Bekijk originele versie : [Sabra - Shatila] de aanklacht tegen Sharon in België
saladin_2de
16-03-2005, 18:03
De tekst van de aanklacht die is ingediend bij het Belgische gerecht
Dit is de Nederlandse vertaling van de Franse versie van de aanklacht.
Voor het leesgemak zijn de belangrijkste onderdelen hieronder via aparte links direct op te vragen.
De Franse tekst van de aanklacht bevat een groot aantal voetnoten, die in deze web-versie niet zijn opgenomen. Het word-document met de volledige tekst in Nederlandse vertaling bevat wel alle voetnoten.
Een overzicht van de onderdelen van de aanklacht:
"Inleiding"
I. De feiten
A. Algemene feiten
B. In het bijzonder
1. Eisers, overlevenden van Sabra en Chatila
2. Getuigen, overlevenden van Sabra en Shatila
3. Andere aanklagers
II. Wettelijke kwalificatie van de feiten.
A. Genocide
B. Misdaden tegen de mensheid
1 Omschrijving en bron(nen) van vervolging
2. Eerste en belangrijkst bestanddeel: agressie tegen een burgerbevolking
3. Tweede basiselement: algemeen of systematisch karakter van de aanval
4. Derde basiselement: het morele element
C. Oorlogsmisdaden
D. Samenloop van de strafbare feiten
E. Conclusie
III. Universele bevoegdheid van de Belgische justitie
A. Genocide
B. Misdaden tegen de mensheid
C. Oorlogsmisdaden
IV. De verantwoordelijkheden
V. Schade
"Slot"
Klacht met burgerlijke partijstelling
Aan de heer Onderzoeksrechter,
1. Mevrouw Samiha Abbas Hijazi, van Libanese nationaliteit (geen paspoort, document 5496895/90), met als huidige woonplaats Beiroet, Al-Horch, naast de Oostenrijkse school
2. De heer Abd el Nasser Alameh, van Libanese nationaliteit (Paspoort nr. 0473395), met als huidige verblijfplaats Beiroet/ Sabra/ El Dik steeg.
3. Mevrouw Ouadha Hassan el-Sabeq, van Palestijnse nationaliteit (speciaal document voor vluchtelingen, nr. 205963), met als huidige verblijfplaats Beiroet / Bir Hassan
4. De heer Mahmoud Younes, van Palestijnse nationaliteit (speciaal document voor vluchtelingen, nr. 217163), met als huidige verblijfplaats Beiroet / Kamp Shatila
5. Mevrouw Fadi Ali El Doukhi, van Palestijnse nationaliteit (speciaal document voor vluchtelingen, nr. 686 24), met als huidige verbijfplaats Saida / Kamp Miyeh Miyeh
6. Mevrouw Amina Hasan Mohsen, van Palestijnse nationaliteit, (speciaal document voor vluchtelingen, nr. 912/4969), met als huidige verblijfplaats Saida/ El- Hamtaristraat, Hiba-complex
7. Mevrouw Sana Mahmoud Sersaoui, van Palestijnse nationaliteit (speciaal document voor vluchtelingen, nr.76/6931), met als huidige verblijfplaats Beiroet, Sabra, Ali el Bacha / Houssi-gebouw
8. Mevrouw Nadima Youssef Said Naser, van Palestijnse nationaliteit (geen paspoort, document 602/ 7382), met als huidige verblijfplaats Beiroet, Sabra/ gebouw Gaza, nummer 1
9. Mevrouw Mouna Ali Hussein, van Palestijnse nationaliteit (speciaal document voorvluchtelingen 214057), met als huidige verblijfplaats Beiroet, Sabra, gebouw Gaza, nummer 1
10. Mevrouw Chaker Abd-el-Ghani Tatat, van Palestijnse nationaliteit (geen paspoort, document nr. 842/2992), met als huidige verblijfplaats Beiroet, Sabra, Al-Bacha-wijk
11. Mevrouw Souad Srour el-Meri, van Palestijnse nationaliteit (Document 924/21358; Libanees paspoort 150 6939), met als huidige verblijfplaats Beiroet, el-Horch, regio Shatila
12. De heer Akram Ahmad Hussein, van Palestijnse nationaliteit (speciaal document voor vluchtelingen, nr. 902/9265), met als huidige verblijfplaats Beiroet, Kamp Shatila
13. Mevrouw Bahija Zrein, van Palestijnse nationaliteit (Document 108642), met als huidige verblijfplaats Beiroet, Sabra, El-Dik laan
14. De heer Muhammad Ibrahim Faqih, van Libanese nationaliteit (Libanees paspoort nr. 322903), met als huidige verblijfplaats Beiroet, Bir Hasan
15. De heer Mohammed Chawkat Abou Roudeina, van Palestijnse nationaliteit (speciaal document voor vluchtelingen, nr. 161877), met als huidige verblijfplaats Beiroet, Kamp Shatila
16. De heer Fady Abdel Qader El Sakka, van Palestijnse nationaliteit (geen paspoort, document nr. 471/1144), met als huidige verblijfplaats Beiroet / Kamp Shatila
17. De heer Adnan Ali al-Mekdad, van Libanese nationaliteit (geen paspoort), met als huidige verblijfplaats Shatila, Station El Rihab
18. Mevrouw Amale Hussein, van Palestijnse nationaliteit (geen paspoort), met als huidige verblijfplaats Beiroet / Kamp Shatila
19. Mevrouw Noufa Ahmad el-Khatib, van Libanese nationaliteit, met als huidige verblijfplaats Beiroet / Bir Hassan
20. De heer Najib Abd-el-Rahman Al-Khatib, van Palestijnse nationaliteit (geen paspoort), met als huidige verblijfplaats Beiroet, Kamp Shatila
21. De heer Ali Salim Fayad, van Libanese nationaliteit (geen paspoort), met als huidige verblijfplaats Beiroet/ al-Horch - zuidelijke ingang van Sabra
22. De heer Ahmad Ali el-Khatib, van Libanese nationaliteit, met als huidige verblijfplaats Beiroet / regio Bir Hassan
23. Mevrouw Nazek Abdel-Rahman al-Jammal, van Libanese nationaliteit (geen paspoort), met als huidige verblijfplaats Beiroet / Sabra/ al-Dik steeg.
