rnaj
29-03-2004, 09:00
Palestijnen en joden, of integratie in Nederland: het gaat erom of je in de ogen van anderen mag bestaan Maurits Berger Veel Marokkanen voelen zich in Nederland als Palestijnen in Israël, want het Palestijns-Israëlisch conflict is het scharnierpunt geworden tussen het Westen en de islamitische wereld. Nu met de liquidatie door Israël van Hamas-leider sjeik Ahmed Yassin het conflict in het Midden-Oosten verder dreigt te escaleren, is er des te meer reden `hier' en `daar' te scheiden. Na afloop van een debat met AEL-leider Abou Jahjah sprak ik met een jonge Nederlands-Koerdische vrouw. We hadden net uitvoerig gediscussieerd over het Palestijns-Israëlisch conflict. Zij vatte de emoties van de aanwezigen kort en krachtig samen: ,,Wat mij overkomt in Nederland herken ik in uitvergrote vorm in de Palestijnse zaak. Als ik de straat opga om te demonstreren voor Palestina, protesteer ik dus eigenlijk tegen mijn situatie in Nederland.'' Het lijkt nogal potsierlijk, ja zelfs aanmatigend, om een parallel te trekken tussen het conflict in Nederland en dat in het Midden-Oosten. Toch speelt zich, in verschillende gedaanten, dezelfde problematiek af: beide zijden vragen wanhopig, en steeds grimmiger, om erkenning door de ander. We debatteren ons suf over staatsrechtelijke kwesties met betrekking tot islamitisch onderwijs en het hoofddoekje, terwijl het gaat om de vraag of we in de ogen van de ander mogen bestaan. Maar in Nederland zijn we niet verwikkeld in een bloedige vendetta, en is er geen sprake van een bezetting. Juist daarom moeten we een nadrukkelijke scheiding aanbrengen tussen `hier' en `daar'. Kan de Koerdische vrouw niet gewoon tegen Nederland demonstreren, zonder dat daar de Palestijnen bij gehaald moeten worden? Dezelfde vraag geldt ook andersom: kunnen wij, Nederlanders, niet begrijpen dat veel Arabische en moslimse medeburgers een historische achtergrond hebben die nauw verbonden is met het Palestijns-Israëlische conflict? Er is namelijk iets bijzonders met dat conflict - niet alleen bij allochtonen, maar ook bij autochtonen. Ondanks de legerscharen journalisten die dagelijks over het conflict rapporteren, weten maar weinigen wat zich daar concreet voordoet. Zelfs de meest intensieve krantenlezer is totaal onvoorbereid als hij de twee volkeren met een bezoek vereert. De confrontatie met de werkelijkheid daar blijkt iedere keer weer schokkend te zijn, niet zozeer omdat het `erg' is, maar vooral doordat de complexiteit van het conflict ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Een simpel `goed' en `kwaad' kan niet altijd worden gehandhaafd. We weten er dus weinig van, maar hebben er wel een mening over. Sterker nog: de heftige gepassioneerdheid die je bij zoveel betrokkenen ervaart, zie je weinig bij andere conflicten. Het Palestijns-Israëlische conflict heeft de bijzondere positie verworven het archetype te zijn van de strijd tussen onderdrukker en onderdrukte, tussen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid. Niet de werkelijke gebeurtenissen doen er toe, maar de symbolische waarde ervan. Het is de moeder van alle conflicten. Daarmee is, naast de twee volkeren zelf, nu ook dit conflict in een diaspora geraakt. Er is een `Amerikaans', een `Arabisch' en een `Nederlands' Palestijns-Israëlisch conflict. Conflicten die niets meer uit te staan hebben met de werkelijkheid in het Midden-Oosten, maar des te meer met de eigen, ondergelegen twisten die leven in al die diaspora-landen. De hevigheid van het debat over het Palestijns-Israëlische conflict zegt meer over onze eigen nationale trauma's en pijnen. De historische en emotionele pijnlijkheden aan West-Europese en Arabische zijde komen samen in het Palestijns-Israëlische conflict dat fungeert als een roestig scharnier