenmaal per jaar vond er een gevecht plaats tussen de machtigste mensachtige apen. Dat was net voor de periode dat het sterkste mannetje moest gaan zorgen voor het nageslacht.
Xyrofyt was eenmaal getuige van zoân strijd. De verliezer van dat gevecht werd op brute manier uit de groep verstoten om nooit meer terug te keren. Verstoten zijn, was gelijkwaardig aan de dood. Geen kans op overleven in het woud wat zijn eigen leven leidde.

Aangekomen bij een waterval knielde Xerofyt neer en deed zich tegoed aan het helderblauwe water. Dit was een van de weinige plekken waar hij rustig kon verblijven. Het was een plek die door de andere bewoners van het woud werd gemeden. Geen vogels, geen berkiâs ( een op een wild zwijn gelijkende allesvraat, die bijna geen hersenen bezitten maar door hun robuust en langharig uiterlijk, met hun scherpe snijtanden, geen makkelijk prooi zijn) Zelfs de bovengenoemde mensapen bleven hier weg.

Dit was de plek van hetâ¦.

16-08-2002, 22:36
Dit was de plek van het verhaalâ¦

Het verhaal dat Xerofyt al talloze malen had gehoord en wat hij weigerde te geloven, maar de nieuwsgierigheid overwon het telkens van zijn weigering.
Het was de plek van het verhaal over de sprekende witte â¦.!!!.

Hij kon zich herinneren dat toen hij heel klein was, in het bos geruchten de ronde deden dat er een dier was dat op een wilde hond leek, maar het niet was. Dat het de slimheid had van een vos maar het niet was. Dat het zo snel was als een antilope, maar het niet was. Dat het de ogen van een adelaar en âs nachts van een uil had, maar het niet was. Dat het de intelligentie van de mens had maar het niet was. Dat hetâ¦.
Maar niemand had hem echt ooit gezien. Dat was ook de reden dat Xerofyt weigerde te geloven in het bestaan van zoiets. In het bestaan van iets dat niet konâ¦maar hem toch nieuwsgierig maakte.

Na van het heldere water gedronken te hebben voelde Xerofyt een honger opkomen. Hij had al twee dagen niets gegeten, zichzelf geen tijd gegund om op een dier te jagen of zelfs maar enkele bessen, die in overvloed in het woud groeiden, te eten. Zo was hij bezig geweest met het bereiken van de plek waar hij Fearghus zou zien. Waar hij de geruchten over het naderende onheil zou bevestigd krijgen.
Nu kon hij de drang naar voedsel echter niet meer onderdrukken en begon zijn zoektocht naar iets wat eetbaar was.
Hij schuwde het niet om zich te storten op een berki of om een antilope achterna te zitten. Maar hij was ook slim genoeg om vallen te zetten. Vallen die hij later zou opzoeken om de daarin gevangen dieren, die meestal al aan het rotten waren, te legen.
Zo deed hij nu ook. Zich voorzichtig een weg banend tussen de struiken zocht hij een val die ver genoeg van de plek van het verhaal was, waar de kans op een prooi groot was.
Eenmaal daar aangekomen bleek deze echter leeg te zijn! Iets wat eigenlijk bijna nooit gebeurde, maar het lokte bij Xerofyt geen verwondering op. Hij had inmiddels de leegte van het woud beter opgemerkt.
Bij de tweede val aangekomen bleek ook deze leeg te zijn. Er restte slechts een beetje bloed aan een van de pinnen die aan de val vastzaten en die een poot van een gevangen dier zouden doorboren, zodat deze sneller zou sterven aan de verwondingen.
Deze val trok meer aandacht van Xerofyt dan de eerste, deze had iets eigenaardigs. Het instinct van Xerofyt maakte hem ineens heel voorzichtig, hij keek snel om zich heen, zoekend naar iets wat onbekend was. Het enige onbekende van het moment was echter de stilte. Een stilte zoals hij die kende als er een storm dreigde.
Opeens viel zijn oog op iets wat naast de val lag. Hij raapte het op, bekeek het heel aandachtig, snoof de geur op. Vooral dit laatste riep zijn verbazing op. Het was een geur die hem bekend was, maar die hij niet thuis kon brengen. Een geur die hij herkende, maar niet wist dat hij hem kende. Ineens begon zijn hoofd te bonken. Hersenspinsels die een mens gek kunnen maken, raasden door zijn hoofd. Wat was dit, wat was dit stukje witte vacht dat hij in zijn handen had.
Wat was ditâ¦

