Scottie
09-05-2006, 21:22
Ja, er zal vast wel een gelijksoortige uitspraak bestaan in het Marokkaans: 'De een zijn dood is een ander zijn brood". Of ze in Bagdad eigenlijk wel brood kennen en of dat nog wel te koop is weet ik niet. Maar leven van andermans uitzichtloze bestaan is blijkbaar ook in dat fijne islamitisch aangestuurd land gewoon. Ook in Irak, verscheurd door een nog niet erkende burgeroorlog. Daar weten velen van de nood een deugd (http://www.trouw.nl/deverdieping/overigeartikelen/article307911.ece/Irak+/+De+lucratieve+handel+in+glas+en+rouwbanieren) te maken. Ook in Bagdad willen de Bagdadies niet met kapotte ramen te wonen. Niemand wil naar de scherven van een ander kijken. Scottie, carglass. Irak / De lucratieve handel in glas en rouwbanieren Voor inwoners van de Iraakse hoofdstad Bagdad zijn de dagelijkse chaos en het geweld een ramp, maar sommige ondernemers varen er wel bij. Glaszetters en mensensmokkelaars kunnen het werk nauwelijks aan. Adel Ahmed heeft meer werk dan hij aankan. Ahmed is glaszetter. Al acht jaar heeft hij een bedrijf in Karrada, een levendige winkelwijk in het centrum van Bagdad, maar zo druk als nu is hij nog nooit geweest. Er gaat in de hoofdstad vrijwel geen dag voorbij zonder explosies en dan sneuvelen vaak tot ver in de omtrek de ruiten. Ook de wijk Karrada wordt regelmatig getroffen. Meestal rinkelt kort daarna in de zaak van Ahmed de telefoon voor een bestelling of druppelen de klanten binnen. Sinds drie jaar geleden de aanslagen een gebruikelijk onderdeel van het dagelijks leven werden, laten de inwoners van Bagdad met een routine die aan het absurde grenst hun ramen vernieuwen. Het is onder sommige ruitenzetters al een populaire grap dat zij het eerder weten dan de talloze nieuwszenders als er weer aanslagen hebben plaatsgevonden. „Op drukke dagen heb ik wel zes klanten en dan moet ik de helft van het werk uitbesteden”, zegt Ahmed. Ook zijn eigen huis voorzag hij vorig jaar van nieuwe ruiten toen er vlakbij een bom ontplofte, bij het kantoor van een Iraakse politicus. Ahmed verdient zo’n 250.000 tot 500.000 dinar, tussen de 140 en 280 euro per maand. Voor de oorlog begon bedroeg zijn maandinkomen ongeveer 80 euro. De 36-jarige Irakees is geen man van veel woorden, maar uit het weinige dat hij kwijt wil blijkt dat hijzelf ook de wrange kant van zijn toegenomen winst ziet. Zijn gezicht wordt stug: „Ik zie veel ellende. Soms heb ik geen zin meer in mijn werk.” Over het algemeen geeft de Iraakse economie weinig reden tot optimisme. De werkloosheid bedraagt zo’n dertig tot veertig procent. Over de wederopbouw verschijnen rapporten die hier en daar lichtpuntjes vertonen, maar die overwegend verontrustend zijn. Grote percentages van het fonds voor de wederopbouw van Irak gaan op aan veiligheidsmaatregelen en een deel van de gelden vloeit weg vanwege corruptie. De voor het land cruciale olie- en gasindustrie komt te traag op gang door de aanslagen, sabotage, corruptie en wanbeleid. De productie ligt nog altijd onder het niveau van voor de oorlog. Glazenzetters zijn niet de enigen die in deze chaotische en ongewisse tijden toch goede zaken doen. Ook Alaa Husein heeft over klandizie niet te klagen. De winkel die hij met een partner deelt is een van de oudste in het centrum van Bagdad. De muren hangen vol met beeltenissen van historische moskeeën, straattaferelen van Bagdad en ingelijste spreuken uit de Koran. Maar van die verkoop moet hij het niet hebben deze dagen. Zijn belangrijkste bron van inkomsten is het maken van rouwbanieren. Het is in Irak gebruikelijk bij een sterfgeval zwarte doeken met de naam van de overledene in de buurt te hangen. Overlijdensadvertenties in kranten kent men nauwelijks. De prijs van zo'n kennisgeving ligt tussen de 5000 en 7000 dinar, drie à vier euro. Arme families bestellen hooguit twee banieren, rijkere families soms wel tien. De straten van Bagdad hangen er vol mee. Op drukke dagen heeft Husein zo’n tien opdrachten. „In de meeste gevallen gaat het om mensen die een onnatuurlijke dood stierven, zoals door moorden en aanslagen. Er is zoveel geweld”, zegt hij. Hij is een gemoedelijke man, die gekleed gaat in een zandkleurige dishdasha, een traditioneel Iraaks lang gewaad. Terwijl hij de verfkwast over de lijst van een schilderij haalt, laat hij zijn gedachten de vrije loop. „Onlangs maakte ik een banier voor het overlijden van een vader en een zoon. Ze werden gedood terwijl ze met meubilair onderweg waren om het huis van de zoon die zou gaan trouwen in te richten. De vader had niets met politiek te maken. Hij werd vermoord omdat hij een ontwikkeld man was.” Hij vertelt verder over de situatie in Bagdad. „Irakezen kijken deze dagen allemaal de dood in de ogen. En voor welk doel?” Al pratend gaat zijn betoog over in een tirade. „Wij hebben toch net zo goed als