Benkiro
30-06-2004, 21:05
Het is erg donker. Taufik draait voorzichtig zijn rug, die al vanaf de morgen pijn doet, om. Hij stinkt naar opgedroogd zweet en heeft ademhalingsproblemen. Hij probeert aan vrolijke dingen te denken het liefst aan herinneringen uit zijn verre zorgeloze verleden. ‘Taufik, Taufik, kom mijn zoon, het vliegtuig vertrekt over vijf minuten’ roept zijn forse vader, een lange man met een snor die zijn gehele gezicht doorkruist. Hij is ongeveer in de vijftig en Taufik is zijn laatste zoon, hij heeft nog vier andere kinderen. Taufik gaat voorzichtig staan en sleurt de zware koffer die hij moet dragen achter zich mee. In Nederland aangekomen maakt Taufik zijn vader wakker. ‘Zijn we er al, God zij dank’ geeuwt zijn vader, zijn snor trilt hevig boven zijn lippen. Het regent en Taufik kijkt naar de angstaanjagende wolken die buiten op hem staan te wachten. Het is ineens een drukte van belang in het vliegtuig en vreemde ooms en tantes rapen hun spullen, kinderen en andere zaken bij elkaar om zo vlug mogelijk naar ‘huis’ te gaan. Schiphol, weet-ik-veel-hoeveel-keer groter dan het schooltje in de stad. Mensen in alle soorten en maten lopen er langs en over elkaar heen. Gelukkig weet zijn vader de weg, anders waren ze zo verdwaald. Taufik pakt stevig de handen vast van zijn vader die nu rechtstreeks op een lange vrouw met lichtbruin haar en zwaar opgemaakte lippen loopt. ‘ Hallo Monique, hoe gaat het?’ schreeuwt zijn vader enthousiast en geeft de vreemde vrouw een hand. De vrouw strijkt over Taufik's zwarte haar en begint in een onbekende taal te praten tegen zijn vader. Taufik weet dat het Nederlands is en probeert de woordjes te ontdekken die hij al kent; ja, nee, water en WC. Later als ze in een kleine Peugoet naar ‘huis’ gaan waar zijn moeder en broers op hem wachten ziet Taufik door het autoraam de vele koeien die in de regen langzaam kauwen en herkauwen. Hij droomt over een welvarende en gelukkige toekomst tussen zijn familieleden. Zijn herinneringen worden verstoord wanneer hij ineens wakker wordt. Het zweet druipt via zijn gezicht, hals en nek op de natte kleigrond die hij nu aan het graven is. Hij begint nog heviger te graven nu naar boven toe totdat hij licht ziet. 'LICHT, LICHT, LICHT' juicht het door zijn hersens en vanaf zij hersenstam springt het over naar de andere organen in zijn lichaam; met name naar zijn hart dat nu op volle toeren pompt. Hij is vrij, eindelijk, het is hem gelukt om te ontsnappen uit de gevangenis waarin hij door verkeerde vrienden en verkeerde besluiten was terechtgekomen…