De algemene beloning voor Qor´aanrecitatie
Abdoellah ibn Mas´oed (Moge Allah tevreden over hem zijn) overleverde van de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem): "Wie een letter leest van het Boek van Allah verdient één (hasanah) ermee. Eén goede daad is gelijk aan tien zulke goede daden. Ik zeg niet dat Alief-Lam-Miem een letter is, maar Alif is een letter, Lam is een letter en Miem is een letter.” (At-Tirmidhi, 2910)
Az-Zahrawaan (Al-Baqarah en Aal ´Imraan)
Imaam Nawawi (rahimahoellah) heeft uitgelegd dat ze az-Zahrawaan heten vanwege hun licht en leiding en de grootse beloning die beloofd wordt.
Aboe Mas'oed (Moge Allah tevreden over hem zijn) overleverde dat de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: "Wanneer iemand 's nachts de laatste twee verzen van soerat al-Baqarah reciteert, zal dat genoeg voor hem zijn." (o.a. Boechari)
Ibn ´Abbaas (Moge Allah tevreden over hem zijn) vertelde : “Terwijl de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) samen met Djibriel (´aleihi sallem) was, hoorde hij een geluid boven hem. Djibriel (´aleihi sallem) keek naar boven en zei: “Dat was een deur in de hemel die net pas geopend werd en het is nog nooit eerder open geweest.” Er kwam een engel door de deur naar de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) toe en zei: “Ontvang het goede nieuws van de twee lichten die jou gegeven zijn en die geen enkele profeet vóór jou ontving: de Opening van het Boek (al-Fatiha) en het laatste vers in soerat al-Baqarah. Je zult er geen letter van lezen zonder voordeel te verkrijgen.” (Moeslim en an-Nasa´i, deze versie is van an-Nasa´i)
Aboe Omaamah (Moge Allah tevreden over hem zijn) hoorde de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zeggen: “Reciteer de Qor´aan, want op de Dag der Opstanding zal hij komen om te bemiddelen voor zijn metgezellen (degenen die de Qor´aan reciteren). Reciteer Az-Zahrawaan (de twee helder stralenden), al-Baqarah en Aal ´Imraan. Op de Dag der Opstanding zullen zij komen als twee wolken of twee schaduwen van twee groepen vogels die hun vleugels uitspreiden en ze zullen smeken voor degenen die hen reciteerden. Reciteer soerat al-Baqarah, want je daartoe wenden is een zegening en het opgeven is een oorzaak van verlies en degenen die zwarte kunst bedrijven, zullen er niet tegenop kunnen.” (Moeslim)
Ayat-oel-Koersi
Imaam Ibn Kethier (rahimahoellah) zei in zijn uitleg van dit vers (2:255): De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) vroeg aan Oebayy ibn Ka´b (Moge Allah tevreden over hem zijn) welke ayah van de Qor´aan de “grootste” was. Oebayy antwoordde: “Allah en Zijn Boodschapper weten het het beste.” Dit herhaalde hij enkele malen en tenslotte antwoordde hij: “Ayat-oel-Koersi.” De Profeet (vzmh) zei: “Gefeliciteerd met jouw kennis, O Aboe Moendhir. Bij Degene in Wiens Hand mijn ziel is, het (de ayah) heeft een tong en twee lippen en verheerlijkt de Soevereine (Allah) aan de voet van de Troon.” (Ook overgeleverd door Moeslim, zonder het gedeelte “Bij Degene in Wiens Hand mijn ziel is…”)
´Abdoellah ibn Oebayy ibn Ka´b (Moge Allah tevreden over hem zijn) vertelde: Dat hij van zijn vader had gehoord dat deze een vat had waarin hij dadels bewaarde. Toen hij het eens controleerde, zag hij dat de inhoud minder werd. Dus hield hij ´s nachts de wacht bij het vat. Hij zag een beest dat leek op een jongen in de puberleeftijd. Zijn vader vertelde: “Ik groette hem met salaam en hij groette terug. Toen vroeg ik hem: “Wat ben je, een djinn of een mens?” Hij zei: “Een djinn.” Ik zei tegen hem: “Laat me je hand zien.” Hij toonde zijn hand en die leek op de klauw van een hond, behaard zoals een hond. Ik vroeg: “Zien alle djinn er zo uit?” Hij zei: “Ik weet over djinn die erger zijn dan ik.” Ik zei: “Waarom heb je het gedaan (de dadels wegnemen)?” De djinn antwoordde: “We hoorden dat jij een man bent die ervan houdt liefdadigheid te geven en dus we wilden wat voedsel van jou hebben.” Oebayy vroeg hem: “Wat zal ons tegen jullie beschermen?” Hij antwoordde: “Deze ayah, ayat-oel-Koersi. [Degene die het ´s avonds zegt, zal tegen ons worden beschermd tot de ochtend; wie het ´s ochtends zegt, zal tot de avond tegen ons beschermd zijn]” De volgende dag ging Oebayy (Moge Allah tevreden over hem zijn) naar de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en deed verslag van wat er was gebeurd. De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “De kwade heeft de waarheid gesproken.” (An-Nasa´i, al-Baghawi, Ibn Hibban en Boechari in “At-Tariech al-Kabier”)
