Advertentie: bereik met Marokko.nl vrijwel alle Marokkaanse jongeren


PDA

Bekijk originele versie : Verhalen ...



alhob_3adab
01-03-2006, 15:50


[ van de profeten] Bi ismi Allah Het verhaal van Hud Uit "Stories of the Prophets" van Ibn Kathir, vertaald door AlMutaqqun.tk De mensen van 'Ad leefden vele jaren in de heuvels van een gebied tussen Jemen en Oman. Ze waren fysiek goed gebouwd en stonden bekend om hun handwerkkunsten, vooral het aanleggen van hoge gebouwen met hoge torens. Ze onderscheidden zich van alle naties in macht en rijkdom, die hen helaas arrogant en opschepperig maakten. Hun politieke macht lag in de hand van onrechtvaardige heersers waar niemand hun stem tegen durfde te verheffen. Ze waren niet onwetend over het bestaan van Allah, noch weigerden zij Hem te aanbidden. Maar ze weigerden wel alléén Allah te aanbidden. Ze aanbaden andere goden waaronder beelden. Dit is een zonde die Allah niet vergeeft. Allah wilde deze mensen leiden en disciplineren dus zond Hij een profeet die tussen hen leefde. Deze profeet was Hud (aleihi salaam), een nobele man die met zekerheid en tolerantie met zijn taak omging. Ibn Jarir heeft overgeleverd dat hij Hud Ibn Shalikh, Ibn Arfakhshand, Ibn Sam, Ibn Nuh was. Hij heeft ook overgeleverd dat de Profeet Hud (aleihi salaam) van de stam ‘Ad Ibn ‘Uus Ibn Sam Ibn Nuh was, Arabieren die leefden in Al-Ahqaf in Jemen, tussen Oman en Hadramaut, op een land genaamd Ashar dat zich uitsrekte tot in de zee. De naam van hun vallei was Mughiith. Sommige overleveringen zeggend at Hud (aleihi salaam) de eerste persoon was die Arabisch sprak terwijl anderen beweren dat Nuh (aleihi salaam) de eerste was. Er wordt ook gezegd dat Adam de eerste was. Hud (aleihi salaam) keurde afgodenaanbidding af en vermaande zijn mensen: "Mijn mensen, wat is het voordeel van deze stenen die jullie met jullie eigen handen uithakken en aanbidden? In werkelijkheid is het een belediging voor het intellect. Er s slechts Een Godheid aanbidding waard en dat is Allah. Hem aanbidden, en Hem alleen, is een verplichting voor jullie. Hij heeft jullie geschapen, Hij voorziet jullie en Hij is Degene Die jullie zal doen sterven. Hij heeft jullie prachtige fysica gegeven en jullie op vele manieren gezegend. Dus geloof in Hem en wees niet blind voor zijn gunsten, of hetzelfde lot dat de mensen van Nuh heeft vernietigd, zal jullie overkomen." Met deze redenering hoopte Hud het geloof in hen te vestigen maar ze weigerden deze boodschap te accepteren. Zijn mensen vroegen hem: "Wens je onze heerser zijn met je oproep? Wat voor betaling wil je?" Hud probeerde hen duidelijk te maken dat hij zijn betaling (beloning) van Allah zou krijgen; hij eiste niets van hen behalve dat ze het licht van de waarheid hun geesten en harten zouden laten raken. Allah de Almachtige zegt: « En tot de Aad zeide hun broeder Hud: "O, mijn volk, aanbid Allah. Gij hebt geen God naast Hem. Gij verzint slechts leugens. O, mijn volk, ik vraag van u geen beloning hiervoor; mijn beloning is alleen bij Hem, Die mij schiep. Wilt gij dan niet