Advertentie: bereik met Marokko.nl vrijwel alle Marokkaanse jongeren


PDA

Bekijk originele versie : Ogen zijn de spiegels van de ziel (Tweede druk)



LZN
03-06-2002, 18:53


Met een zachte klik valt de deur achter me in het slot. Ik plof vermoeid op mijn bed, ondertussen mijn schoenen uitschoppend. Terwijl ik weer opsta om mijn jas uit te trekken, wordt mijn blik gevangen in de reflectie van mijn gezicht in de enorme passpiegel in mijn kamer… Grote, donkere ogen kijken me aan. De rest van mijn gezicht vervaagt naar de achtergrond. Alleen die doordringende ogen die mijn blik vast houden… Ogen zijn de spiegels van de ziel... Glanzende ogen, omlijst door lange, dikke wimpers… En in de donkere diepten van die ogen vechten verschillende emoties om een plaats. Dan lijkt het of er één zich uit de strijd losmaakt en naar voren komt. Intens verdriet straalt uit mijn ogen… Het beeld vertroebelt zich en ik sluit mijn ogen. Ik voel een hete traan langs mijn wang naar beneden glijden en een trieste glimlach vormt zich om mijn mond. Ik schud mijn hoofd en open mijn ogen weer. Het gezicht in de spiegel kijkt me vol medelijden aan. Hoe lang gaat dit nog duren? Hoe lang is deze helse lijdensweg nog? Ik blijf de persoon in de spiegel een antwoord schuldig als ik me omdraai en van de spiegel wegloop… Tevergeefs probeer ik me te concentreren op hetgeen waar ik mee bezig ben, terwijl ik mijn best doe de stem in mijn hoofd te negeren. Ik mis hem. Ik mis hem zo verschrikkelijk dat ik bijna niet kan ademhalen. Wederom schud ik mijn hoofd. Ik mis helemaal niets. Ik ben tevreden. Ik heb mijn ouders, mijn vrienden. Ik heb mijn studie en mijn werk. Ik heb een heerlijk leven vol vreugde en geluk. Ik heb hem niet. Ik heb niets. Een tweede traan biggelt over mijn wang en ik veeg hem woedend weg. Vijf maanden later en die verdomde tranen nog steeds niet op! Ieder normaal mens zou nu al uitgedroogd aan een infuus liggen, maar nee hoor! Wij hebben nog vocht in overvloed! Sproei er maar op los! Misschien kunnen we ze in Zimbabwe nog helpen als irrigatiesysteem voor de droge gewassen. Met een paar tissues probeer ik nog te voorkomen dat mijn gezicht eruit ziet als een tomaat met zebrastrepen van de door tranen uitgelopen eye-liner, voordat ik naar beneden ga… Enthousiast begroet ik mijn moeder en plaag haar met het feit dat ze weer door mijn vader is opgezadeld met verschillende dozen exotisch fruit, groente en ander boordevol-vitamen-en-totaal-geen-calorieën-dus-hou-dat-asjeblieft-uit-mijn-buurtvoedsel waarvoor, ondanks het ingenieuze opbergsysteem van mijn moeder, absoluut geen ruimte meer was in de overvolle koelkast en kelder. Niemand heeft de moeite genomen mijn vader te vertellen dat hij maar 1 vrouw en 1 dochter heeft die hij onderhoudt, in plaats van een heel voetbalelftal plus reserves, dus hij blijft maar aanslepen… Als ze me een glas thee geeft, zie ik dat haar ogen blijven dralen bij de plek waar ik zojuist mijn tranen had weggeveegd. Fronsend kijkt ze me aan en ik glimlach waterig terug. Met haar vrije hand streelt ze door mijn haar. Ik heb mijn moeder nooit precies verteld wat er is gebeurd, maar een moeder ziet alles. Ik vind het vreselijk dat mijn moeder zo lijdt onder mijn toestand, maar ondanks al die moeite