RitaMaria
16-05-2004, 18:46
DEN HAAG - Wat resteert van de erfenis van Pim Fortuyn, twee jaar na zijn dood? Betrokken buitenlanders aan het woord: 'Het inhakken op minderheden is wijdverbreid .' (6 mei 2004 Volkskrant) Buitenlandse beschouwers over het Nederland na Fortuyn: de botheid is ook doorgedrongen tot de politiek Sir Colin Budd, Brits ambassadeur in Nederland, bladert in zijn werkkamer door een rapport van de PvdA. Het gaat over immigratie en integratie. 'Kijk eens hier, de PvdA zegt zich grote zorgen te maken over het relatief grote aandeel van allochtonen in de criminaliteit, de werkloosheid, de schooluitval. Toen ik drie jaar geleden naar Nederland kwam, was niemand bereid zoiets te zeggen.' De Franse historicus Christophe de Voogd, schrijver van Geschiedenis van Nederland en directeur van het Frans cultureel instituut Maison Descartes in Amsterdam, is niet minder verbaasd: 'Ik zag onlangs jullie minister voor Integratie op televisie. Die toon! Iedereen zal en moet Nederlands leren en zich aanpassen aan jullie normen en waarden. Dat is frappant, want die houding was nog maar drie jaar geleden ondenkbaar .' Simon Kuper, Brits publicist voor onder meer de Financial Times en het Nederlandse voetbaltijdschrift Hard Gras, reageert vanuit zijn woning in Parijs: 'Sorry dat ik het zeg, maar persoonlijk vind ik Nederland een minder aangenaam land geworden. In elk gesprek over politiek overheerst die harde, agressieve stijl, vooral ten aanzien van minderheden. Het overheersende beeld van Nederland als een tolerante en liberale samenleving is helemaal verdwenen.' Het is 6 mei 2004, twee jaar na de moord die een abrupt einde maakte aan de ongeëvenaarde politieke opkomst van Pim Fortuyn. Het land lijkt van de schrik bekomen. In Den Haag is een stabiel kabinet aangetreden van drie traditionele partijen, Fortuyns eigen LPF speelt een marginale rol in de oppositie en bij de herdenking van de moord, vandaag in Rotterdam, zal van het massale rouwbeklag van destijds nog maar weinig te merken zijn. Business as usual dus. Terug naar de orde van de dag. Of is dat een vergissing, ingegeven door gewenning? Hoe staat het land ervoor in vreemde ogen? Wat is het oordeel van de buren uit nabije buitenlanden? Van hen die hier tijdelijk wonen of werken en de maatschappelijke ontwikkelingen nauwgezet proberen te volgen? De vraag werd, behalve aan de reeds genoemde Budd, Kuper en De Voogd, ook voorgelegd aan de Brit Grahame Lock, hoogleraar politieke filosofie in onder meer Oxford en Leiden; aan Ivo van Hove, Vlaams directeur van de Toneelgroep Amsterdam, aan Helmut Hetzel, Nederlands correspondent voor het Duitse dagblad Die Welt, en aan Axel Buyse, vertegenwoordiger van de Vlaamse deelregering in Den Haag. Hun conclusie na het optrekken van de stofwolken van mei 2002: Nederland is onherkenbaar veranderd. En hoewel ze verschillen in hun waardering en analyse van die verandering, zijn ze het roerend eens over de aard ervan. In de woorden van Kuper: 'Fortuyn zei: ik zeg wat ik denk . Sindsdien lijkt het wel of elke Nederlander zich op dat motto laat voorstaan. In de publieke opinie is een enorme verharding opgetreden. Er is geen spoor van politieke correctheid meer te bekennen. De botheid en onbeleefdheid was altijd al een probleem in Nederland, maar sinds kort wordt het ook nog eens respectabel geacht.' Daar komt bij dat Nederland volgens de buitenlandse waarnemers in recordtijd is verworden tot een ontevreden natie met een gebrek aan eigenwaarde. De Voogd: 'Vroeger hadden Nederlanders in gesprekken met