Vertegenwoordigd door hun raadsheren:
Meester Luc Walleyn, advocaat in 1030 Brussel, Paleizenstraat 174;
Meester Michaël Verhaeghe, advocaat in 3090 Overijse, Waversesteenweg 60
Meester Chibli Mallat, advocaat in Beiroet (Libanon)
En allen gedomicilieerd bij Meester Luc Walleyn, ten huize van zijn hierboven vermeld kantoor.
Stellen zich burgerlijke partij tegen de heren Ariel Sharon, Amos Yaron en andere Israëlische en Libanese verantwoordelijken van de slachtpartijen, moorden, verkrachtingen en verdwijningen die plaatsvonden in Beiroet (Libanon) van donderdag 16 tot zaterdag 18 september 1982 in de regio van de kampen Sabra en Shatila.
De huidige klacht wordt ingediend conform de wet van 16 juni 1993 (gewijzigd door de wet van 10 februari 1999) betreffende de vervolging van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op grond van:
daden van genocide (artikel 1, § 1 )
misdaden tegen de mensheid (artikel 1, § 2)
misdaden die schade toebrengen aan mensen en goederen beschermd door de Geneefse Conventie, ondertekend in Genève op 12 augustus 1949 (artikel 1, § 3)
De klacht berust eveneens op het internationaal gewoonterecht en op het ius cogens ten aanzien van bovenvermelde misdaden. Door deze misdaden werden de eisers persoonlijk getroffen en/of verloren ze naaste familieleden of materiële bezittingen.
als ik sharon zie ik maak ze af ze hebben mijn broeders en zusters vermoord vieze varken
saladin_2de
16-03-2005, 18:05
I. De feiten
A. Algemene feiten
Op 6 juni 1982 viel het Israëlische leger Libanon binnen, als reactie op een poging tot moord op de Israëlische ambassadeur ARGOV, op 4 juni in Londen. Deze moordpoging werd dezelfde dag nog door de Israëlische geheime diensten toegeschreven aan een dissidente Palestijnse organisatie. De actie zou zijn uitgevoerd in opdracht van de Iraakse regering, die hiermee de aandacht wilde afleiden van haar recente militaire nederlagen in de oorlog tussen Irak en Iran . De Israëlische operatie, die al lang voorbereid was, kreeg de naam "Vrede in Galilea" mee.
Aanvankelijk had de Israëlische regering aangekondigd dat zij de bedoeling had om tot 40 km op het Libanese territorium binnen te dringen. Het militaire bevel was in handen van minister van Defensie, generaal Ariel SHARON, die besliste om een nog ambitieuzer plan uit te voeren, dan dat wat Sharon gedurende meerdere maanden had voorbereid. Na het zuiden van het land te hebben bezet, en er het Palestijnse en Libanese verzet gebroken te hebben - waarbij al een reeks wreedheden werden begaan tegen de burgerbevolking - stootten de Israëlische troepen door tot in de Libanese hoofdstad Beiroet. Vanaf 18 juni 1982 omsingelden ze de strijdkrachten van de Organisatie voor de Bevrijding van Palestina, die zich in het westelijke deel van de stad verschanst hadden.
Volgens Libanese statistieken zouden het Israëlische offensief, en vooral de intensieve bombardementen op Beiroet, verantwoordelijk zijn voor 18.000 doden en 30.000 gewonden. De grote meerderheid van deze slachtoffers waren burgers.
Na twee maanden van gevechten kwam er een staakt-het-vuren tot stand door toedoen van de afgevaardigde van de Verenigde Staten, Philippe HABIB. Hij had bekomen dat het PLO Beiroet zou verlaten, onder toezicht van een multinationale troepenmacht, die zich in het ontruimde deel van de stad zou vestigen. De Habibakkoorden voorzagen dat West-Beiroet uiteindelijk door het Libanese leger zou worden gecontroleerd, en de Palestijnse leiders hadden van de Amerikanen de verzekering gekregen dat de veiligheid van de burgers in de kampen na hun vertrek zou gewaarborgd blijven.
De evacuatie van de PLO werd beëindigd op 1 september 1982.
Op 10 september 1982 verliet de multinationale strijdkracht Beiroet. De volgende dag meldde Ariel Sharon dat er zich nog "tweeduizend terroristen" in de vluchtelingenkampen rond Beiroet bevonden. Op woensdag 15 september, na de moord, daags voordien, op de verkozen Libanese president Bachir GEMAYEL, bezette het Israëlische leger West-Beiroet, en 'omsingelde' de kampen van Sabra en Shatila en 'sloot ze van de buitenwereld af'. De kampen werden enkel nog bewoond door een Palestijnse en Libanese burgerbevolking nadat alle gewapende verzetsstrijders (meer dan 14.000) Beiroet en voorsteden hadden verlaten.
