Bekijk originele versie : berberse verhaal
NoreJihan
11-02-2003, 00:24
-Ruh, ruh ttar anzvar... Ruh isi urvu nnec ghar ujenna, ad tagh ad irin ibuccren, ad anegh imrer ura d irem.
- zvar a yemma mammec teggegh i tazzra.
Svurif amezwaru, Manku imraywa yewdva. Yekkûr ass nni i di izra ixf nnes s ijj n ufus. S ijj n ufus ura d tazzra tewoar.
- Mani yedja wfus inu nnidven? i d as inna i yemma s.
-Ruh ttar anzvar, isi urvu nnec ghar ujenna i d ac nnigh a rwarrat.
Iruh s tazzra, mraywan as idvaren, yewdva.
Anzvar war yedji ca. Tafuct deg ussan a ttagi ad tari, tghima awarni arragub, axmi tssedha. Ma d nettat i gh ad yekkaren tezdegh deg wjenna wapa nigh...?. Aydud tugha itettar mghar anzvar, rexxu idwer issutara ura d tafuct!.
-Nuhher di tutra n wenzvar ar ami i teddiq tafuct, i nnan ca n iwdan umi tuzegh tamijja s usutar.
-Tudart nnegh rebda tuyer ghar ujenna, maghar war narezzu di tammûrt ad nettu aswadv ghar ujenna ar ami i d anegh yarrvez ura d iri?. I d asen yenna Mmuh Manku.
''Manku'', ammu i dewren traghan as i Mmuh n Bezzah zeg ûmi idjef i tutra n wenzvar, zeg ûmi ijjudj i ma ad ixzvar ghar ujenna senni d usawen, zeg ûmi issnen belli ijj n ufus zeg ifassen n uqubbu war dji d afus nnes.
Manku ipekkû mkur ass ghar ubilaj i tugha yedjan d ''lqecla'' n Usebbanyu. Din, deg ijj n texxant i di tugha tmunen imcarben isebbunya, i ydwren rexxu ura d nettat d rqepwa n ubilaj, din wapa i ytghima wehd s zzat i ijj n rkas n lhayati i yeccûren s rqepwa tabarcant. Arrihet n rkif i d itefghen ze cqufat ireqqaghen i yarsin x timuwwa n sbasa, ccum n jwanat i tessefsay timessi x tireqqa n ifassen, araghi azdad n uhenjar i yeznuzan bibba (pippa), djgharegh i d iteffghen uzghen zi timejwin n ihcayciyyen, d zzga d tikkwra n uqamarriru.. Ghar marra manaya i d itass Manku zi dcar nnes amen itemraywa, d manaya i dt itejjan yarexxu i tmughri ad tdvu s uswingem nnes ghar imucan i itwara war izvri. Netta war itkiyyif war idji d ahcayci. Nigh ad nini netta itkeyyaf s tinzar wapa, war izedji jwan war itseqqidv ssebsi. Rqepwa nni teccûr s tayyut n ukeyyef, ad tinid rexxu rexmin ad iwwet unzvar. S uyenni min din d ahcayci war itettar anzvar. Mayemmi i dt gh ad ttaren mara nitni rebda xaf sen tayyut!. Uca ad ten twarid mghar smunan array nsen x min zi i gh ad yarren x iseqsiten n iwdan ibesren.
-Min d anegh iruhen di min war idjin deg wfus nnegh, min ggin inni yekkaren uyren mummu ghar ujenna? beoda neccin n tegg aseynu ad tagh ad idwer d azvar amec id anegh nnan di temziyda.
Deg ijj n ujedjab d abarcan umi iriwen rejbub i di inettver Manku ixf nnes uca iri isapa ad yarewweh ghar taddart zegga iri tadjest tessuyes tubbarcent x min itwasewdven d rxezrat d min itwannan d awaren . ''Seddam icuq Lkawit... marra regnus moarwanent x Lpiraq'' ... ''Israil oad aqqa t tneqq deg Ifilistviniyyen..''... '' anzvar oad yugi ad iwwet da...''. Manku inwa di tungit nnes marra min isra d awaren uca yarra rqeb n ujedjab x uzedjif nnes ad tagh war d as isdviw usemmidv akiyyef n jwan d wenni n rkif i ycemm war ikiyyef. Anict i din bulsen irumiyyen di lqecla nni i yedvhan d abilaj i din keyfen rexxu d rkif. Abilaj n wawar d ukeyyef d uqrao n mummu. Manku ghar s ijj n ufus, wi issnen amenni id irur ura imsar as ca. Ura d ijjen war d as izvri afus ma iqessv zi teghrudvt nigh zi teghamrt n ughir?. S uyenni i yekkar yard qubbu, mahend ura d ijjenn war itessen. Maca ca n ijjen inna di dcar aqa izvri dt rami yekkes qubbu awarni tahendect uca banen as d idvewdvan d imezzvyanen uyren ghar teghmart n ughir nnes. «Mri ghar s idvewdvan iri ismun iten ghar inni n ufus nniden uca iri yisi urvu ghar ujena mahend ad yettar anzvar amec i d as tenna yemma s». Ammu i d xaf s yarra ijjen nnidven.
Anzvar walu, tafuct walu, afus walu, min gh ad yexdem wa?.
«Ruh ttar anzvar ura teqqimed di taddart» i d as d toawed yemma s. Nnan as inni yugin, am netta ad ttaren anzvar, zid akid negh tettared tamennawt i Wmarikan icuqqen Loiraq i icuqqen ura d netta Lkawit. Kkin d xaf s ihudriyyen n dcar nnan as sutar akid negh ad narna di rurat n tcamma. Usind ghar s ca n iwdan i war izvri oemmars nnan as ttar akid negh ad dduqzven udayen. Yuss d Rhaj Largu inna s ttar akid i ad as nghegh ddubli ssis deg wfus i Heddu n usarxentu... Traytmass rami i dt tufa yeqqim deg ûzzray tettar zzay s akid s ittar war ttezguttuy ayenni n tyazvidvt i ghar s...
