Advertentie: bereik met Marokko.nl vrijwel alle Marokkaanse jongeren


PDA

Bekijk originele versie : Stukje Arabische beschavingsgeschiedenis, poging om Westerse barbaren te informeren



Pagina's : [1] 2

Amazoelloe
30-12-2004, 16:45


Oum Kalsoum, een eenvoudig meisje uit een dorp in de Nijldelta groeide uit tot de grootste ster die de oriënt ooit kende! http://digiboek.50megs.com/oumkalsoum/images/concert01.jpg Haar mausoleum ligt aan de Fouad Seraj el-Dinstraat in de wijk el-Basâtîn in het zuidoosten van Cairo, niet ver van de Tombes der Mammelukken in wat `De stad der doden' wordt genoemd. Het is een bijna vierkant zandstenen gebouwtje met een lichtbruine houten deur en smalle, hoge ramen. Boven de ingang staat een vers uit de koran gebeiteld, dat eraan herinnert dat Allah voor de oprechte gelovigen het paradijs heeft voorbereid. Voor de ingang herhaalt een oude man met heldere stem de regels van een van haar bekendste liederen: `O, mijn hart, vraag niet: waar is de liefde? / Het was een luchtkasteel en stortte in elkaar.' Om het grafhuis staat een muurtje met daarop een smeedijzeren, zwartgelakt hekwerk. Het is in totaal achthonderd vierkante meter grond die door de zangeres werd gekocht na de dood van haar moeder in 1948. In 1953 werd hier haar broer Khalid begraven. Meer dan een halve eeuw schitterde Oum Kalsoum, de Ster van de Oriënt, van Marokko tot Perzië. Ze was meer dan een zangeres. Ze gaf de Arabische culturele identiteit als geen ander krachtige impulsen. Ze ging geen enkel compromis aan met westerse muziek, terwijl fragmenten van haar liederen ook nu nog dagelijks tussen de Ster-spotjes op de Nederlandse televisie te horen zijn. http://digiboek.50megs.com/oumkalsoum/images/begrafenis_tahrirsq.jpg De begrafenis van Oum Kalsoum. Miljoenen huilden bij de dood van de in de armoede van een afgelegen dorp in de Nijldelta ontdekte diamant, die honderdvijftig miljoen Arabieren met de schittering van haar muziek boeide. Iedere keer dat ze een concert gaf waren de straten uitgestorven. Bijna een halve eeuw lang trad ze schier ononderbroken de eerste donderdag van de maand op in de bioscoop Kasr el-Nil of in het Azbakiyya-theater. De concerten werden sinds 1935 live uitgezonden, eerst alleen in Egypte, maar al snel in vrijwel alle landen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Op die dagen was voor de kranten de tekst van het nieuwe lied dat zij die avond zou zingen het belangrijkste nieuws op de voorpagina. Liepen de soms wel vier uur durende concerten uit tot diep in de nacht, dan verschenen de volgende morgen in de hele Arabische wereld de ochtendbladen een uurtje later en vertrokken treinen en bussen niet op tijd. Niemand die het stoorde. Dat hoorde er zo bij en de bewoners van het gebied tussen Atlantische Oceaan en de Perzische Golf waren het niet anders gewend dat eens per maand alles anders liep. Generaties in minstens twintig verschillende landen groeiden op met haar muziek. Khadafi moest vanwege het maandelijkse concert van Oum Kalsoum zelfs zijn revolutie uitstellen. Zijn mannen hingen in plaats van te revolteren tegen het gezag van koning Idriss Senoessi in tranen voor het televisiescherm. Zo'n honderd kilometer ten noorden van Cairo in de Nijldelta ligt het dorpje Tamay ez-Zahaira, waar ze werd geboren. De taxichauffeur die me van el-Simbillawein naar Tamay, brengt benadrukt haar vrome levenswandel en weet te vertellen dat wanneer Oum naar het buitenland ging, ze altijd haar gebedskleed en een kussen om op te slapen bij zich had. `Ze kon niet slapen op een ander kussen.' Twee mannen in lange gewaden gebaren me mee te komen. Ze springen over een irrigatiekanaaltje en jagen een groep witte eenden de stuipen op het lijf. Dan staan we voor het eenvoudige, met leem aangestreken huis: een geel gekleurde schoenendoos met hoge, piepkleine raampjes, zoals je ze hier overal aantreft. In deze schamele woning werd de zangeres geboren die meer platen verkocht dan de Beatles en Elvis Presley bij elkaar. De tijdens haar leven al legendarische Oum Kalsoum was in de tijd dat de Arabische landen verdeeld raakten, de alles overbruggende factor. Maar geen gedenktegel of andere herinnering memoreert het feit dat ze hier, in 1898, het levenslicht zag. Het was de tijd dat het muntstuk van een halve Gineih Masri (Egyptisch pond) nog uit puur goud bestond. `Waarom geen gedenkplaat?' herhaalt een van in de galabia's (lange gewaden) gestoken mannen mijn vraag. Het antwoord: omdat haar naam in onze harten is gegrift en er in ieder huis en elk winkeltje van Tamay een foto van haar hangt en iedereen weet waar ze is geboren. De foto van de genereuze artieste, `die immer bijsprong als de bewoners van Tamay ernstige financiële problemen hadden', hangt inderdaad overal. Niet alleen in haar geboortedorp, maar in de hele Arabische wereld neemt haar foto, vaak in de meest kitscherige lijsten, de ereplaats in. Hoe groot ze als zangeres ook geweest mag zijn, men zal hier niet nalaten keer op keer te benadrukken dat Oum Kalsoum een zeer eenvoudige en vooral diepgelovige vrouw was, die op tijd de vijfmaal daagse gebeden bad, de vastenmaand ramadan onderhield en de bedevaart naar Mekka volbracht. De familie heeft diepe wortels in Tamay. Zowel de voorouders van moeder Fatima als die van vader Ibrahim Said el-Belkaji woonden sinds mensenheugenis in dit door de eeuwen vergeten dorp. Samir, een zoon van haar oudste broer Khalid, is hier boer. Na de geboorte van zoon Khalid en dochter Saïda werd Oum Kalsoum geboren. In de niet ver van het gehucht gelegen moderne stad el-Simbillawein is de eerste registratie van Oum het pronkstuk van het districtsarchief. Het stamt uit 1907, acht jaar na haar geboorte, en het bijzondere is dat haar precieze geboortedatum vermeld wordt, in tegenstelling tot die van de meeste bewoners van de Nijldelta. De inheemse bevolking werd in het algemeen alleen geteld vanwege de belastingen. Een specifieke aangifte van alle nieuwgeborenen zou het koloniale Britse ambtenarenapparaat maar overspannen doen raken. Dat men Oums exacte geboortedatum weet, komt omdat ze op zo'n bijzondere nacht werd geboren: de meest heilige nacht, leilat al-Qadr, van de belangrijkste maand van het islamitische jaar, de ramadan. Zoiets vergeet je niet, ook al viert men in Egypte geen verjaardagen en gissen de meeste mensen naar hun eigen leeftijd. Het was de 27ste ramadan van het jaar 1316, en dat staat gelijk aan 30 december 1898 volgens de gregoriaanse jaartelling. Het was op deze dag van de ramadan dat aan de profeet Mohamed door de engel Gabriël het eerste koranvers werd geopenbaard. De naam Oum is in veel Arabische landen en zeker in Egypte een term van respect voor gehuwde vrouwen. Tot de dames hun eerste kind baren, zijn ze `de dochter van' (Bint). Na de geboorte van haar eerste kind wordt ze `moeder van' (Oum) genoemd, welke aanduiding wordt gevolgd door de naam van de oudste zoon: Oum Rashid of Oum Ashraf. Oum Kalsoum had geen zoon die Kalsoum heette. Haar drie huwelijken ten spijt is ze haar leven lang kinderloos gebleven en ze betreurde dit zeer (veel kinderen hebben is in Egypte heel belangrijk). Ze droeg haar naam sinds haar geboorte, vernoemd naar de jongste dochter van de profeet Mohamed bij zijn vrouw Khadidja. De meer dan twaalf eeuwen tussen de eerste en tweede Oum Kalsoum trekken schijnbaar onopgemerkt over dit land. Zo kosmopolitisch als de steden Alexandrië en Cairo zijn, zo onveranderlijk is het leven in de Nijldelta, waar de fellahîn (boeren) _ uitgezonderd de komst van de televisie _ nog net zo leven als hun voorouders. In de stad en op het platteland staat gastvrijheid hoog in het vaandel. Er zullen maar weinig bezoekers naar Egypte komen of ze worden al snel uitgenodigd voor een glas thee, een maaltijd of een bruiloft. Maar vooral in de Nijldelta wordt snel duidelijk dat hier een totaal gemis aan tijdsgevoel heerst. Efficiëntie is iets onbelangrijks zolang ze niet bijdraagt aan een gemakkelijk leven. Even buiten het geboortedorp ligt een puinheuvel: resten van het faraonische Egypte van voor onze jaartelling. Als klein kind heeft Oum Kalsoum hier gespeeld, en net als de andere kinderen van het dorp heeft ze hier waarschijnlijk naar schatten gezocht. In de betere archeologische gidsen van Egypte staat dat met name deze puinheuvel erg is toegetakeld door de sabbachin, de naam voor het gilde dat zich specialiseert in het mollen van historische bouwwerken om daar goedkope meststof (sabbach) van te maken. Er werd ook wel wat anders weggehaald dan sabbach. In Tamay vertelt men dat er `in de tijd van de Britten' op deze plek een van de farao's van de negenentwintigste dynastie afkomstige verborgen schat van vele kilo's zilveren amuletten en ringen is gevonden. En dat de Britten toen op hoogst onbeschofte wijze huiszoekingen hebben verricht, waarbij ze zonder pardon binnendrongen in de vrouwenvertrekken. Iets waar men zich, zoveel jaren na dato, nog steeds over weet op te winden.

