Bekijk volle/desktop versie : Mijn lot



Pagina's : 1 2 3 4 [5] 6

26-08-2002, 14:23
Ik wilde daar nu niet aan denken. Aan mijn moeder die daar lag. Die kolossale man bovenop haar. Het beeld verdween maar moeilijk uit mijn gedachten. Maar ik moest wel weten wat er aan de hand was. Mijn moeder had mij verteld dat er oorlog was. Maar ik had me niet gerealiseerd dat het zo dichtbij was. Ik had ook geen idee wat de inzet van de oorlog was. Er was wel vaker oorlog geweest in ons land. Maar wij hadden er nooit direct mee te maken gehad. Ons dorp lag zo afgelegen, dat dat soort grote dingen ongemerkt aan ons voorbij konden gaan. Dit was de eerste keer dat een oorlog een effect op ons had. Maar ik was onwetend in de zaken van de wereld buiten ons dorp. Waar Marcus exact vandaan kwam wist ik niet. Maar ik had het idee dat hij meer wist dan ik.
”ik weet ook niet alles Sara, maar wat ik wel weet zal ik je vertellen” zei Marcus. “Er is al een tijdje oorlog Sara. Ik weet dat jullie er weinig over vernomen hebben omdat jullie zo afgelegen wonen. Ik ben in de grote steden geweest en daar is het al langer merkbaar. Het eten is schaars, en bij de grenssteden beginnen de vluchtelingen binnen te stromen.” Ik keek hem aan maar begreep niet helemaal wat hij zei. We lagen inderdaad afgelegen, maar hoe kon het dat wij helemaal niks gemerkt hadden hiervan. Marcus vervolgde zijn verhaal: “Omdat wij als land al jaren geen oorlog hebben meegemaakt, hebben we ook geen leger van belang om onze landsgrenzen te beschermen. De koning heeft dan ook moeten besluiten om huurlingen in te zetten. Mannen die hun loyaliteit aanbieden aan diegene die de hoogste prijs betalen. Maar de koning kan zich deze soldaten niet langer veroorloven. En ze hebben zich tegen hem gekeerd. Het is niet langer de vijand van buiten die wij moeten vrezen. De vijand is het binnenland al ingetrokken. De aanval op je dorp Sara, was een actie van de huurlingen. Ze zijn bezig de koning te dwingen te betalen door zijn onderdanen gevangen te nemen en te doden in sommige gevallen.”
Hoe kon dit. Oorlog, huurlingen. Het zei me allemaal niks. Het enige dat ik wist was dat deze mannen mijn vader gevangen hadden genomen en mijn moeder het leven hadden ontnomen. Ik kon niet verder denken dan mijn eigen situatie. Dat wij als natie in oorlog waren met het buurland, kon me gestolen worden. Als ik mijn vader maar terug kon zien. Marcus zei:”Er is nog veel meer te vertellen, maar dat moet maar een andere keer. Onze eerste zorg zijn de kinderen Sara” Ik was blij dat hij “onze” zei. Het betekende dat hij ons als een team zag. Dat we bij elkaar hoorden en daarmee de verantwoordelijkheid voor de kinderen samen droegen. Die dag stelde ik geen vragen. Hoe wist hij dit allemaal? En wat was er nog meer te vertellen? Het kwam niet bij me op. Ik was nog steeds verlamd door alle gebeurtenissen van de vorige dag en kon maar moeilijk verbanden leggen.
Ik had maar 1 doel voor ogen: de kinderen in veiligheid brengen. Al het andere schoof meteen door naar de achtergrond.
Ik riep de kinderen terug van hun zoektocht naar vruchten. Ze hadden bijzonder veel verzameld. Hiervan konden we in ieder geval een dag vooruit. Daarna zouden we wel weer zien. Marcus en ik hielpen samen de kinderen op de paarden en stegen zelf op ons eigen paard. We waren weer op weg.