Historici en journalisten zijn het erover eens dat het waarschijnlijk tijdens een ontmoeting was tussen A. SHARON en B. GEMAYEL, in Bikfaya op 12 september, dat een akkoord werd bereikt om de 'Libanese Strijdkrachten' de toestemming te geven om de Palestijnse kampen 'schoon te maken' . Zijn voornemen om de falangistische strijdkrachten West-Beiroet in te sturen had Sharon al aangekondigd op 9 juli 1982 en in zijn biografie bevestigt hij over de operatie onderhandeld te hebben tijdens de ontmoeting in Bikfaya.
Volgens de verklaringen van Ariel SHARON in de Knesset (het Israëlische parlement) op 22 september 1982, was de beslissing over de inval van de falangisten in de vluchtelingenkampen van Beiroet op woensdag 15 september 1982 om 15u30 gevallen . Nog altijd volgens generaal SHARON, had de Israëlische commandant als instructie gekregen: "het is voor de strijdkrachten van Tsahal verboden binnen te gaan in de vluchtelingenkampen. Het uitkammen en schoonmaken van de kampen zal worden uitgevoerd door de falangisten of door het Libanese leger".
Vanaf zonsopgang op 15 september 1982, begonnen Israëlische bommenwerpers West-Beiroet te overvliegen op lage hoogte en drongen Israëlische troepen West-Beiroet binnen. Vanaf 9u 's morgens was generaal SHARON zelf ter plaatse om persoonlijk de opmars van het Israëlische leger te leiden. Hij vestigde zich in het hoofdkwartier van het leger, in de buurt van de ambassade van Koeweit, in de onmiddellijke omgeving van Shatila. Vanop het dak van dit gebouw van zes verdiepingen kon men perfect de stad en de kampen Sabra en Shatila observeren.
Vanaf de middag werden de kampen Sabra en Shatila, die in werkelijkheid één enkele zone van vluchtelingenkampen vormen in het zuidelijke deel van West-Beiroet, omsingeld door Israëlische tanks en soldaten, die rond de kampen controleposten oprichtten, die hen toelieten de in- en uitgangen te bewaken. In de late namiddag en 's avonds werden de kampen met obussen gebombardeerd.
Op donderdag 16 september 1982 was heel West-Beiroet onder de controle van het Israëlische leger. In een communiqué verklaarde de militaire woordvoerder: "Tsahal controleert alle strategische punten van Beiroet. De vluchtelingenkampen, waar zich concentraties van terroristen bevinden, zijn omsingeld en van de buitenwereld afgesloten." In de ochtend van 16 december werd het bevel 6 gegeven door het opperbevel van het leger: "Searching and mopping up of the camps will be done by the Phalangists/Lebanese Army".
In de voormiddag werden obussen op het kamp afgevuurd vanop de omringende hoogten, terwijl Israëlische eliteschutters, die rond de kampen waren opgesteld, op de mensen schoten, die zich in de straten bevonden. Rond de middag gaf de Israëlische militaire commandant het groene licht aan de falangistische milities om het vluchtelingenkamp binnen te dringen. Iets na 17u drong een eenheid van ongeveer 150 falangisten vanuit het zuiden en het zuid-oosten het kamp Shatila binnen.
Op dat ogenblik telefoneerde generaal Drori met Ariel Sharon om hem te melden: "Onze vrienden rukken op in de kampen. Wij hebben hun intrede gecoördineerd." Deze laatste antwoordde: "Gefeliciteerd! De operatie van onze vrienden is goedgekeurd."
Gedurende 40 uren, in de "omcirkelde en afgesloten" kampen, zullen de falangistische milities een groot aantal ongewapende burgers, in meerderheid kinderen, vrouwen en ouderlingen, verkrachten, doden en verwonden. Deze acties worden vergezeld of gevolgd door systematische razzia's, met de goedkeuring en d steun van het Israëlische leger, die resulteren in tientallen verdwijningen.
Tot in de ochtend van zaterdag 18 september 1982, heeft het Israëlische leger, dat perfect op de hoogte was van wat zich in de kampen afspeelde, en waarvan de bevelhebbers in permanent contact stonden met de leiders van de milities die de moordpartij uitvoerden, niet alleen afgezien van elke interventie, maar verleende het directe hulp aan deze operatie door burgers te verhinderen het kamp te ontvluchten en door 's nachts voor constante verlichting te zorgen, met lichtgevende vuurpijlen, die door helikopters en mortieren werden afgeschoten.
De cijfers van de slachtoffers variëren van 700 (officieel Israëlisch cijfer) tot 3.500 (met name volgens het bovengemeld onderzoek van de Israëlische journalist KAPELIOUK). Het exacte cijfer zal nooit kunnen worden achterhaald omdat, behalve de ongeveer 1000 personen die door het I.C.R.C. in massagraven of door familieleden op de begraafplaatsen van Beiroet begraven zijn, een groot aantal lijken begraven werden door de militieleden zelf. Zij hebben ze begraven onder gebouwen die ze hebben vernield met bulldozers. Bovendien zijn honderden personen verdwenen, vooral op 17 en 18 september, nadat ze levend - met onbekende bestemming - werden weggevoerd in vrachtwagens.