Amazoelloe
30-12-2004, 16:47
Oum groeit op in een traditionele familie met religieuze achtergrond. Haar vader verdient weinig: hij is keuterboer en geestelijke van de dorpsmoskee. Omdat zijn inkomen niet voldoende is om de familie te onderhouden, verdient hij er samen met zijn oudste zoon Khalid wat bij als reciteur van de koran tijdens hoogtijdagen, bijeenkomsten en speciale gelegenheden als de terugkeer van bedevaartgangers uit Mekka. Vader Ibrahim ontdekt al vroeg zijn dochters muzikale talenten en schitterende stem en neemt haar mee naar een optreden tijdens een huwelijk in het dorp. Haar eerste publieke optreden is een groot succes. De kleine nachtegaal zingt tot diep in de nacht en bezorgt de familie een goede maaltijd. Daarna is Oum Kalsoum steeds vaker aanwezig om met vader en broer op religieuze feesten te zingen. Haar snel groeiende faam bezorgt de familie een aardige aanvulling op het inkomen. Zolang er in Tamay wordt opgetreden, gaat alles goed. Het dorp kent de familie en Oum kan een voorbeeld worden genoemd waar het eer en waardigheid betreft. Maar wanneer er buiten het gehucht wordt opgetreden, is zo'n zingende dochter een probleem: zangeressen werden en worden nu eenmaal geassocieerd met lichte zeden. Zo'n traditie gooi je niet een-twee-drie overboord. In het Egypte van de farao's waren het wulpse zingende slavinnen die het mannenhoofd op hol brachten. Later kwamen `verleidelijke zondaressen met kleine voetjes', opgeleid op de zangscholen van Kufa, naar de Nijl om daar de zonen van de voorname geslachten `door hun gezang en altijd tot kussen gereedstaande lippen in hun netten te verstrikken'. Ook de verhalen over de losbandige Olaïa, de zingende halfzuster van kalief Haroen al-Rashid uit Duizend-en één-nacht, hadden wegens haar vele liefdesavonturen de eeuwen overleefd. In de betere kringen vond men het ook in de tijd van de jonge Oum Kalsoum aangenamer zich met bekoorlijke zangeressen op te houden dan om met de wettige echtgenote eerzame gesprekken te voeren over de huishouding. Publieke zangeressen leidden een nauwelijks omsluierd bordeelleven en werden Khawari's genoemd. In het Egypte van rond de eeuwwisseling was het openbare optreden van een vrouw bij het gewone volk zelfs in het mondaine Alexandrië en Cairo taboe. Op meer profane volksfeesten traden met veel succes Khawal's op, als danseressen verklede kerels. Als de faam van Oum ook buiten haar dorp doordringt en er uitnodigingen vanuit andere plaatsen binnenkomen, heeft vader Ibrahim het er moeilijk mee. Uit voorzorg dat men weleens verkeerde gedachten zou kunnen ontwikkelen omtrent de zingende dochter van een geestelijke, moet Oum van haar vader jongenskleren aantrekken. Dat blijft zo, ook als haar lichaam zich ontwikkelt en er allerhande nare grapjes en vreemde complimentjes aan het adres van dat zo glashelder zingende `knaapje' worden gemaakt. De kwaliteit van het gebodene echter staat buiten elke discussie. Oum is zestien jaar als de eerste wereldoorlog losbarst. Groot Brittannië ruikt de kans grote delen van het wankelende Osmaanse rijk in te pikken en raakt dus snel in oorlog met Turkije. Tenslotte is de sultan bondgenoot van Duitsland en persoonlijk bevriend met Kaiser Wilhelm. De Britten, die tweeëndertig jaar eerder Egypte hadden bezet, zetten de van origine Turkse onderkoning, khedive Abbas Hilmi, af als deze op bezoek is bij de sultan in Istanbul. Hij wordt vervangen door zijn oom Hussein Kamil en de Britten verklaren het land tot Engels protectoraat. De toch al weinig florissante situatie op het Egyptische platteland gaat nog verder achteruit. Er wordt bittere armoede geleden. Er gaapt een groot gat tussen de upper-class en het volk. In tegenstelling tot de armoede in de Nijldelta kent men aan het Egyptische hof geheel andere problemen. In 1917 verslikt de door de Britten gedoogde onderkoning Hussein Kamil zich tijdens een van zijn vele overdadige banketten in het Abdinpaleis en even later stikt hij. Zijn zoon weigert hem op te volgen, uit angst voor zijn leven, en dus gaat het onderkoningschap naar Fouad, de laatst overlevende zoon van de wellustige khedive Ismaël (1863-1879). Twee jaar later wordt kroonprins Faroek (de in 1952 afgezette laatste koning van Egypte) in Cairo geboren en strooit de trotse vader handjes geld vanaf het balkon van het paleis. Het samengestroomde volk is teleurgesteld. In plaats van goud en zilver is het voornamelijk koperkleingeld dat over hen neerdaalt. Een belangrijk moment in Oums leven is de dag waarop de toentertijd bekendste zanger van religieuze liederen, sjeik Abu el-Alaa, haar hoort zingen. Hij prijst haar vanwege haar melodische behandeling van de toonreeksen die men `makam' noemt. De makam verenigt modale en tonale concepten, in het bijzonder tonen die zich bevinden in de omgeving van en gebonden zijn aan de slottoon van een melodie en een toon die in het verloop van de melodie een zwaartepuntfunctie krijgt, en een tijdelijk rustpunt is waarop de melodie tussencadansen kan maken. De vanwege zijn bijzondere stem in heel Egypte bekende sjeik Abu el-Alaa weet vader Kalsoum te overtuigen van het feit dat zo'n godsgeschenk als de stem van zijn dochter verder ontwikkeld dient te worden. Het is, ter meerdere ere van God, vooral van belang dat ze de waarde van de woorden die ze zingt leert begrijpen, want hoewel het jonge wicht een gigantisch geheugen blijkt te hebben en zonder moeite de langste strofen uit het hoofd leert, mankeert daar het een en ander aan. Abu el-Alaa wil hierbij graag helpen. Hij vestigt zich in de dorpsmoskee en onderwijst van zonsopgang tot aan de siësta in de waarde van het woord en de juiste uitspraak daarvan. In de namiddag maakt hij Oum vertrouwd met het grote repertoire van liederen voor speciale gelegenheden en feesten. De sjeik wordt Oums leraar en vertrouweling en zal tot zijn dood elk concert van haar bijwonen. Tussendoor helpt Oum haar moeder Fatima met het huishouden en water halen. De waarheid blijft niet lang geheim. Vrijwel iedereen is op de hoogte dat de schuchtere `jongen' op de achtergrond in werkelijkheid de dochter van de dorpsgeestelijke is, met de mooiste stem en meest perfecte articulatie ooit gehoord. De belangstelling voor dit fenomeen wordt extra geprikkeld door de verkleedpartijen. Als dit eindelijk ook bij vader Kalsoum doordringt, is het snel afgelopen met deze travestietenshow. Dochter Kalsoum laat zich, geheel volgens de geldende fatsoensnormen, niet langer in het openbaar horen en wacht keurig thuis af of zich een geschikte echtgenoot zal aanbieden. Wat er in deze periode precies gebeurt, is moeilijk te achterhalen. Zeker over deze episode in het leven van de artieste in spe hangt een waas van legendevorming. Het verhaal wil dat ze iedere eventuele huwelijkskandidaat afwees omdat geen haar beloofde dat zij na haar huwelijk eens per maand zou mogen optreden. Er wordt voorlopig dan ook niet getrouwd en het gaat de familie niet langer voor de wind. Nu Oum zo keurig thuis blijft bij moeder Fatima, heeft men nauwelijks nog interesse in het optreden van vader en zoon Khalid. Men wil hen alleen laten optreden als ook de nachtegaal aanwezig is. Op een gegeven moment moet pa het gezeur van de mensen, die hem ervan beschuldigen dat hij hun zo'n godsgeschenk onthoudt, te veel zijn geworden. Of was het door de grote som geld die werd geboden dat er een plotselinge come-back van zijn dochter in de nabijgelegen stad el-Mans–ra plaatshad? Zoals over veel dingen doen ook hierover de nodige verhalen de ronde. Zeker schijnt te zijn dat Oum op dat moment niet langer in jongenskleding zingt. Half Tamay reist mee naar de stad waar ze zal optreden. Als de keurige jonge vrouw verschijnt, gedragen de mensen zich naar haar vaders mening blijkbaar iets te enthousiast. Snel wordt ze weggewerkt en de politie moet eraan te pas komen om het dolgedraaide publiek te kalmeren. De boel dreigt te escaleren als ineens vanaf het platte dak de heldere stem van Oum klinkt. Volgens de overlevering zijn zelfs de politieagenten tot tranen toe geroerd door het religieuze lied dat de zangeres laat horen.

Amazoelloe
30-12-2004, 16:49
Van tijd tot tijd wordt ze door de notabelen uitgenodigd om bij hen thuis te komen zingen. Een van hen, Tewfiq Zaahir, raadt Oum aan om naar Cairo te verhuizen. Daar valt veel meer te verdienen dan die paar piaster die ze op het platteland bij elkaar zingt. Vader Kalsoum zal wel even hebben moeten slikken als ook Abu el-Alaa hem adviseert zijn dochter naar Cairo te laten gaan, omdat het leven in Tamay haar talent en ontwikkeling te zeer zou tegenhouden. Het broeit in de Egyptische hoofdstad. Het is de tijd dat de Wafd-partij van de Britse `protector' erkenning van de onafhankelijkheid van Egypte eist. Verbanningen, relletjes en stakingen zijn aan de orde van de dag. Uiteindelijk geeft Engeland toe, hoewel het zijn bezettingstroepen in Egypte houdt en niet afziet van zijn oude `rechten' op het Suezkanaal en de Soedan. In naam wordt het land zelfstandig en op 15 maart 1922 roept onderkoning Fouad zich uit tot koning van Egypte. Drie jaar later doet kozakkengeneraal Reza Chan in Iran hetzelfde en noemt zich Reza Sjah Pahlevi. Ibrahim Kalsoum kon onmogelijk vermoeden dat de zonen van beide monarchen zich tot fanatieke fans van zijn dochter zouden ontpoppen. Tot dan toe vond hij het allemaal wel leuk en aardig, en bezorgde het de familie een behoorlijk extra inkomen, maar zijn dochter naar dat verderfelijke Cairo... als zangeres... Er zijn grenzen en belangrijker zaken. Het wordt hoog tijd dat dochterlief eens serieus aan de man wordt geholpen. Ze helpt zich daar echter zelf aan en de ouders moeten een zucht van verlichting hebben geslaakt. Het eerste van haar drie huwelijken vindt echter pas plaats nadat Abu el-Alaa met vader Ibrahim en de wonderdochter medio 1925 vanuit el-Simbillawein het treintje naar Cairo nemen om hun intrek te nemen in hotel Jordan House. Van het Jordan House, een van de vier plaatsen waar Oum in Cairo zal wonen, is nu geen spoor meer te vinden. Het perceel blijkt jaren geleden te zijn opgekocht door zanger/componist Mohamed Abdelwahab. Die het liet slopen om er zijn Gendoul-gebouw neer te zetten. Vervolgens zal Oum nog een tijd in de Tutstraat in de wijk Âbdîn verblijven, voor ze een flat aanschaft in het Shams-gebouw op het Nijleiland el-Gezîra. Op ditzelfde eiland, in de chique wijk ez-Zamâlik, laat ze later in de aan de oever gelegen Abu el-Fidâstraat een villa bouwen waarin ze zevenentwintig jaar lang, tot haar dood, zal wonen. De Abu el-Fidâstraat heet nu Shâria Oum Kalsoum. Na aankomst in Cairo zoekt Oums vader een luitleraar voor haar. Ze krijgt ongetwijfeld les van een grootheid, want de lessen kosten maar liefst drie pond per maand, een flink bedrag in die dagen. Ze krijgt onderricht in de toontrappen die in de Arabische muziek worden gebruikt, geselecteerd uit de intervallen die worden verkregen door de evenredig zwevende 24-deling van het octaaf. Volgens deze stemming komen binnen het octaaf vierentwintig in gelijke kwartstoonafstanden verdeelde tonen ter beschikking. In de makam-toonreeksen heeft elke toontrap een naam. In Cairo treft de zangeres een veel kritischer publiek, waarvoor persoonlijkheid en stemgebruik beduidend belangrijker zijn dan de muziek of de teksten die ze zingt. Er zijn twee klassen entertainers: die voor de rijken en die voor het gewone volk. Oum zingt in eerste instantie voor deze laatste groep en ontmoet de nodige problemen omdat men liederen uit het populaire genre verwacht. In plaats daarvan wordt men getrakteerd op de traditionele tawashih, een poëtisch genre dat zich in de tiende eeuw in het islamitische Spanje ontwikkelde en dat men door de eeuwen heen is blijven zingen. Dit veroorzaakt spanningen tussen haar en het publiek. Oum gaat dan wel geen losbollige liedjes zingen, toch verandert ze vanaf 1925. Het mannenkwartet dat haar vocaal begeleidde, wordt vervangen door een klein ensemble. Haar begeleider en leraar Abu el-Alaa zoekt daarvoor de beste musici bij elkaar: oude, ervaren mensen, die dachten uitgeteld te zijn, worden gevraagd deel uit te maken van haar eerste orkest. Dat bestaat uit ud (luit), kanun (citer), rietfluit (nay), viool en vaastrommel (darbuka). In de klassieke muziek van de Oriënt bestaat niet zo'n nauwe binding met het notenbeeld van een compositie als in de Europese klassieke muziek. Alleen de hoofdlijn van de muziek staat vast en Oum is dan ook gedwongen de vaststaande stukken bij uitvoering op te smukken met versieringen, onderbrekingen en effecten, zodat haar persoonlijke stijl een wezenlijk bestanddeel van de uitgevoerde compositie wordt. Hierdoor is elke uitvoering van hetzelfde stuk telkens een nieuwe versie. Oum Kalsoum blinkt uit in haar behandeling van de taksim, een vaak gebruikte en geliefde improvisatievorm. Als ze ontdekt dat een bepaalde zin of bepaalde strofe in de muziek aanslaat bij het publiek, gaat ze dit speciale fragment herhalen, steeds op andere wijze, in een andere toonhoogte. Haar verbazingwekkend flexibele stem stelt haar in staat dit keer op keer anders te doen, soms wel vijf minuten lang, wat tot een ware extase en vervoering bij de toehoorders leidt. Ze maakt zowel muziek als tekst ondergeschikt aan haar stem. De begeleidende musici moeten met hun instrumenten haar stem volgen en niet andersom. Soms verandert ze naar eigen inzicht stukken tekst of laat ze hele zinnen weg, ook al zijn ze geschreven door de meest begaafde auteurs. Haar leraar Abu el-Alaa gaat op zoek naar componisten, omdat er betere muziek nodig is om Oums stem van onvergelijkbare kwaliteit en ongekende reikwijdte volledig tot zijn recht te laten komen. Wie anders in Egypte kan van het hoogste tot het laagste register zo egaal zingen en heeft zo'n perfecte articulatie? Vanaf het eerste moment verloopt haar concert volgens strakke regels, die nimmer gewijzigd zullen worden. De zangeres houdt geen praatjes. Haar concerten zijn opgezet als klassieke concertsuites. De instrumentale tussenstukken geven Oum gelegenheid wat uit te rusten en vormen door de virtuositeit die zij vereisen een uitdaging voor de musici. In de grammofoonplatenstudio van Victor in Cairo wordt begin 1925 het lied `Mali Fotent Belahzeki' opgenomen. Victor betaalt Oum zes Egyptische pond. Men weet eigenlijk niet goed wat men kan verwachten van het nummer. De trend op dat moment neigt naar `vlot, hitsig en hijgerig'. Het is dat sjeik Abu el-Alaa, hun best verkopende Arabische artiest op dat moment, zo aandringt. Uit welk gat in de delta kwam dat zangeresje ook weer? En gelooft die el-Alaa echt dat ze daar in Cairo op zitten te wachten? Dat men tien piaster zal betalen om dat plaatje aan te schaffen? Platenmaatschappij Victor gaat over tot een ongekende promotie. De eerste plaat van Oum kan, na aanbetaling van een piaster, ook op krediet worden gekocht. Het wonder geschiedt. `Mali Fotent Belahzeki' wordt een gigantische hit. Oum Kalsoum wordt er financieel niet beter van. Ze heeft haar honorarium al ontvangen en daarmee is wat Victor betreft de kous af. Natuurlijk zijn ze maar al te bereid om snel nog wat plaatjes te maken. Tot grote tevredenheid van Oums vader blijft haar repertoire ook in Cairo voorlopig bestaan uit de klassieke poëzie en liederen over het leven van de profeet Mohamed en de vier rechtgeleide kaliefen. De mensen van Victor willen meer, want met zo'n stem valt goud te verdienen. Maar het zou platina of diamant zijn als er iets populairs uit haar keel zou komen. Keer op keer weerstaat ze de druk om musiqa sharbeya (populaire muziek) te maken. Zangeres zijn is al op het kantje, en op geen enkele manier wil ze haar familie te schande maken. De meer dan zevenhonderd verschillende liederen die zij uiteindelijk zou zingen, zijn het werk van in totaal tweeëntwintig dichters en dertien componisten (naast de twee liederen die Oum zelf componeerde). Verreweg de meeste teksten zijn afkomstig van Ahmed Rami. In de loop van de kleine halve eeuw die haar carrière omspant, zal Oum meer dan tweehonderdvijftig gedichten van Rami zingen, waaronder de millionsellers `Ya Zalemni', `Ya Massaharni', `Aqbal el-Leil', `Ya ma Amar el-Fourak' en Rami's vertaling van het Perzische `Robaiyat al-Khayyam'. Ahmed Rami zal van grote invloed zijn op Oums liefde en waardering voor poëzie en haar enorme populariteit onder de gewone mensen. Dichtkunst kent een grote traditie in de Arabische wereld. Eeuwen voor de komst van de islam bloeide op het Arabisch schiereiland de poëzie. Gelijk met de jaarmarkt in Mekka werd er jaarlijks een grote algemene zang- en poëziewedstrijd gehouden. Het bekendst zijn de Mouallakat-gedichten, die, na de prijs te hebben gewonnen, met gouden letters op zijde werden geborduurd en om de Kaaba gehangen. De poëzie is bij gemis aan iedere andere soort literatuur de enige overleveringsbron voor de allervroegste geschiedenis der Arabieren. De voor-islamitische dichters (tot ca 600 na Chr.) schilderden levendige beelden, ontleend aan het leven in de woestijn. Persoonlijke en lyrische ontboezemingen van Imroulkaïs, de beroemdste dichter uit het pre-islamitische tijdperk, verheerlijkten met grote vrijmoedigheid de liefdesbetrekkingen die hij onderhield. Dit stamhoofd der Banou Assad in het binnenland van Arabië leidde een avontuurlijk leven. Hij bezocht zelfs de Byzantijnse keizer in Constantinopel en stierf op zijn terugreis in de omgeving van het tegenwoordige Ankara in Turkije. De uitbreiding van het Arabische rijk bracht contact met andere culturen voort. Al snel vertaalden de Arabieren Perzische en Griekse teksten. De dichtkunst bloeide in Damascus, de `lusttuin der liefde', de stad van liefdesdromen in zwoele nachten bij rozegeuren en klaterende fonteinen. De koran verplicht de paren tot wederzijdse tederheid en hartelijkheid. Voor iedere liefkozing werd genade in het toekomstige paradijs beloofd. Ook dichtkunst is aan mode onderhevig. In Damascus wierpen de poëten zich vooral op `bleke wangen', zeker wanneer deze het gevolg waren van liefdesverdriet. Dan kende de fantasie der Arabische minnezangers geen grenzen.