anderen het recht om in veiligheid te leven? Zonder ontvoeringen, zonder moorden. Er is hier geen menselijkheid meer.” Betrouwbare statistieken zijn er niet, maar in de wetteloze miljoenenstad is de veiligheidssituatie slechter dan in de meeste andere delen van Irak. Er vallen vrijwel dagelijks doden door aanslagen. Veiligheidstroepen van politie en leger, milities, gewapende groepen en criminele bendes zijn verantwoordelijk voor de moorden. Bij elkaar zijn het er tientallen per dag. Net als veel andere middenstanders sluit Husein vanwege de slechte veiligheidssituatie zijn zaak tegen drie uur ’s middags. De avondklok werd onlangs teruggebracht van 8 uur naar 11 uur ’s avonds, maar Husein en zijn familie blijven thuis zodra het donker wordt. In de zaak van Ali Mohi staat een drietal potige mannen met besmeurde handen druk te sleutelen. Op de grond staan kleine generatoren en in de schappen liggen onderdelen in alle soorten en maten. Vroeger was Mohi elektricien, maar tegenwoordig is het repareren van generatoren zijn belangrijkste bezigheid. Elektriciteit is er nog steeds vaker niet dan wel in Bagdad. In de winter kunnen huishoudens rekenen op enkele uren per dag, maar in de zomer is dat minder. De centrales kampen met de naweeën van grootschalige plunderingen na de val van Saddam in 2003, achterstallig onderhoud na jaren van economische sancties, aanslagen door opstandelingen en een toegenomen vraag. De herrie in Bagdad is oorverdovend als de stadsvoorziening uitvalt, want de meeste families hebben inmiddels een kleine generator. Vaak ook delen ze een grotere generator met de buurt. Een lang leven is de meeste apparaten niet beschoren. „De kwaliteit van de kleine goedkope generatoren van Chinese makelij is slecht. Bovendien wordt er vaak onzuivere, gemengde brandstof gebruikt en dat beschadigt het apparaat. De grotere generatoren in de buurt gaan kapot door overbelasting”, zegt Mohi. Hij zet zoete thee in kelkvormige glaasjes en een blikje Pepsi neer en gaat er goed voor zitten om zijn verhaal te doen. „In de komende maanden zullen we alleen maar drukker worden, als mensen hun generator meer gaan gebruiken om hun huizen te koelen”, voorspelt hij. In de zomermaanden kan de hitte in Bagdad toenemen tot een verzengende 45 à 50 graden. Dan verdient hij wel 15 euro per dag. Onvermijdelijk komt ook hier het gesprek op de chaos in de stad. Mohi en zijn collega's kunnen maar niet bevatten dat drie jaar na de val van het bewind er nog altijd zulke grote problemen zijn met de elektriciteitsvoorziening. „We zijn inmiddels drie keer naar de stembus geweest en wat heeft het voor verschil gemaakt? De politici geven niet om ons”, zegt Mohi. Het is een veelgehoorde klacht in Bagdad dat de politici in de groene zone, het zwaarbeveiligde complex waar Iraakse leiders trachten een nieuwe regering te vormen in vervolg op de verkiezingen van afgelopen december, ver afstaan van de dagelijkse werkelijkheid in de hoofdstad. „De overheid zou het geld dat mensen uitgeven aan kleine generatoren kunnen inzamelen om een grote generator per stadsdeel neer te zetten. Dat zou heel wat effectiever zijn”, denkt Mohi. Ook illegale vormen van handel gedijen. Zoals de productie van valse identiteitskaarten. Er zijn talloze Irakezen die overwegen een andere naam aan te nemen sinds het sectarisch geweld tussen soennieten en sjiieten in Bagdad de afgelopen maanden nog verder toenam. Een soennitische website heeft de aanschaf van een nieuw persoonsbewijs zelfs bovenaan de lijst van adviezen staan om uit handen te blijven van sjiitische milities en andere - vaak aan de overheid gelieerde - gewapende groepen die het op hen voorzien hebben. Voor twintig dollar is een nieuwe identiteit te koop, weet de 27-jarige Ahmed, die alleen met zijn voornaam aangeduid wil worden. Binnenkort heeft hij een nieuwe kaart op zak met een sjiitische naam en dan hoopt hij zich weer vrijer te bewegen. Hij woont al wekenlang in het hotel waar hij werkt. In zijn woonwijk is de spanning tussen soennieten en sjiieten opgelopen en zijn familie werd door buren gewaarschuwd dat Ahmed beter niet naar huis kon komen. Wereldwijd twisten academici en Irak deskundigen met elkaar over de vraag of Irak nu wel of niet in een eerste fase van een burgeroorlog verkeert. Ahmed heeft daar geen twijfel over. Zijn ouders hebben een gemengd huwelijk, maar om zich heen ziet hij hoe op een uitzondering na de verschillen tussen sjiieten en soennieten steeds vaker onderwerp van verhitte gesprekken zijn. Behalve de aanschaf van een andere identiteitskaart heeft hij dan ook een volgend plan al klaar. Hij heeft contact met een mensensmokkelaar die hem voor zo'n 12.000 dollar naar Zweden kan brengen. Ook die handel floreert in de huidige situatie. „lk kan beter zo snel mogelijk vertrekken. De prijs gaat omhoog”, zegt Ahmed.