Maca netta tugha ijjudj i ma ad yisi tittvawin nnes ghar ujenna, tugha ijjudj ma ad ittar ca n min war izemmar ad yegg s ufus nnes. Tutra ayenni i ypewnen, s uyenni marra tettar war yrdji am timegga, s uyenni udrusen inni i yteggen.
''Loiraq...'' ''xzvar ghar win min itegg...'' ''Seddvam n...'' ''zrid ij n jw...'' ''Lkwit...'' ''irar tcamma tesqared...'' ''gharnegh tzawa, razagh, xzvar nghigh as ddubli ssis deg wfus...'' i nec mayemmi! . . . . . . . . nec mghar d Manku.
-Jen ad tejnid di tmessi...
-Kkar ad rahed ad xedmed a yekkar ac yirem...
Issij zi rqeb id xaf s yarra zzat ma ad xaf s yekk yidves, isbarquqqey tittvawin, ihdva yemma s ma tffegh ma oad.
-Mri i d tefghent tutra inu iri mermi i d arrigh afus inu...
Ammu i yenna Manku oad i yeswa tuddimt taneggarut n reqpwa tabarcant i d as yeqqimen di rkas n lahayati.
De Nederlandse vertaling
- Ga!, Ga bidden dat het gaat regenen!… Ga en reik met je handen naar de hemel, mischien zullen de slakken dan naar buiten komen en zal zelfs onze huid wit worden (In Arif zijn de meeste mensen als het winter is en er weinig zon is blank).
- Kijk moeder! Hoe hard ik kan lopen.
De eerste stap, struikelde Manku en viel op de grond. Hij vervloekte de dag dat hij een hand verloor. Met een hand is zelfs het hardlopen moelijk.
- Waar is mijn andere hand? Vroeg hij aan zijn moeder.
- Ga bidden dat het gaat regenen! En reik met je handpalm naar de hemel, dat had ik je al gezegd knul.
Hij rende hard weg en viel weer op de grond.
Er is geen regen. De zon wil deze dagen niet ondergaan, ook na de dageraad is ze er nog. Behoort de hemel dan alleen aan de zon…? Het volk had alleen de gewoonte om te bidden dat het ging regenen, nu hebben ze zelfs een hekel aan de zon.
-“ Wij zijn moe van het bidden dat het gaat regenen, zo lang bidden we al, zo erg dat de zon zich aangesproken voelt” zeiden een paar mensen waarvan de keel droog was geworden van het schreeuwen om regen.
- “Ons leven hangt af van de hemel, waarom staan we niet met beide voeten op de grond en vergeten we het reiken naar de hemel, zelfs onze nekken doen pijn van het kijken naar boven” zei Mmuhv Manku
“Manku” zo werd Mmuhv Bezzahv genoemd, vanaf het moment dat hij weigerde om te bidden voor de regen, vanaf het moment dat hij besloot om niet meer naar de hemel te kijken, het moment dat er nog maar een hand in de mouwen van zijn Azedjab zat.
Manku bezoekt ieder dag het dorpje dat vroeger een militaire kazerne van de Spanjaarden was. Een grote ruimte waarin vroeger de Spaanse soldaten bij elkaar kwamen om te drinken is nu een café geworden. De enige plaats waar hij nog komt om te genieten van een kopje koffie geserveerd in een Lhvayati glas. De geur van Rkif uit verse Cqufat aan de uiteinde van Sbasa (****** om kif in te roken), de geur van verfijnde hash stukjes in de handen, een zachte schreeuw van de jongen die Pippa (zonnepitten) verkoopt, geouwehoer uit droge kelen van hash rokers en het lawaai van de scheldende ober… Voor dit allemaal struikelde hij ieder dag naar het café en om zijn gedachten de vrije loop te laten en weg te dromen van plaatsen die hij niet kende. Hij is noch roker noch hash gebruiker, laten we zeggen dat hij alleen meerookt, hij draait geen jonit en leent ook geen Ssebsi (pijp) uit.. Het café is zwaar bewolkt door de rook, je zou bijna zeggen dat het ging regenen. Mischien is het de reden dat hash rokers nooit om regen baden . Waaron zouden ze? Bij hun is het altijd bewolkt. Zij filosoferen liever over hun problemen en over de antwoorden aan kwade mensen die hun verwijten dat het een slechte zaak is om niet te bidden voor regen.
- “Wat gaat het ons aan, het is iets dat we niet zelf in de hand hebben, wat hebben de mensen die hun ogen van de hemel niet kunnen afhouden bereikt? Wij produceren in ieder geval wolken, mischien veranderen ze ooit in regen, zo hebben we het tenminste op school geleerd” en zij dromen verder…
NoreJihan
11-02-2003, 00:25
Manku had de gewoonte om terug te lopen naar huis als het donker begint te worden, gekleed in een zwarte Azedjab met grote zakken. Hoe dichter hij bij zijn huis kwam hoe donkerder het werd en hoe vervaagder zijn gedachten worden.
“Saddam heeft Kuwait binnengevallen…”, “Iedereen is tegen Irak…”, “Israel vermoordt nogsteeds Palastijnen…”, “Het regent nogsteeds niet…” Dit waren de gesprekken van de dag die Manku nogsteeds in zijn hoofd heeft, hij vervolgde zijn weg, Zijn hoofd bedekt met de cappucun van zijn azedjab, om niet door de koude bries ontwaakt te worden van zijn stonedheid. Er wordt in het café netzoveel gerookt als vroeger gedronken.