Aboe Hoerairah (Moge Allah tevreden over hem zijn) overleverde: “De Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) had mij aangewezen om de zakaah van de Ramadan te bewaken. Iemand kwam en nam wat van het voedsel weg. Ik greep hem en zei: “Ik breng je naar de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem)!” Hij zei: “Laat me gaan, ik ben arm en heb kinderen en heb (het voedsel) nodig.” Dus liet ik hem gaan. De volgende morgen zei de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem): “O Aboe Hoerairah (Moge Allah tevreden over hem zijn), wat deed jouw gevangene vannacht?” Ik zei: “O Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem), hij zei dat hij het nodig had en dat hij kinderen had die hij moest voeden, dus ik had medelijden met hem en liet hem gaan.” Hij (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Maar hij loog en hij zal weer terug komen.” Ik wist dus, dat hij weer zou komen, door wat de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) had gezegd. Ik wachtte hem op en hij kwam en nam van het voedsel. Ik greep hem en zei: “Ik ga je naar de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) brengen!” Hij zei: “Laat me gaan, want ik ben arm en heb kinderen. Ik zal niet weer komen.” Dus kreeg ik medelijden met hem en liet hem gaan. De volgende morgen zei de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem): “O Aboe Hoerairah, wat deed je gevangene vannacht?” Ik zei: “O Boodschapper van Allah, hij klaagde dat hij arm was en kinderen te voeden had, dus ik kreeg medelijden met hem en liet hem gaan.” Hij (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Maar hij loog en hij zal terugkomen.” Dus wachtte ik hem de derde nacht op en hij kwam en nam van het voedsel. Ik greep hem en zei: “Ik ga je naar de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) brengen! Dit is de derde en laatste keer. Je zei dat je niet meer terug zou komen, maar je bent toch gekomen.” Hij zei: “Laat me gaan, dan zal ik jou woorden leren waardoor Allah je iets goeds zal schenken.” Ik zei: “Welke woorden zijn dat?” Hij zei: “Wanneer je in je bed ligt, reciteer dan Ayat-oel-Koersi, “Allahoe laa ilaha illa hoewa-l-Hayyoen Qayyoem ….tot aan het einde, dan zal je een beschermer van Allah krijgen en geen enkele sjeitaan (duivel) zal tot de ochtend bij je komen.” Toen liet ik hem gaan. De volgende morgen vroeg de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem): “Wat heeft je gevangene vannacht gedaan?” Ik zei: “O Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem), hij beweerde dat hij me woorden zou leren waardoor Allah mij iets goeds zou schenken, daarna liet ik hem gaan.” Hij (vrede en zegeningen zij met hem) vroeg: “Welke woorden zijn dat?” Ik zei: “Hij vertelde me, wanneer je in je bed ligt, zeg dan Ayat-oel-Koersi van het begin tot het eind. En hij vertelde me, je zal een beschermer van Allah hebben en geen enkele sjeitaan zal bij je komen tot de ochtend aanbreekt. [En zij (de Sahabah) willen altijd graag het goede doen.”] De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Hij heeft de waarheid vertelt, hoewel hij een leugenaar is. Weet je met wie je gesproken hebt de afgelopen drie nachten, O Aboe Hoerairah?” Ik zei: “Nee.” Hij (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Het was een sjeitaan (duivel).”
Aboe Oemaamah (Moge Allah tevreden over hem zijn) overleverde van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem): “Wie Ayat-oel-Koersi na ieder voorgeschreven gebed reciteert, voor hem is er niets dat hem ervan weerhoudt het Paradijs binnen te gaan, behalve de dood.” (Het enige wat nog moet gebeuren zodat hij het Paradijs binnen kan gaan, is dat zijn dood nog moet komen) (An-Nasa´i, Ibn Hibbaan)



en Zijn eigenschappen. De andere twee onderwerpen zijn echter ook noodzakelijk voor ons, namelijk de wetten, beloften en waarschuwingen. Onze kennis is niet compleet als we niet de hele Qor´aan bestuderen. (Ibn Taymiyyah in Majmoo´al-Fataawa 17/103)