26-08-2002, 15:16


De tweede dag verliep ongeveer hetzelfde als de eerste. Weer sliepen we in de open lucht, weer sliep geen van ons echt goed en weer verzamelden we in de ochtend vruchten als proviand. We reden ook deze dag tot de zon onder ging. Nadat we een vuur hadden aangelegd om ons warm te houden, sprak ik de kinderen toe. “Jongens, ik wil met jullie praten over morgen. Als alles goed gaat zullen we dan bij onze bestemming aankomen. Tot nu toe heb ik jullie nog niet verteld waar we op weg naartoe zijn. Maar het is tijd dat jullie begrijpen wat er van jullie verwacht wordt.” De kinderen zwegen, en keken me met ernstige blikken op hun gezichten aan. Zelfs de jongste had iets van haar kinderlijkheid verloren. “We zijn nu op weg naar het klooster, waar ze jullie van onderdak kunnen voorzien.” Synan keek me geschrokken aan. “hoe bedoel je “jullie” Sara?” Vroeg hij. “ik bedoel” legde ik geduldig uit “dat ik niet daar zal blijven met jullie. Marcus en ik gaan terug om onze vader te zoeken.”
”Ik ga mee” Zei Synan resoluut. “hij is ook mijn vader en ik ben een man. Ik laat jou het niet alleen opknappen Sara!” “Synan, hoe graag ik ook wil dat jij meegaat. Het zal niet gaan. Ik heb je nodig bij de kinderen. Jij bent de oudste nu en je zal voor ze moeten zorgen. Ik reken op je en mama ook.” Zoals ik al had gedacht deed het noemen van mijn moeder hem direct zwijgen. Wat ik deed was niet eerlijk, ik wist dat ook wel. Maar ik kon me niet veroorloven eerlijk te zijn. Natuurlijk wilde Synan mee. Zo jong was hij niet meer en het was immers ook zijn vader. Ik mocht hem het recht niet ontnemen om zijn eigen vader te zoeken en zijn moeder te wreken. Maar ik kon niet op pad gaan tenzij ik met zekerheid wist dat de kinderen veilig waren. En daar hoorde Synan ook bij. Dus sprak ik over mijn moeder en mijn belofte aan haar, wetende dat hij dan niet anders kon dan de verantwoordelijkheid voor de kinderen op zich te nemen zolang ik weg was. Ik vervolgde mijn verhaal. Ik had het de hele dag te paard geoefend. Zodat ik voorbereid zou zijn op vragen van de kinderen en ook de protesten die ik wel had verwacht van Synan. “Als jullie in het klooster zijn, verwacht ik van jullie dat je je gedraagt. Ik kan niet terugkomen om jullie te helpen of om jullie op te halen, voor ik vader gevonden heb. Jullie zullen het met elkaar moeten doen. Synan, jij hebt de leiding. Als er dus iets is, gaan jullie naar hem toe. Luister goed naar wat de nonnen van jullie verwachten en wees gehoorzaam. Zodra ik vader gevonden heb kom ik jullie weer halen.” Ik zweeg. Ik voelde wel dat het verhaal dat ik ze nu vertelde vol onzekerheden zat. Ik wist niet eens zeker of het klooster de kinderen op zou nemen. En ik had ook geen idee wat voor mensen er woonden, of ze aardig waren en goed voor de kinderen zouden zijn. Maar meer zekerheid kon ik de kinderen niet geven. Ze moesten het ermee doen.

26-08-2002, 15:23
Ze zwegen allen, geen woord kwam over hun lippen. Slechts de angstige blik in hun ogen verraadde dat ze me hadden gehoord. Synan zag het ook. Hij keek mij aan en zei:”Maak je geen zorgen Sara, ik zal ervoor zorgen dat we het goed hebben.” Hij draaide zich om naar de andere kinderen. “Samen komen we er wel doorheen toch.” De andere knikte nu, blij dat hun grote broer ze niet meer alleen wilde laten. Ik was Synan dankbaar voor zijn woorden. Het maakte alles zoveel makkelijker als hij bij ze bleef. Ik kon nu met een geruster hart op pad gaan. Ik was bang geweest dat Synan zou proberen ons te volgen. Maar ik had mijn broertje onderschat. Hij was zich zeer bewust van de last die op ons drukte nu ons beide ouders ons niet konden helpen.
Synan hielp mij dit keer om de jongeren naar “bed” te brengen. Voor ze gingen slapen omhelste we elkaar stevig. We waren familie, en daar moesten we kracht uit putten.