Amazoelloe
30-12-2004, 16:51
De Arabische wereld is een complex weefsel van verscheidenheid en variatie, maar ze vormt toch een eenheid met veel eenheidsbevorderende factoren. Het gesproken Arabisch verschilt van regio tot regio en zelfs van land tot land. Een moderne versie van het klassieke Arabisch van de heilige koran, dat men literair Arabisch zou kunnen noemen, wordt echter in de hele Arabische wereld begrepen en gebruikt in kranten en door de nieuwslezer op radio en televisie. Het is eveneens de taal van inter-Arabische bijeenkomsten. Toch is het Egyptisch-Arabisch waarschijnlijk het meest verbreid van alle nationale varianten, mede door de Egyptische films en televisieseries, die in de hele regio veruit het meest bekeken en het populairst zijn. De meeste Arabieren hebben eveneens de liefde voor muziek en poëzie gemeen. Zo kon Oum Kalsoum later, ondanks haar hoge leeftijd, in elke uithoek van het Midden-Oosten haar gehoor tot tranen toe bewegen. Oum zong voor het gewone volk. Haar thema's waren bijna altijd een verloren liefde, dapperheid en droefenis, of religieuze gezangen. Onbekende, nooddruftige dichters worden van de ene op de andere dag beroemd en zien hun gedicht op de voorpagina's van de kranten gepubliceerd omdat Oum het gaat zingen. Vanuit de hele Arabische wereld zond men haar teksten toe. Neem prins Abdalla al Faisal, de oudste zoon van de Saoedische koning die in 1973 een olieboycot over Nederland en de Verenogde Staten uitriep. Oum Kalsoum heeft drie van zijn gedichten door Riad el-Sonbati op muziek laten zetten, waaronder `Theaourat al Shak'. Zijn grootvader had hem in 1952 benoemd tot eerste minister van Gezondheid. Hij was een uitmuntend bestuurder, maar verliet de regering onder koning Saoud om zich geheel aan zijn hobby te kunnen wijden: het schrijven van gedichten. Nooddruftig is deze dichter niet te noemen. Naast een flink aandeel in het immense familiekapitaal bezit prins Abdalla de Saoedische agentschappen voor Sony en bmw en heeft hij ook nog een oliepijpenfabriek die exporteert vanuit Saoedi-Arabië. Oum keek niet naar van wie het gedicht dat haar ontroerde afkomstig was. Trof haar iets in de haar toegezonden poëzie, dan speelde ze de tekst in handen van een van haar vaste componisten als Riad el-Sonbati, Zekeria Ahmed, Mohamed Abdelwahab en Baligh Hamdi. Een van haar allergrootste successen gedurende de zevenenveertig jaar dat zij platen maakte was het nummer `Al Atlal', op tekst van Ibrahim Nagi en muziek van Riad el-Sonbati. Het begint met de woorden: O, mijn hart, vraag niet: waar is de liefde? Het was een luchtkasteel en stortte in elkaar. Geef mij een dronk en drink op de ruïnes, Vertel me ervan zolang je tranen vloeien, Hoe kwam deze liefde tot een einde? Hoe werd het een verhaal van zielepijn? Liefste, ik vergeet je niet, Want je hebt me verleid Met een mond vol zoete en hoopvolle woorden En je handen naar me uitgestrekt Zoals handen zich uitstrekken Naar een drenkeling in de golven. Muzikaal gezien drukt naast Riad el-Sonbati ook de in 1991 overleden bijna blinde zanger/componist Mohamed Abdelwahab zijn stempel op haar muziek. Meer dan haar andere componisten, Baligh Hamdi uitgezonderd, treedt Abdelwahab als componist qua vorm en thema buiten de klassieke stijl van de Arabische muziek. In zijn composities herkent men flarden van Griekse en Russische volksmuziek of pastiches van Europese klassieke componisten. Schrijver George Ibrahim Khouri bracht in de zomer van 1970 een avond door in hotel el-Bustân Beit Marri in gezelschap van Abdelwahab en vroeg hem naar zijn ervaringen met Oum Kalsoum. De hofcomponist antwoordde: `Mijn eerste ontmoeting met Oum Kalsoum had plaats in het huis van de vader van Abubakr Ghairet, een notoir liefhebber van muziek. Toen ik voor het eerst voor haar componeerde, voelde ik me als iemand in een mooie vreemde stad waarin ik mocht komen luisteren maar niet wonen. Vanaf dat moment ging ik op zoek naar Oum Kalsoum om haar te leren kennen. Het begon met het nummer "Anta Oumri" (Jij bent mijn hoop), daarna volgde "Inta el-Hob" (Jij bent mijn liefde). Ik werd verliefd op de stad waar ik mocht komen luisteren maar niet wonen. "Amal Hayati" (Hoop van mijn leven) volgde en ik werd nog verliefder op die stad! En in "Fakarouni" (Herinner me) ging ik diep de stad binnen en ontdekte haar schatten. Met "Hazihi Leilatti" (Dat is mijn nacht) schreeuwde ik dat het de mooiste stad was die ik me kon voorstellen terwijl ik in "Wa Marrit al-Ayam" (De tijd vloog) een burger van die stad werd.' George Ibrahim Khouri vroeg Abdelwahab wat hij zou voelen bij zijn volgende werk. De componist antwoordde: `Ik hoop dat ik die stad kan kopen.' Vanaf het allereerste begin, lang voordat mensen als Mohamed Abdelwahab hun diensten aanbieden, is alleen het beste goed genoeg. Ook de pers begint aandacht aan de delta-dochter te besteden. Al voordat ze met instrumentale begeleiding zingt, wordt er over haar geschreven. Het gemis van een orkest wordt door de journalist betreurd, maar: `Haar ogen zijn mooi en haar gedrag doet denken aan de eerste Arabieren in de woestijn,' Dank zij het hoge niveau van Oums muziek worden al snel volledige pagina's in dagbladen en tijdschriften in de Arabische wereld aan haar gewijd. Ze draagt niet langer de traditionele kleding maar moderne toiletten van toonaangevende couturiers. Ze gaat met de tijd mee en wordt van een plattelandsvrouw de toonaangevende en chicste vrouw van Egypte, die geen blad voor de mond neemt: `Westerse vrouwen lopen in huis rond in een oude jurk, maar wanneer ze boodschappen gaan doen of de stad in moeten, zien ze er goed verzorgd uit. Dat is fout. Je moet er voor je eigen man zo goed mogelijk uitzien. Andere mannen hoeven niet naar je te kijken.' Tegen de tijd dat ze de compositie In `Kount Assameh' met tekst van Ahmed Rami opneemt, heeft Victor in iets meer dan een jaar meer dan een half miljoen platen van haar verkocht, een ongekend aantal voor een zangeres uit een derde-wereldland. In 1926 reikt haar faam ook buiten de grenzen van de Arabische wereld. In dat jaar schrijft een Frans tijdschrift, l'Illustration, over het Egyptische fenomeen onder de titel `Oum Kalsoum, de grootste Arabische zangeres van deze eeuw'. Het blad vermeldt dat het na de dood van de grote Arabische zangers als Sheikh Salama Hijjazi, Mohamed Abdu en Abdelhay treurig gesteld was met de Arabische zang. Het publiek toonde sinds hun verscheiden nauwelijks interesse voor het klassieke lied, tot de komst van Oum Kalsoum een grote verandering veroorzaakte. Ze weet muzikanten, tekstdichters en componisten te inspireren, aldus l'Illustration. Het artikel levert haar nog datzelfde jaar een eerste uitnodiging op om in Parijs te komen zingen. Het zal precies veertig jaar duren voor Oum daar inderdaad zal optreden: haar eerste en enige concert buiten de islamitische wereld, in een uitverkocht Olympia. L'Illustration schreef in 1926 al de profetische woorden dat ze ook in de Franse hoofdstad een groot succes zou zijn, zelfs al zou men geen woord van haar teksten begrijpen. De pers weet altijd wel wat over haar te melden. Haar haardracht wordt geïmiteerd door ontelbare vrouwen. Haar jurken worden massaal nagemaakt en als de zangeres zich jaren later voor het eerst tijdens een concert met een zonnebril vertoont, wordt het binnenshuis dragen van zo'n bril een ware rage in het land van de Nijl. Bij Oum was het echter geen gimmick. Haar ogen verdroegen de felle theaterspots niet, hetgeen zich uitte in traanvorming tijdens haar optredens. Dat was ook de reden dat ze tijdens haar voorstellingen altijd een sjaal in haar hand hield, waarmee af en toe onopvallend een traantje werd weggepinkt. Ook in 1926 meldt een ander Frans tijdschrift, Minerva, dat de grote Franse platenbonzen haar stem hebben geanalyseerd en op zoek zijn naar een Fran‡aise die wat timbre betreft de intensiteit van Oum benadert. Tien jaar later vindt men zoiets in Frankrijk en begint daar de carrière van Edith Giovanna Gassion, beter bekend als Edith Piaf. Oums eerste optreden buiten Egypte heeft in Libanon plaats. In de jaren dertig treedt zij op in een zaak aan het el-Borgplein in Beiroet. Het theater heet Kawqeb Sharq (Ster van de Oriënt). Op de affiches staat de naam van de zaak boven Oums naam afgebeeld. Door een fout (of was het sluikreclame?) wordt zowel de naam van het theater als de naam van de zangeres ook afgedrukt op de hoes van de Libanese platenmaatschappij van de familie Baida, die tijdens haar verblijf in de Libanese hoofdstad verschillende concerten registreert. Vanaf dat moment plaatst haar manager Ahmed el-Jaq Pasja de titel `Ster van de Oriënt' consequent boven Oum Kalsoums naam. Alle platen, cd's en cassettes van de zangeres vermelden tot op de huidige dag de naam van dit theater aan het el-Borgplein, al is de zaak zelf al bijna een halve eeuw verdwenen.