om mijn pijn voor haar te verbergen, heb ik gemerkt dat ze bijna net zo veel is afgevallen als ik, dat ze onrustig slaapt en zich overbezorgd gedraagt. Hoe is het met mijn schoonmoeder? Doe haar de groeten van haar fantastische, geweldige schoonzoon! En laat ik niet merken dat je niet lief voor haar bent. Ik merk dat er weer een leger van tranen aankomt, dus ik snel gauw naar mijn kamer. Ik zie zo wazig door de opkomende tranen dat ik met heel veel moeite mijn glas thee zonder morsen de trap op heb kunnen dragen. Ik zet het glas neer op mijn bureau en zet de radio aan om de stilte en de eenzaamheid uit mijn kamer te verdrijven. De stem van Trijntje Oosterhuis schalt door de kamer: Ik kan je niet laten gaan, al zeg ik dat het beter is, alleen en zonder jou. Ik kan het gewoon niet aan. Ik mis je armen om me heen. Nee, ik leef niet in een wereld zonder jou. Met harde ruk trek ik de stekker uit het stopcontact. Verdomme! Is er soms een complot tegen me gaande? Heeft hij Radio 538 omgekocht om mij te martelen met die verschrikkelijke lovesongs? Ik ga weer op mijn bed zitten en besluit het gevecht tegen mezelf te beëindigen en me over te geven aan de pijn… Met mijn gezicht in mijn handen huil ik met lange, intense halen. Harde snikken klinken door de kamer, het geluid enigszins gedempt door mijn handen. Ik bijt op mijn onderlip en hef mijn ogen naar het plafond. Waarom doet dit zo’n pijn? Waarom doet dit zo’n vreselijke pijn? Verschrikkelijke, allesverterende en oponhoudelijke pijn… Ik heb moeite met ademhalen. Het lijkt net of er iets zwaars op mijn borst drukt, waardoor het ademhalen bemoeilijkt wordt. Ik ga achterover liggen in de hoop dat het ademen zo wat makkelijker gaat. Het is 3 dagen geleden sinds ik hem voor het laatst heb gesproken. Zijn diepe stem heb gehoord… Weer speel ik het gesprek in mijn gedachten van voor af aan af. Hoe is het leven? Nog roddels? Nog roddels? Nog roddels!!! Weer voel ik de woede in me opkomen. Weer doe je net of er niets is gebeurd. Alsof we beste vrienden zijn en je niet twee weken lang niks van je hebt laten horen. Dat we geen knallende ruzies hebben gehad. Dat je me niet hebt vernederd en gekwetst. Dat je me niet wreed en gemeen hebt behandeld. Nog roddels… Hoe het is? Nou, ik maak er eigenlijk helemaal geen gewoonte van om mijn persoonlijke sores aan een wildvreemde te vertellen! Zonder dat ik het wilde gaf ik je een koud, sarcastisch antwoord op je vraag. Ik weet dat je een hekel hebt aan mijn sarcasme, maar ik weet ook dat dat de enige manier is om je te raken. Wat ik eigenlijk had willen zeggen was dat het helemaal niet goed ging. Dat ik je verschrikkelijk miste. Dat ik zo ongelukkig en intens verdrietig was zonder jou… Dat ik nog steeds van je hield… Onvoorwaardelijk… Ik zou het misschien gezegd hebben, als ik het al niet eerder tegen je gezegd had en me dat geen koud en onverschillig antwoord had opgeleverd. Ik glimlach als ik me bedenk dat ik je het laatste gesprek bekogelde met sarcastische antwoorden, waardoor je je na 2 minuten al uit te voeten maakte met een “Ik bel je over een week wel weer. Misschien dat je dan wat toegankelijker bent…” Die week zal vast wel weer een maand worden. Een helse, eenzame maand… De hoop dat ik dit op een normale