Niemand weet of Manku zo geboren is of een ongeluk heeft gehad. Niemand heeft het ooit gezien, hij schuilt goed onder zijn azedjab. Sommige beweren dat hij helemaal geen hand heeft, anderen zeggen dat het een half hand is (tot zijn ellebogen). “ hij heeft kleine vingertjes aan zijn elleboog hangen” zei iemand die beweerde Manku zonder azedjab gezien te hebben, “ als het zo was dan bad hij zeker voor de regen met een klein handje” Reageerde een ander laconiek.
Geen regen, geen hand, geen zon, Manku weet het niet meer, hij is de weg kwijt. “Ga om regen vragen!. Het is beter dan thuis nutteloos zitten”, herhaalde zijn moeder weer terwijl hij nog in zijn bed lag. Degenen die niet om regen baden, adviseerden hem om tot de val van America te bidden die bezig is kinderen in Irak te vermoorden. De jongeren van het dorp vroegen hem om te bidden dat ze een voetbal wedstrijd gingen winnen. Een paar mensen die hij niet kende vroegen hem om te bidden voor Palastina, Rhaj Largu vroeg hem om te bidden dat hij Hveddu n usarxentvu kon verslaan met dubbel 6 (domino spel). Bij het plein vroeg Traytmass hem om te bidden voor haar kip.
Hij had reeds gezworen om niet naar boven te kijken, hij heeft gezworen om niet meer te bidden voor iets dat hij niet in zijn handen heeft. Bidden is heel makkelijk , het zijn woorden geen daden, daarom zijn er weinig die iets daadwerkelijk doen. “Irak…”, “kijk naar die man daar..” “Saddam n …”, “ik heb een….”, “Kuwait…”, “voetballen en je mond dichthouden..”, “er is droogte, geen regen, ik heb gewonnen met dubbel 6”, “waarom ik?…”
- “sta op! Om te gaan werken.” Roept zijn moeder
Manku keek onder zijn cappicun die hij om had om niet wakker te worden ( door het fel licht). De zon is er weer! Zijn moeder is nog niet weg.
- “Als het bidden hielp dan had ik al mijn hand terug”. Dit zei Manku na het laaste slokje koffie uit Lhayati glas. Weer een dag voorbij, maar als is nogsteeds hetzelfde.
:zwaai:
ATJIGENIG E9ESHTA JEMESH BEBESH MLIH
NoreJihan
11-02-2003, 00:29
Er was eens een Refki die de zee wou verkennen. Dus hij naar Beni Insar in Nador. Daar sprak hij een jonge visser aan. De Refki vroeg hem of de jongen bereid was om een tocht te maken door de zee. De jonge visser kreeg geld en stemde meteen toe. Dus de Refki nam zijn kladblokje en pen mee en stapte in het kleine vissersbootje.
Na een uur varen vraagt de Refki "mag ik je wat vragen, tzadjid (bid jij)"? de jongen antwoord "nee, ik ben nog jong en altijd op zee ik heb geen tijd om te bidden". De Refki zegt "wat een zonde. Een kwart van je leven is voorbij". Weer een uur later vraagt de Refki "mag ik je wat vragen, tmersjed (ben je al getrouwd)"? De jongeman antwoordt "ik ben nog jong altijd op zee ik heb geen tijd om een vrouw te onderhouden". De Refki zegt "wat een zonde. De helft van je leven is voorbij".
Eenmaal in het midden van de zee begint het te stormen en de zee word steeds wilder. De golven komen hoger dan een meter. Dan zegt de jongeman tegen de Refki "mag ik je wat vragen, kan je zwemmen"? De Refki antwoord "nee". Dan zegt de jongeman "wat een zonde. Je hele leven is voorbij".
NoreJihan
11-02-2003, 00:32
Hoog in de bergen woonden de stammen van de Imazighen. Deze spraken alleen maar Tamazight en geen woord Arabisch. Ze waren sinds kort moslims en hadden daardoor maar een vage voorstelling wat de Islam inhield, maar ze voelden zich moslims in ieder opzicht. Op de jaarlijkse vergadering besprak een van deze Amazigh stammen dit probleem. “We weten niet eens hoe we precies bidden moeten”, zei een van de oude mannen,” het is toch een schande, wij zijn toch zulke goeie moslims!” Een man stond op en stelde voor om de Arabieren te vragen om een Imam te sturen, die zou hun alles over de Islam kunnen leren.
Zo gezegd, zo gedaan. Ze stuurden iemand naar de Arabieren om een Imam te vragen. Deze waren blij dat de Imazighen graag meer over de Islam wilden leren en stuurden dus een van hun beste Imams naar hun toe. De Imam werd met grote vreugde ontvangen in het dorp, maar ze verstonden elkaar niet: de Imam sprak alleen Arabisch en de Imazighen alleen Tamazight.
Toen de middag aanbrak was het tijd voor het gebed. De mannen deden ludu, het reinigen voor het gebed, en gingen in rijen staan. De Imam nam zelf helemaal vooraan zijn plaats in. Hij wilde het gebed beginnen toen hij zag dat hij op de grond zou moeten bidden. Daar had hij geen zin in, bang dat hij zijn prachtige witte kleding zou besmeuren met de vieze modder. Gelukkig zag hij een oude deur in de buurt liggen. Die legde hij op zijn plaats, zodat hij hierop bidden kon. De oude deur bestond uit een aantal ruw samen getimmerde planken, met hier en daar een grote spleet.