Amazoelloe
30-12-2004, 16:52


Tekenend voor Oum Kalsoums maatschappelijke positie in de Arabische wereld is de enorme belangstelling die haar vanaf het begin van haar carrière ten deel valt. Echte concurrentie heeft ze nauwelijks gekend, behalve van de zangeres Asmahan, zuster van de minstens zo bekende zanger Farid el-Attrache, die Oum naar de kroon zou steken. Er ontstaan zelfs partijen v¢¢r en tegen de zangeres. In tegenstelling tot de eenvoudige dorpsdochter uit de Nijldelta was Asmahan een dochter van de vertegenwoordiger van het Osmaanse regime in Suweida, hoofdstad van het bergdistrict Djebel ed-Druz in het tegenwoordige Syrië. Daar werden Asmahan en Farid geboren, maar ze brengen hun eerste jaren door in Istanbul. Wanneer in 1924 het doek definitief is gevallen voor de nazaten van het Osmaanse geslacht, strijkt de familie el-Attrache in Cairo neer. Als Farid in 1930 met zijn eigen compositie `Ya Retni Teir' debuteert, is hij in één klap een begrip in de hele Arabische wereld. Wat Jimi Hendrix op gitaar doet, doet Farid op zijn luit. Als Farid bovendien vlotte melodietjes uit zijn mouw schudt en deze door Asmahan laat vertolken, heeft Oum er een concurrente bij. Ze laat zich hierdoor niet opjutten en blijft trouw aan haar serieuze repertoire, hoewel de flirt- en fladderliefdesliedjes op dat moment de grote mode zijn in het mondaine Cairo. De dramatiek krijgt legendarische vormen als Asmahan in de tweede wereldoorlog om het leven komt bij een aanrijding. Tot op de huidige dag circuleren er geruchten dat ze door Oum persoonlijk uit de weg zou zijn geruimd. Niks geen onromantisch verkeersongeval in een sportwagen, maar een verhaal met een sterke echo uit Duizend-en-één-nacht, waarbij de jaloerse Kalsoum heel geniepig middels een kopje thee met snelwerkend dodelijk gif de nietsvermoedende Asmahan de dood bezorde. Hieruit zou ook de eeuwige vermeende ruzie tussen Farid el-Attrache en Oum Kalsoum zijn voortgekomen. Misschien klinkt de naam Kamal el-Mallakh de lezer bekend in de oren. Hij ontdekte de befaamde Zonneboot die nu in het speciaal hiervoor gebouwde museum nabij de Grote Piramide staat. Naast zijn werkzaamheden als egyptoloog deed hij jarenlang de society-pagina in het gezaghebbende semi-officiële dagblad Al Ahram. In zijn werkkamer aan de Mazloumstraat herinnert hij zich dat de geruchtenmachine onmiddellijk na Asmahans dood overuren maakte en tot op de dag van vandaag ook buiten Egypte werzaam is. Als variatie op het verhaal van het gif in een kopje thee doet ook een versie met een door Oum Kalsoum in Asmahans geworpen cabriolet geworpen bos bloemen met dodelijke doornen de ronde. De fans van Kalsoum kwamen al snel met tegengifverhalen over de `werkelijke' toedracht van de zo onverwachte dood tijdens een verkeersongeval. El-Mallakh: `Aanhangers van Oum Kalsoum beweerde dat Asmahan werd vermoord omdat ze zou hebben gespioneerd voor de Duitsers. Ze zou regelmatig berichten hebben overgebracht naar generaal Erwin Rommel. Als een van de grootste artiesten in de Arabische wereld reisde zij ongehinderd. De gewone mensen en de Egyptische gezagdragers applaudisseerden wanneer zij ergens verscheen. Bovendien kwamen haar platen uit op het label Baidaphone. De Libanees-christelijke eigenaar was getrouwd met een Duitse, Hilda genaamd. Zij zou Asmahan hebben aangezet tot spioneren.' De Britten, als kolonisator, zouden geen directe actie tegen de immens populaire artieste durven ondernemen. Dus knoeide Oum met de remmen van Ashamans auto, in de beste traditie van Harer Majesteits geheime dienst. Asmahan ging in de verhalen steeds beter zingen. Ware zij nog in leven, zou Oum Kalsoum in haar een meerdere hebben moeten erkennen. Tussen Farid el-Attrache en Oum zou er volgens het publiek een vendetta heersen. Kamal el-Mallakh moet erom lachen. `Oum Kalsoum en Asmahan hebben zelfs ooit gezamenlijk op één plaat gestaan. Aan de ene zijde zong Oum de leidende partij in het nummer "Adfihi In Hafeza", aan de andere zijde zingt Asmahan "Aïna el-Layali". Maar de manieren van leven van beide kunstenaressen lagen gewoon mijlenver uiteen.' Farid had in Beiroet zijn eigen nachtclub waar Golfmiljonairs uitgebreid konden dineren, terwijl de buikdanseressen op de tafels spetterden. Hoofdattractie was dan wel een optreden en vervolgens een gokpartij met de zanger/componist/acteur zelf. Hoewel het geld met scheppen binnenkwam en el-Attrache soms om de maand een nieuwe film maakte, verkeerde hij vrijwel chronisch in geldnood. Mallakh: `Hij verloor gigantische bedragen aan de goktafels. Een eigen casino redde hem van een faillissement. Oum nam van het geld dat zij aan platenverkoop en optredens verdiende, helemaal niets aan. Haar man, een bekend huidarts, verdiende voldoende om hun een prima leven te bezorgen. Haar inkomsten besteedde ze aan liefdadige instellingen, gaf ziekenhuizen de benodigde apparatuur en vertoonde zich niet in goktenten waar el-Attrache kind aan huis was.' Oum is anders dan Asmahan. Ze treedt niet op in weinig verhullende japonnen in tingeltangels van bedenkelijk allooi, maar verschijnt altijd keurig gekleed in respectabele gelegenheden. Ze maakt niet, zoals gebruikelijk is onder Arabische zangeressen, onderdeel uit van showtjes met goochelaars, buikdanseressen en buiksprekers, maar geeft heuse recitals in het Azbakiyya-tuintheater of de Koninklijke Opera aan het el-Atabaplein. Dit mag als een belangrijke doorbraak worden beschouwd voor de erkenning van haar muziek. De Koninklijke Opera was het beroemdste aller Egyptische theaters, ooit haastig in nog geen vijf maanden gebouwd naar het voorbeeld van de Milanese Scala, om te kunnen functioneren bij de opening van het Suezkanaal. Hier had de Egyptische onderkoning Ismaël Pascha, operaliefhebber tot op het bot, de première van de opera Aida gepland, speciaal door Verdi geschreven. De Italiaanse meestercomponist had de uitnodiging daartoe echter in een brief aan Pascha van 9 augustus 1869 resoluut van de hand gewezen: `Het is niet mijn gewoonte gelegenheidsstukken te schrijven.' Daarom werd het theater op 1 november 1869 in aanwezigheid van de keizer van Oostenrijk, de Duitse Kaiser Wilhelm i, prins Willem der Nederlanden, een Russische grootvorst, de Britse Hoge Vertegenwoordiger en onderkoning Ismaël maar ingewijd met Verdi's Rigoletto, onder leiding van de Emanuele Muzio, de enige leerling van de maestro. De Opera had met tule afgeschermde loges voor dames. Het was, tot het zo'n dertig jaar geleden voor de tweede maal afbrandde het meest prestigieuze theater in de Arabische wereld. De eerste keer brandde het af kort na de opening, waarna het herbouwd werd en op 24 december 1871 heropende met... Aida. Het enorme bedrag van honderdvijftigduizend Franse francs en de dreiging van de Pascha om Wagner of Gounod te vragen de opera te schrijven hadden Verdi alsnog doen zwichten. Het verheven karakter van de Koninklijke Opera ten spijt, prefereerde Oum de onder het gewone volk razend populaire Kasr el-Nil- of Ballonbioscoop. Inmiddels is dit gebouw herdoopt in het Oum Kalsoum-theater. Het staat aan de heksenketel van de altijd razende verkeerschaos hoek 26-julistraat en Nijlstraat. Het was een van de twee vaste theaters waar ze gedurende bijna een halve eeuw zong. http://digiboek.50megs.com/oumkalsoum/images/young1.jpg

ErikS
30-12-2004, 16:53
Waar blijft de samenvatting? :confused:

Amazoelloe
30-12-2004, 16:56
Ez-Zamâlik is een deftige ambassadewijk. De 26-julistraat loopt via twee bruggen dwars over het Nijleiland el-Gezîta. Oum Kalsoum werkt meestal dicht bij huis. De live-concerten vinden plaats aan de twee uiteinden van een van Cairo's belangrijkste verkeersaders; voor studio-opnamen hoeft ze na de brug alleen maar rechtsaf te slaan naar het aan de oostzijde van de Nijl gelegen immense omroeppaleis van De Stem van Cairo, Sawt el-Cahira. Met haar serieuze liederen lijkt Oum geschapen voor een uitzending op de donderdagavond, voorafgaand aan de op vrijdag gehouden islamitische `zondag'. Als in 1935 voor het eerst rechtstreeks een concert van de zangeres door de radio wordt uitgezonden, zou dat het begin zijn van een waar instituut in de Arabische wereld, een decennia durende serie live-concerten op elke eerste donderdag van iedere maand. Het verhaal wil dat haar stem zo krachtig was dat de microfoon het begaf toen ze er tijdens die allereerste live-uitzending te dicht bij kwam. http://digiboek.50megs.com/oumkalsoum/images/1945.jpg Oum Kalsoum in 1945. In datzelfde jaar 1935 maakt ze haar debuut in de film Wadâd. De hieruit afkomstige nummers `Laih ya zaman' en `Ya tair', composities van Mohamed Qasabgi op tekst van Ahmed Rami, worden monsterhits. Omstreeks deze tijd is in Nederland de klarinettist Willem Langestraat druk in de weer met Oum Kalsoum. De uit Delftshaven afkomstige musicus krijgt in 1932 in de haven van Schiedam van een zeeman een 78-toerenplaat. Naast Arabische tekens op het label staat op de hoes de leesbare mededeling dat het gaat om `Les chansons eternelles d'Umm Kullthum' betreft. De Nederlander luistert gefascineerd naar de melancholieke klanken en verwerkt stukjes daarvan in zijn spel. Na de tweede wereldoorlog rijst de ster van Langestraat onder verschillende namen. Voor de bevrijders is hij `Bill Longstreet from Holland' wiens easy swing de Canadese en Amerikaanse intimiteiten met vaderlandse meisjes begeleidde. Via platenmaatschappij Decca belandde Langestraats' composities in Zuid-Amerika en verandert Hollandse Willem uit Schiedam in Se¤or Laguestra, leider van niet minder dan tien verschillende samba-rumbaorkesten. Als Laguestra staat hij te boek als de eerste Nederlander die een Zuidamerikaans getint orkeststuk schreef. Terwijl de Latijnsamerikaanse klanken hoogtij vieren, kan Langestraat die eerste Arabische plaat niet vergeten. De muziek boeit hem mateloos. De Avro is verbaasd als Laguestra tijdens het razend populaire radioprogramma De Bonte Dinsdagavondtrein komt aanzetten met de Algerijnse luitspeler Taoud Ben Nacef. We schrijven 1957 en het is historie: niet alleen introduceert Langestraat Arabische muziek in Nederland, hij heeft ook nu nog in de Arabische wereld zijn fans. Radio Nederland Wereldomroep speelt tijdens zijn op het Midden-Oosten gerichte uitzendingen vaak Laguestra-arrangementen van liederen van Oum Kalsoum. Weinig mensen weten dat deze in maart 1991 zevenenzeventig jaar geworden multi-muzikant al twintig jaar lang dagelijks op de Nederlandse tv-netten te horen is. Telkens wanneer Loeki de Leeuw in de Ster-reclame verschijnt, gaat dit gepaard met door Langestraat gecomponeerde, soms oriëntaals klinkende riedels. Fans van Oum die werden uitgelachen omdat ze tussen de diverse spotjes fragmenten uit het oeuvre van de Arabische zangeres meenden te herkennen, beschikken over een uitstekend gehoor.

Amazoelloe
30-12-2004, 16:57
Terwijl in Schiedam Arabische klanken aan de klarinet worden ontlokt door Willem Langestraat, sterft in 1936 in het verre Egypte koning Fouad. Zijn zoon Faroek keert terug uit Engeland om de troon te bestijgen. Al was Egypte in 1922 reeds als onafhankelijke staat erkend, toch handhaafde Engeland zijn leger in de Suezkanaalzone en eigende het zich via een verdrag de verdediging van Egypte toe, evenals het recht om de eerstvolgende twintig jaar de havens van Alexandrië en Port Said te mogen gebruiken. In juli van 1937 wordt Faroek als koning geïnstalleerd. Echt veel belangstelling heeft het gewone volk niet voor de gebeurtenis, omdat gelijktijdig de film Nasid al Amal van Oum Kalsoum in twaalf van de zesentwintig bioscopen van Cairo draait. Ook het huwelijk van de nieuwbakken koning in het daarop volgende jaar met prinses Farida, die hem drie dochters schenkt, kan nauwelijks enthousiasme teweegbrengen. Net zomin als de trouwpartij van kroonsjah Reza Pahlevi van Iran, die zich in Cairo met Faroeks zuster Fawzia verbindt. Het zijn kostbare aangelegenheden, die door de arme bevolking moeten worden betaald. In de zomer van 1940 vallen de Italianen Egypte binnen, maar worden in december tot Libië teruggedrongen. Met ondersteuning van het Duitse Afrikakorps van veldmaarschalk Rommel lukt het de Italianen in april 1941 alsnog de Egyptische grens te overschrijden. Na de inname van Tobroek slaagt Rommel erin door te stoten tot de stelling van el Alamein, een dorp op 100 kilometer ten westen van Alexandrië. Een Brits tegenoffensief onder Montgomery dwingt hem echter zich terug te trekken tot aan Bengazi. In 1947 vertrekken de Britse troepen uit Cairo, maar niet uit heel Egypte, waar ze pas acht jaar later zullen verdwijnen. Keizerin Fawzia van Iran keert ernstig vermagerd terug bij haar koninklijke familie in Egypte. Dat ze niet van ellende in Teheran is gestorven, kwam omdat ze stapels platen van Oum had meegenomen, zo zou ze later verklaren. In 1946 ontvangt de zangeres uit handen van koning Faroek de Nijlprijs, een hoge onderscheiding van verdienste in Egypte. Op 15 mei 1948 loopt het Britse mandaat over Palestina af en roepen joodse bewoners van het gebied de staat Israël uit, hetgeen leidt tot de eerste Arabisch-Israëlische oorlog. De Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties geeft blijk absoluut geen verstand van de zaak te hebben als hij tijdens een bijeenkomst joden en Arabieren oproept om hun geschillen bij te leggen `als goede christenen'. Egypte lijdt een nederlaag tegen Israël. Op 17 september vermoorden joodse terroristen de Zweedse graaf Folke Bernadotte, die tussen de oorlogvoerenden bemiddelt. Datzelfde jaar komt het ook tot een scheiding tussen koning Faroek en koningin Farida. `Men' weet dat dit het gevolg is van de overmatige belangstelling van de koning voor de liederen van Oum. Aangeslagen door de verliezen tegen Israël draait Faroek tot diep in de nacht haar platen. Oum zelf moet niets van al die koninklijke aandacht hebben. Ze weet de meeste uitnodigingen om in het paleis op te treden te omzeilen. Op een ochtend komen in Cairo een jongen en een meisje arm in arm de juwelierswinkel van een hofleverancier en vertrouweling van de koning binnen. Het is Zaki Hashem, die in Amerika economie heeft gestudeerd en vervolgens een betrekking heeft gekregen bij het secretariaat van de Verenigde Naties. Hij komt naar de juwelierszaak om samen met zijn zestienjarige verloofde Narriman Sadek ringen uit te zoeken. Dan wordt de juwelier naar achteren geroepen. Even later is hij weer terug en vraagt hij het aanstaande paar met een smoesje de volgende dag terug komen. `In mijn zaak in Alexandrië heb ik veel mooiere ringen.' In werkelijkheid heeft een lid van Faroeks speciale dienst zijn oog op de oogverblindende schoonheid van Narriman laten vallen. Diezelfde dag rijdt Faroek in zijn speciale trein snel naar Cairo, praat met de juwelier en stuurt zijn bedienden langs alle fotografen om foto's van de kleine Narriman op te halen. Twee dagen voor de bruiloft vertelt Hussein Fahmi Sadek, de schoonvader in spe, aan Zaki Hashem dat zijn bruiloft op koninklijk bevel is afgelast. Zaki kan niets doen tegen de almachtige Faroek. Tegen zijn vrienden zegt hij zich te voelen alsof hij door een atoombom was getroffen. Hij reist snel terug naar Amerika. De affaire voedt de algemene ontevredenheid. De koning negeert de publieke opinie. Hoewel hij moet weten dat de Egyptische bevolking deze manier van doen verafschuwt, besluit hij dat de bruiloft nog grootser moet worden dan die met Farida. Met triomfbogen en grote verlichte afbeeldingen van het nieuwe paar worden de straten versierd. De koning viert zijn huwelijk in 1951 met `de buitensporigste koninklijke huwelijksreis die de geschiedenis ooit beleefde'. In Monte Carlo maakt hij historie als enige monarch die de bank van het casino laat springen. Terwijl Narriman twee uur in een aangrenzend vertrek moet wachten en Faroek uiteindelijk een berichtje stuurt dat ze naar bed is, speelt de koning door. Om zes uur in de ochtend moet het spel worden stopgezet omdat de croupiers meer geld moeten laten aanrukken. De koning stopt dan, bulderend van het lachen, en rijdt, gevolgd door acht lijfwachten, naar het H“tel de Paris, waar hij met de zojuist ontwaakte Narriman een ontbijt van zes gangen gebruikt, waaronder biefstuk, meloen en - opvallend genoeg - bacon. Na terugkeer in Egypte laat de oppositie aan Faroek weten dat `het geduld van het volk ten einde is. Wij vrezen dat er spoedig een opstand zal uitbreken die Egypte tot de ondergang voert. Door uw koninklijke decreten bestaat er geen bewind meer op parlementaire basis'. Er waren al twee aanslagen op de koning gepleegd. Bovendien kwam het tot een openlijke breuk tussen Faroek en koningin-moeder Nazli, wanneer deze haar dochter Fathia toestaat met een christen uit San Francisco te trouwen. Faroek is woedend. Het huwelijk van zijn zuster loopt dank zij niet-aflatende intriges op instigatie van Faroek zelf uit op een scheiding en krijgt een dramatisch staartje als de ex-echtgenoot prinses Fathia vermoordt. Op de ochtend van januari 1952 staat het grote plein voor het Abdinpaleis in Cairo vol militairen uit alle eenheden van het Egyptische leger. Van de citadel bulderen de kanonnen. Hoog boven op het balkon staat de gedrongen Faroek met in zijn armen zijn nieuwgeboren zoon en erfgenaam, kroonprins Ahmed Foead. Als het gebulder van de saluutschoten voorbij is, stapt de koning naar de rand van het balkon en spreekt de militairen toe: `Hier is de kroonprins van Egypte. Ik plaats mijn zoon in jullie handen.' Zes maanden later is Faroeks koningschap voorbij en heeft de baby officieel zijn plaats ingenomen. Dat is na de coup d'état van 23 juli 1952. Voor het eerst sinds de farao's wordt het land weer geregeerd door een Egyptenaar: Mohamed Naguib. Faroek vertrekt in ballingschap naar Italië. Op 18 juni van het daaropvolgende jaar wordt de monarchie afgeschaft en proclameren militairen de republiek Egypte, met Naguib als president. Op 18 april 1954 wordt kolonel Nasser, na de val van generaal Naguib, minister-president. Sotheby's heeft twee weken nodig de geconfisqueerde spullen van Faroek te veilen.