manier zou kunnen verwerken is allang vervlogen. De hoop dat ik zou vergeten zoals ik in het verleden heb vergeten, dat ik weer onbezorgd zou kunnen leven zoals ik heb geleefd, dat ik opnieuw zou kunnen liefhebben… Het geluid van de berichtentoon van mijn telefoon schrikt me uit mijn gedachten. Even slaat mijn hart een slag over, maar dan glimlach ik en loop naar de telefoon, die nog in mijn tas zit. Hij doet niet aan berichten. Berichten zijn te omslachtig voor hem. Terwijl ik de telefoon pak, steek ik mijn tong uit naar mijn reflectie in de spiegel. Jij bent echt geschift, jij. Jou moeten ze afvoeren en opsluiten. Gekkenhuis. “Vrede op aarde en God zij met U!”, zeg ik met een grafstem tegen mijn spiegelbeeld. Ik schiet in de lach door mijn tranen heen. Ik moet echt wat aan dat vreselijke gevoel voor humor doen. “Wat ben jij een schatje! Ja ja! Gewoonweg ENIG!!!”, mompel ik sarcastisch voor me uit. “Daarom is hij ook bij je weggegaan. Omdat je zo LEUK bent!” Nieuwe tranen vertroebelen mijn beeld, terwijl ik het berichtje van een klasgenoot beantwoord, gewend als ik ben aan de moodswings die me sinds het einde van onze relatie te parten spelen… Ik wis het afleverrapport en wil de telefoon weg leggen, maar mijn hand aarzelt… Ik sluit mijn ogen en toets het nummer in. Wat ga je hem zeggen? Nou? Hoi, je spreekt met je zielige, stalkende ex-vriendin? Waarom zie ik je niet meer? Waarom bel je me niet meer? Waarom heb ik je niet meer? Waarom leef ik niet meer? Waarom wil je me niet meer? Waarom? Ik open mijn ogen en kijk naar het telefoonnummer op het schermpje… 1 voor 1 wis ik de nummers totdat het logo van de provider verschijnt. Een diepe trillerige zucht ontsnapt me. Ik kijk voor me uit en zie zijn dierbare gezicht voor me verschijnen. Die ondeugende, sensuele blik, waar ik binnen de eerste ademhaling dat ik hem zag hopeloos verliefd op ben geworden. Dat kleine moedervlekje boven zijn rechteroog. De manier waarop zijn gezicht helemaal oplicht als hij lacht… Ik glimlach onbewust terug. Ik leg de telefoon terug en sla de lakens van mijn bed open. Dit is het dan. Weer een lange dag voorbij. Vijf lange maanden later. En nog de rest van een heel leven zonder hem te gaan. Ik zucht diep en veeg mijn tranen weg, ook al weet ik dat er zometeen nog velen zullen volgen. Ik maak me op voor een lange, eenzame en slapeloze nacht… Ik leg mijn hoofd op mijn nog onbetraande kussen en trek de koele lakens over mijn verkilde lichaam. Ik ga op mijn zij liggen en werp een blik op de grote passpiegel die tegenover mijn bed staat. Ogen zijn de spiegels van de ziel… Vanuit de spiegel kijken lege ogen terug… Cc Note van de sGrijver: Het is vandaag 8 maanden sinds het uit is... Ik ben inmiddels verder gegaan met mijn studie en mijn carriëre... Zelfs een nieuwe vlam... En nog weet ik dat er nooit meer iemand in mijn leven zal komen zoals hij....

Womantjuh
03-06-2002, 20:14
Zucht........ Liefde ZUIGT!!!

Womantjuh
03-06-2002, 20:25
Ik haat verliefd zijn, het maakt je zo kwetsbaar en zo. Liefde ZUIGT HARD!!! Liefde maakt meer kapot dan je lief is......

Womantjuh
03-06-2002, 21:27
Zuiden is PrimA.... Zie ik je zo in de Gulden Leeuw??

JENIAA
04-06-2002, 09:38


Mooi beschreven meid.....maar ja jongens heh;).......xxxxxxxxxx