De Imam begon nu met het gebed, hij hief zijn handen en riep “Allahu Akbar”, en alle Imazighen herhaalden zijn beweging en de roep “Allahu Akbar”. En zo ging het verder, de Imazighen herhaalden alles wat de Imam zei en deed, want verstaan konden ze het niet. Toen knielden de Imam zich en drukte zijn voorhoofd neer op de deur. Alle Imazighen deden hetzelfde. De neus van de Imam was hierbij echter tussen een spleet gekomen, en hoewel de spleet best wel groot was zijn neus veel groter.
Toen de Imam om hoog wilde bleef zijn neus steken. De Imam schudde wild zijn hoofd heen en weer om zijn neus te bevrijden, en alle Imazighen herhaalden zijn wilde bewegingen. De Imam riep vertwijfeld “Mijn neus zit klem” in het Arabisch. En alle Imazighen herhaalden dezelfde Arabische woorden. Woedend riep de Imam: “Verdomme, help me toch!”, weer in het Arabisch. En alle Imazighen herhaalden weer zijn woorden. En zo ging het uren door, de Imam maakte hulpeloze bewegingen en smeekte of schold in het Arabisch en de Imazighen herhaalden het steeds. Uiteindelijk, in een wilde ruk, scheurde het topje van zijn neus af en had de Imam zich bevrijd. Zonder het gebed af te maken besteeg de Imam zijn ezel en maakte zich woedend uit te voeten.
NoreJihan
11-02-2003, 00:38
Er zat eens een arme man op een kleine rotsbrok. Hij dacht na over het leven, en hij kwam er achter dat een leven zonder geld heel moeilijk is. Hij keek naar boven en zei: "ya sitharabi zorg dat ik wat krijg, maar ik wil wel minimaal 2 miljoen (Marokkaans geld) en geen Franc minder anders neem ik het niet en laat ik het staan". Toevallig kwam er een rijke Jood aanlopen en hoorden die arme Berber Allah om geld vragen. Hij dacht na en vroeg zich af of de Berber echt meende wat hij zei toen hij zei: "geen franc minder anders neem ik het niet".
Dus wat doet de Jood... Hij pakt 2 miljoen min 1 Franc en gooit het naar de arme Berber zonder dat deze het heeft gemerkt. De Berber was blij en begon Allah te bedanken. Nu is de Berber begonnen met tellen. Hij kwam er achter dat het 2 miljoen min 1 Franc is. Hij bleef even stil en toen keek hij weer naar boven en zei: "Nou vooruit omdat jij het bent e sitharabi zal ik niet moeilijk doen om die Franc, ik zal maar genoegen moeten nemen met wat ik heb gekregen". De Jood begon te lachen en zei: "stommerik, ik ben degene die jou het geld heeft gegeven. Ik wou weten of je het zou nemen of niet, dus geef het maar weer terug". De Berber: "Ben je gek!? Ik heb het van Allah gekregen en als jij ook geld wilt dan moet je dat ook maar aan Allah vragen". Na veel gelul besloten ze om naar de kaid (soort rechter) te gaan. Maar de berber zag er niet uit en de Jood bood hem wat schone kleding aan en schone schoenen om naar de rechtzaak te gaan met de bedoeling die daarna terug te krijgen.
Bij de kaid begon de Berber uit te leggen dat hij Allah vroeg om geld en dat hij heeft gekregen wat hij vroeg op 1 frank na, maar dat was volgens de Berber iets tussen hem en sitharabi en niet tussen hem en de Jood. Hij zei: "Die Jood is gek! Ik ken hem niet en hij zegt dat mijn geld zijn geld is". De Jood heeft ook alles uitgelegd. Dan zegt de Berber tegen de Jood: "Ga je ook nog vertellen dat de kleding die ik aan heb ook van jou zijn?". "Ja", zei de Jood, "die zijn ook van mij!". De berber tegen de kaid: "Nu zegt hij ook nog dat mijn kleding van hem is en hoe zit het met mijn schoenen? Die zijn zeker ook van jou nou goed?" "Ja", zei de Jood weer, "die zijn ook van mij". De berber: "E si erkaid, deze man is gek, hij denkt dat alles van hem is. Verklaar hem gek en laat mij gaan." En zo is dat ook gebeurd. De Jood is gek verklaard eb de Berber mocht het geld houden.
NoreJihan
11-02-2003, 00:44
Er was eens een gekkenhuis. Op een dag hielden alle geestelijk gehandicapten die er woonden een grote bruiloft. Er ging niemand trouwen. Maar het leek net echt. Er was een ware bruiloft aan de gang. Een geestelijk gestoorde was aan het buikdansen, de ander trok zijn jurk boven zijn enkels en deed danspasjes terwijl hij met een onzichtbare pistool in de lucht schoot.
De gehandicapten eromheen klapten en juichten er op los. Wat een prachtige pistoolschoten! riepen ze door elkaar heen. En zo ging het feest de hele dag door. De broeders en zusters (de medewerkers) van het ziekenhuis dachten: o, nee wat een herrie. Wat hebben we vandaag nou weer met die gekken te verduren? Maar in het midden van de kamer waar het gejuich en gejioel zit een man stil op een stoel voor zich uit te kijken. Twee broeders kijken elkaar verbaasd aan. Zou er een godswonder zijn gebeurd? Heeft Kadour-Abbas zijn hersenen terug gekregen. Verwonderd lopen ze naar hem toe. Kadour Abbas trekt zich niets van de joelende menigte aan en het gedans. En kijkt nog steeds, een beetje treurig, voor zich uit. Kadour-Abbas...vraagt broeder 1. Waarom doe jij niet mee met de rest? SSSSSSt!!!, antwoordt hij. Zie je het dan niet? Ik ben de bruid!
