Ik wil niet, ik wil niet, ik wil niet, IK WIL NIET!
Het hoeft van mij niet meer. Ik wil niet meer leven. Ik kan niet meer leven.
Huilen om haar helpt niet, praten over wat voor een fijn persoon ze was helpt niet, schreeuwen van verdriet en pijn helpt niet. Zelfs lachen, om de farce die men mijn leven noemt helpt niet. Niets helpt om dat drukkende, beklemmende gevoel weg te nemen. Ik zie niets, ik hoor niets, ik voel niets.
Als verdoofd ben ik. Ik kijk om me heen en dan merk ik plotseling het lieve gezichtje, de betraande ogen die vol angst staan en de hand die een stukje van mijn broek stevig heeft omklemd en eraan trekt, in de hoop mijn aandacht te kunnen trekken.
Roerloos blijf ik neerkijken op het kleine schepseltje dat me bijna wanhopig aankijkt nu. Ik maak geen aanstalten om haar op te tillen. Ik vraag me af of ze zich wel realiseert wat er gebeurd is."M..mmm..mama.." hoor ik haar zachtjes fluisteren. Een simpel woordje. Vier letters. En toch zo vol betekenis. Zo veelzeggend. Eindelijk buk ik me en geef gehoor aan de roep van mijn kleine dochtertje. Ik til haar op en druk haar stevig tegen me aan. Opnieuw beginnen de tranen zich een weg naar beneden te banen.
Er gaat een lange tijd voorbij en nog steeds sta ik daar met mijn dochterltje stevig in mijn armen geklemd. Alsof ik bang ben haar te verliezen.
Met een klein piepstemmetje verbreekt ze opnieuw de stilte: "Papa lief...Papa lief.." Ik laat haar weer los en kijk haar weer aan. Met grote ogen kijkt ze me aan en glimlacht naar me.
Op dat moment realiseer ik me dat ik wel door MOET leven. Voor mijn dochtertje. Dat was ik haar verschuldigd. Ja, dat was wat ik moest doen. Doorgaan met mijn leven en haar proberen het beste te geven. Het besef maakte me bijna euforisch en opnieuw drukte ik haar stevig tegen me aan en kuste haar op haar voorhoofdje en haar wang. Ik voelde hoe ik langzaam weer een beetje leven terug kreeg in mijn lichaam. Het was alsof ik op sterven na dood was, maar nu, dankzij Nada mijn liefste dochtertje kreeg ik weer zin om te leven. Leven voor haar. Dat was wat ik zou doen. Ik hoorde hoe mijn maag luid begon te knorren. Een beetje beschaamd liet ik mijn hand naar mijn buik glijden en wreef erover tewijl ik naar Nada keek die giechelend terug keek: 'Papa honger.'
Een glimlach gleed over mijn mond. Ze had gelijk. Ik had honger. Ik had ECHT honger. Ik kon me niet meer herinneren wanneer de laatste keer was dat ik had gegeten. Het leek wel een eeuwigheid geleden.
Vastberaden liep ik met Nada op de arm richting de keuken. Ik schrok. Het was er echt een zwijnenstal! Overal lagen vieze borden, vieze kopjes, de grond lag bezaaid met allerlei etensresten en een dikke laag stof en vuil maakte het geheel af. Hier en daar een vies bord of kopje ontwijkend liep ik de keuken verder in, op weg naar de koelkast. Eenmaal daar aangekomen, werd mijn vermoeden bevestigd. Helemaal leeg. Op een paar flesjes limonade en wat melk na helemaal leeg. Ik gooide de deur van de koelkast weer dicht en keek bedenkelijk om me heen. Me afvragend of het beter was eerst de keuken op te ruimen, of eerst wat eten te halen.






Er stond in eerste instantie rok, omdat ik eerst wilde dat het een vrouw zou zijn, maar vervolgens heeft die vrouw een gedaanteverwisseling gehad omdat ik me had bedacht en ik dacht dat ik in de tekst ervan had gemaakt een broek :S maar kennelijk dus niet. Foutje!