26-08-2002, 15:58
Marcus had ons onze tijd alleen even gegund. Hij was alleen op onderzoek in het bos gegaan zodat wij met elkaar konden overleggen. Toen de kinderen al een tijdje lagen te slapen en kwam Marcus weer terug. “Nog iets bijzonders tegengekomen?” Vroeg ik hem. “Niks te zien” antwoordde hij. “Is alles hier goed gegaan?” Ik vertelde hem van Synan en wat ik tegen de kinderen had gezegd. Hij luisterde aandachtig en knikte af en toe instemmend. “Jullie zijn een sterke familie” Zei hij toen ik uit was gesproken. “De kinderen redden het wel. Synan zal goed voor ze zorgen. Laten wij ook naar bed gaan. We moeten morgen weer vroeg op pad. Het zal een lange dag worden.” We gingen elk aan 1 kant van de kinderen liggen. Zodat ze door ons beschermd waren. Ik viel deze nacht snel in slaap en sliep wederom een droomloze slaap.

27-08-2002, 11:16


Een ijzige gil doorkliefde de stille nacht. Het was Raja. Ik schoot direct overeind. Aan de andere kant van het vuur dat we hadden aangelegd stond iemand. Hij was lijkbleek en door het schijnsel van het vuur leek hij in eerste instantie een geest. Pas toen ikd e zweetdruppels op zijn voorhoofd zag staan, realiseerde ik me dat het slechts een man was. De man staarde me recht in de ogen aan, maar zei niks. Marcus was ondertussen ook wakker geworden en had zijn pijl en boog al in de aanslag, maar voor hij een pijl af kon schieten, zakte de man op de grond in elkaar.

27-08-2002, 13:56
Marcus was ondertussen ook wakker geworden en had zijn pijl en boog al in de aanslag, maar voor hij een pijl af kon schieten, zakte de man op de grond in elkaar. Marcus rende direct op hem toe. Terwijl ik mij beschermend voor de kinderen opstelde.
”hij heeft het bewustzijn verloren” constateerde Marcus “hij is gewond.” Haastig stond ik op om de man, die nu onschadelijk was, van dichtbij te bekijken. Ik knielde naast hem neer. Van dichtbij kon ik heel duidelijk zien dat de man ziek was. Het was een oudere man, met een vriendelijk gezicht, al was het nu vertrokken van de pijn. De kledij die hij droeg, bevreemde me. Ik kon het niet direct plaatsen.
”het is een geestelijke” zei Marcus. Natuurlijk, waarom was me dat niet eerder opgevallen. Dit was een monnik. Nu pas herkende ik zijn kleding en ook zijn vreemde kapsel kon ik nu plaatsen. Opgelucht haalde ik adem. Als het een geestelijke was, waren we veilig. Ik keek naar zijn arm. Er liep een diepe snee van boven naar beneden. De randen van de wond zagen er rafelig en ongezond uit.
“We moeten hem verbinden Marcus, die wond is ontstoken.”
Marcus keek enigszins wantrouwend naar de monnik.
“We moeten hem goed in de gaten houden. We weten niet wie hij is, wat er met hem gebeurd is en of hij wel een echte monnik is” Daar had ik nog niet eens aan gedacht. “dit zijn barre tijden Sara. We kunnen hem niet zomaar zonder meer vertrouwen.” Marcus had natuurlijk gelijk. Iedereen kon zich het uiterlijk van een geestelijke aanmeten. Innerlijk gaf ik mezelf een standje. Als ik wilde blijven leven zou ik me moeten aanpassen aan de nieuwe tijden die sinds 2 dagen waren aangebroken. Tijden waarin mensen niet meer zomaar zondermeer vertrouwd konden worden en waarin uiterlijkheden per definitie gewantrouwd moesten worden. Maar we moesten ook in deze tijd wel redelijk blijven. Wat als de arme man wel een monnik was. Gewond was hij in ieder geval. We konden hem op z’n minst verplegen, hoewel we hem inderdaad goed in de gaten moesten houden. “Ik ga in ieder geval zijn wond schoonmaken. Hij is nu toch buiten bewustzijn en te ziek om kwaad uit te halen. Hij glimt helemaal van de koorts Marcus. Als we hem zo laten, kan hij sterven.”
Marcus stemde er met tegenzin mee in. Ik liep naar waar de kinderen lagen en pakte Raja op. Ze was heel erg geschrokken door de verschijning van de vreemde man en zat zachtjes snikkend tegen Synan aangedrukt. Die wist zich er geen raad mee. Hij was net op die leeftijd dat jongens heel onhandig konden zijn wat dat soort dingen betreft en keek me dankbaar aan toen ik Raja van hem overpakte. De andere kinderen waren ondertussen ook wakker geworden.

