Bekijk originele versie : Een zoet dwaalspoor.
Unthinkable..
28-07-2012, 21:16
http://i48.tinypic.com/2wok8kw.jpg
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën, opname, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
Dit verhaal is fictie. Alle namen, personages, plaatsen en gebeurtenissen zijn ontsproten aan de verbeelding van de auteur of fictief gebruikt.
Elk overeenkomst met ware gebeurtenissen of bestaande personen berust op toeval. Het verhaal wordt beurtelings beschreven vanuit de optiek van Intissar (ik-figuur). Later zal het verhaal vanuit een ander optiek beschreven worden.
Unthinkable. ©
2012/2013
.
Unthinkable..
28-07-2012, 21:17
Inhoudsopgaven.
Hoofdstuk 1:
1.1 (http://forums.marokko.nl/showthread.php?t=4348174&p=108362949&viewfull=1#post108362949)
Unthinkable..
28-07-2012, 21:54
Proloog.
Een zoet dwaalspoor: Verloren in wanhoop als de enige vlucht verstrikt, in je eigen uitgezette dwaalspoor.
Doolhof: Je staat in het midden. Net niet dichter bij het eind. Het begint achter jou. Welke kant moet je nu weer op? Duizend vragen dwalen rond in je hoofd. Jouw hart gaat sneller kloppen. Je loopt naar rechts, gevaarlijk terrein. Dan probeer je naar links te lopen, maar dan word je overspoeld door een onbehagen gevoel. Je loopt naar voren je komt wat licht tegen op de weg. Einde in zicht? Dan kom je weer op de plek waar je begon. Je voelt je beroerd en machteloos. De doolhof is oneindig. Je wilt winnen. Maar je bent al verloren.
Belasting: Zwaar kan ons leven wegen, als ons hart belast is. Met zonden, voor onze ziel een grote belemmering. Vermoeid en belast, ga je zo elke dag door het leven, Maar er is een weg, die jou verlichting kan geven. Maar je weet niet hoe.
Zoektocht: Omzwervingen waren er velen die nu weer jouw oogmerk stelen om het voor elkaar te maken op de juiste weg te geraken. Maar wat je tegenkomt vernauwt in muren om je heen. De doolhof van mijn verleden is de kwelgeest van jouw heden. Op jou zoektocht naar het heden dwaal je af in het verleden naar die ene stap die onverlet mij op een dwaalspoor heeft gezet. Zoveel paden en zoveel wegen. Zoveel kruisingen kom je tegen. Met de vraag: 'Van waar kwam ik toen toch aangerend.'
Vallen en opstaan: Je leert in het leven vallen en opstaan. Als je ouder bent om op eigen benen te staan. Naar een doel te streven en niet op te geven. Dat je moet blijven vechten tot het eind. Dat je sterk in je schoenen moet staan, dan komt iets minder had aan. Iedereen heeft wel mindere dagen, waarop je aan jezelf twijfelt. Een ander kan wel duizend keer proberen het goede in te praten, maar je blijft jezelf haten. Om wat je fout hebt gedaan. Je vervloekt je eigen geest omdat je zo naïef bent geweest.
Proberen accepteren: Soms moet je, je gewonnen geven. Je weet van jezelf dat je het goed hebt gedaan. Maar ondanks al je ploeteren en streven is het toch ergens mis gegaan. Een nederlaag gelaten accepteren en terneergeslagen verder gaan. Proberen van je eigen fiasco iets te leren. Maar hoe zal je dat moeten aanpakken wanneer je bent verloren in wanhoop?
paramocrotjuu
28-07-2012, 22:31
1ste fan meldt zich ben benieuwd :kus:
Unthinkable..
28-07-2012, 23:03
1.1
Mijn armen sla ik over elkaar heen en loop naar het raam. Er is geen enkele wezen te herkennen in de straat. Slechts een paar lantaarnpalen, die de straten verlichten. Ik kijk verbaast als ik een gedaante zie langs lopen in de straat. Hij heft zijn gezicht omhoog waardoor ik hem recht in zijn ogen kijk. Mijn mond valt wagenwijd open. Hij kijkt me met een grijns aan en gebaart dat ik de deur open moet doen. Ik ren de trappen af. In een ruk gooi ik de voordeur open.
“Nouh.” Ik sla mijn armen om hem heen in reflex trek ik hem stevig tegen me aan. “Waar was je al die dagen ik heb je enorm gemist.” Fluister ik. Hij slaat zijn brede armen om me heen. “Als je dit keer weg gaat laat dan tenminste wat van je horen.” Ik laat hem los en kijk hem diep in zijn ogen aan. Hij wendt zijn blik op de grond.
