LZN
29-11-2004, 06:50
Het begon al voor 9/11 “De gedachte dat de opkomst van het islamitisch fanatisme in Nederland alles te maken heeft met de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten, doet nog steeds opgeld. Maar dat klopt niet.” “Ik zag fanatisme, haat tegen het Westen en tegen Nederlanders al halverwege de jaren ’90 in mijn toenmalige werkkring. Sinds 1975 werkte ik als idealistische onderwijzer in het basisonderwijs in dienst van de gemeente Den Haag. Niet om het grote geld en zeker niet om de status, maar om te kunnen bijdragen aan een betere wereld.” Omgekeerde discriminatie “Witte, gele, bruine en zwarte Nederlanders, maar ook de kinderen van Marokkaanse en Turkse werknemers bevolkten onze school en als er al sprake was van discriminatie, dan was het eerder een omgekeerde discriminatie waarbij aan immigranten extra tijd werd besteed.” Het multiculturele geloof “Het was ons in de jaren ’80 al duidelijk dat de zogenaamd ‘tijdelijke’ gastarbeiders nooit naar hun landen van herkomst zouden terugkeren. Hoofddoekjes zagen we bij onze islamitische leerlingen nooit (!). Wij besteedden aandacht aan de religie en feesten van onze leerlingen en zij vierden onze Nederlandse feesten.” “Ik had inmiddels van de politiek begrepen dat Nederland een immigratieland was geworden en ik zag op de Haagse markt het aanbod van exotische producten toenemen. Ik geloofde en geloof nog steeds dat het voordelen heeft om van verschillende culturen te kunnen ‘proeven’. Maar ik merkte in mijn werk een veranderende sfeer halverwege de jaren ’90.” Brandjes blussen “Het aantal nationaliteiten op mijn school nam toe en dat veroorzaakte interculturele wrijvingen die mij tot dan onbekend waren. Koerden bleken Turken te haten (en omgekeerd), maar beide groepen waren plotseling ‘broedervolken’ wanneer ze zich tegen een gemeenschappelijke vijand konden keren.” “Gemotiveerde leerkrachten werkten aan de begeleiding en ontwikkeling van deze kinderen, maar binnen de school moesten we steeds vaker tijd besteden aan het oplossen van ruzies en het voorkomen van geweld, tussen kinderen maar ook tussen ouders.” Arabisch voor Berberkinderen: waanzin “Een extra leerkracht kwam enige uren Arabische les geven aan Marokkaanse leerlingen. Jammer genoeg moesten deze kinderen dan de klas uit om bij hem een taal te leren die ze thuis niet spraken. Deze Berberkinderen leerden bij hem de koran uit hun hoofd in een voor hen onbekende taal en ze moesten daarbij in een onbekend letterschrift van rechts naar links schrijven. Dat bleek wel eens lastig als een uur later, terug in de klas, weer in een andere schrijfrichting gewerkt moest worden.” Laf-links, het ‘D-woord’ en een hypotheek “Ik was in die tijd laf-links en durfde over de Arabische les geen opmerkingen te maken, bang om politiek incorrecte uitspraken te doen. Gedogen en tolerant zijn was mijn leidraad. Overigens moest iedereen al te kritische uitlatingen voor zich houden, want het was geen goede zaak voor de school en zeker niet voor jezelf als er op het stadhuis of bij het Meldpunt Discriminatie een klacht over jou binnenkwam.” “Ik voelde mij altijd gechanteerd met het ‘D-woord’ (van ‘Discriminatie), want sommige allochtonen voelden zich snel tekortgedaan, waren heel mondig als het om het ‘D-woord’ ging en op het stadhuis werkten ook allochtonen. Ik moest aan mijn hypotheek denken …” Cultuur zonder respect voor vrouwen “Het begon ons op te vallen dat steeds vaker jongetjes geen gezag van hun eigen moeder of van de schooljuf respecteerden. “Ik geef je geen handje, want je bent mijn tante niet”. Wij kenden ook de vaders die de juf geen hand wilden geven. Ik heb dat altijd geslikt als cultuuruiting van een groep die je met voorzichtigheid moest behandelen.” Gruwelbloemlezing “Toen ik mijn laatste fase als volledig opgebrande en gedeeltelijk afgekeurde, niet langer