16-08-2002, 22:55
Zo nu dus weer jouw beurt om de nacht wakker door te brengen en na te denken hoe je hem zal vervolgen

liefs,
?

20-08-2002, 10:37
Terwijl Xerofyt Zich langzamerhand begon te realiseren wat het witte stukje vacht kon betekenen, liep Sadira met haar nieuwe reisgenoot moeizaam steeds verder bij hem vandaan . De wolf, wiens naam Sadira nog niet kende, had erop gestaan dat ze snel vertrokken van de plek waar zij hem gevonden had. Degene die de val geplaatst had zou zeker terugkomen en dan was het zaak dat ze al een heel eind uit de buurt zouden zijn. Sadira zag wel in dat hij gelijk had. Ze had een stuk van haar rok afgescheurd en daarmee zijn poot zo goed en zo kwaad als het ging verbonden. Later zou ze wel zien hoe ze dat beter kon doen. En nu waren ze dus op weg. De wolf leed veel pijn, maar liep zonder te klagen zo snel als hij met zijn verwonde poot kon. De tocht verliep in stilte. Noch Sadira, noch haar nieuwe partner hadden behoefte aan een gesprek. De wolf leed pijn, en Sadira was te moe en hongerig om te praten.
âLaten we hier even rustenâ sprak de wolf moeizaam.
Moe als ze was, plofte Sadira direct neer op de grond en keek om zich heen. De bomen stonden dicht op elkaar. Het was ondertussen ochtend geworden, maar zelfs het licht van de zon had moeite zich te laten zien door het dikke gebladerte van de kolossale bomen heen. Het licht dat daardoor ontstond had een vreemde, bedrukkende gloed. De bomen leken in dit licht te leven. Alsof ze elke moment hun takken als klauwen gingen gebruiken. Sadira schudde haar hoofd om de gedachte kwijt te raken en wendde haar blik van de bomen af naar de grond. De grond waarop Sadira nu zat was zacht en nat door het mos dat de aarde bedekte. Het bos was opvallend stil. Geen vogels of andere dieren waren te horen, alleen het geritsel van de bladeren in de reusachtige bomen onderbraken de stilte. De wolf vleide zich tegen Sadira aan. Ze voelde hem rillen van de kou. De wond in zijn poot was blijkbaar gaan ontsteken.
âJe bent ziek lieve wolfâ Zei Sadira zachtjes.
âIk weet het meisje,â zei de wolf. âDe wond moet worden schoongemaakt. Mos werkt ontsmettend. Leg wat op de wond en verbind het dan nogmaals.â Zijn laatste woorden waren gefluisterd. De wolf was aan het einde van zijn krachten. Sadira haalde het verband van zijn poot af en legde wat mos op de wond, die er niet gezond uitzag. Daarna scheurde ze nog een stuk van haar lange rok af en verbond de wond opnieuw. âhad ik maar wat waterâ dacht ze bij zichzelf. âdat zou hem goed doenâ Nogmaals keek ze om zich heen. Iets verderop zag ze een struik met bramen. Ze duwde de wolf voorzichtig wat van zich af. Hij maakte geen geluid, zo diep zt hij in zân eigen koorts. Snel plukte ze wat bramen, die ze in haar rok liet vallen. Ze schudde de wolf wakker en dwong hem de bramen te eten. âVoor je in slaap valt, wil ik je naam weten lieve wolf.â Zei ze. De wolf moest ondanks zijn koorts lachen.
âMisae is mijn naam kind. En hoe mag ik jou noemen.â
âNou je mag me noemen hoe je wilt. Maar mijn naam is Sadiraâ antwoorde Sadira.
âdat is mooiâ fluisterde de wolf zachtjes en zakte weer weg in zijn diepe koorts.Sadira besloot dat wat rust haar ook goed zou doen. Ze ging dicht tegen de zachte vacht van de wolf aanliggen en viel bijna direct in slaap.