27-08-2002, 15:33
Iliana, net 10 jaar oud en Casimir die 12 was en vreselijk tegen Synan opkeek. Casimir probeerde Iliana te troosten, zoals hij Synan bij Raja had zien doen. Hij imiteerde zijn broer graag, jammergenoeg ook wanneer zijn grote voorbeeld minder voorbeeldig gedrag vertoonde. Maar nu was ik blij dat hij zijn broer trachtte te imiteren. Ik hield Raja even stevig tegen me aan en zette haar toen weer tussen de anderen neer. Uit mijn tas haalde ik een van de waterzakken. We hadden ze de vorige dag gevuld bij een beekje waar we voorbij waren gereden. Ik liep weer terug naar de andere kant van het vuur, naar waar de man lag. “Marcus, help me om hem iets verder van het vuur af te leggen. Hij is helemaal warm van de koorts en het vuur doet hem geen goed.” Zwijgen hielp Marcus mij de man te verplaatsen. Op zijn gezicht stond duidelijk te lezen dat hij het nog niet vertrouwde. “Kijk in zijn zakken of hij iets bij zich heeft. Misschien heeft hij iets dat ons kan helpen” zei ik tegen Marcus. Marcus onderzocht de man, daarbij voorzichtig om de gewonde arm heen werkend. “Niks bruikbaars” meldde hij. “Alleen deze fles.” Hij maakte hem open en rook eraan. “Het is wijn.”constateerde hij, zijn neus ophalend voor de bittere geur van de alcohol.” “Dat kunnen we dan meteen gebuiken om de wond te ontsmetten. Geef maar hier.” Zei ik, terwijl ik een reep stof afscheurde. Ik liet wat wijn eroverheen lopen en hurkte naast de arm van de bewusteloze man. Ik scheurde nog een reep af en gaf deze aan Marcus. “hier, doe hier wat water op en dep zijn voorhoofd. Het water is redelijk koel. Zijn temperatuur moet naar beneden.” Marcus deed wat ik hem gevraagd had. Ondertussen legde ik de doek met de wijn erop op de wond. De man kromp, ondanks zijn bewusteloze toestand, ineen van de pijn. Ik bestudeerde de wond wat beter. De ontsteking was al redelijk ver gevorderd, daarom verkeerde de man ook in zo’n slechte toestand. Ik besloot gewoon wat wijn over de wond te gieten. Wederom kromp de man ineen van de pijn. Maar zijn ogen bleven gesloten. Zachtjes maakte ik de wond schoon. De vreemde man gaf tegen kik. De wond zag er nu al vele malen beter uit. Ik scheurde een lange reep stof van een bloes af en verbond de wond goed.

”Nou, ik heb het schoongemaakt. We zullen moeten afwachten tot hij bijkomt.” Zei ik tegen marcus. “ik zal de wacht bij hem houden. Ga jij maar slapen Sara.” Ik was blij dat hij het voorstelde. Ik was vreselijk moe en wilde niks liever dan tegen mijn zusje aankruipen en slapen. “Als er wat is, moet je me maar wakker maken” Zei ik voor ik me omdraaide. “Dat zal ik doen” Verzekerde Marcus mij. Ik draaide me om en viel bijna direct in slaap.

27-08-2002, 16:22
Het was Raja die me dit keer wakker maakte. “Sara, kom je wat eten?” vroeg ze met een zacht stemmetje. Een beetje versuft keek ik om me heen. Het duurde even voor ik realiseerde waar ik ook alweer was. Niet thuis, in mijn eigen warme bed. Maar op de grond in het bos, op de vlucht voor de oorlog die zo plotseling mijn leven was binnengedrongen. Waar was Marcus. Ik keek om me heen en zag hem zitten met de man. O ja, de vreemde man van de vorige dag. Marcus zat met hem te praten. Hij was bijgekomen. Vanaf waar ik zat, kon ik ze niet verstaan. Nieuwsgierig stond ik op en liep in hun richting. De monnik keek me ernstig aan. “jij bent dus Sara” constateerde hij. “Mijn dank is groot jongedame. Je kordate optreden heeft mij misschien wel het leven gered.” Ik kon zien dat praten hem nog moeite kostte. Hij was nog zwak van de koorts die hem de nacht ervoor had geteisterd. Ik stelde hem een vraag om van het onderwerp van mijn daad af te komen. Ik wist nooit zo goed hoe ik op complimenten moest reageren en daarbij vond ik het niet meer dan normaal wat ik had gedaan voor de vreemdeling. “Voelt u zich al wat beter.” De vraag was overbodig, het was duidelijk aan hem te zien dat hij zich beter moest voelen dan de toch die hem naar ons toe had geleid. “Sara, Johannes stond op het punt te vertellen wat hem is overkomen.” Zei Marcus. Nieuwsgierig ging ik bij ze op de grond zitten. Ik was erg benieuwd hoe de man, die blijkbaar Johannes heette gewond was geraakt.