begrijpen? En o, mijn volk, vraag vergiffenis van uw Heer, wend u daarna tot Hem, Hij zal wolken die regelmatig regen nedergieten over u zenden en kracht bij uw kracht voegen. En wend u niet af als schuldigen." Zij zeiden: "O Hud, gij hebt ons geen enkel duidelijk bewijs gebracht en wij zullen onze Goden niet in de steek laten, om hetgeen gij zegt noch zullen wij u geloven. Wij kunnen alleen zeggen dat sommige onzer Goden u met kwaad hebben bezocht." Hij antwoordde: "Voorzeker, ik roep Allah tot getuige en getuigt gij ook, dat ik niets met uw afgoden uitstaande heb. Smeedt daarom allen buiten Hem plannen tegen mij en geeft mij geen uitstel. Ik heb voorzeker mijn vertrouwen in Allah gesteld, Die mijn Heer en uw Heer is. Er is geen schepsel, dat zich op aarde beweegt, of Hij houdt het in Zijn macht. Voorzeker, mijn Heer is op het rechte pad. Indien gij u afwendt, dan heb ik u hetgeen waarmede ik tot u ben gezonden medegedeeld, en mijn Heer zal een ander volk uw plaats doen innemen. Gij kunt Hem in het geheel niet deren. Voorzeker, mijn Heer is Bewaker over alle dingen." » {11:50-57} Hud probeerde hen te vertellen en uit te leggen over Allah’s zegeningen: hoe Allah de Almachtige hen nakomelingen van Nuh had gemaakt, hoe Hij hen kracht en macht had gegeven en hoe Hij hen regen had gezonden om hun aarde op te laten leven. Hud’s mensen keken naar zichzelf en vonden dat zij de sterkste op aarde waren, dus werden ze nog trotser en koppiger. Ze twistten veel met Hud. Ze vroegen: "O Hud! Wil je zeggen dat nadat wij gestorven zijn en stof geworden zijn, we opgewekt zullen worden?" Hij antwoordde: "Ja, jullie zullen terugkomen op de Dag des Oordeels en een ieder van jullie zal ondervraagd worden over wat hij gedaan heeft." Na deze laatste zin kon een galmend gelach gehoord worden. "Wat een vreemde beweringen van Hud!" mompelden de ongelovigen onder elkaar. Ze geloofden dat wanneer iemand stierf, zijn lichaam vervalt en in stof veranderd die door de wind weggeveegd wordt. Hoe kon dat weer in z’n originele staat terugkeren? Wat is dan het belang van de Dag des Oordeels? Waarom komen de doden weer tot leven? Al deze vragen werden geduldig ontvangen door Hud. Toen vertelde hij zijn mensen over de Dag des Oordeels. Hij legde uit dat het geloof in de Dag des Oordeels essentieel is voor Allah’s rechtvaardigheid. Hij leerde hen hetzelfde wat elke profeet erover geleerd had. Hud legde uit dat rechtvaardigheid vereist dat er een Dag des Oordeels komt want het goede overwint niet altijd in het leven. Het kwade overwint soms het goede. Zullen zulke misdaden ongestraft blijven? Als we er van uit gaan dat er geen Dag des Oordeels is, dan zal een grote onrechtvaardigheid overwegen, maar Allah heeft het schuldig maken aan onrechtvaardigheid door Zichzelf of Zijn onderdanen verboden. Daarom openbaart het bestaan van de Dag des Oordeels, een dag van de rekening van onze daden en ervoor beloond of gestraft worden, de veelomvattendheid van Allah’s rechtvaardigheid. Hud sprak tot hen over deze dingen. Ze luisterden maar geloofden hem niet.