Sinds de slachtpartij is er ten overstaan van de slachtoffers en overlevenden van het bloedblad geen enkel juridisch onderzoek gevoerd, niet in Libanon, in Israël of elders. Onder druk van een manifestatie met 400.000 deelnemers, heeft het Israëlische parlement (de Knesset) in september 1982 een onderzoekscommissie aangesteld onder de leiding van Yitzhak KAHAN. Ondanks het beperkte mandaat van deze Commissie (een politiek en geen juridisch mandaat), en ondanks het feit dat ze de stem en de eisen van de slachtoffers weigerde te aanhoren, concludeerde de Commissie dat "de minister van Defensie persoonlijk verantwoordelijk was" voor de moordpartijen.
geef maar een linkje! scheelt jou een hoop C&P, en mij een bult ergenis!
saladin_2de
16-03-2005, 18:10
Op aandringen van de Commissie, en onder druk van de manifestaties die op het rapport volgden, heeft Ariel SHARON ontslag genomen als minister van Defensie, maar hij bleef wel lid van de regering als minister zonder portefeuille. Voorts dient te worden vermeld dat tijdens de manifestatie van de beweging "Vrede Nu", die onmiddellijk voor het "ontslag" van Sharon plaatsvond, zijn medestanders een granaataanval pleegden tegen de manifestanten, wat resulteerde in de dood van een jonge betoger.
Bovendien hebben meerdere niet officiële onderzoeken en rapporten, gebaseerd op vooral westerse getuigenissen, waaronder die van MacBride et die van de Nordic Commission, en grondige verslagen van journalisten en historici, kostbare informatie aan het licht gebracht. Deze teksten zijn, integraal of gedeeltelijk, in de bijlagen van het dossier opgenomen.
Ondanks de bewijzen van een "misdadige massamoord", de term is afkomstig van de VN-Veiligheidsraad, en de droevige plaats die de bloedbaden van Sabra en Shatila innemen in het collectieve geheugen van de mensheid als grote misdaden van de twintigste eeuw, werden de "persoonlijke verantwoordelijke" van deze slachtpartijen, zijn handlangers en de uitvoerders nooit juridisch vervolgd of gestraft. De Israëlische journalisten Schiff en Yaari hadden in 1984 hun hoofdstuk over de slachtpartij geconcludeerd met deze beschouwing: "If there is a moral to the painful episode of Sabra and Shatila, it has yet to be acknowledged." Deze werkelijkheid van straffeloosheid geldt vandaag nog steeds. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft de massamoord veroordeeld in de resolutie 521 (1982) van 19 september 1982. Deze veroordeling werd gevolgd door een resolutie van de Algemene Vergadering van 16 december 1982 die de slachtpartij definieerde als een "genocide".
B. In het bijzonder
B.1. Eisers, overlevenden van Sabra en Chatila:
De eisers voegen als bijlage bij de onderhavige eis een verklaring toe over hun persoonlijk leed. De originele teksten zijn in het Arabisch; elke verklaring is in het Frans vertaald. Deze verklaringen zijn uiterst veelzeggend en overtuigend:
1. Samiha Abbas Hijazi:
"Op donderdag vonden er bombardementen plaats toen de Israëli's aankwamen, daarna werden de bombardementen heviger en zijn wij naar de schuilkelder gegaan. (…) Vrijdag hoorden we dat er een bloedbad was geweest. Ik ging naar de buren. Ik vond onze buurman Moustafa El Habarat, gewond en badend in het bloed. Zijn vrouw en kinderen waren dood. We hebben hem naar het Gaza-ziekenhuis gebracht en daarna zijn we gevlucht. Toen het weer wat rustiger was, ben ik teruggekeerd. Ik heb vier dagen lang naar mijn dochter en haar man gezocht. Vier dagen lang heb ik onder de doden gezocht en alle doden bekeken. Zaynab heb ik dood teruggevonden, met brandwonden op het gezicht. Haar echtgenoot was in tweeën gehakt, zijn hoofd was spoorloos. Ik heb ze begraven."
Mevrouw Abbas Hijazi heeft haar dochter, haar schoonzoon, de schoonmoeder van haar dochter en andere verwanten verloren.
2. Abd el Nasser Alameh:
"In de nacht van de slachting waren wij thuis en we hoorden dat er in Shatila een bloedbad had plaatsgevonden. (…) De hele nacht hebben we onze steeg bewaakt. We hebben elkaar om de paar uur afgelost tot de zon opging, het ogenblik waarop sommigen konden vluchten. Ik dacht dat mijn broer ons was voorgegaan naar West-Beiroet. Daar hebben we op hem gewacht, maar hij is niet gekomen. Mijn broer bevond zich dus onder de mensen die ze hebben meegenomen. Later is zelfs hun lichaam niet meer teruggevonden. "
De heer Alameh heeft zijn broer verloren (19 jaar oud op het ogenblik van de feiten).
3. Ouadha Hassan el-Sabeq:
"Wij waren thuis op vrijdag 17 september, toen de buren kwamen. Zij vertelden ons: Israël is binnengevallen; ga naar de Israëli's, zij nemen jullie papieren en zetten er een stempel op. Nadat we waren vertrokken om ons bij de Israëli's te melden, verschenen er opeens tanks en Israëlische soldaten. Tot onze verbazing hadden ze de Libanese Strijdkrachten bij zich. Ze namen de mannen mee en lieten de vrouwen en de kinderen samen achter. Toen ze mijn kinderen en alle mannen meenamen, zeiden ze: 'vooruit, naar het sportstadion en zij hebben ons erheen gebracht. Daar hebben ze ons tot zeven uur 's avonds gehouden en toen deelden ze ons mee: vertrek naar Fakhani en ga niet naar huis. Ze begonnen met granaten en kogels te schieten. Er waren een aantal mannen gearresteerd, die hebben ze meegenomen. Van die mannen is nooit meer iets gehoord. Tot op vandaag weten we niets over hen en ze zijn nog steeds vermist."