28-08-2002, 14:31
De stem van de monnik was hees en zacht toen hij z’n relaas deed. Hij kwam van een ander klooster zo’n 7 dagreizen bij het klooster vandaan waar wij naar op weg waren. 1 keer in de zoveel tijd bezocht hij het Simon’s klooster waar wij nu heengingen, om nieuws over te brengen en nieuws mee terug te nemen. Hij was net 3 dagen onderweg geweest, toen hij een groep struikrovers tegen het lijf liep. Ze hadden zitten eten rond een kampvuur en Johannes had ze niet direct als struikrovers erkend. Hij had ze netjes gevraagd of hij de warmte van het vuur met ze kon delen. Maar voor hij klaar was geweest met praten hadden 2 van de rovers zich op hem geworpen. Er was een hevig gevecht ontstaan, waarin Johannes zijn mannetje had gestaan. Daarbij was hij wel aan zijn arm gewond geraakt en had hij uiteindelijk het bewustzijn verloren. Toen hij weer bijkwam, waren de rovers weg. Het enige bewijs van hun aanwezigheid, de overblijfselen van het vuur, de kloppende wond op Johannes’ arm en het feit dat zijn tas niet meer in zijn bezit was. Hij was toen maar verder gegaan op weg naar het Simon’s klooster. Maar had zich steeds zieker gevoeld en kwam niet bijster snel vooruit. De wond had maar niet willen helen en Johannes vermoedde sterk dat het ontstoken was. Als monnik was hij wel gewend om ontdaan te zijn van luxe, maar de koorts maakte hem zwak. Hij had geen idee hoeveel dagen hij onderweg was, maar hij had al lange tijd niks meer gedronken omdat hij maar nergens water tegenkwam. Toen hij in de verte het vuur van ons “kamp” zag, had hij besloten het erop te wagen. Hij voelde dat de ontsteking en koorts hem zijn laatste beetje kracht hadden ontnomen. Hij moest het er maar op wagen en hopen dat degene die bij het vuur hoorden hem goedgezind zouden zijn. Toen hij dit zei keek hij mij aan. “Ik ben blij dat jij er was mijn kind. Ik kon niet meer verder en je hebt mijn wond goed ontsmet en verzorgd. Ik wist niet eens dat ik die wijn nog had. Ik dacht dat de rovers mij alles hadden ontnomen.” Ik voelde de kleur weer naar mijn wangen stijgen. Maar was te opgewonden door zijn verhaal om er veel aandacht aan te besteden. Hij ging exact naar het klooster waar wij heen gingen. Ik had niet geweten wat de naam was. Maar toen hij het zei wist ik het direct zeker. Dat was ook ons reisdoel. Hij zou een goed woordje kunnen doen voor de kinderen. Ik dacht snel na hoe ik het aan ging pakken. Het was waarschijnlijk het beste om gewoon maar eerlijk te zijn.

30-08-2002, 09:33
Johannes’ vriendelijke, gerimpelde gezicht, riep direct vertrouwen op. En ik besloot hem dan ook in vertrouwen te nemen.
Zonder emotie vertelde ik hem wat ons was overkomen. Hoe we gevlucht waren en hoopte onderdak te kunnen vinden in het klooster. Ik probeerde niks te voelen terwijl ik het verhaal vertelde, vooral toen ik bij het stuk over mijn moeder kwam en dat lukte aardig. Ik vertelde hem ook dat wij op weg waren naar hetzelfde klooster als hij. Dat we daar onderdak hoopten te vinden voor de kinderen. Dat ik van plan was mijn vader te zoeken hield ik voor mezelf. De geestelijke zou waarschijnlijk trachten mij tegen te houden en dat wa sniet de bedoeling. In plaats daarvan verzon ik een verhaal over een familielid die ik op ging zoeken, maar omdat ik niet zeker wist of dat familielid nog op dezelfde plek woonde, nam ik de kinderen liever niet mee op zo’n lange reis. Johannes was zichtbaar aangedaan door mijn relaas.