Hij loopt naar de keuken. Ik loop hem snel achterna. “Waar was je al die dagen.” Nouh neemt een hap van zijn appel en doet als of hij me niet heeft gehoord. “Ik vroeg je wat.” Verhef ik dit keer mijn stem. “Intissar, schreeuw niet zo maak je de rest nog wakker.” Sist hij. “Ik wil weten waar je was Nouh.” Zeg ik dit maal op een rustig toon. Hij kijkt me voorzichtig aan. “Het kan niet Intissar het kan niet.” Fluistert hij. Hoezo, kan dat niet je blijft dagen weg en als of het niet genoeg is om 5 uur s' nachts thuis, dan nog wil je me niks vertellen!” Hij schudt zijn hoofd. “Nee, Intissar het kan gewoon niet.”
Hij keert zich om en loopt de trappen op. “Nouh doe normaal en kom onmiddellijk naar beneden.” Hij negeert me en loopt veder. Als hij boven is kijkt hij me aan. “Nouh alsjeblieft ik ben je zusje.” Smeek ik hem onderaan de trap. “Het spijt me Intissar het is beter zo.” Verslagen been ik naar de woonkamer. Er was iets goed mis met hem maar ik zal er achter komen. Hoe zal ik er in hemels naam achter moeten komen. Zakaria schoot er door mijn hoofd de broer van Douha. Hij kent veel mensen dus kan hij er makkelijk achter komen.
Ik loop naar mijn kamer ik pak mijn kleren uit de kast. Met mijn kleding in mijn handen loop naar de douche ik neem een uitgebreide wasbeurt. Nadat ik dat heb gedaan droog ik mijn haren af en doe mijn haren in een stevig staartje. Ik trek mijn kleren aan en maak nog snel de douche schoon voordat ik mijn moeder op mijn kop krijg.
Als ik de douche uit loop dringt een lekker gloed mijn neusgaten binnen. Ik volg de geur en eindig in de keuken. “Dag moeder.” Ik druk een kus op haar voorhoofd. '’Hallo dochter. Waarom ben je zo vroeg wakker?'’ “Ik was opgestaan voor het gebed maar kon toen niet meer in slaap vallen.”
“Laat me je helpen.” Zeg ik tegen me moeder. “Ik ben al klaar mijn dochter maar wil je dit allemaal op tafel leggen.” “Als je niemand wakker maakt dan breng ik het met plezier naar de tafel ik heb namelijk ontzettend honger.” Zeg ik met een pruillip tegen me moeder. Ze trekt haar wenkbrauw omhoog. “Breng dit naar de tafel en hou je mond dicht.” Ik kijk me moeder met een grijns aan en leg het eten neuriënd op tafel. Me moeder roept de rest naar beneden. Ik neem plaats aan de tafel. Mijn ogen blijven hangen op het eten.
Zoals gewoonlijk is mijn vader als eerst beneden. Mijn vader geeft ons een islamitische beleefdheids begroeting. Ik druk een kus op mijn vaders voorhoofd. “Mama het is pas 7 uur.” Zegt Samya gapend. “Neem een voorbeeld aan je zus die is al vanaf 5 uur wakker.” Me zusje mompelt iets onverstaanbaars en neem naast mij plaats. “Kom op zusje, smile eens eventjes het staat je beeldig.” Por ik haar. Ze kijkt me met een flauwe glimlach aan. Ik glimlach liefjes haar kant op.
“Hoi.” Zegt Zayd droog. “Ja, Zayd we zijn ook blij om jou te zien.” Zegt Samya sarcastisch. “Samya kan je voor één keer niet je mond dicht houden.” Zegt Zayd geïrriteerd. “Kan jij niet één keer even gezellig doen.” “Gezellig? Het is vroeg in de morgen en jij verwacht dat ik gezellig ga doen?”
“Oh, dus jij wilt zeggen dat je geen kleine glimlach op die kop van jou kan toveren.” “Als je één keer je bek open trekt timmer ik die bek van je persoonlijk dicht.” Dreigt hij. “Oeh, moet ik nu bang worden. ” Brengt Samya er spottend uit.
“Jij.” Hij wijst haar dreigend aan. “Hebt zo een geluk dat je me zusje bent anders had ik al je botten gebroken zelfs botten waar je niet eens van wist dat ze bestonden, letterlijk.” Sist hij naar haar toe. “Oh, dacht je dat? Toevallig ken ik elk botje in me lichaam.” Zegt Samya niet bepaalt onder de indruk.
“Goedemorgen.” Onderbreekt Nouh hun gekibbel. Zayd draait zich resoluut om. Hij kijkt hem verbaast aan. “Nouh?” Zeggen Samya en Zayd in koor. “Mijn zoon.” Mijn moeder slaat haar hand voor haar mond als ze hem in de gaten krijgt. Ze loopt voorzichtig naar hem toe en legt haar hand op zijn wang. “Je bent het echt.” Fluistert mijn moeder. Ze neemt Nouh in haar armen. “Mijn kleine jongen.” Zowel Samya als Zayd kijken Nouh nog steeds verbaast aan. Op de achtergrond hoor ik mijn moeder nog zachtjes snikken.