Mevrouw El-Sabecq heeft twee zonen (toen 16 en 19 jaar oud) verloren, een broer en ongeveer 15 familieleden.
4. Mahmoud Younes:
"Ik was 11 jaar oud. Het werd nacht en we hoorden de bombardementen en de beschietingen. (…) We zijn allemaal naar de slaapkamer gegaan om te schuilen en daar zijn we gebleven. Toen ze aankwamen, gingen ze direct naar de huiskamer. Daar schoten ze op de foto's aan de muur, vooral op die van mijn broer die een martelaar is van de Zwarte September. Ze hebben de huiskamer overhoop gehaald en schreeuwden allerlei beledigingen en verwensingen. Ze zochten ons, maar vonden ons niet. Daarna zijn ze op het dak geklommen waar ze de hele nacht zijn gebleven. Wij hebben die nacht in doodsangst doorgebracht in onze schuilplaats. We hoorden ze schreeuwen, vloeken en schieten, terwijl de Israëli's tot de ochtend lichtkogels afvuurden. De volgende ochtend begonnen ze te scanderen "Geef je over, dan blijf je leven". Mijn neefje was 18 maanden oud. Hij had honger en we waren ver weg van de keuken. Mijn zuster wilde hem stilhouden en hield haar hand op zijn mond uit angst dat ze hem zouden horen. Haar echtgenoot besloot daarop dat we ons moesten overgeven, omdat ons lot toch in handen van God ligt. De vrouwen gingen het eerst naar buiten, en daarna mijn broers, mijn vader, mijn schoonbroer en de andere leden van de familie. Mijn broer was ziek. Zodra ze ons hoorden, schoten ze in onze richting en zijn direct het huis binnengegaan. Ze vroegen ons waar we die vorige avond waren geweest toen ze ons huis waren binnendrongen. Daarna bevalen ze de vrouwen en kinderen om weg te gaan. Mijn schoonbroer heeft daarop zijn dochtertje omhelsd en afscheid van haar genomen. Een gewapende man liep op mijn nichtje af, deed een touw om haar hals en zei dat hij haar zou wurgen als haar vader haar niet zou loslaten. Mijn schoonbroer gehoorzaamde en vertrouwde haar aan mij toe. Zij wilden mij ook meenemen, maar mijn moeder zei dat ik een meisje was. Ze lieten mijn moeder en de andere vrouwen naar het sportstadion gaan. Onderweg zag ik de man van mijn tante, Abou Nayef,ze hadden hem gedood met bijlslagen op zijn hoofd dichtbij zijn huis. De lijken waren allemaal verminkt. Ik droeg mijn nichtje en struikelde over een lijk dat met een bijl was bewerkt. Ik viel op de grond. Toen zagen ze dat ik een jongen was en een van de mannen zette me tegen de muur en wilde me een kogel door het hoofd schieten. Mijn moeder gooide zich voor zijn voeten en smeekte hem om me te laten gaan. Maar hij duwde haar weg. Op dat ogenblik hoorde hij het geld rinkelen dat zij op haar lichaam verborgen hield. Hij vroeg haar wat dat te betekenen had. Ze antwoordde hem dat hij al het geld kon nemen als hij mij maar in leven zou laten. Zo konden we verdergaan en kwamen aan bij het sportstadion. De Israëlische bulldozers waren diepe geulen aan het graven. Men zei dat ze ons levend wilden begraven. Mijn moeder smeekte hen op haar knieën en vroeg een slok water voor ze zou moeten sterven. In het stadion zag ik de Israëlische soldaten en tanks, bulldozers en artillerie van de Israëli's. We zagen bij hen ook groepen falangisten. Het wemelde er van de vrouwen en kinderen. Wij zijn er gebleven tot de zon onderging. Toen kwam er een Israëli die zei: ga naar Cola. Iedereen die terugkomt naar het kamp zal sterven. Wij gingen op weg, terwijl ze in onze richting schoten."
Meneer Younes heeft zijn vader, drie broers, zijn oom en neef langs moederszijde, twee nichten langs vaderszijde en andere familieleden verloren.
5. Fadia Ali El Doukhi:
"Toen de bombardementen begonnen en we hoorden dat Israël het kamp omsingelde, zei mijn vader dat we moesten vluchten. Wij wilden dat hij meekwam, maar hij wou achterblijven om ons huis te beschermen. Daarop zijn wij gevlucht en lieten we hem in huis achter. Later hoorden we dat er een bloedbad had plaatsgevonden. We hoorden dat mijn vader was gestorven en we hebben zijn foto in de krant gezien. Zijn voet was afgehakt. Onze buurvrouw in wiens huis mijn vader zich had schuilgehouden, vertelde ons hoe ze hem gedood hadden."
Mevrouw El Doukhi, toen elf jaar, heeft haar vader verloren.
http://www.sabra-shatila.be/aanklacht/aanklachttekstNL.htm#0
Amazoelloe
16-03-2005, 18:29
Interview met Lucas Catherine: Apartheid in Israël, net zoals vroeger in Zuid-Afrika
Ondanks wereldwijde protesten bouwt Israël verder aan de muur van de schande, een muur die de Palestijnse Gebieden afzondert. Het laatste 'vredesplan' lijkt begraven. Israël (en de Verenigde Staten) willen niet meer met Arafat praten en vinden dat zij het recht hebben te zeggen wie Palestina moet leiden. Lucas Catherine kent de Palestijnse kwestie als geen ander. Hem interviewen heeft deze bijzonderheid dat een paar woorden volstaan opdat hij op de helft van de nog niet gestelde vragen al antwoordt. Het ingewikkelde Palestijns-Israëlisch conflict wordt bij hem meteen een stuk helderder.
