Chaos
16-04-2004, 16:30
Ik zat in de trein door het raampje heen te kijken op station Duivendrecht, te wachten tot de trein ging vertrekken. Omdat het maar een klein stukje rijden was, had ik plaatsgenomen op die ene zogenaamde balkonnetje met die klap stoelen. Die ene stoelen die keihard zijn en waarna je na 2 minuten geen gevoel meer in je reet hebt. Naast mij zat een vrouw van ongeveer 25 jaar. Donkerbruin krullend haar, bruin suede jasje, een moderne vrouw gewoon. Maar het viel mij op dat ze grote wallen onder haar ogen had. Terwijl de tijd verder tikte, hoorde ik opeens een overslaande vrouwenstem. Ik dacht eerst dat de vrouw een spraakgebrek had ofzoiets, ik vatte haar niet. Maar later bleek dat ik een slecht gehoor had. De vrouw zat vol verdriet. Ik probeerde vanuit mijn klapstoeltje te ontdekken waar ze zat, en ik zag dat ze verscholen zat in een van die aparte ruimtes die je in de dubbeldekker treinen hebt. Naarmate de tijd voorbij ging veranderde de volume en de stem van de vrouw van verdriet tot een soort van lichte paniek. Ik keek een andere vrouw aan en we konden een glimlach niet onderdrukken. Ik zei “ ze is zeker niet goed bij haar hoofd ofzo”. “Misschien is ze wel een junk”, flapte ik er nog even uit met mijn stomme kop. Nog steeds nieuwsgierig, probeerde ik om een hoekje te kijken. Maar ik kon haar niet zien. De trein begon te rijden en de vrouw was nog steeds aan het praten en huilen, maar af en toe hoorde ik een gedempte mannenstem er tussen door. Dit gaf mijn inzicht op haar verdriet een andere wending. Ik ving nu duidelijke flarden op van de woordenwisseling. “ Ik zit zo vol emoties, dat weet jij niet eens….” Weer huilen. “ wat moet ik doen, zodat jij van mij houdt….zeg het mij dan ”, gevolgd door haar gehuil. Ik vond het vaya en werd een beetje boos. Daar zat een vrouw met zoveel verdriet, dat het haar niets kon schelen of andere mensen ervan mee konden genieten. Alleen het woord genieten kreeg bij mij een vieze nasmaak. Ik had medelijden met haar. Ik voelde een brok in mijn keel. Op station Amsterdam CS klapten de deuren open en de massa’s mensen stapten uit en in. Volgepropt kwam de trein langzaam weer in beweging en reed verder naar Sloterdijk. Nauwelijks hadden we het station verlaten of de vrouw begon vriend te overhalen om van haar te houden. Ik was er van bewust dat je iemand niet kunt dwingen om van je te houden, maar toch had ik zo’n medelijden met haar. Het liefste had ik die gast bij zijn strot gegrepen en hem op zijn knieen gedwongen om van haar te houden en zijn liefde te bekennen. Het huilen van de vrouw drong ook door tot de groep mensen die zich al hangend staande hielden op het balkon. Er werd wat lacherig gereageerd en af en toe werden er wat misplaatste opmerkingen gemaakt. Ik kon die zogenaamde grappenmakers wel door de trein trappen. Hoe kun je om zoiets lachen? Aangekomen op station sloterdijk wenste ik mijn buurvrouw een prettige dag en ze knikte terug. De glimlach op onze gezicht was nergens meer te bekennen. Bij het verlaten van de trein keek ik nieuwsgierig naar boven om te zien welke vrouw zo’n verdriet had. Ik zag haar zitten. Ze gebaarde met haar handen richting haar vriend die met zijn rug naar het raam zat. Zij had zwart haar en donkere ogen. Een marokkaans uiterlijk. Helemaal geen raar type. Eerder een mooie vrouw met heel veel liefdesverdriet. En toen keek ik naar mijzelf. Wat was ook alweer mijn eerste gedachte…?