30-08-2002, 09:57
Vol medelijden keek hij mij aan en zei: “wanneer jullie bij het klooster aankomen, noem dan mijn naam. Jullie zullen daar goed ontvangen worden en de kinderen zullen zonder twijfel worden opgenomen in het klooster.”
”Hoe bedoelt u als wij in het klooster aankomen” vroeg ik verbaasd. “U rijdt met ons mee vader.” Vanuit mijn ooghoek zag ik Marcus mij scherp aankijken. Hij vertrouwde het nog steeds niet helemaal. Ik besloot hem te negeren. “We laten u niet hier achter vader. U kunt met Synan meerijden op zijn paard en dan zetten we de kleintjes met z’n 3-en op het laatste paard.”
Johannes keek me dankbaar aan “Je bent een goed kind, maar ik wil jullie niet ophouden…”
“Vader, u gaat gewoon met ons mee. We laten u niet achter” Zei ik op een toon die geen tegenspraak duldde. Vader Johannes glimlachte bij het zien van de vastberaden blik in mijn ogen. “Nou mijn kind, als je het zo stelt, dan leg ik me er maar bij neer. Het zij zo, ik rij met jullie mee.”
“Dat is dan geregeld” Zei ik “Dan gaan we ons nu klaarmaken voor vertrek. Ik zal u eerst aan de kinderen voorstellen.”

30-08-2002, 10:11
Breng de kinderen even hier!” Dit laatste was aan Synan gericht, die aan de andere kant zat van de open plek waar we ons vuur hadden aangelegd. Samen met de kleinere kwam Synan naar ons toe. “Dit is vader Johannes” vertelde ik hen. “Vader Johannes, dit zijn Raja, Casimir, Iliana en De oudste is Synan.” Verlegen keken de kleintjes hem aan, alleen Synan stond fier rechtop en zei: “Het is aangenaam kennis met u te maken Vader. Het is enkel jammer dat dat onder deze omstandigheden moet zijn.” Ik straalde van trots toen ik Synan zich zo goed opgevoed zag presenteren. Wat een prachtige jongere broer had ik toch. Nu het formele gedeelte achter de rug was, konden we op weg. Vader Johannnes was nog zwak, maar zolang wij rustig reden, kon hij ons bijhouden. We kregen niet all kinderen op een paard, maar dat probleem loste zicb gauw op. Raja,w as met 1 blik verliefd geworden op Vader Johannes. Zijn vaderlijke blik had haar waarschijnlijk herinnerd aan onze eigen vader, die ze nu zo miste. We zetten haar dan ook op het paard bij vader Johannes. Toen we eindelijk bepakt en bezakt waren, gingen we op weg. Door vader Johannes liepen we enige vertraging op. Maar we waren nu niet ver meer verwijderd van het klooster en naar alle waarschijnlijkheid zouden we er binnen een etmaal arriveren.

30-08-2002, 11:45


De komst van Johannes betekende voor mij een last van mijn schouders. Ik was niet langer de volwassene. Natuurlijk was Marcus er ook de hele tijd bij geweest en had ik aan hem veel steun gehad (en nog steeds), maar Johannes had iets vaderlijks over hem. Zijn aanwezigheid stelde mij op mijn gemak.
Vader Johannes was nog ernstig verzwakt, we moesten ons reistempo dan ook aan hem aanpassen. Marcus en ik reden rustig op ons paard. Voor het eerst merkte ik zijn lichaam zo dicht tegen het mijne op. De warmte die van hem uitging werkte verwarrend. De andere dagen had ik zijn aanwezigheid niet zo bewust gevoeld. Maar nu voelde ik duidelijk dat hij zo dicht tegen me aan zat. Marcus was sinds de komst van Johannes stil geweest. Hij vertrouwde de vriendelijke monnik duidelijk niet. Of was het iets anders? Tot nu toe was Marcus de oudste geweest, degene die voor ons zorgde. Tenminste zo zag hij het misschien. En nu was daar met de komst van Johannes verandering in gekomen. Ik was blij als we bij het klooster waren en de kinderen veilig zouden zijn en Marcus en ik op zoek konden naar mijn vader. Dan hoefde ik niet meer met hem op 1 paard te rijden en dan hoefde ik ook niet meer na te denken waarom hij de monnik niet vertrouwde.
De rit verliep de meeste tijd in stilte. Alleen Raja sprak af en toe tegen vader Johannes. “Wat voor vogel is dat vader Johannes?” Vroeg ze dan nieuwsgierig als uit een boom een vogel opvloog, En vader Johannes legde dan geduldig uit wat voor dier we hadden gezien. Raja’s nieuwsgierigheid was onuitputtelijk. Ze was nog nooit zo ver het bos in geweest en zoog de nieuwe indrukken op zoals alleen een kind dat op zo’n tempo kan. Stiekem luisterde ik mee naar de gesprekken van Raja en de vader. Zelf was ik ook nog nooit zo diep het bos in geweest en ik was eigenlijk net zo benieuwd als Raja naar de fauna van dit woud.