NoreJihan
11-02-2003, 00:50
Er was een rijke man en het werd tijd om te trouwen. Hij zocht dus een vrouw. Hij kon iemand die een dochter had. Ook zij waren rijk. Voor de vader van de bruid was deze persoon de ideale schoonzoon. Want hij was rijk en zijn dochter zou dus niets te kort komen.
En ja ze trouwden, groot feest iedereen was welkom. Zo ging de eerste week van hun huwelijk om. De tweede week begon, die vent stond vroeg op en vroeg aan zijn vrouw of ze soep wou klaar maken voor honderd personen. Ze zei: natuurlijk doe ik dat ik maak wel voor twee honderd mensen soep als je dat wilt. Goed zei die vent straks kom ik terug. later op de dag kwam hij terug en zei ik heb honger is de soep al klaar. ja zei ze. En ze dronken soep. Die zelfde avond vroeg ze aan haar man zal ik beginnen met het avond eten?
Hij keek haar verbaast aan en zei: waarom is de soep al op dan? nee zei ze. Nou dan zorgen we toch eerst dat de soep op is. Ze aten elke dag soep. die vrouw kon het niet aan, ze werd mager en zwak. die vent daar en tegen kon er tegen en zo werd hij steeds rijker door een gierig bestaan.
Tot op een dag de broer van de vrouw langs kwam. In eerste instantie schrok hij, hij herkende zijn eigen zus niet eens. Hij vroeg haar wat is er zus? en ze legde hem uit dat ze niets anders eten dan soep terwijl ze genoeg geld hebben. O zit het zo, zei de broer. dan weet ik wel iets voor hem, ik heb hier een drankje en die moet je in zijn soep doen, dan zal hij in een diepe slaap vallen, het zal lijken alsof hij dood is maar dat is niet zo. (denk maar aan Romeo en juliët) Maar als hij slaapt moet je net doen alsof hij wel dood is en schreeuw hard tot dat heel de buurt hier bij is. Dat deed ze, hij viel op de grond, het leek alsof hij dood is. Ze huilde en schreeuwde, de buren kwamen snel om hulp aan te bieden, en ze zagen de hopeloze man. Hij is dood zeiden ze en ze droegen om hem te begraven in een begraafplaats.
Ondertussen had de broer een witte laken om zich heen gedaan een knuppel meegenomen en ging hem opgraven en heeft hem wakker gemaakt. de man werd wakker en vroeg waar ben ik wat is er gebeurd wie ben jij? Hij lachte en zei: jij bent dood zie je dat niet kijk om je heen dit is een begraafplaats. Dit is de dag der oordeels. Ik heb een vraag voor jou WAT EET JIJ DAGELIJKS? Soep zei de man niets anders dan soep. Opeens begon de broer hem te knuppelen met de knuppel je weet toch dat soep HARRAM is en dat het verboden is! Nee zei de man dat wist ik niet echt niet geef me nog een kans om het goed te maken smeekte de man. Goed zei de broer ik geef je een jaar voorwaardelijk om te kijken of je je leven verbeterd, Denk er om geen soep drinken.
Zodoende kwam hij weer thuis, hij zei tegen zijn vrouw ik heb een tweede kans gekregen maar soep mogen we niet eten omdat het harram is. Vanaf toen aten ze van alles behalve soep.
Tot op een dag hij naar de moskeen ging en de refki (imam) begon te vertellen dat ze zich aan de regels van de islam moesten houden en niet moesten gokken en drinken want dat was harram. Opeens stond die vent op en zei: LEUGENAAR, DRINKEN EN GOKKEN IS HELEMAAL NIET HARRAM, SOEP DRINKEN DAT IS PAS HARRAM, IK HEB HET ZELF MEEGEMAAKT IK BEN ZELF DAARVOOR GESLAGEN EN JIJ VERTELD ONS HELEMAAL NIETS OVEN SOEP E.D. DE GROOTSTE HARRAM IN HET LEVEN IS SOEP!!!! Zo is hij voor gek verklaard.
NoreJihan
11-02-2003, 00:55
Hoog in de boom woonde de houtduif samen met haar kinderen. Hoog boven de rest van de wereld leefde zij gelukkig en tevreden. Al snel kwam er een einde aan het geluk en de tevredenheid. Een sluwe vos merkte de aanwezigheid van de houtduif en haar kinderen op.
'Gooi één van je jongen naar beneden of ik eet jou, je jongen en de grond onder jou op', riep de vos naar boven. Geschrokken en bang gooide de houtduif een van haar jongen naar de vos toe. Liever dat dan dat de vos haar en al haar jongen opat. Maar de vos gunde haar niet veel rust, want een paar dagen later kwam hij weer terug. 'Gooi één van je jongen naar beneden of ik eet jou, je jongen en de grond onder jou op', riep de vos weer. De arme houtduif wist niets anders te doen dan weer een van haar jongen naar beneden te gooien. Huilend liet de vos haar achter.
Op dat moment kwam 3emmi Bheleizh (oom ooievaar) langs vliegen. 3emmi Bheleizh streek neer naast het nest van de houtduif. 'Waarom huil je', vroeg hij haar. De houtduif vertelde het hele verhaal over de vos die haar en haar jongen op zou eten, als ze niet telkens een jong naar beneden gooide. 3emmi Bheleizh moest lachen. 'Dat geloof je toch niet!' Sprak hij verontwaardigd. 'Hoe kan de vos nou bij jou komen? Jij zit hoog in de boom en vossen kunnen niet klimmen.' De arme houtduif stond te kijken van zoveel wijsheid.