Mijn vaders kaken spannen zich op elkaar. Die er nu uitzag als of hij hem elke moment eruit kon gooien. Nouh neemt plaats aan tafel. “Het verbaast me dat je zo vroeg op bent broer.” Zeg ik met nadruk op broer. Hij bekogelt mij met een vernietigende blik toe. Hij negeert me en schenkt thee voor zich zelf in. “Schenk eens wat thee voor mij in.” Zegt Samya afwezig ze geeft een glas aan Nouh. “Doe zelf hier heb je de theepot.” Zegt Nouh tegen haar. Samya fronst met haar wenkbrauwen. “Weet je, ik vind jou ..” “Samya hou je mond dicht en ga veder met eten jij hebt vandaag genoeg onzin uitgekraamd." Onderbreekt me vader haar streng. Samya kijkt hem beledigt aan. “Nou ja zeg, ik heb alleen..” Mijn vader kijkt haar dreigend aan. “ Gezegd dat ik van je hou.” Voegt ze er zenuwachtig bij.
Ik neem snel een hap van mij broodje zodat ik niet in het lachen zou uitbarsten. Met mijn ooghoeken zie ik Nouh mijn kant opkijken. Geërgerd leg ik het broodje neer op het bord. Ik schuif mijn stoel naar achter. “Intissar kom terug je hebt niets gegeten.” Roept Nouh. Jij hebt mij niets te zeggen Nouh.” “Ik ben wel je broer Intissar.” Roept hij. Ik trek mijn jackje en schoenen aan. Ik open de voordeur en knal het achter me dicht.
“Intissar.” Roept een luide mannen stem. Ik kijk voorzichtig over mijn schouder naar achter. Ik zie Nouh mijn kant oprennen. Vloekend ren ik hard weg. In de verte zie ik een stoplicht ik ren de kant van het stoplicht op. Het stoplicht springt net wanneer ik aan kom rennen op rood. Met alle kracht die ik bezit ren ik de brede straat voorbij ik hoor wat auto's toeteren. Nouh staat verslagen aan de andere kant van de weg. “Intissar kom alsjeblieft terug.” Ik keer me om en ren hard weg. Als ik thuis aankom word ik gegarandeerd Nouh's avondeten.
Ik knal tegen iemand aan ik val keihard op de grond met mijn kont. Ik kan mezelf net inhouden om het niet uit te gillen van de pijn. "Kijk uit je doppen onnozel witch." Snauwt hij naar me toe. Geschrokken door zijn stem deins ik achteruit. "Houd je bek dicht ordinaire hond." Liet ik me niet kennen. Ik krabbel mezelf overeind en maak een aanstalten om weg te lopen.
Hij trekt boos aan mijn arm. “Ik laat me door niemand ordinaire hond noemen en helemaal niet door zo een onnozel witch als jou.” “Laat me los, ordinaire hond.” Daag ik hem uit. Hij houdt me strak vast bij me armen en duwt me hard tegen een muur aan. Ik voel mijn ruggengraat in elkaar krimpen van de pijn. Ik bijt op het puntje van mijn tong om het niet uit te gillen.
“Onnozel witch heb je niet gehoord wat ik tegen je heb gezegd.” “Het kan me niets schelen wat je tegen mij hebt gezegd.” Sis ik naar hem toe terwijl ik al mijn moed bij elkaar raap. Voor even voel ik zijn greep verzwakken maar dan houdt hij me weer ruw vast bij mijn armen. Opnieuw voel ik de pijn mijn armen inboren. “Luister heel goed onnozel witch ik ben een mens geen ...” “In mijn ogen ben je niets minder dan een ordinaire hond.” Onderbreek ik hem. “Luister eens heel goed jij …” “Laat me los.” Gil ik luidkeels.
“Laat dat meisje los.” Zegt een man. “En anders?” Daagt hij de man uit. “Anders zal ik genoodzaakt zijn om de politie te bellen.” Geeft hij antwoord op zijn vraag. De man die me hard vast hield bij me armen liet me los ik viel in een ruk op de grond. “Onnozel witch.” Snauwt hij naar me toe. “Ordinaire hond.” Snauw ik terug met een vernietigende blik.
Unthinkable..
28-07-2012, 23:03
1ste fan meldt zich ben benieuwd :kus:
Up!
Welkom dames.:sjans:
gullerguzeli
30-07-2012, 12:03
Up.
_catwoman
30-07-2012, 13:39
indrukwekkend..
ik ben benieuwd!
upp x
lees je ook mijn verhaal?
©2000-2013 Marokko.nl Virtual Community's - La maison du Maroc. Powered by Marokko Media.