Luc Vancauwenberge
10-12-2003
http://www.pvda.be/images/solidair2003/sol4703/P06-6586Vereertbruggen_Lucas200.JPG
Naam: Lucas Catherine
Geboren: 1947
Functies: Auteur, cineast, Midden-Oosten-specialist, islamkenner.
Realisaties: op zijn 22ste eerste reis naar Libanon, Jordanië, Syrië en Palestina. Draait in 1970 de documentaire I am made hungry over de Palestijnse vluchtelingenkampen. Wint in 1978 op het filmfestival van Bagdad een bronzen medaille met zijn film Filastin, tamam al salam over de Palestijnen in Israël. 1978: eerste boek, Honderd jaar kolonisatie in Palestina. Daarna volgen nog een 15-tal boeken, over Palestina, koken, globalisering, religie... Zijn jongste boek Palestina, de laatste kolonie, (EPO) is pas uit in het Frans. Hij is lid van het comité dat klacht neerlegt tegen Sharon wegens misdaden tegen de menselijkheid.
Lucas Catherine: "De Israëli's verwijzen naar de holocaust om hun staat te verantwoorden. Maar het idee van een joodse staat is niet tijdens of na de Tweede Wereldoorlog geboren. Het idee is al gelanceerd in 1897."
Je aarzelt niet Palestina een kolonie van Israël te noemen. Maar wat heeft Israël met kolonialisme te maken? Is het dan geen staat opgericht om aan de joden een veilig onderkomen te geven na de holocaust?
Lucas Catherine.Het idee van een joodse staat is niet tijdens of na de Tweede Wereldoorlog geboren. Het idee is al gelanceerd in 1897. Direct na 1897 hebben de zionisten de Joodse Koloniale Bank opgericht. En dan het Joods Nationaal Grondfonds waarvan de bedoeling was gronden in Palestina op te kopen. Die twee instellingen bestaan overigens nog steeds. Alles is begonnen als koloniale onderneming en die wordt verdergezet tot de dag van vandaag. Maar de zionisten slaagden er in het begin slechts in 7 procent van de grond op te kopen. Daarom grepen ze in 1948 de wapens. Ze vernietigden 418 dorpen om de mensen te verjagen en de grond in beslag te nemen. In tegenstelling tot het klassieke kolonialisme, wilden de zionisten wel de grond maar niet de bevolking. Ze wilden een zuiver joodse staat. Het gaat dus om een bevolkingskolonialisme zoals in de Verenigde Staten, waar de veroveraars de indianen uitmoordden om daarna hun grond in te pikken.
De verdedigers van de oorlog tegen Irak noemen Israël de enige democratie in het Midden-Oosten. Je bent het daar niet mee eens?
Lucas Catherine. De democratie in Israël kan je vergelijken met de democratie voor de blanken onder het apartheidsregime in Zuid-Afrika. In Israël is er ook alleen maar democratie voor de joden. Van de acht miljoen Palestijnen leven er vier miljoen als vluchteling. Van de vier miljoen anderen, leeft er één miljoen in Israël en 3 miljoen onder joodse militaire bezetting in Gaza en de Westbank.
Zelfs voor de Israëlische Palestijnen is er geen echte democratie. Ze hebben bijvoorbeeld geen toegang tot 96 procent (!) van de grond die alleen aan joden mag verpacht of verkocht worden. Ze kunnen zich ook niet vrij in Israël bewegen. Alleen in bepaalde streken zijn Palestijnen toegelaten.
In je boek Palestina, de laatste kolonie? schrijf je: "Israël moet het land worden van al zijn burgers." Is dat dan niet zo?
Lucas Catherine. Israël is de staat van alle joden in de wereld maar niet van zijn burgers. Een jood uit welke hoek van de wereld ook, kan zich zonder problemen in Israël vestigen. Hij geniet onmiddellijk van alle rechten. Maar voor de Palestijnen gelden veel van die rechten niet. Israël beweert democratisch te zijn maar de zionisten willen niet samenleven met anderen, of dan alleen in de verhouding van bezetter tot bezette. De zionisten beroepen zich op de bijbel, een tekst van 2.000 jaar oud! Voor mij hebben de rechten van de mensen die er 55 jaar geleden nog leefden meer gewicht dan een religieuze tekst van tweeduizend jaar oud!
Israël bouwt nu een muur naar eigen zeggen om zich te beschermen tegen terroristische infiltraties. De Palestijnen spreken van een apartheidsmuur. Wie heeft gelijk?
Lucas Catherine. De muur is het eindproces van de Israëlische kolonisatiepolitiek. In mijn boek Palestina, de laatste kolonie? spreek ik over de spinnenwebtactiek van Israël: eerst richten ze kolonies op in de grensgebieden, later worden die verbonden door wegen die niet toegankelijk zijn voor Palestijnen. Zo worden op zichzelf staande kleine Palestijnse entiteiten geschapen. Er bestaan nu 277 van die entiteiten. De Israëli's controleren het hele verkeer tussen die entiteiten. Zij hebben nu beslist pasjes in te voeren. Zonder die pasjes mogen de Palestijnen hun 'entiteit' zelfs niet meer uit.
De muur wordt op Palestijns grondgebied gebouwd en loopt zigzaggend door Palestijns gebied. De muur maakt soms een insprong van wel 21 kilometer diep. Op een strook die maar 60 kilometer breed is, betekent het dat de muur tot op één derde van de breedte van het land doordringt. Vijftien procent van de Palestijnse landbouwgrond ligt aan de andere kant van de muur, dus tussen de muur en Israël. In de praktijk is die grond verloren want het is voor de Palestijnen zo goed als onmogelijk om zich buiten de muur te verplaatsen.