Amazoelloe
30-12-2004, 16:59
De revolutie maakt een diepe indruk op Oum. Ze breidt haar stijl uit en zingt naast lofliederen op Egypte ook politiek getinte songs. Nasser noemt zichzelf haar grootste fan. De dochter uit de Nijldelta telt meer staatshoofden onder haar vereerders. Als koning Hussein van Jordanië in 1955 trouwt met prinses Diana, wordt Oum met een speciaal vliegtuig vanuit Cairo overgevlogen om het feest luister bij te zetten. Kort daarop brengt haar manager Zaki Hashim (de latere minister van Toerisme en prive-advokaat van Oum Kalsoum) een artistieke overeenkomst tussen de zangeres en het staatsbedrijf Sawt el-Cahira (Sono Cairo) tot stand. Op 19 oktober 1954 sluit Nasser met Engeland een verdrag waarbij de terugtrekking van alle Britse troepen uit de Suezkanaalzone binnen twintig maanden wordt overeengekomen. In geval van oorlog zal het kanaal Engeland ter beschikking staan. Een jaar later vertrekken de Britse troepen daadwerkelijk uit Egypte. Nasser wordt bij referendum op 23 juni 1956 president. Op 26 juli maakt hij de nationalisering van het Suezkanaal bekend. Bij de aanleg een eeuw eerder hadden niet minder dan honderdvijfentwintigduizend Egyptenaren het leven gelaten. Met de kanaalgelden kan de bouw van een dam bij Aswan worden gebruikt, omdat de Verenigde Staten hun aanbod om de dam te financieren hadden ingetrokken. Op 20 oktober vallen Israëlische troepen Egypte binnen. Een Brits-Frans ultimatum (stationering van Franse en Britse troepen in de kanaalzone) wordt door Egypte afgewezen. Op 31 oktober bombarderen Engeland en Frankrijk gezamenlijk Egypte. Op 6 november volgt de luchtlanding van Frans-Britse troepen en veroveren deze een bruggehoofd in Port Said. Israël doet ook mee en er klinken dreigende waarschuwingen van de kant van de Sovjetunie. Al die tijd klinkt de krachtige stem van Oum Kalsoum via de ether over het Midden-Oosten. De Egyptische soldaten worden door haar moed ingezongen terwijl Britse, Franse en Israëlische vliegtuigen hun bommen op Cairo droppen: Als een lichtflits is het volk, Als een berg staat het overeind, Het woelt als de oceaan, Als een kwade vulkaan is het volk, Een spuwende vulkaan, Indringers: beef! De Verenigde Naties worden ingeschakeld. Op 7 november volgt er een wapenstilstand en zenden de vn een internationale politiemacht voor bezetting van het Suezkanaalgebied. Op 22 december vertrekken onder dwang van de vn de laatste Franse en Britse troepen. Maar de spanningen met Israël blijven bestaan totdat het Sinaï-schiereiland op 7 maart 1957 tot aan Gaza ontruimd is. Die dag is het tevens de eerste donderdag van de maand. Oum Kalsoum geeft een bijna zes uur durend concert, waarop zij onder andere zingt: De stem van de vrede heeft gezegevierd, Die de verslagen indringers doet verstommen, Onze zielen zijn ten offer gevallen In de strijd voor iedere onderdrukte, O dapper Port Said, Jouw hevig verzet tegen de aggressors Is een symbool geworden Van het verval van de imperialistische machten, Van het einde van hun overmacht In het oosten. Op 1 februari 1958 sluiten Egypte en Syrië zich aaneen tot de Verenigde Arabische Republiek, waarvan ook Jemen lid wordt. De moord op de journalist Nasib al-Matni is de directe aanleiding tot het uitbreken van een burgeroorlog in Libanon, waarbij Egypte zich fel keert tegen het op het Westen georiënteerde bewind van president Camille Khamoun. Op 14 juli van datzelfde jaar wordt koning Feisal van Irak met zijn familie in zijn paleis in Bagdad vermoord. Kort na de moorden in Bagdad bereidt Oum Kalsoum zich voor op haar optreden tijdens het internationale muziekfestival van Damascus. De Libanese schrijver Said Fariha herinnert zich de repetitie. Na afloop vroeg Oum hem: `Wat denk je ervan om met ons mee te komen?' Fariha antwoordde: `Met ons? Wie bedoelt u?' `Ik bedoel met mij en Mohamed Dassouki, de zoon van mijn zus.' De schrijver aarzelde... ja maar... De zangeres repliceerde met `Geen gemaar, flauwe kul. Ga je spullen pakken, dan zien we elkaar op het vliegveld.' De schrijver bedankte haar hartelijk voor de eer van deze uitnodiging: `Ik was niet voorbereid, geestelijk niet in de stemming, omdat er in mijn land Libanon een burgeroorlog woedde en de boel leek te exploderen. Maar Oum Kalsoum reageerde als volgt: "O mijn god, was jij het niet die ooit heeft geschreven dat zingen en muziek maken je je zorgen deden vergeten en je ziel reinigde en dichter bij God bracht? Als dat zo is, ga dan met ons mee". Ze heeft mij overtuigd en ik ging mee naar Damascus. Wat me verbaasde was dat ik ontdekte dat Oum Kalsoum de "Ayat Koursi" [een koranvers dat vooral bij moeilijke situaties wordt aangehaald] reciteerde voor haar vertrek. Dat deed ze op het vliegveld van Cairo diverse malen voor ze het vliegtuig betrad. In haar tas had ze een paar kilo sinaasappels. Dat is een bekend verhaal, dat bij ieder buitenlands concert de kranten wel haalde: Oum verlaat nooit Egypte zonder haar kussen om op te slapen en een grote hoeveelheid Egyptische sinaasappels mee te nemen. Niks geen Spaanse, Portugese, Marokkaanse of welke andere sinaasappels dan ook, maar uitsluitend Egyptische, want die zouden haar gezond houden tot aan het eind van haar leven.' Als de rust in Libanon tijdelijk is weergekeerd, treedt Oum in 1959 weer op in dit land en ontvangt ze uit handen van de Libanese president de orde van de Libanese Ceder. Nasser hangt haar op 26 meert 1960 de Order of Merit van de eerste klas om. Het sterrendom van Oum Kalsoum inspireert tal van nieuwe zangeressen. Iedereen die maar enigszins het timbre benadert, wordt al snel als haar opvolgster of `de nieuwe' Oum Kalsoum op de markt gegooid. Zoals de Algerijnse zangeres Warda, die in het begin van de jaren zestig op het Pathé-label `Ya Zalemni' opneemt. Veel succes heeft het singletje niet, omdat het nummer al eerder door Oum op de plaat was gezet. Als de Nederlandse regering in diezelfde tijd de eerste gastarbeiders uit Noord-Afrika haalt, wagen sommige onder deze nieuwkomers het een Nederlandse platenwinkel binnen te stappen. Je weet maar nooit, en je kunt toch altijd vragen of ze misschien platen van de Egyptische superster Oum Kalsoum verkopen. Tenslotte was ze buiten de Arabische wereld ook razend populair in Brazilië, Iran en Afghanistan. Het buitenlandse aanbod in de Hollandse platenwinkels was in die tijd zeker gevarieerd: Argentijnse tango's van Melando en Laguestra, Indonesische Nina Bobo's van Anneke Gr”nloh, Surinaamse B.B. met R. van Max Woisky jr, Griekse `Pinda pinda lekka' van Trio Hellénique en het Spaanse `Maria No Mas' van Cliff Richard scoorden goed in die dagen. Maar van de Egyptische zangeres had men nog niet gehoord. De eerste voor de verkoop bedoelde grammofoonplaten van Oum Kalsoum arriveren eind april 1965 in Nederland. Ze werden door Karel Pastor, eigenaar van een in volksmuziek gespecialiseerd Haarlems platenwinkeltje persoonlijk uit Egypte gehaald. Vanuit de Barteljorisstraat vertrok hij in een Dafje via Spanje, Marokko, Algerije, Tunesië en Libië naar de platenmaatschappij Sono Cairo. Onderweg had Pastor al geruchten gehoord: de zangeres zong niet meer. In Cairo bevestigde men het slechte nieuws. Kort voor zijn aankomst had de zangeres last van haar stembanden gekregen. Alle optredens en opnamen waren afgezegd. Oum zou een operatie moeten ondergaan en het was nog maar zeer de vraag of ze ooit nog zou zingen. Dit veroorzaakte een run op de platen van de zangeres, alsof iedereen aan het hamsteren sloeg. Met pijn en moeite kreeg Pastor tachtig platen mee. In Alexandrië ging het autootje met de drie doosjes lp's op de boot naar Libanon om via Damascus, Aleppo en Istanbul terug te koersen naar de Spaarnestad. Daar werden de hoezen geschud en het woestijnzand voorzichtig van de platen geblazen. Vervolgens moest Karel Pastor het Arabisch alfabet leren om te kunnen ontcijferen welke platen hij van de Ster van de Oriënt had aangeschaft. De titels stonden alleen op het label zelf, de dikke kartonnen buitenhoezen waren alle eender. Na ontcijfering werd er keurig een etiketje getypt en op de hoes geplakt.