Een paar dagen later kwam de vos weer langs bij de houtduif. 'Gooi één van je jongen naar beneden of ik eet jou, je jongen en de grond onder jou op', sprak hij wederom. 'Dat mocht je willen', sprak de houtduif uit de hoogte. 'Jij kunt toch niet bij me komen, daar zit ik veel te hoog voor.' 'Hmm,' zei de vos,' hoe kom jij ineens aan die wijsheid?' 'Ha,' zei de ietwat overmoedige houtduif,' wallah ma ath fathgegh 3emmi Bheleizh thayit yinnan (ik ben niet gek om 3emmi Bheleizh te verraden)'. 'Ok,'sprak de vos,' dan zal ik dat ook maar niet van je vragen.'
'Tfoe, dus 3emmi Bheleizh gaat de wijze man uithangen', dacht de vos bij zichzelf. 'Ik zal hem met zijn raad.' Zoals altijd stond 3emmi Bheleizh aan de waterkant. Zachtjes sloop de vos dichterbij. '3emmi Bheleizh,' vroeg hij, 'wat doe je als de wind uit het oosten waait?' 'Dan stop ik mijn kop onder deze vleugel,' sprak 3emmi Bheleizh, terwijl hij het voor deed. 'En wat doe je als de wind uit het westen waait,' vroeg de vos weer. 'Dan stop ik mijn kop onder mijn andere vleugel,' antwoordde 3emmi Bheleizh hierop. 'Aha' zei de vos, 'en als de wind recht van voren komt?' 'Dan,' sprak 3emmi Bheleizh,' stop ik mijn snavel in mijn borstveren.' Weer deed hij het voor.
Hierop sprong de vos op hem af. 'Dus jij gaat wijze raad geven, hè? Door jou ben ik een lekker hapje misgelopen. Daarom zal ik jou nu opeten.' 3emmi Bheleizh dacht snel na, 'je vergist je beste vos. Ik ben helemaal niet lekker, alleen maar veren. En de jongen van de houtduif, die zijn genoeg om een gat in je kies mee te vullen. Nee, dan weet ik wel iets beters voor je. Niet ver hier vandaan, een uitgestrekte heide vol met malse schapen.' Daar was de vos wel in ïnteresseerd, zo'n ooievaar zag er inderdaad niet erg smakelijk uit. 'Kom,' zei 3emmi Bheleizh,' ik breng je er wel heen.'
De vos genoot van de tocht op de rug van de ooievaar, met de malse schapen in het vooruitzicht. 'Kijk,' zei 3emmi Bheleizh,' we zijn er.' De vos wist niet wat hij zag, de heide was immens groot en het aantal schapen ontelbaar. 'Spring maar,' zei 3emmi Bheleizh, 'je zult een zachte landing maken op de schaapjes'. Dolgelukkig sprong de vos op de schaapjes wat niets anders was dan zeeschuim op de grote uitgestrekte zee. (Sindsdien kon de vos zijn jacht voortzetten op de eeuwige jachtvelden.)
hahahaha ik ha deen paar van die verhalen op een bandje, das pas grappig
NoreJihan
11-02-2003, 01:00
Het waren moeilijken tijden in het Rif, en vooral de traditionele boeren hadden het moeilijk. Nou was er een boer die hard werkte om te leven. De ramadan naderde dus alles wat hij in huis haalde, bewaarde hij een gedeelte voor de ramadan. Als zijn vrouw vroeg waarom, dan zei hij dit gedeelte is voor de ramadan die binnenkort nadert. En dat deed hij al een tijd en zijn voorraad werd steeds groter.
Tot er op een dag twee mannen aanklopten. De vrouw deed open en vroeg wat kan ik voor jullie doen? Ze zeiden wij zoeken aalmoezen of wat voedsel. Ze zei nou sorry, allah hi sahhel, we hebben ook bijna niets. Opeens zegt de ene tegen de andere 'yallah e sidi Ramadan, deze vrouw kan ons niets geven'. Zei hoort Ramadan en vroeg heet jij Ramadan? Ja zei die kerel. Zij heel blij, mijn man had het al over jou dat jij binnenkort zou komen, we hebben wat voor jou bewaard. Wat goed dat je vriend je naam noemde. En ze gaf die man alles wat ze in voorraad hadden. Die zelfde avond toen haar man thuis kwam, vertelde zij heel blij haar verhaal wat ze gedaan had. haar man werd razend en zei: hoe kan je zo dom zijn dat je niet eens weet wat ramadan is. Alles wat ik heb bewaard is weg. Ik ga ook weg en ik ga rond zwerven, ik kom pas terug als ik een persoon heb gevonden die nog dommer is dan jij.
En zo trok hij rond en vroeg mensen om aalmoezen. Tot op een dag hij bij een huis aankwam en vroeg naar een glas water. De vrouw die daar was bracht hem een glas water en ze keek hem aan. Hij zag er niet uit en had zwarte vlekken op zijn gezicht. Ze vroeg hem waar kom je vandaan? Hij zegt waar ik vandaan kom? waar denk je zegt hij, ik kom uit het hiernamaals ( el aggirra) nou goed. Zij zegt echt waar, kom je echt uit het hiernamaals, hoe is het daar, heb je mijn vader daar gezien, vertel eens hoe is het met mijn vader in het hiernamaals. Hij schrok er een beetje van en gaf als antwoord ja, met je vader gaat het goed hij doet je de groeten. O ja leuk zegt ze, maar voor dat je weggaat ik heb hier nog een pakketje van mij vader die had hij mij achter gelaten, maar als je terug gaat dan kan je het gewoon terug geven niet waar? Tuurlijk zegt hij en ze gaf hem haar erfgoed die ze had gekregen van haar vader. Als extra deed ze ook een tas vol met lekkernij er bij. En doe hem de groeten zei ze.