30-08-2002, 14:38
De zon stond nu op zijn hoogste punt, tijd om te pauzeren vond ik. “Marcus, zullen we even een pauze nemen. Vader Johannes zal het ook nodig hebben” Enigszins geirriteerd stemde Marcus toe. We gingen naast Vader Johannes rijden en stelden hem de pauze voor. “Voor mij hoeven jullie dat niet te doen Sara, ik kan nog wel even door” antwoordde Vader Johannes, maar zijn vermoeide trekken vertyelden een heel ander verhaal. “Het is ook goed voor de kinderen om van de paarden af te stappen” zei ik tegen hem. “al is het maar voor even” Met een onmiskenbare dankbare blik in zijn ogen stemde Johannes toe. Marcus en ik hielpen de anderen van de paarden af. Ik stuurde Synan en Casimir erop uit om wat vruchten te gaan plukken. Dat waren we die morgen vergeten. Binnen afzienbare tijd waren de twee jongens terug met een ware lading bramen, bessen en andere lokale vruchten. Ik legde een kleed op de bosgrond waarop we alles neerlegde. Nadat iedereen op het kleed plaats had genomen, vielen we aan. Voor het eerst sinds onze vlucht uit het dorp hadden we een gezellig middagmaal. Aan het einde van het maal verraste Johannes ons met een lied. Hij had een prachtige diepe stem en de kinderen luisterden gefascineerd naar zijn indrukwekkende stem. Ik had meer aandacht voor de tekst. Het ging over een jong meisje dat haar ouders kwijt was geraakt. Maar zij vond in zichzelf de kracht om door te gaan. Het is lang geleden, en de exacte toedracht ken ik niet meer. Het ging ongeveer zo:

In de bossen rond avalon
Was geluk nog heel gewoon
Niet alleen voor rijke mensen
Maar zelfs weggelegd voor een simpele boerenzoon

Er woonde daar toen een meisje
Nog in het ouderlijk nest
Ze werd gevoed met liefde
Maar op een dag werd zij getest

De vrede die zij altijd gekend had
Er was niks meer van over
Op elke hoek lag er te wachten
Een bandiet of struikrover

Haar vader en haar moeder
Verloor zij in het gevecht
Ze huilde bittere tranen
Maar hun lot was al beslecht

Maar louise was er niet naar
Om op te geven in zo’n tijd
De oorlog was nu over
Maar zij streed haar eigen strijd

Zonder liefde van je ouders
Alleen gaan door het leven
Is moeilijk voor een ieder
Al is het maar voor even

Louise had geen keuze
Ze moest door of het was klaar
Want louise wist wel beter
In stilzitten zit het gevaar

Laat ik je nu vertellen
Ik zing dit lied met hoop
Louise bracht weer tot leven
Wat de oorlog had gedood

Louise is nu ouder
Ze heeft een wijze les geleerd
Het is niemand anders
Maar jij zelf die het tij naar het goede keert

Ik denk niet dat dit de juiste tekst was. Maar het was ongeveer hoe het lied ging. Ik had sterk het vermoeden dat het geen toeval was dat Vader Johannes juist dit lied zong op deze zonnige middag. De boodschap was voor mij. Ik moest nu de kracht in mezelf vinden. Ik voelde een traan over mijn wangen lopen. Zonder dat ik het gemerkt had was ik aan het huilen. De dood van mijn moeder woog opeens weer zwaar op mij.

30-08-2002, 14:47
Heee,

Wou even zeggen dat ik het een goed verhaal vind. Ga zo door.

Gr.

Pagina's : 1 2 3 4 [5] 6