Amazoelloe
30-12-2004, 17:00
Oum Kalsoum vertrekt naar de Verenigde Staten om een stembandoperatie te ondergaan. De Arabische wereld houdt de adem in. Het is wekenlang voorpaginanieuws en het belangrijkste onderwerp in de televisie- en radiojournaals. Deskundigen op het gebied van stembandoperaties worden voor de camera gehaald. Terecht wordt er gevreesd dat Oum nooit meer zal zingen. Acht maanden lang wordt er gespeculeerd over het welslagen van de operatie. Als eindelijk bekend wordt gemaakt dat Oum weer zal zingen, vrezen miljoenen dat de Amerikanen `het beste stukje van haar stemband' hebben weggenomen. De come-back is grandioos. In mei 1966 zingt ze in aanwezigheid van onder anderen Sovjetpremier Aleksej Kosygin tijdens het feest van de ingebruikname van de Aswandam. En kort daarop komt haar eerste optreden buiten de Arabische wereld. Veertig jaar na de eerste uitnodiging vraagt Parijs haar weer, voor twee concerten in 'le plus célŠbre music-hall du monde', het Olympia aan de boulevard des Capucines van Bruno Coquatrix. Samir Tewfi, verslaggever bij Egyptes grootste krant Al Akhbar, reist in hetzelfde vliegtuig met Oum naar Parijs en is samen met collega Mostafa Soliman van Cairo-televisie aanwezig bij de optredens. Ik word door beide senior-reporters ontvangen op Nileboat Sphinx ii die, als hij buiten het toeristenseizoen stil ligt naast de el-Galabrug, tijdelijk onderkomen biedt aan tal van journalisten, schrijvers, dichters en musici. Het is avond en ramadan. Tewfi, als Koptisch christen niet verplicht tot ontzegging van drank en voedsel `zolang je een witte van een zwarte draad kunt onderscheiden' (en het dus licht is), vast gedurende de ramadan gewoon mee `uit solidariteit met mijn collega's op de krant'. In Cairo is het einde van de vastendag magisch. De altijd lawaaierige stad van vijftien miljoen inwoners valt dan voor een halfuur stil. Iedereen zorgt ervoor om op tijd aanwezig te zijn voor dat moment, de minuut waarop die dag het avondontbijt, de iftar, mag worden genuttigd. Samir Tewfi moet lachen: `Radio en televisie halen rond dat moment dezelfde luister- en kijkdichtheid als dat met de live-concerten van Oum Kalsoum het geval was.' Ook al heb je geen radio of tv aan, dan nog is er geen vergissing mogelijk. Het is alsof er een kanonschot van stilte wordt gegeven. Geen wringende en toeterende verkeerschaos, geen geschreeuw van venters, geen schrille politiefluitjes, de miljoenen inwoners van Cairo zijn aan het kanen. Tewfi moet tijdens het breken van de vasten altijd automatisch aan Oum Kalsoum denken, `want als zij optrad, was het ook zo stil. Alleen duurde die stilte langer'. Na een halfuur komt de geluidsorgie van deze miljoenenstad weer langzaam op gang, om vervolgens tot een allesovertreffende herrie uit te groeien. Na de iftar ga je immers met alle vijftien miljoen de straat op om te laten horen dat je er nog bent. Op het dek van de Sphinx ii vertelt Tewfi over zijn trip met Oum naar Parijs. Aangezien de Franse organisator Bruno Coquatrix niet goed kan inschatten of deze Egyptische dame wel volle zalen zou weten te trekken, terwijl hij maar liefst Ÿ[hsp]85[hsp]000 moet betalen, begint hij de voorverkoop twee maanden eerder dan normaal. Een uur nadat de kassa openging, waren de kaarten voor beide soirees uitverkocht. Uiteindelijk doen ze op de zwarte markt het twintig- tot dertigvoudige van de oorspronkelijke prijs. Drie weken voor het geplande optreden komt het slechte nieuws: het concert is voorlopig uitgesteld tot acht maanden later. Na de goed verlopen operatie aan haar stembanden wordt het Parijse optreden van de Ster van de Oriënt opnieuw aangekondigd. De aanvragen voor perskaarten is ongekend. Niet alleen vertegenwoordigers van alle Franse kranten en de met Oum meevliegende journalisten van de grootste Egyptische bladen willen de concerten verslaan, de lijst van correspondenten die nummer ope 47-20 aan de boulevard des Capucines bellen wordt steeds langer. Zeven velletjes vol namen: Constantin Chrysostalis van de Griekse radio, Jan Brusse met telefoonnummer ric 13-79 voor de Avro, Mme Anderson voor Noorwegen, L.J. Klein voor de Radiodiffusion Néerlandaise, een monsieur Van Gelder, ook al van de Radiodiffusion Néerlandaise, Ahmed Alaoui van het Marokkaanse dagblad al-Alam, Naftali Levine voor Kol Israël en de heer Bletz, correspondant de la Télévision N‚erlandaise. Het eerste Olympia-concert, in 1966, verloopt chaotisch. Nadat het orkest de ouverture van `Al-Atlal' heeft gespeeld en de zangeres zich uit haar zetel verheft om de eerste woorden te zingen, staat er plotseling een man op het podium om haar te omhelzen. Als Oum een afwerend gebaar maakt, knielt de man voor haar neer en probeert haar voeten te kussen. Daarbij grijpt hij de zangeres bij haar enkels. Deze kan haar evenwicht niet meer bewaren en valt met een harde dreun achterover op de planken. Onmiddellijk zakt het gordijn en worden de zaallichten ontstoken. De schuldige slaat zich ontsteld een paar maal op het hoofd, staat enige momenten hulpeloos en met tranen in zijn ogen voor het voetlicht en wordt vervolgens weggeleid onder gefluit en getier van het publiek, waaronder Jacques Brel, Simone Signoret, Salvador Dal¡, Jean-Paul Sartre, Yves Montand, Gérard Jouannest, Léo Ferré, Jean Ferrat, Dalida, Georges Brassens en Enrico Macias. Minutenlang verkeert de zaal in onzekerheid of het concert wel verder zal gaan. Het voorval haalt alle bladen en Paris Match besteedt er een complete fotoreportage aan: de val van de Ster van de Oriënt wordt in drie verschillende stadia paginagroot afgedrukt. Na afloop van het concert verklaart Oum tegenover de pers: `Ik ben een eenvoudige Egyptische en heb niets gedaan om dit grote succes te verdienen.' Het imposantste van de vele gigantische bloemstukken die worden bezorgd, is afkomstig van Charley Marouani, de manager van Jacques Brel uit het Tunesische Sousse. De belangstelling van Oum gaat vooral uit naar één enkele witte roos met een briefje, van de veroorzaker van de val. Wat erin stond, is de aanwezige journalisten niet bekend. Het briefje verdwijnt na lezing in de handtas van de zangeres.

Amazoelloe
30-12-2004, 17:03
Het concert dat Oum Kalsoum op 1 juni 1967 in Cairo geeft lijkt opnieuw haar laatste optreden te zijn. Niet dat er iets met haar keel aan de hand is, maar vijf dagen later breekt de zesdaagse oorlog uit, waarbij Israël de Gazastrook, de Sinaï, de Syrische Golanheuvels en Jordanië ten westen van de Jordaan, inclusief het oude stadsgedeelte van Jeruzalem, bezet. Noch de Veiligheidsraad, noch de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties komen tot een eensgezinde houding, uitgezonderd de eis dat de vroegere situatie in Jeruzalem hersteld moet worden. Een geëmotioneerde Oum Kalsoum maakt bekend dat ze pas weer zal zingen als de Palestijnen hun land terug hebben. Het is een extra domper op het toch al zo zwaar geteisterde moreel van de Arabische wereld: een verloren oorlog en de allermooiste stem, vol van hoop en verlangen, die weigert te klinken. Iedereen probeert Oum Kalsoum van haar besluit af te brengen: `Schenk ons uw troostende woorden' staat er boven een foto van de zangeres op de cover van een groot weekblad. President Nasser zelf brengt een bezoek aan haar huis aan de Abu el-Fidâstraat en smeekt haar weer te gaan zingen: `Uw muziek is zo ontzettend belangrijk voor de mensen.' Oum stemt toe weer op te treden, maar alleen als alle inkomsten ten goede komen aan de Palestijnse vluchtelingen en slachtoffers onder de Egyptische soldaten. Een paar dagen nadat ze het voor het eerst heeft gezongen, ligt het lied `Thuwwaar' (Revolutionairen) op de lippen van alle Arabieren: Wij zijn de revolutionairen - tot het uiterste, Waar we gaan bloeien de bloemen op, Zolang het Arabische volk de handen ineen heeft geslagen, Zal de revolutie doorgaan en de strijd zich overal verspreiden. In 1968 treedt Oum op in een uitverkocht el-Menzah-stadion in Tunesië. Het wordt gedeeltelijk vastgelegd op 16mm-film en vormt daarmee een van de zeldzame Kalsoum-opnamen in kleur. Na afloop wordt ze door president Bourguiba onderscheiden met de Grote Prijs van zijn republiek. Uit handen van de Egyptische president Nasser ontvangt ze datzelfde jaar een diplomatiek paspoort en de Medaille van Verdienste der Republiek, die op 18 december 1968 onder massale belangstelling van de Arabische pers wordt uitgereikt. De Egyptische ministerraad verleent haar tevens de Staatskunstprijs ter waarde van 2500 pond, welk bedrag door de gelauwerde wordt gestort in een pensioenfonds voor artiesten. Kolonel Omar Moammer Khadafi grijpt op 1 september 1969 de macht in Libië. Een eerdere poging, de maand daarvoor gepland, moest worden uitgesteld omdat op die avond Oum Kalsoum een concert gaf. De planning van de kolonel is nu beter en drie dagen voor Oum opnieuw optreedt, wordt de bejaarde koning Idriss afgezet en wordt het land een republiek. Kort na haar terugkeer in Cairo van het optreden te Baalbek in Libanon in 1970, waar ze onder meer haar beroemde lied `Assaal Rouhaq' (Vraag je ziel) zong, brengt George Ibrahim Khouri samen met de bekende schrijver Said Fariha en de zonen van de zus van Oum Kalsoum, Mohamed en Rifaat Dassouki, een avond met de artieste door. Khouri vertelt Oum Kalsoum dat er de laatste tijd veel kritiek was op de lengte van haar liederen; ze zijn erg lang, `terwijl wij in een snelle tijd leven'. Zangeressen als de Libanese Fairouz hebben veel succes met hun korte nummertjes. Oum Kalsoum antwoordt: `Mijn liederen zijn eigenlijk niet echt lang, eigenlijk heb ik niet één lang lied. Maximaal zijn het liederen die ongeveer twintig minuten, zeg maar een halfuurtje zouden duren. Dat kun je zien op de platen. Maar als de liederen tijdens zo'n concert worden uitgevoerd, dan wordt het anders. Want ik en het lied worden van het publiek, dat bepaalt hoe lang zo'n lied moet duren, en of er gedeelten herhaald moeten worden.' Dit gesprek had plaats in het Stowra Park Hotel, waar Oum een feestje kreeg aangeboden ter gelegenheid van haar succes in Baalbek. Na afloop was de zangeres een beetje ziek. George Khouri vroeg of ze misschien pillen nodig had om te kunnen slapen. Oum antwoordde resoluut: `Nee, niks geen chemie, ik wil liever gewoon rust.' Kort daarop, op 28 september 1970, sterft misschien wel de grootste fan van de zangeres, president Nasser, op tweeënvijftigejarige leeftijd aan een hartaanval. Honderdduizenden door verdriet overmande Egyptenaren stromen samen rond het Kubbethpaleis in Cairo waar het lichaam ligt opgebaard. Op de dag van de begrafenis volgt Oum de gebeurtenissen via de televisie. De omvangrijke wenende menigte roept `Nasser, Nasser' en doorbreekt de afzetting van soldaten en politieagenten langs de tien kilometer lange route, waarbij honderden gewond raken en de baar bijna ondersteboven wordt geduwd. Na drie uur bereikt het stoffelijk overschot de gloednieuwe moskee in de buurt van Cairo waar de president in een witte lijkwade wordt begraven op de plek waar hij in 1952 het sein had gegeven voor de staatsgreep tegen koning Faroek. Er zijn naar schatting twee miljoen mensen op de been. Tot Oum Kalsoums begrafenis zou de teraardebestelling van Nasser als de drukstbezochte in de moderne geschiedenis te boek staan. De concerten van 1 oktober en 5 november worden in verband met de veertigdaagse rouwperiode afgelast. Nasser wordt opgevolgd door Anwar Sadat, vanwege zijn loyaliteit jegens zijn voorganger wel spottend `Nassers poedel' genoemd. Nasser was een vaste bezoeker van de concerten van Kalsoum en had alle platen van haar in huis. Mevrouw Nasser kwam zelden in beeld, maar hoe zal dat zijn met de nieuwe first lady? Cairo gonst van de geruchten. De echtgenote van de nieuwe president, mevrouw Jihan Sadat, zou de Libanese zangeres Fairouz prefereren. Ze zou tijdens het tennissen op de sportclub van Gezîra gezegd hebben dat ze niet begreep waarom de Egyptische mannen nog steeds naar dezelfde zangeres luisteren als hun grootvaders toen deze jong waren. Mevrouw Sadat zou het niet zo goed kunnen hebben dat er een Egyptische vrouw was die hoger werd geschat dan zijzelf. Waren de beide dames gelijktijdig aanwezig bij een of andere officiële aangelegenheid, dan zouden ze zo ver mogelijk uit elkaars buurt blijven, zo `wist' men. Volgens wijlen Kamal el-Mallakh van Al Ahram waren al deze verhalen uit de lucht gegrepen. Er was absoluut niets aan de hand. De dood van Nasser had, behalve het verlies van een toegewijd bewonderaar, verder geen verandering voor Oum Kalsoum ten gevolg. El-Mallakh: `De mensen waren toch helemaal niet geïnteresseerd in mevrouw Sadat. Alle aandacht ging als vanouds naar de Ster van de Oriënt, ons belangrijkste exportprodukt. Er werd wel beweerd dat we na de dood van Nasser de Libanese zangeres Fairouz ten koste van Oum propagandeerden. Dat is onzin. Fairouz was toen al een uitstekend artieste. Gehuwd met een begenadigd componist, Elias Rahbani. Maar Oum Kalsoum was al tijdens haar leven een legende, een cultus. Het gebeurde dat er één miljoen dollar werd geboden voor de sjaal die zij tijdens haar optredens in de hand hield. Maar de oliesjeik die zo met miljoenen liep te smijten, kreeg hem niet. Mevrouw Kalsoum had zijn miljoenen niet nodig en schonk haar sjaal die avond aan een vrouwtje dat tien jaar had gespaard om het concert bij te kunnen wonen. De Koeweiti werd door de gelukkige nieuwe eigenares van de sjaal afgebluft met de mededeling dat ze die "voor nog geen tien miljoen Amerikaanse dollar" van de hand zou doen.' Ook in Nederland is Oum in die tijd onder trendsetters een cultfiguur aan het worden. Dat gebeurt wanneer haar man, de dermatoloog dr Hasan el-Hifnaawy, een gastcollege geeft aan de Utrechtse universiteit. Als eerste in Europa draait Koos Zwart `Amal Hayati' in het Vara-programma (P)opdonder +. Het weekblad Hitweek schrijft een groot artikel over het fenomeen. Willem de Ridder interviewt platenhandelaar Karel Pastor over `zijn ontdekking' en zelfs bij de Tros klinkt de Ster van de Oriënt meerdere malen per maand in Willy Langestraats (Laguestra) programma Van heinde en verre. Oum Kalsoum zal zelfs op de Nederlandse televisie verschijnen! Haar Europese televisiedebuut betreft een tien minuten durende opname van het nummer `Al Atlal', gemaakt tijdens haar optreden in het el-Menzah-stadion in Tunesië. In 1968 ontvangt de zangeres een pakje uit Holland. Het verhaal over een Arabische zangeres die meer platen verkoopt als Elvis Presley en de Beatles samen is tot achter de duinen doorgedrongen. Jaren voordat sterren als Michael Jackson of Madonna worden gemerchandised, ondernemen de Universele Textieldrukkers (utd) uit Heemstede, gespecialiseerd in het drukken van vlaggen en vaandels, een poging. De ontwerper van de firma koopt in Haarlem voor Ÿ[hsp]28,50 een lp en zet het gezicht en Arabisch opschrift op kodatrace. Als aardigheidje en buiten medeweten van de directie stuurt hij een xl-shirt naar `Miss Kalsoum, Egypt', die ongetwijfeld vreemd heeft opgekeken naar het t-shirt waarop haar hoofd stond gezeefdrukt. Ze laat haar secretaresse een in het Arabisch geschreven briefje sturen. Als `tegengeschenk', vergezeld van een van haar sjaals. utd-directeur Piet-Hein Krom meent met een monster van een Egyptische textielfirma van doen te hebben. Onder het motto `Uitstekende kwaliteit, maar absoluut ongeschikt om op te zeefdrukken' gooit hij de sjaal bij de poetsdoeken, daarmee een miljoen wegsmijtend. Oum Kalsoum verdwijnt van de Nederlandse radio als Tros-directeur André Meurs sterft. De maker van het programma waarin zij regelmatig te horen was wordt door de programmaraad op het matje geroepen. Die vaste zestigduizend luisteraars is véél te weinig, mijnheer Langestraat. Het moet maar eens afgelopen zijn met dat Arabische gejengel. Volksmuziek, oké, maar dan wel uit landen waar de Nederlanders op vakantie gaan. De luisteraarrs nemen onmiddellijk wraak; hun aantal blijkt na een paar uitzendingen vol `Olé' en `Jodelohihi' met de helft te zijn gekelderd.