idealistische schoolmeester in alle klassen de arbeidsduurverkortingsdagen vervulde, hoorde ik steeds vaker schrikwekkende opmerkingen.” Een bloemlezing: “Mijn vader zegt: wij veel baby’s, wij later baas in Nederland.” “Dat land heet Palestina en niet Israël.” “Ik hoef niet te luisteren naar les over kruistochten.” “Je vader is een kankerjood en je moeder een kankerhoer.” “Jullie hebben rood haar en sproeten, omdat jullie varkensvlees eten.” “Ik geef geen hand en ik zeg geen ‘prettige kerst’, want dat is een slecht feestje, jullie branden allemaal in de hel.” “Ik liet mij steeds vaker verleiden om met zo’n vuurspuwend ventje in discussie te gaan en ik vroeg me dan hardop af waarom je als gast nog langer blijft in een land waar je het zo slecht naar je zin hebt. Mijn directeur drukte mij op het hart om dat vooral nooit te zeggen.” Tikkende tijdbommen “Die jongetjes waren tikkende tijdbommen en ik merkte hun lichtgeraaktheid zelfs in de les als er lage cijfers werden uitgedeeld na een proefwerk.” Eenzijdige tolerantie “Om de multiculturele gedachte te bevorderen, mochten islamitische kinderen bij het Suikerfeest met lekkernijen de klassen rond. Bij het ‘slechte’ Sinterklaasfeest bleven ze thuis, zonder sancties van de kant van de school.” Hoofddoeken, niet in Turkije, wel bij ons “Ik kreeg een pabo-studente (iemand die een lerarenopleiding volgt) met een hoofddoek en toen wij samen de scheiding van kerk en staat bespraken, vertelde zij me trots hoe ze in aanzien steeg bij haar vriendinnen die nog in Turkije woonden, door hier te studeren mét een hoofddoek. In het land waar haar ouders geboren zijn, mag dat namelijk niet, vertelde zij. Ze gaf gymles in een strakke rok tot op de grond en kon daarom geen gymvaardigheden demonstreren.” Gebrandmerkt als ‘racist’ “Onlangs ben ik, wegens langdurig ziekteverzuim, na 25 dienstjaren ontslagen. (…) Een keuringsarts vond mij te oud om nog les te kunnen geven aan jonge, moderne, assertieve kinderen en een andere keuringsarts proefde ‘een racistische ondertoon’.” Het probleem is de islam “Ik weet dat mijn ergernis niets te maken heeft met rassen, kleuren of volkeren, want ik heb jarenlang met plezier gewerkt met allochtonen van Chinese, Kaapverdische of Hindoestaanse afkomst. Ik kom er langzamerhand achter dat het te maken heeft met een geloofsovertuiging die niet bij mij past, die onverdraagzaam is en die iedereen die daar niet bij wil horen, bestempelt tot vijand van de islam.” Schuldbekentenis “Ik weet ook dat ik door mijn doorgeslagen tolerantie medeverantwoordelijk ben voor dat onaangepaste, haatdragende gedrag. Ik heb het anti-Westerse gedrag laten woekeren en spuide mijn gal op school tegen enkele collega’s en in huiselijke kring, waar ik weinig begrip ondervond.” Geen onheilsprofeet maar realist “Nu, na de moord op Theo van Gogh door een godsdienstfanaat, word ik wakker. Ik herken die kwaadaardigheid en zie het dagelijks om me heen, op straat en op tv. Ik heb er geen oplossing voor. Ik zie mezelf niet meer als onheilsprofeet, maar als realist. Een angstige, dat wel.” Hans Lukkien - oud-onderwijzer – in NRC-Handelsblad, 23.11.04 Aldus het relaas van een oud-onderwijzer over het failliet van de multi-culti gedachte. Moslimkinderen krijgen dus thuis met de paplepel ingegoten dat niet-moslims minderwaardige wezens zijn die over deze varkens zullen heersen zodra zij aan de macht komen. Dit artikel geeft uitstekend weer welke angstgevoelens er bij de autochtone bevolking heerst t.a.v. de islam, ook bij mij. Ik ben bang dat als gematigde moslims deze angstgevoelens niet serieus nemen, de vlam echt in de pan slaat. Ik heb geen hekel aan moslims, zeker niet aan de gematigden, maar ik vind hun onverdraagzame religie niet passen in Nederland en Europa. De islam moet niks hebben van democratie en vrijheid. De rauwe geesten van de islam maken daar gehakt van..