Het is ook heel moeilijk om zich binnen de muur te verplaatsen. Want de Palestijnse Gebieden binnen de muur worden verbrokkeld in drie van elkaar gescheiden stukken. Het is een muur van de schande. Hij maakt het leven van de Palestijnen nog moeilijker dan het al was. Zo is er het meisje dat tot nu toe te voet naar school kon en daar 20 minuten voor nodig had. Nu moet ze met de auto naar school gebracht worden en ze is vier uur onderweg!
De Israëlische premier Sharon wil het de Palestijnen zo moeilijk mogelijk maken zodat ze wel gedwongen zijn te vertrekken. Zo zullen er naar zijn wens binnen vijftig jaar in Palestina geen Palestijnen meer leven.
Die pasjes doen me denken aan de pasjeswet in het Zuid-Afrika van de apartheid.
Lucas Catherine. De vergelijking is correct. De Zuid-Afrikaanse pasjeswet bepaalde dat iedereen boven de 16 jaar een document moest bijhebben waarin stond wie je was, waar je woonde, wie je werkgever was, tot welke bevolkingsgroep je hoorde, of je je belastingen betaald had, of je wel mocht zijn waar je op dat moment was want je mocht zomaar niet uit 'jouw' gebied gaan. De Israëlische regering mikt ook op een strengere controle. 400.000 Palestijnen moeten de muur oversteken om naar hun land te gaan of naar school. Iedere Palestijn ouder dan 12 jaar moet zo'n pasje hebben. Het pasje wordt uitgereikt voor een beperkte periode van bijvoorbeeld een maand, de periode dat je de muur om een voor de Israëli's aanvaarde reden voorbijmoet. Alleen de Palestijnen hebben zo'n pasje nodig. Het gaat hier dus wel degelijk om een apartheidsmuur.
Amazoelloe
16-03-2005, 18:30
Zie je een verschil tussen de politiek van de huidige premier Sharon van de Likoedpartij en de politiek van de socialistische Arbeiderspartij? Zou het vertrek van Sharon de weg kunnen openen voor een oplossing?
Lucas Catherine. De zionistische leiders, zowel in de Arbeiderspartij als in de Likoed, willen zoveel mogelijk grond en zo weinig mogelijk niet-joodse mensen. De zionisten, zowel uit de Likoedpartij als uit de Arbeiderspartij, willen de Palestijnen opsluiten in bantoestans * pseudostaatjes waarin de zwarten onder het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime opgesloten werden. De zionisten uit beide partijen willen het water, de grenzen en het luchtruim van die kleine Palestijnse enclaves controleren. Het enige verschil is dat de Arbeiderspartij daartoe wil komen met de hulp van een soort Vichyregime (naar de naam van het collaborateursregime in Frankrijk onder de nazibezetting) dat zich aan hun wil onderwerpt en de bevolking onder controle houdt. Sharon en de Likoed menen daarentegen dat zo'n tussenorgaan niet nodig is. Zij willen de Palestijnen gewoon uithongeren tot ze vertrekken. Die ontvolking is trouwens al bezig. Sharon kan ze echter niet letterlijk en gewelddadig buitenzetten want dan krijgt hij de publieke wereldopinie nog veel meer tegen zich.
De Amerikanen willen niet meer spreken met de Palestijnse president Arafat. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel zegt daarentegen dat volgens hem en volgens Europa Arafat de wettelijke leider van de Palestijnen is. Wat vind je van de houding van Louis Michel?
Lucas Catherine. Louis Michel staat bekend als één van de meest kritische ministers tegenover de Israëlische politiek in Europa. Toch verdedigt hij nu de politiek van de 'équidistance', dat wil zeggen dat hij beide partijen op gelijke voet zet. Dat is natuurlijk absurd. Men kan niet de bezetter op gelijke voet zetten met het bezette volk. De bezetter beschikt over moderne gevechtsvliegtuigen, helikopters, de meest moderne wapens terwijl de andere partij zich verdedigt met zelfmoordaanslagen. Dat kan men niet vergelijken. De houding van Michel en Europa is vooral ingegeven door zakelijke motieven: ze zijn uit op lucratieve businesscontracten.
Als je over België en Israël praat, heb je het dikwijls over de zionistische lobby in België. Bestaat die echt?
Lucas Catherine. Zeker. Recent voorbeeld van de invloed van de zionistische lobby is het proces dat in België aangespannen werd tegen de Israëlische premier Sharon en de andere schuldigen van de moordpartij in 1982 in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Chatilla in Libanon. Shek, het hoofd van de afdeling Europa van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, was telkens aanwezig. Op zeker moment verklaarde die man letterlijk dat Israël het proces juridisch niet kon winnen en het politiek moest spelen. En dat leidde gewoonweg tot het afschaffen van de wet! In het boek Palestina, de laatste kolonie? geef ik nog andere voorbeelden van tussenkomsten van de zionistische lobby.
Krijg je nooit het verwijt naar het hoofd geslingerd dat je antisemiet bent? Iedereen die kritiek heeft op Israël, krijgt tegenwoordig te horen dat hij een jodenhater is.
Lucas Catherine. Ik las onlangs een artikel van journaliste Mia Doornaert in De Standaard. Daarin citeert ze iemand die zegt: "Als men de oplossing van een aparte Israëlische en een aparte Palestijnse staat verwerpt, vervalt men in antisemitisme." Dat is straf. Iemand die dus het principe verdedigt van gelijke rechten voor iedereen die in Israël-Palestina woont, is een antisemiet!