Amazoelloe
30-12-2004, 17:07
http://digiboek.50megs.com/oumkalsoum/images/abdelw_kalsoum.jpg Met Mohamed Abdelwahab (geheel rechts) De eenvoud van Oum Kalsoum wordt treffend geïllustreerd door het verhaal van dokter Mohamed el-Shane, die met zijn vrouw was uitgenodigd voor een feestje bij een van zijn collega's. Oum Kalsoum en haar man waren er ook. Na het eten ging iedereen naar de salon van de villa om te luisteren naar de leuke verhalen van Oum. Mohamed el-Shane zal deze avond nooit van zijn leven vergeten: `Mijn vrouw fluisterde of ik Oum kon vragen of ze wat voor ons zou willen zingen. Toen zei ik: Ben je gek, niemand durft dat te vragen tijdens een gewoon feestje en zonder dat haar orkest aanwezig is. Toen zei mijn vrouw: Laten we het gewoon proberen. En ze bleef erover doorzagen, totdat Oum het merkte en vroeg: Wat is er aan de hand? Toen zei ik tegen haar: Het spijt me, maar mijn vrouw wil graag wat horen en ik probeer haar te overtuigen dat zoiets onmogelijk is. Toen antwoordde Oum met een glimlach: Onmogelijk, hoezo? Ik raakte een beetje geïrriteerd en zei: Nee, ik bedoel dat er geen orkest is... dan kan dat toch niet. Toen deed Oum Kalsoum haar haar omhoog en sprak tegen iedereen: Ik ga voor Mohamed el-Shane en zijn vrouw zingen! Want zij zijn onze gasten! En ze zingt "Fati el-Miad" [De ontmoeting is over]. Iedereen tikte op de tafel het ritme mee. Ik was verbaasd over de eenvoud van Oum Kalsoum.' De Ster van de Oriënt heeft maar twee keer buiten de Arabische wereld opgetreden: in het Parijse Olympia en tijdens de festiviteiten ter herinnering aan het feit dat Cyrus de Grote vijfentwintighonderd jaar eerder het Perzische rijk had gesticht. Sjah Mohamed Reza Pahlevi, van wie bekend was dat hij samen met koning Hassan II van Marokko de grootste privé-verzameling opnames en ander materiaal van Oum Kalsoum bezat, leerde de zangeres kennen tijdens zijn huwelijk in 1939 met de zuster van koning Faroek. Nooit ging de zangeres in op zijn verzoeken bij hem te komen optreden. In oktober 1967 bood hij tevergeefs een ongekend hoge gage als zij de feestelijkheden rond zijn zelfkroning tot Koning der Koningen en Licht van de Ariërs zou komen opluisteren. Het verzoek van de sjah werd vriendelijk maar vastberaden afgeslagen. Was het omdat deze man zijn Egyptische vrouw verstootte nadat zij de sjah alleen maar een dochter schonk? Of omdat hij zijn tweede vrouw, Soraya Esfandiary, de woestijn in joeg omdat zij helemaal niets baarde? Voelde de zelf kinderloos gebleven Oum Kalsoum zich solidair met deze vrouwen? Als de sjah in 1971 op ongekend grootse wijze viert dat zijn land vijfentwintighonderd jaar een monarchie is, laat hij tussen de ruïnes van Persepolis het meest luxe tentenkamp uit de geschiedenis bouwen om de vele gekroonde en ongekroonde staatshoofden en andere hoge gasten te kunnen herbergen. Klapstuk van het feest moet en zal een optreden van de levende legende zijn. Ditmaal richt de koning der koningen zich rechtstreeks tot de nieuwe president van Egypte om de zangeres naar zijn land te krijgen. En een dringend verzoek van president Sadat kan Oum Kalsoum niet weigeren. Wanneer het toestel van Egypt Air toestel op luchthaven Mehrabad landt, wachten duizenden juichende Irani's de Egyptische ster op. Als de limousine bij het hotel arriveert, staat daar zo'n massa mensen dat Oum niet uit durft te stappen. Vier politieagenten verzekeren haar heelhuids naar de hotelingang te brengen, maar ze hebben hun krachten overschat. Eer ze erop bedacht is, wordt de zangeres als door een vloedgolf in de menigte meegevoerd. Om de zangeres uit de verdrukking te redden probeert een van de agenten haar boven het gedrang uit te tillen. Oum Kalsoum, wie zoiets nog nooit eerder was overkomen, verweert zich met handen en voeten: `Zet me neer... zet me neer...' Onverstoorbaar draagt de agent de tegensputterende dame echter richting ingang. Diezelfde middag wordt ze op het Gulistanpaleis ontvangen door de dames van het hof. Farah Dibah laat haar de Arabische paarden zien. De tweelingzus van de sjah, Ashraf, haar jongere zus Shams en Shahnaz, dochter uit Pahlevi's eerste huwelijk met de Egyptische prinses Fawzia, drinken een kopje thee met de zangeres. Als de sjah zelf arriveert, buigen de dames hun hoofd of knielen neer. Oum gedraagt zich uiterst gereserveerd. Als de sjah haar vertelt dat hij tijdens zijn verloving in Egypte al eens de eer had een concert van haar te mogen meemaken, antwoordt zij kortaf met `dank u wel'. De volgende dag gaat het per helikopter naar de ruïnestad voor het optreden in aanwezigheid van talrijke hoge gasten, onder wie Juliana en Bernhard alsook Boudewijn en Fabiola. In de slums van Teheran volgen de paupers zonder water en elektriciteit via transistorradiootjes het concert dat aan de voet van de Kuh-e-Rahmat (Berg van genade) in Persepolis plaatsheeft. Hoogtepunt is ongetwijfeld wanneer Oum voor de door Darius i gebouwde Hal van de Honderd Zuilen haar `Robaiyat al-Khayyam' inzet, op tekst van de Iraanse dichter en geleerde Omar Khayyam (1048-1123), door velen als een der grootste dichters aller tijden beschouwd. Zijn in vierregelige verzen gevatte uitgelatenheid en zucht naar een liefdesroes zijn deels in het Arabisch vertaald en door Riad el-Sonbati op muziek gezet. Na afloop van dit optreden roemde Time haar als `de invloedrijkste en bekendste artiest in de Arabische wereld'. Het blad beweerde tevens dat er twee dingen nooit zouden veranderen in het Midden-Oosten: de piramiden en Oum Kalsoum. De zangeres bleef dan ook, ondanks een kwakkelende gezondheid en de in de vs uitgevoerde operatie aan haar stembanden, gewoon doorzingen, tot bijna het bittere einde. De Egyptische regering creëerde op 18 januari 1972 een speciale onderscheiding en verleende de inmiddels drieënzeventigjarige de titel Zangeres van het volk. Een jaar later, op donderdag 3 januari 1973, vindt haar allerlaatste optreden plaats in de Kasr el-Nil bioscoop. Het lijkt een concert als de vele die de onverwoestbare de afgelopen decennia op iedere eerste donderdag van de maand in de Kasr el-Nil hssft gegeven. Zoals altijd is de zaal ook nu weer maanden van tevoren uitverkocht. De voorste rij wordt sinds de afschaffing van de monarchie altijd voor hoge buitenlandse gasten van de regering gereserveerd. Het was de hoogste eer om geïnviteerd te worden om haar concert bij te wonen. Ondanks de ondraaglijke hitte is iedereen op zijn paasbest gekleed. Er hangt een geladen sfeer. De afgelopen weken circuleerden nog hardnekkiger dan gewoonlijk de geruchten dat Oum weer ziek zou zijn. Vanachter het gordijn gaat het stemmen van het orkest ten onder in het gejuich van het publiek. Als het doek opgaat, speelt het in smoking gestoken orkest, bekend als De Gouden Groep, in zijn grootste bezetting. Wat een verschil met haar eerste vijfmansorkest dat haar leraar Abu el-Alaa Mohamed in 1925 voor haar samenstelde. Geheel links staat Omar Khorshid met zijn elektrische gitaar voor een gigantische vingerplant. Aan de andere zijde van de plant zitten de accordeonist en organist. De rest van de uit achtentwintig man bestaande Gouden Groep zit twee rijen dik over de hele breedte van het podium. De achterste rij bestaat uit tien violisten en geheel rechts de man met de contrabas, die zonder strijkstok bespeeld wordt. In het midden van de voorste rij zit, als enige in witte smoking, de eerste violist, die afwijkend van de overige strijkers de sinekemân (viola d'amore) bespeelt en de solo's voor zijn rekening neemt. Links van de eerste violist vier violen, rechts de citer (kanun) en de luit. Tussen hen in staat een lege stoel. Het is niet de troon waarop Oum bij sommige buitenlandse concerten moest plaatsnemen, maar een gewone, houten stoel, gelijk aan die waar de orkestleden op zitten. Dan volgen twee fluitisten en drie cellisten, van wie er twee de strijkstok gebruiken en één de snaren tokkelt. Helemaal rechts van het podium zit de ritmesectie, bestaande uit een vaastrommel (darbuka), tabla en tamboerijn.

Hamidon
30-12-2004, 17:08
Hoe kunnen zoveel Arabieren zich achter ongelovige zangeres scharen, Muziek is toch Haram :confused:

