Rajaa
16-05-2003, 20:38
Amerikaanse democratie in Irak: soldaten schieten burgers dood. A Child Threw His Shoe, and Soldiers Opened Fire. 30 april 2003 - Amerikaanse soldaten hebben maandag 28 april geschoten op ongewapende tieners. Dat gebeurt in Irak bijna iedere dag. Maar nu is de balans 15 doden. De volgende dag schoten de Amerikaanse soldaten in dezelfde stad opnieuw 3 betogers dood. Door Peter Franssen * Amerikaanse soldaten schieten op demonstranten in Falluja. Maandagavond, 28 april, 22:30 uur, Falluja, 50 kilometer ten westen van Bagdad. Honderdvijftig Iraakse tieners trekken de straat op. Ze zijn ongewapend. Ze willen naar een schooltje waar Amerikaanse mariniers gelegerd zijn. De Amerikanen moeten daar weg, zeggen ze, want wij willen terug naar school. De Amerikanen weten van hun komst en hebben soldaten opgesteld voor de poort. Burgers liggen dood op straat, terwijl anderen, al dan niet gewond, overeind krabbelen en een veilig heenkomen zoeken. Als de groep op twintig meter van het schooltje is, vliegt er een steen door de lucht. Die raakt de rechterzijmuur van de school. De Amerikaanse soldaten, onderofficieren en officieren schieten onmiddellijk met scherp. Ze doen dat een minuut lang. Vijftien tieners blijven dood liggen. Zeventig anderen zijn gewond. Meer dan de helft van de betogers is dood of gewond. Een ernstig gewonde man wordt behandeld in een ziekenhuis. De Amerikaanse legerleiding noemt het een "plots incident". Een moordpartij op ongewapende tieners is een 'incident'. En het verzet tegen de bezetter is 'plots' en voorbijgaand. De zaak is derhalve geklasseerd. In werkelijkheid neemt het verzet zeer snel toe, in het hele land. Een door Amerikaanse soldaten doodgeschoten Irakese demonstrant wordt in een doodskist neergelaten. Op de vlucht in hun onderbroek Op 26 april ontploft een munitiedepot in Zafaranyah, een woonwijk van Bagdad. Daarbij sterven 34 mensen. De reactie van de omwonenden: "De opslag en de vernietiging van munitie vlakbij woonhuizen is het zoveelste teken dat de Amerikanen niet geïnteresseerd zijn in het lot van de bevolking." Amerikaanse troepen die ter versterking naar Zafaranyah gestuurd worden, krijgen onderweg op verscheidene plaatsen stenen naar het hoofd geslingerd. Het gebouw in Zafaranyah waar een honderdtal soldaten verblijven, wordt aangevallen. Ze slaan allemaal op de vlucht, "velen van hen in hun ondergoed", zeggen getuigen. Op 11 april valt een menigte een groep mariniers aan in de noordelijke stad Mosul. Ze gooien met stenen en slaan de soldaten in de buik en het gezicht. De mariniers openen het vuur: er vallen elf doden. De dag erna moeten mariniers zich terugtrekken als ze vanaf verschillende daken in het centrum van de stad beschoten worden. Ook op 11 april blokkeert een menigte de toegang tot het centrum van ***, ten zuidoosten van Bagdad. Amerikaanse mariniers durven de blokkade niet doorbreken. Een anti-Amerikaanse geestelijke leider neemt het stadsbestuur over. De plaatselijke commandant van de mariniers: "Naast ons ontstaat een bestuur dat ons vijandig gezind is." Op 20 april proberen de mariniers de controle opnieuw over te nemen door tweehonderd vroegere politieagenten weer aan het werk te zetten. Maar honderd daarvan kiezen het hazenpad als de inwoners duidelijk maken dat ze hen zullen beschouwen als collaborateurs als ze terug aan het werk gingen. Op 21 april brandt een groep betogers het politiegebouw af, waarna nog meer agenten liever niet aan het werk gaan. Kieran Murray, een correspondent van het persagentschap Reuters, trekt sinds het begin van de oorlog mee met Amerikaanse troepen. Op 26 april schrijft hij: "Overal waar wij komen, worden wij onmiddellijk omzwermd door kinderen en tieners die scheldwoorden en stenen naar ons hoofd slingeren. Kapitein James McGahey, de bevelhebber van de 110de Luchtlandingsdivisie (para’s) zei me: 'Het zijn net lastige muggen de je niet kwijtraakt'. Hij zei me ook dat iedere patrouille die hij in het noorden van het land uitzendt, gegarandeerd met stenen bekogeld wordt." Miljoenen scanderen: US go home! In Bagdad zijn er iedere dag betogingen. Dat is zo sinds de Amerikaanse troepen de plunderingen aanmoedigden door op 10 april de poorten van de gebouwen waar de voedselvoorraden opgeslagen lagen open te gooien en het bericht te verspreiden dat iedereen zich mocht komen bedienen. De dagelijkse betogingen her en der in de stad tellen een paar honderd mensen maar op vrijdagnamiddag, na het gebed, zijn het er telkens vele duizenden. In Bagdad is het militaire verzet het meest verspreid. Op 27 april valt een groep Amerikaanse soldaten in een hinderlaag in een buitenwijk van de stad. Vier mariniers werden zwaar gewond. De Amerikaanse soldaten voelen zich niet veilig. In de zuidelijke stad Kerbala betogen van 22 tot 25 april miljoenen mensen tegen de Amerikaanse bezetting. Ook de dagen ervoor zijn er in het hele zuiden massamanifestaties van gelovigen die op bedevaart naar Kerbala trekken om de marteldood te herdenken van de kleinzoon van Mohammed. Overal scanderen de mensen: "US go home!", "Neen aan Amerika, neen aan het kolonialisme!". Overal roepen geestelijke leiders op tot strijd tegen de bezetter. Ayatollah Said Ali Sistani: "Ons volk zal nooit een buitenlandse overheersing tolereren." De Amerikanen geven nu toe dat ze de toestand helemaal fout hebben ingeschat. Ze dachten dat het zuiden in opstand zou komen tegen Saddam Hoessein en het Amerikaanse leger als bevrijder zou verwelkomen. En dat de bevolking daarna zonder problemen het gezag van de Amerikanen zou erkennen. Ze dachten dat het Koerdische noorden ook gemakkelijk te veroveren en te leiden zou zijn. Ze dachten dat het militair verzet zou uitdoven, wanneer de Republikeinse Garde gebroken zou zijn. Maar overal draait het op iets anders uit. "Wij hebben nog 25 jaar werk voor de boeg", zegt een Amerikaanse generaal. De generaal vergist zich: hij krijgt geen 25 jaar de tijd want overal sluit het volk zich aaneen. De mensen zelf vinden het van ondergeschikt belang of ze nu soenniet of sjiiet zijn: "Dit is geen godsdienstig vraagstuk. We moeten niet kiezen tussen godsdienstig en niet-godsdienstig verzet. De Amerikanen en Britten zijn ons land binnengevallen. Ze willen over ons heersen. Wij zullen allemaal samen vechten om daar een eind aan te maken", zegt Wamid Omar Nadmi, een politiek analist van de universiteit van Bagdad. Helaas ik kan de verschrikkelijke foto's niet plaatsen maar deze tekst spreekt uiteraard boekdelen. De media geeft zoals gewoonlijk een zeer vertekend beeld (ten gunste van de imperialistische macht), in werkelijkheid wordt Irak op wrede wijze bezet en wordt elk kritisch geluid richting de Amerikanen met scherp beantwoord.