En zo is de man toch terug gekomen bij zijn vrouw met een hoop geld van de erfgoed van de vrouw. Hij zei tegen zijn vrouw, er zijn in deze wereld genoeg domme mensen jij bent nog niets vergeleken met anderen. En ze leefden lang en gelukkig.
NoreJihan
11-02-2003, 01:04
Er was eens een arme eenvoudige boer die wilde weten of zijn vrouw hem lief had of niet. Nu zat het Offerfeest eraan te komen, en het is dan de plicht van iedere moslim, maakt niet uit hoe arm, een schaap te slachten.
Het jaar was dan wel niet zo goed geweest, maar de boer had genoeg geld voor een schaap. Hij ging dus naar de markt en kocht daar, zonder dat zijn vrouw het wist, een schaap. Hij nam het schaap mee en verstopte het vervolgens bij zijn buurman. Toen ging hij naar huis en sprak tegen zijn vrouw: "Liefste, het jaar was zo slecht dat we ons geen schaap kunnen veroorloven.". Maar zijn vrouw begon meteen te klagen: "Dat gaat niet, we moeten een schaap slachten. Bedenk maar iets, anders lacht iedereen ons uit.".
De volgende dag, laat in de avond, kwam de boer weer thuis, en zei tegen zijn vrouw: "De koning heeft laten weten dat degene die 100 stokslagen verdraagt een schaap krijgt. Wat vind jij, moet ik me laten slaan om zo aan een schaap te komen?". "Doe je plicht", zei zijn vrouw, "zodat ook wij een schaap kunnen slachten dit jaar."
De arme man stond op en sprak, "Dan zal ik nu gaan en mijn rug laten bewerken.". De man verliet het huis en liep al de richting uit van zijn buurman toen hij zijn vrouw hoorde. Ze riep dat hij terug moest komen. Verheugd draaide de man zich om keerde weer thuis, blij dat zijn vrouw hem terug riep, kennelijk hield ze meer van hem dan van een schaap. Bij zijn huis aangekomen sprak zijn vrouw: "Mij viel net in dat mijn moeder ook geen schaap heeft, laat je dus 200 keer slaan en neem twee schapen mee!".
hahahah deze is echt leeeeeeeeeeeuk :D
NoreJihan
11-02-2003, 01:06
In de tijd van Mohammed Abdelkrim Elkhattabi waren de irifjen een eenheid. Ze hielpen mekaar en gingen voor elkaar het vuur in. Er waren twee imzehden die onderweg naar huis gingen. Ze hadden net een zware week achter de rug gehad. Rhed noauit (Mont Aruit) was net gebeurd.
De spanjaarden waren woedend. Ze zochten Abdelkrim kosten wat het kost. De twee imzahden werden gelokt in een hinderlaag en werden gevangen genomen door de spanjaarden. Eenmaal in de verhoorkamer werden ze gemarteld, er werd gevraagd naar Abdelkrim. Maar ze kregen geen antwoorden en weer werden ze gemarteld. De spanjaarden hebben gezegd: als ze vertelden waar mourey mouhend zich schuil houd dat ze dan vrij gelaten werden. Maar de irrifjen weigerden elke compromis.
Dus ze werden zwaar mishandeld, totdat een van de irrifjen schreeuwend zei, STOP, IK ZAL JULIE ALLES VERTELLEN ALS JULIE MAAR STOPPEN!! Zijn broeder arriffi zei: Belle3 ezekmim!! (mond dicht). Je moet hem niet verraden!! Maar hij luisterde niet en zei: breng me naar een ander kamer en ik zal julie wat vertellen. Ze brachten hem naar een ander kamer gaven hem wat water. Hij zei: voor dat ik wat zeg wil ik zeker weten dat mijn collega dood is, anders vertel ik niets want dan zullen ze me hoe dan ook vermoorden! De spanjaarden gingen naar zijn collega schoten een kogel door zijn hoofd. De arrifi zei: beter voor mijn collega, beter een kogel dan dood gemarteld te worden.
Goed zeiden de spanjaarden vertel waar abdelkrim is? Hij keek ze aan en zei lachend: Zijn julie echt zo stom dat julie denken dat ik wat ga zeggen? Ik zal geen woord vertellen vijanden,vermoord me maar! De spanjaarden zeiden maar waarom heb je je collega laten vermoorden? Hij zei omdat ik van mijzelf zeker wist dat ik niets zal zeggen hoe erg julie mij ook martelen, maar van mij collega was ik bang dat hij van de pijn iets zal gaan zeggen, vandaar dat ik zei vermoord hem maar, want nu kan ik met zekerheid weten dat julie vijanden niets te horen krijgen!!!
NoreJihan
11-02-2003, 01:10
Op een ochtend werd een arme boer wakker. Hij stond op en keek het raam uit. Tot zijn verbazing ontdekte hij dat zijn ezel niet op het land stond. De arme boer schrok zich een ongeluk. Zonder te ontbijten rende hij naar buiten. En zo begon hij zijn ezel te zoeken. Hij zocht en zocht en zocht. Aan het eind van de dag was hij zo vermoeid dat het te ver was om terug te keren naar huis. In de buurt zag hij een klein afgelegen hotel. Hij ging naar binnen en zag dat er nog een kamer vrij was.
Hij ging op het bed liggen en dacht aan zijn ezel. De boer dacht: Ik lig hier nu wel lekker warm in bed, maar mijn arme ezel ligt nu vast ergens op de grond te bibberen van de kou. De boer besloot onder het bed te gaan liggen, want hij kon het niet verdragen dat zijn ezel het koud had en hij warm. Na een tijdje kwamen er een vrouw en man de kamer binnen. Dit paar was net getrouwd en dacht dat de kamer leeg was, want ze zagen de man onder het bed niet.