Hoe verklaar je de toenemende agressiviteit tegen iedereen die kritiek heeft op Israël?
Lucas Catherine. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de tanende invloed van Israël in Europa. In 1967 steunde de voltallige Belgische regering met alle traditionele partijen Israël op het ogenblik dat het een oorlog ontketende. Dat is intussen wel veranderd. Vooral onder het volk in Europa rijst steeds meer kritiek op Israël. Regelmatig komen er boycotcampagnes van de grond tegen Israëlische producten. Dat is een echte schok voor de Israëli's. Om de steun en de sympathie terug te winnen, helpt het niet als ze gaan zwaaien met de bijbel. Iedereen ziet dat de Israëlische politiek kolonialisme is, zij het onder een andere naam. Dat is natuurlijk niet gemakkelijk te verdedigen. Dus grijpen de zionisten terug naar het vijftig jaar oude 'argument': de holocaust en het antisemitisme dat mee tot die holocaust geleid heeft. Nu worden zelfs joden die tijdens de oorlog in Oceanië of de Verenigde Staten woonden als overlevenden van de holocaust afgeschilderd!
Bestaat er dan geen groeiend antisemitisme in Europa?
Lucas Catherine. Er bestaat een vorm van antisemitisme onder groepen moslimjongeren. Maar dat blijft beperkt tot scheldpartijen, stenen gooien, enzo. Men moet die jongeren opvoeden en uitleggen dat er een verschil bestaat tussen de zionistische politiek van Israël en het feit jood te zijn. Maar je kan niet zeggen dat Europa antisemitisch is. Ik ken geen jood die zijn job verliest omdat hij jood is. Maar ik ken wel communisten die hun werk verliezen omdat ze communist zijn. Aan de andere kant wordt er ook veel propaganda gemaakt rond het antisemitisme om de joden aan te zetten vanuit de hele wereld naar Israël te emigreren.
De Palestijnen blijven hameren op het recht van de vluchtelingen om terug te keren. Is dat wel realistisch?
Lucas Catherine. De helft van alle Palestijnen is vandaag een vluchteling. Dat vormt de kern, de essentie van het probleem. Onlangs hebben personaliteiten van Israëlische en Palestijnse zijde een akkoord gesloten in Genève. Daarin wordt afgezien van het recht op terugkeer van de Palestijnen. Dat is niet alleen absurd, het is ook tegen de beslissing van de Uno. In resolutie 194 heeft de Uno beslist dat de Palestijnen recht hebben terug te keren naar hun land. De Israëli's zeggen: maar dat is onmogelijk, dat zou het land onleefbaar maken! En op precies hetzelfde moment zeggen ze aan alle joden, waar ook ter wereld: kom naar Israël!
Waarom is dat wél leefbaar? Dat is racisme. De Palestijnen zijn met geweld uit hun land verdreven. Het is niet meer dan logisch en rechtvaardig dat ze mogen terugkeren.
In je boek Palestina, de laatste kolonie? sta je erg kritisch tegenover de vredesinitiatieven. Waarom?
Lucas Catherine. Al meer dan dertig jaar zijn er vredesinitiatieven. Het is begonnen met het plan-Rogers in 1970. Daarna volgden onder meer Camp David (1977), Madrid, Oslo (1993) tot het zogenaamde stappenplan. Al die initiatieven hadden één ding gemeen: ze kwamen allemaal van de Amerikanen. Hun bedoeling was trouwens ook altijd dezelfde, namelijk Israël een 'legale' mogelijkheid geven om niet te doen wat het zou moeten doen volgens het internationaal recht: zich terugtrekken uit de gebieden die het sinds de oorlog van 1967 bezet houdt. Als de Israëli's zich effectief zouden terugtrekken, zouden de zelfmoordaanslagen vanzelf stoppen want dan zou daar geen reden meer voor zijn.
Ondanks een hele rij vredesinitiatieven hebben de Israëli's voortdurend nieuwe kolonies bijgebouwd in de Bezette Gebieden. In 1970 waren er 11 kolonies. In 1990 waren het er 140 en nu zijn het er 200. Intussen ging de sociaal-economische situatie van de Palestijnen voortdurend achteruit. Zestig procent van de Palestijnen leeft nu onder de armoedegrens en moet zien rond te komen met minder dan 2 dollar per dag. Voor de meeste Palestijnen in de Bezette Gebieden is er alleen wat brood en olie om van te leven. Natuurlijk leidt deze wanhopige situatie tot wanhopige daden.
Maar kan je niet stellen dat de vredesinitiatieven gedwarsboomd werden door extremisten aan beide kanten?
Lucas Catherine. (lacht) Alleszins door extremisten aan één kant. De Palestijnen werden uit het land verjaagd. De helft leeft nu als vluchteling. Desondanks stelde de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO in 1970 voor om vreedzaaam samen te leven op gelijke voet en in eenzelfde staat. Maar ze kreeg daar geen respons op. Nadien stelden de Palestijnen: "Oké, jullie willen niet met ons samenleven, geef ons dan het laatste stuk terug dat jullie ons in 1967 afgenomen hebben, namelijk de Gazastrook en de Westbank die samen amper 6.000 vierkante kilometer groot zijn." Het enige antwoord dat de Palestijnen kregen was altijd maar meer kolonies en altijd maar meer repressie.
©2000-2012 Marokko.nl Virtual Community's - La maison du Maroc. Powered by Marokko Media.