21-08-2002, 08:57
âSadira!ââ¦Ze hoorde het goed. Iemand riep haar naam. Ze wilde nog niet wakker worden. Ze was zo moe, zo moe was ze nog nooit geweest. âSadiraâ Dit keer klonk het nog dringender. Met tegenzin deed Sadira haar ogen open. Het was de wolf. Voor zover dat bij een wolf kon, zag hij er veel beter uit.
âIk ben blij dat ik je wakker heb gekregen zegâ Zei de wolf. âIk dacht dat je nooit meer wakker zou wordenâ
âIk was ook zo moeâ zei Sadira verontschuldigend. âHet is al goedâ antwoordde de wolf. âWe moeten zo verder. Er hangt iets in de lucht. Ik weet nog niet wat het is, maar het voelt niet goed. Je moet min poot nogmaals met mos bedekken en verbinden. het heeft al goed geholpen, maar ik ben er nog niet, hoewel de koorts voorlopig weg is.â Sadira verbond de wond nogmaals met een flinke lading mos. Nadar zij en Misae nog wat bramen hadden verorberd, togen ze weer op weg.
âWaar gaan we eigenlijk heenâ vroeg Sadira nadat ze een tijdje gelopen hadden. Ze was de hele tijd stil geweest. Duizend vragen hadden door haar hoofd gespookt. Wie was de wolf? waarom kon hij praten? Was dit nou het avontuur waar ze zo naar verlangd had? Waar gingen ze heen? De laatste vraag had ze hardop uitgesproken. âWaar we exact heen gaan weet ik nietâ vertelde de wolf haar âMaar ik heb sterk het idee dat we deze kant uitmoeten. Dat dit de juiste weg is. En ik heb ook een heel dringend gevoel dat we achtervolgd worden door iets. Iets dat niet het beste met ons voorheeft. Voel jij het niet?â
Sadira moest toegeven dat ze al de hele tijd een beklemmend en opgejaagd gevoel had. Ze had het toegeschreven aan de sfeer in het bos. Maar misschien had de wolf wel gelijk en was er meer aan de hand. Sadira was in ieder geval bereid hem te geloven. Kwaad kon het waarschijnlijk niet. Hardop zei ze. âIk volg jou wolf, aangezien ik zelf nog geen doel voor ogen heb. Ik ben slechts op zoek naar avontuur. En jij lijkt de eerste stap op die weg te zijn. Dus ik blijf bij je. Dan zal het avontuur zich vanzelf openbaren.â De wolf lachte hierom. âlaten we hopen dat het avontuur klaar is voor jou Sadiraâ Zei de wolf.
Na deze raadselachtige woorden was het weer stil in het bijzondere reisgezelschap.
Sadira richtte haar aandacht weer op de weg.

21-08-2002, 09:16
Vanavond zal ik me maar weer eens gaan uitleven op het vervolg. We gaan het spannend maken. Worden de kinderen dan niet te bang?

21-08-2002, 09:17


hahahaha nee joh!!!

21-08-2002, 09:23

Citaat:
Origineel gepost door Safira75
hahahaha nee joh!!!
sure

Dan ga ik het een beetje bloederiger maken.......
Brengt een beetje kleur in het verhaal....

21-08-2002, 09:24
jaaaaaaaaaaaa
ik ben GEK op bloederig!!

heb je je boxxxx geleegd??

anders schrijf ik zo mooi- en dan ben ik het weer kwijtttttt

Pagina's : [1] 2