De man en de vrouw gingen liggen en opeens zei de man tegen zijn vrouw:"Liefste, als ik in jouw ogen kijk dan zie ik de hele wereld". De man onder het bed hoorde dit en kwam onder het bed vandaan en zei:"Zou je dan alsjeblieft willen kijken of je mijn ezel ook ziet?"
NoreJihan
11-02-2003, 01:18
Er was een wees, die vader noch moeder had, alleen een enkele zus, en die was getrouwd. Toen hij een man werd sprak hij tegen zijn zus:"Zus, ik wil trouwen!" Zij antwoordde: "Maar broertje, je bent nog niet rijp genoeg om te trouwen!" "Jawel", sprak haar broertje, "ik ben het wel." Maar zijn zus wilde er niks van weten:"Nee, je bent er nog niet rijp voor. Vergeet niet dat de macht der vrouwen genadeloos is." "Wat is dat, de macht der vrouwen", vroeg haar broertje verbaasd. "Hmm", zei zijn zus,"ik zal het je laten zien. Ik zal je via mijn man laten zien hoe groot de macht der vrouwen wel niet is. Ga naar de markt en koop een vis."
De jongen stemde daarmee in en ging naar de markt waar hij zich een grote vis kocht. Zijn zus nam de vis en verborg het onder haar kleed. Ze ging vervolgens, samen met haar broertje, naar haar man die op het land bezig was en brachten hem het middageten. Nadat haar man klaar was met het ploegen van een stuk land riep zij naar hem: "Laat je ezel staan en kom eten." Ze legde het eten voor hem klaar en toen hij at sprak ze tot hem: "Ik heb gisteren gedroomd dat wij een feest vierden." Hij antwoordde :"Insha'allah zullen we ooit eens een feest vieren." Hij stond weer op, nam de ploeg en begon deze schoon te maken en terwijl hij dit deed nam zijn vrouw de vis en legde hem neer op het land waar hij net geploegd had. Nadat haar man de ploeg schoongeveegd had maakte hij zich weer aan het werk, en zij en haar broer liepen huiswaarts. Ze hadden nog maar een paar stappen gezet toen haar man riep: "Kom eens hier!". "Wat is er dan aan de hand", vroeg ze. "Kijk eens", zei hij," ik heb een vis op het land gevonden. Je droom komt uit, we kunnen een feest vieren. Neem de vis en bereid hem, vanavond kom ik met de Imam en zijn leerlingen en vieren we feest!" "Doe ik", zei zijn vrouw. Ze nam de vis en keerden met haar broer huiswaarts. Thuis aangekomen bereidde ze de vis en at deze samen met haar broer op. Daarna verborgen ze de graten.
s'Avonds, na het werk, ging de man langs de moskee en zei tegen de imam: "Ga mee, we vieren vanavond een feest!" De imam en zijn leerlingen gingen mee. Thuis aangekomen riep hij zijn vrouw: "Heb je alles klaargemaakt voor onze gasten, thee en eten?" "Waar heb je het over?", vroeg zijn vrouw. "We zouden toch een feest vieren", zei haar man. "Ha", zei zijn vrouw, " hoe wil je een feest vieren? Heb je vlees, thee en suiker gekocht?" "Ik heb je toch die vis gegeven", antwoordde haar man. "Waar heb je in godsnaam een vis gevonden?", vroeg ze. "Dat weet je toch", zei hij," uit een gat op mijn land." Toen riep zij: "Heeft er ooit iemand een vis op het droge land gevonden?!" "Wil je me soms voor gek verklaren?" vroeg de man vertwijfeld. De vrouw hief haar handen ten hemel en slaakte een kreet. Ze draaide zich om naar de imam en zei: " Laat me alstublieft niet in de steek. Deze man hier is doorgedraaid. Of heeft u ooit ervan gehoord dat je vissen op het land vindt?"
De imam en zijn leerlingen gaven haar gelijk, ze sprongen op de man en bonden hem vast. "Gooi hem in de kelder", zei de vrouw," zodat hij mij niks aan kan doen. Anders vermoord hij me nog! Dat deden ze, waarna ze weer naar huis keerden.
Toen de nacht gevallen was nam de vrouw een grote steen en begon, bij de deuropening van de kelder, bonen te malen. In de kelder klonk dit alsof het aan het donderen was. Van tijd tot tijd hield ze een fakkel voor de deuropening, zodat de man dacht dat het bliksemde. Tenslotte goot ze water de trap naar beneden, zodat de man zich in een hoek van de kelder moest terugtrekken om niet nat te worden.
De volgende dag kreeg de man bezoek van een aantal andere mannen uit het dorp, ze vroegen hoe het met hem ging. "Met mij is alles goed", sprak de man," ze probeerde me gek te maken maar er is niets mis met mijn verstand. Maar, vertel me, hoe is het met ons land?" "Wat bedoel je", vroegen de man,"wat zou er met ons land zijn?" "Hef heeft zo ontzettend geonweerd gisteren, en zo hard geregend, het hele land moet toch ondergelopen zijn?", antwoordde de man. "Mogen god je genadig zijn", spraken ze. Iedereen dacht nu dat de man werkelijk doorgedraaid was, en dus lieten ze hem in de kelder. Pas na twee weken lieten ze hem er eindelijk weer uit.
Het broertje dacht nog lang na over wat zijn zus hem getoond had en sprak tot zichzelf: "De macht der vrouwen is inderdaad genadeloos, ik zal nooit trouwen!"
©2000-2012 Marokko.nl Virtual Community's - La maison du Maroc. Powered by Marokko Media.