Amazoelloe
30-12-2004, 17:08
De grote bezetting kan echter niet boven het gejoel uitkomen en stopt. De contrabassist wist zich het voorhoofd. Cairo kan heet zijn. De gordijnen sluiten zich weer onder een oorverdovend gefluit. In de zaal verhitten de heren uit het publiek zich door aanhankelijkheidsverklaringen naar het gesloten doek te schreeuwen. De vele dames past zoiets niet. Een paar minuten gebeurt er niets op het podium. Pas als de zaal wat rustiger is geworden, begint het orkest opnieuw te spelen achter het nog gesloten doek. Een gebrul stijgt op. Het geluid verdwijnt er volledig in. Als het enthousiasme wat afzakt, blijkt het orkest weer te zijn gestopt. Opgewonden heren gebaren naar anderen dat ze zich rustig moeten houden. Het is een seconde doodstil als alleen de tonen van de rietfluit door het doek dringen. Een man springt op zijn stoel, en schreeuwt `Ik heb altijd van je gehouden' en wordt door zijn vrouw naar beneden getrokken. Dan gaat het gordijn weer open en zit Oum Kalsoum tussen het spelende orkest. Applaus klinkt op als ze plotseling gaat staan en een paar passen naar voren doet. Boven haar hangt een dubbele microfoon, die ze eigenlijk niet nodig heeft, want met gemak overzingt ze haar orkest. Het zijn de microfoons van Sono Cairo en de nationale omroep. Sinds Nasser president werd, werden alle concerten opgenomen voor de grammofoonplaat en uitgezonden op de televisie. Haar schoenen gaan verborgen onder haar tot de grond reikend kleed. De sjaal heeft ze in haar linkerhand. Gejuich vult de zaal als ze haar eerste tonen zingt. Voor de rest van de avond wordt iedere passage van de liederen die ze zingt gebiseerd, maar tijdens dit eerste nummer is het publiek zo enthousiast dat er midden in de volgende passage van het lied moet worden gestopt en het orkest, eerst aarzelend, het voorgaande stuk herhaalt. Hoe uitbundig men ook op deze herhaling reageert, ieder verder deel wordt niet minder enthousiast begroet. Ze maakt heel weinig bewegingen terwijl ze zingt. Alleen de sjaal golft op het ritme van de zang. Aan het eind van het eerste nummer sluit het gordijn zich weer, het publiek komt overeind. Een klein stukje van het gordijn gaat open, zodat net een nog steeds staande Oum Kalsoum zichtbaar is. Onder de eerste tonen van het volgende nummer wordt het doek weer volledig geopend. Af en toe wordt de hitte ook de musici te veel en wordt razendsnel tijdens het spelen met een zakdoek het zweet van het gezicht geveegd. Uur na uur gaat het door. Ook op hoge leeftijd is haar uithoudingsvermogen enorm. Onderbroken door een korte pauze zingt de Ster van de Oriënt vier uur lang de sterren van de hemel. Na twee toegiften is het voorbij. Het gordijn gaat voor de zoveelste keer open. Ze neigt lichtjes het hoofd links en rechts naar het publiek. Dan brengt ze, breeduit lachend, beide handen naar het voorhoofd om een dankgebaar te maken en sluit zich het gordijn. Voorgoed. De Gouden Groep, haar vaste orkest, bestaat nog steeds. Sommige mensen zijn gestorven en vervangen door nieuwe musici. Het is nog steeds een eer om in dit beroemdste aller Arabische orkesten te mogen spelen, ook al is de ster gedoofd. Aan het eind van zijn leven schrijft Farid el-Attrache speciaal voor Oum Kalsoum muziek bij een van haar lievelingsgedichten, `Kelmet Itab' van Ahmed Chafic Kamel. Het verhaal wil dat Farid aan dit nummer werkte toen hij stierf en dat het half voltooide nummer onder zijn doodsbed werd gevonden. In werkelijkheid stuurde hij Oum een demo-bandje met zijn compositie. Ze is echter te ziek om nog naar de studio te gaan. El-Attrache zendt zo'n bandje ook naar de Libanese platenbaas Robert Khayat met de mededeling: `Misschien is het iets voor Warda.' Khayat speelt het in handen van componist Baligh Hamdi, van wie Oum Kalsoum in het verleden verschillende werken had opgenomen. Hamdi, ontdekker en gelukkige echtgenoot van de ooit als `nieuwe' Kalsoum gelanceerde zangeres Warda, maakt het nummer af en laat het zijn Algerijnse Roos zingen. Khayat brengt het met veel tamtam als `de kroon op de muzikale carriŠre van el-Attrache' op de markt. Warda zegt dat het altijd al haar grootste wens was een compositie van Farid el-Attrache te zingen en dankt God dat deze wens met `Kelmet Itab' in vervulling is gegaan. Baligh Hamdi en Warda scheiden kort nadat het nummer is uitgebracht. De carriŠre van Hamdi loopt spaak als deze betrokken raakt bij een schandaal waarbij een Marokkaans meisje in zijn huis wordt vermoord tijdens een cocaïneparty en de componist jarenlang in ballingschap gaat, vrezend voor een veroordeling. Pas in 1990 keert hij weer terug naar Egypte. Na haar laatste concert in de bioscoop Kasr el-Nil op donderdag 3 januari 1973 gaan de ouderdom en een nierkwaal Oum Kalsoum parten spelen. Er zal nooit officieel bekend worden gemaakt dat de zangeres is gestopt met zingen. Ze brengt veel tijd onder haar familie door. Met haar man is ze, zover haar gezondheid het toelaat, druk in de weer met het afleggen van bezoekjes. Ze is een graag geziene gast bij de vijf dochters en vier zonen van haar broer Khalid, onder wie de bij de Verenigde Naties werkzame Salah, de musicus Ibrahim en boer Samir. Ook haar oudste zuster Saïda en haar zonen Brahim, president van een Egyptische autofirma, de toneel- en filmregisseur Mohamed, Memduh, president van een verzekeringsmaatschappij, Rifaat, directeur van een papierfabriek, en dochter Sadia Dessouki, gehuwd met Ali al-Kashif, zien Oum regelmatig langskomen of bezoeken haar in haar huis in ez-Zamâlik. Het meest is de zangeres echter te vinden in het theater van de echtgenoot van haar zuster, Mohamed Dassouki sr: `De laatste tijd zocht ze me steeds vaker op in de studio en wilde alle films over de gebeurtenissen van 6 oktober [het begin van de Jom Kippoer-oorlog] zien. Dan draaide ik die voor haar, tot haar grote tevredenheid. We keken ook naar de laatste film van de actrice Fatin Hamama, Ouridou Halan [Ik wil een oplossing]. Deze film, over de situatie van de vrouw en haar problemen met de man en de maatschappij, maakte veel indruk op Oum Kalsoum, die daarna Fatin Hamama met een bezoek vereerde en haar vertelde dat ze enorm van de film had genoten en ze hem graag nog een tweede keer zou willen bekijken.' Als de nierklachten wat minder worden, staat Oum zelfs nog in Studio 42 aan de Cornish el-Nil om het nummer `Hakama el-Hawa' op te nemen. Het zou haar laatste opname worden. In de entreehal van het studiocomplex herinnert een plaquette eraan dat dit gebouw door president Nasser werd geopend, een gebeurtenis die natuurlijk niet compleet was zonder een speciaal inhuldigingslied van Oum Kalsoum. Op de laatste dag van juli 1982 zing ik geheel onverwacht in dezelfde studio met onze groep Atlal. Vastgezeten tussen een ezelskar en een vrachtwagen in het verkeer van deze miljoenenstad, arriveren we een kwartier te laat voor een optreden in Pop Eleven, het programma van Sherif el-Attar en Hella Hashish voor Radio Cairo. Voor de ingang bedelt een blind zingend kind. Met heldere, hoge stem herhaalt ze een refrein van Oum Kalsoum. Van snel de studio in wippen is geen sprake. Het gebouw wordt als een vesting bewaakt door breedgebouwde, zwaargewapende kerels in uniform. De gitaarkisten gaan open voor we naar binnen mogen. Zelfs de binnenkant van mijn akoestische gitaar wordt grondig geïnspecteerd. Als de bewakers een fototoestel, ontdekken blijkt dat gebruik van het apparaat binnen het gebouw streng verboden is. Achterlaten in ruil voor een fietsenstallingbonnetje. Binnen wachtten een ongeduldige presentator el-Attar en de charmante Hella Hashish in Studio 42. Ik herken de met schrootjes betimmerde ruimte en het licht oplopende podium voor het orkest. Een achtergrond die je regelmatig ziet de foto's van Oum Kalsoum. Die middag zag ik nog een foto van de zangeres die hier gemaakt was. Is dit dé studio? Een van de technici beaamt het. Toen mocht er blijkbaar wel gefotografeerd worden. Na een uiterst korte soundcheck rest ons nog net twintig minuten op de plek vanwaar iedere door Oum voortgebrachte zucht over woestijnen en zeeën werd verspreid. Vanaf deze plaats drong ze door in de harten van miljoenen mensen tussen Atlantische Oceaan en Kaspische Zee. Hier maakte ze haar allerlaatste plaat.

Amazoelloe
30-12-2004, 17:09


Bij het laatste slachtfeest voor haar dood blijkt de artieste nog steeds van plan te zijn om na herstel de draad weer op te pakken. Als Mohamed Abdelwahab haar bezoekt om haar geluk te wensen met het feest, is ze in een uitstekende stemming en vraagt ze hem of hij nog wat muziek voor haar gemaakt heeft. Abdelwahab antwoordt dat hij een religieus lied voor haar heeft gecomponeerd en dat zodra Oum zich weer helemaal in orde voelt ze weer aan het werk gaan. Enthousiast vertelt Oum dat ook Baligh Hamdi een lied voor haar aan het componeren is. Bij het verlaten waarschuwt haar man, Hasan el-Hifnaawy, de oude Abdelwahab. Voorlopig geen opnamen, want iedere inspanning is haar te veel. In de week na het feest heeft de zangeres opnieuw een inzinking. De verhalen over een zieke en weer herstellende Oum Kalsoum volgen elkaar steeds sneller op. Eind januari wordt ze in het Maadi-ziekenhuis opgenomen. Haar echtgenoot verblijft er dag en nacht en slaapt op de vijfde verdieping, terwijl zijzelf op de derde verdieping ligt. Als het nieuws bekend wordt dat de zangeres in coma is geraakt, draait de radio daaropvolgend haar lied `Agdan Alqaq' (Ik zie je morgen). Af en toe lijkt het of ze uit haar coma zal komen. Haar echtgenoot zal later vertellen dat ze tijdens haar sterven continu de woorden `Egypte, Egypte' herhaalde, `alsof het haar polsslag betrof'. Op zondag 2 februari 1975, om halfvijf in de ochtend, sterft Oum Kalsoum, na zo'n honderd uur buiten bewustzijn te zijn geweest. De radio begint de aankondiging van haar dood met het citeren van de koran, een teken van hoogachting, uitsluitend gebruikelijk bij de dood van staatshoofden. Alle radiostations verenigen zich tot een zender met een nationaal programma, precies als bij haar maandelijkse optredens. Er komt nu echter geen Oum de zangeres die woorden van hoop en liefde zingt, maar Oum als droevig nieuws, door dokter Mustafa Minlauwi in enkele regels gebracht: `Oum Kalsoum is vanochtend om half vijf precies gestorven aan de gevolgen van een nieraandoening.' Na deze mededeling spreekt een door verdriet overmande eerste minister dr Abdelaziz Hijjazi de luisteraars toe en wordt opnieuw uit de heilige koran gereciteerd. In het aansluitende nieuwsbulletin wordt gemeldt dat president Sadat en zijn vrouw Jihan de familie van Oum Kalsoum hebben bezocht om hen te condoleren met het verlies. De radio zendt alleen de koran en religieuze liederen uit. Na het bekend worden van haar dood raakt het telefoonverkeer met Egypte overbelast. De regering heeft haar handen vol aan de telefoontjes van buitenlandse regeringsleiders die vol ongeloof informeren of het bericht waar is. Tenslotte is het niet voor het eerst dat er een valse doodmelding van de zangeres de ether in wordt gestuurd. Dokter Mohamed el-Shane wil niet bevestigen of het inderdaad de moeder van de koning van Saoedi-Arabië was die hem op die dag overstuur opbelde. Voorzichtigheid is een eerste vereiste in zaken rond moeders van woestijnvorsten. Hij noemt haar discreet `een grote Arabische prinses', die hem snikkend belde met de vraag of het echt waar was dat de zangeres was gestorven. El-Shane: `Maar ze wilde mij niet geloven en zou nog andere bekenden in Cairo bellen om zekerheid te krijgen. Ze was ervan overtuigd dat Oum onsterfelijk was. Dat is ze ook, maar op een andere, spirituele manier.' Massaal gaat iedereen naar de Abu el-Fidâstraat, naar het huis van de gestorven zangeres. Alle bruggen die het Nijleiland met de rest van de stad verbinden staan zwart van de mensen. Verkeer in dit deel van Cairo is onmogelijk. Het huis is door politie afgeschermd. Ambulances voeren mensen af die in het gedrang onwel zijn geworden. Naar schatting een miljoen mensen verdringen zich die dag rond de lege woning. De kranten en weekbladen verschijnen met speciale uitgaven met alles over de zangeres. Het openen van de kleerkast van de overledene is belangrijk nieuws voor het Libanese damesweekblad Achabaka, dat op het omslag een in modieus zwart-wit geblokt mantelpak gestoken zangeres op de Parijse place de la Concorde toont. Achabaka benadrukt dat Oum vele decennia het modebeeld in de Arabische wereld heeft beïnvloed. De kast zou gevuld zijn met alle kleren waarmee ze ooit optrad. Per optreden een aparte jurk, die daarna voorgoed in de kast verdween. Er zouden zo'n vijfhonderd jurken hangen. In het Egyptische damesblad al-Mawed wil men aan de hand van getallen duidelijk maken hoe groot de zangeres wel niet geweest was. Met rekent de lezeressen voor dat lengte van haar cassettes in totaal 1523 kilometer zijn, ofwel `zeven keer de afstand tussen Cairo en Alexandrië'. En wat te denken van zo'n bericht als zou een niet bij name genoemde `faculteit van meetkunde' onderzoek te hebben gedaan naar het aantal decibel dat de stem van Oum Kalsoum kon veroorzaken. Met haar goddelijke stem kon ze maar liefst veertienduizend decibel produceren `volgens de professoren van de faculteit'. Wil de journalist de grootheid van de zangeres benadrukken door haar harder te laten zingen dan honderdeenentwintig vliegtuigmotoren op vijf meter afstand? De volgende dag, dinsdag, heeft de drukte zich verplaatst naar het Maadi-ziekenhuis. Ministers, ex-ministers, ambassadeurs en andere hoogwaardigheidsbekleders hebben de grootste moeite om door de van verdriet overmande massa heen te komen. Het leger moet worden ingeschakeld. Een in het zwart geklede Mohamed Abdelwahab hoort van Balig Hamdi dat deze op het moment van haar dood een nieuw lied voor haar heeft voltooid. Een bewogen begrafenis brengt op woensdag 5 februari zo'n drie miljoen mensen op de been. Aan het hoofd gaat president Anwar Saddat en verschillende leiders uit andere Arabische landen. Ze begeleiden de lijkbaar naar de Fouad Seraj el-Dinstraat in de Caïrese wijk el-Basâtîn. De plek was in 1948 door Oum Kalsoum zelf gekocht na de dood van haar moeder Fatima en zij begroef hier in 1953 ook haar broer Khalid. Hier wordt ze in de aarde neergelaten, op nog geen honderdvijftig meter van het graf van zanger Farid el-Attrache. Voor het stenen mausoleum met lichtbruine houten deur is dagelijks Mustapha Naqrash te vinden, gelijk hij tijdens het leven van de zangeres soms dagenlang voor haar huis in ez-Zamâlik rondhing en tot diep in de nacht haar liederen zong. Als Oum deze nachtelijke aubade te veel werd, opende ze haar raam en riep: `Ga nou toch slapen, man´.


Pagina's : [1] 2