alhob_3adab
01-03-2006, 15:51
« En de hoofden van zijn volk, die ongelovig waren en die de ontmoeting in het Hiernamaals loochenden en wie Wij in dit leven overvloed (van het goede der aarde) hadden gegeven, zeiden: "Dit is slechts een mens, zoals gij. Hij eet van hetgeen gij eet en drinkt van hetgeen gij drinkt. En indien gij een man gelijk aan uzelf gehoorzaamt dan zijt gij zeker verloren. Belooft hij u dat wanneer gij dood zijt en stof en beenderen zijt geworden, gij weder zult worden opgewekt? Verre, verre is hetgeen u wordt beloofd! Er is geen ander leven buiten ons tegenwoordige leven; wij leven en sterven en zullen niet worden opgewekt. Hij is niet anders dan een mens die een leugen heeft verzonnen over Allah; wij zullen in hem stellig niet geloven." » {23:33-38} Het hoofd van Hud’s mensen vroeg: “Is het niet vreemd dat Allah een van ons kiest om Zijn boodschap aan te openbaren?” Hud antwoordde: “Wat is daar vreemd aan? Allah wil jullie leiden naar de juiste manier van leven, dus heeft Hij mij gezonden om jullie te waarschuwen. Nuh’s vloed en zijn verhaal zijn niet ver weg van jullie dus vergeet niet wat er gebeurd is. Alle ongelovigen werden vernietigd, ongeacht hoe sterk ze waren.” “Wie gaat ons vernietigen Hus?” vroeg het stamhoofd. “Allah,” antwoordde Hud. De ongelovigen onder zijn mensen antwoordden: “Wij zullen gered worden door onze goden.” Hud legde hen uit dat de goden die zij aanbaden de reden zouden zijn voor hun vernietiging, dat alleen Allah mensen redt en dat geen andere kracht op aarde iemand kan bevoordelen of benadelen. Het conflict tussen Hud en zijn mensen duurde voort. De jaren verstreken en ze werden nog trotser, koppiger en hooghartiger van de boodschap van hun profeet. Verder begonnen ze Hud (aleihi salaam) te beschuldigen van bezetenheid. Op een dag zeiden ze tegen hem: “Nu begrijpen we het geheim van jouw krankzinnigheid: je hebt onze goden beledigd en ze hebben jou geschaad; daarom ben je gek geworden.” Allah heeft hun woorden in de Qur’an herhaald: « Zij zeiden: "O Hud, gij hebt ons geen enkel duidelijk bewijs gebracht en wij zullen onze Goden niet in de steek laten, om hetgeen gij zegt noch zullen wij u geloven. Wij kunnen alleen zeggen dat sommige onzer Goden u met kwaad hebben bezocht." » {11:53-54} Hud moest deze trotsering beantwoorden. Hij had geen andere weg dan zich alleen tot Allah te richtten, geen ander alternatief dan hen een dreigend ultimatum te stellen. Hij verklaarde tot hen: « "Voorzeker, ik roep Allah tot getuige en getuigt gij ook, dat ik niets met uw afgoden uitstaande heb. Smeedt daarom allen buiten Hem plannen tegen mij en geeft mij geen uitstel. Ik heb voorzeker mijn vertrouwen in Allah gesteld, Die mijn Heer en uw Heer is. Er is geen schepsel, dat zich op aarde beweegt, of Hij houdt het in Zijn macht. Voorzeker, mijn Heer is op het rechte pad. Indien gij u afwendt, dan heb ik u hetgeen waarmede ik tot u ben gezonden medegedeeld, en mijn Heer zal een ander volk uw plaats doen innemen. Gij kunt Hem in het geheel niet deren" » {11:54-57} Hud deed dus afstand van hun en hun goden en bevestigde zijn afhankelijkheid van Allah Die hem geschapen had. Hud realiseerde zich dat de ongelovigen onder zijn mensen bestraft zouden worden. Het is een van de wetten van het leven. Allah bestraft de ongelovigen, ongeacht hoe rijk, tiranniek of groot ze zijn. Hud en zijn mensen wachtten op Allah’s belofte. Een droogte verspreidde zich door het land omdat de hemel geen regen meer zond. De zon schroeide het woestijnzand en leek op een schijf van vuur die zich op de hoofden van de mensen zetelde. Hud’s mensen haasten zich naar hem en vroegen: “Wat is die droogte Hud?” Hud antwoordde: “Allah is kwaad op jullie. Als jullie in Hem geloven zal Hij jullie accepteren en de regen zal vallen en jullie zullen nog sterker worden dan jullie nu zijn.” Ze bespotten hem en werden nog koppiger, sarcastische en perverser in hun ongeloof. De droogte nam toe, de bomen werden geel en de planten gingen door. Op een dag was de hemel gevuld met wolken. Hud’s mensen waren blij en kwamen schreeuwend hun tenten uit: “Een wolk die ons regen zal geven!” Het weer veranderde ineens van brandend droog tot stekend koud met een wind die alles deed schokken: bomen, planten, tenten, mannen en vrouwen. De wind nam dag na dag en nacht na nacht toe. Hud’s mensen begonnen te vluchten. Ze renden naar hun tenten om te verstoppen maar de storm werd sterker en scheurde de tenten van hun spijlen. Ze verscholen zich onder doeken maar de storm werd sterker en trok hun bedekkingen weg. Het verscheurde kleding en huid. Het drong de openingen van het lichaam binnen en vernietigde het. De storm raasde acht dagen en zeven nachten. Allah vertelt: « Toen zij een wolk naar hun valleien zagen komen, zeiden zij: "Dit is een wolk, die ons regen zal geven." Neen, dat is hetgeen gij zocht te verhaasten, een wind, die een smartelijke straf bevat. Deze zal alles door het gebod van zijn Heer vernietigen. » {46:24-25} « En de ‘Ad werden door een felle, geweldige wind vernietigd die Hij zeven nachten en acht dagen achtereenvolgens over hen liet woeden, zodat gij had kunnen zien hoe het volk er door neergeworpen werd, alsof zij gevallen palmboomstammen waren! » {69:6-7} Die gewelddadige storm stopte niet voordat de gehele regio gereduceerd was tot ruïnes en de mensen vernietigd, opgeslokt door het zand van de woestijn. Alleen Hud en zijn volgelingen bleven ongedeerd. Ze verhuisden naar Hadramaut en leefden daar in vrede, Allah aanbiddend, hun ware Heer.

alhob_3adab
01-03-2006, 15:51
ik plaats meer als er geinteresseerden zijn