buitenlanders de neiging alles in eigen land een beetje mooier te maken. Nu is eerder sprake van het tegenovergestelde. Ik ken die klagerige houding wel uit Frankrijk, maar ik zie het nu ook bij jullie - dat gevoel van: niks werkt hier.' Buyse: 'Nieuw is dat Nederlanders soms een overdreven positief beeld hebben van België, dat ze denken dat de kwaliteit van het onderwijs en de zorg daar veel beter is.' Kuper: 'Het gevoel dat alles in Nederland klote is.' Hetzel: 'Nederland verkeert nog steeds in een staat van groot onbehagen. Dat, in combinatie met het plotseling wegvallen van de dictatuur van de politieke correctheid, maakt dat Nederland in rap tempo een ander imago heeft gekregen: harder, minder verdraagzaam.' De Voogd: 'Ik was het nooit helemaal eens met dat beeld van tolerantie. Het was in feite onverschilligheid, gebrek aan belangstelling voor de cultuur van de ander. Die houding van: iedereen mag doen wat hij wil, we willen het niet weten. Die afzijdige houding is weg; nu is de nationale vraag opeens wat de gezamenlijke normen en waarden moeten zijn .' En niemand die er in die discussie nog omheen draait, merkt Kuper op: 'Ik hoor goed opgeleide mensen uit de middenklasse zonder blikken of blozen dingen over Marokkanen zeggen die in Engeland volstrekt onacceptabel zouden zijn. Het inhakken op minderheden is wijdverbreid. Ik kan mij voorstellen dat sommige groepen zich in Nederland zo langzamerhand buitengesloten voelen.' Van Hove vindt dat de politiek daarin een dubieuze rol speelt: 'Ik denk bij politiek nog altijd vooral aan het Griekse grondbeginsel waarin de polis orde moet scheppen in de maatschappij. De Nederlandse politiek doet nu het tegenovergestelde: zorgen voor een tweedeling. In Rotterdam is nu al sprake van een vorm van economisch racisme: wie niet genoeg verdient, komt bepaalde wijken niet in.' Lock: 'In zekere zin volgt Nederland de ontwikkelingen in veel Europese landen. Er is een algemene tendens van verzakelijking en commercialisering, van afnemend idealisme.' Van Hove: 'Lange tijd keken Nederlanders met zorg naar Vlaanderen, vanwege het Vlaams Blok. Nu kijken wij in België op van de enorme inhaalslag die Nederland in krap twee jaar tijd heeft gemaakt.' Buyse: 'Vroeger werd het Blok in Nederland gezien als iets horriebels. Nu constateer ik in brede kring enig begrip voor het fenomeen. Niet voor de standpunten van het Blok, wel voor het feit dat politici een protestbeweging vertegenwoordigen.' Maar is de balans na twee jaar louter zorgelijk? Diplomaat Budd onthoudt zich van een oordeel. Wel vindt hij dat positieve ontwikkelingen niet ongenoemd mogen blijven. Budd: 'Fortuyn heeft het politieke debat geopend. Hij heeft iets gedaan dat in ieder land heel belangrijk is: de strijd aanbinden met regenten die vinden dat bepaalde onderwerpen te belangrijk zijn om aan het volk over te laten. 'Dankzij hem is de belangstelling voor de politiek toegenomen. Bij twee opeenvolgende parlementsverkiezingen steeg de opkomst. Fortuyn heeft de gevoelens van heel veel gemiddelde Nederlanders weerspiegeld. Dat is gezond in een democratie .' Hetzel heeft in dat verband een waarschuwing voor Nederlandse politici: 'Het lijkt er sterk op dat de oude manier van politiek bedrijven weer wordt voortgezet. Het revolutionaire elan van 2002 ebt langzaam weg. De oude partijen gaan door op de oude, saaie weg. Dat kan hun duur komen te staan zodra er weer een charismatisch man opstaat. Want één ding is zeker: er is geen enkele reden te denken dat die 1,6 miljoen ontevreden kiezers er opeens niet meer zijn.'