tussen de twee werelden. Voor West-Europa is er een direct - volgens sommigen zelfs causaal - verband tussen Israël en de Tweede Wereldoorlog en de holocaust. Die twee gebeurtenissen dienen bij uitstek als ons morele referentiekader. Bijna zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog kan er in Nederland geen boek verschijnen of film uitkomen, of het gaat wel weer over die oorlog. Nog steeds kunnen emoties oplaaien als het gaat om `goed', `kwaad' of 'grijs' in de Nederlandse oorlogstijd. De film 'De Tweeling' ging zelfs voor een Oscar. Vrienden van buitenlandse origine zuchtten toen ik naar die film wilde: `Weer die oorlog...' De bijna sacrale lading die de Tweede Wereldoorlog en de holocaust hebben voor westerlingen, geldt niet voor de Arabieren. Dat ik tien jaar geleden in Kairo werd uitgemaakt voor nazi, was dan ook geen belediging, maar een compliment vanwege mijn blanke uiterlijk met blauwe ogen en blond haar. In het Egyptisch historisch bewustzijn zijn nazi's de Duitsers die ver weg in Europa een oorlog hebben gevoerd, en die onder leiding van generaal Rommel bijna de gehate Engelse bezetter uit Egypte hebben verdreven. Dat is de andere kant van het scharnier: bezetting. Dat is het trauma van de Arabieren. De hele Arabische wereld is bezet geweest, eerst door de Turken, later door Engelsen en Fransen. Dat Groot-Brittannië en Frankrijk bovendien met imperialistisch gemak het Midden-Oosten in stukjes hakten, opdeelden en weggaven aan Turken (Alexandretta), joden (Palestina), christenen (Libanon) of aan Arabische koningen (Syrië, Jordanie en Irak), heeft de gevoeligheid hierover alleen maar vergroot, zoals nu ook weer blijkt uit de Arabische reactie op de situatie in Irak. Bezetting tegenover holocaust, dat zijn twee onvergelijkbare grootheden. Maar ze bepalen wel de gevoelswaarde over het Palestijns-Israëlische conflict. Dat de holocaust aan Arabische zijde geen rol speelt, wordt daarom vaak aan onze zijde gezien als een ontkenning ervan. Maar dat de Arabische wereld bijna geen weet heeft van de holocaust, is geen kwade wil. De holocaust is domweg geen onderdeel van de historische betrekkingen tussen Israël en de Arabische wereld. Deze vond immers plaats in Europa, en de Arabieren kregen pas enkele jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog te maken met de staat Israël. Dit werd mij opnieuw duidelijk toen ik enkele jaren geleden tijdens de jaarlijkse boekenkbeurs in Damascus probeerde te achterhalen wat er zoal in het Arabisch is geschreven over de holocaust. ,,Boeken over de holo-wat?'' Het onbegrip van de vrouw aan de informatiebalie was oprecht. Voor haar stond een computer met toegang tot tienduizenden titels van Arabische boeken die op de beurs voorradig waren. ,,Nooit van gehoord. Spel het even voor me, wil je? hoe-loe-koest? Geen titel voorradig.'' In de Arabische wereld heeft men inmiddels door dat de holocaust en het nazisme in West-Europa ijkpunten vormen in ons referentiekader over goed en kwaad. Daarom proberen zij Europees medeleven op te wekken door dezelfde grootheden te gebruiken voor hun eigen lijden. Israëliërs worden vergeleken met nazi's, en het leed dat de Palestijnen wordt aangedaan ziet men in de Arabische wereld als een plaatselijke holocaust. Er ontbreekt ook enig besef aan Arabische kant dat zij Europeanen daarmee nog meer van zichzelf vervreemden. Het gebrek aan inlevingsvermogen is wederzijds. Het Westen toont weinig compassie als het gaat om Arabische gevoelens met betrekking tot onderdrukking en bezetting. Als het gaat om kwesties als Israël en Irak, spreekt het Westen daarover in termen van internationaal recht. De Arabische overgevoeligheid over de bezetting van Irak word terzijde geschoven als hypocriet: de meeste Arabieren vonden het immers maar wat fijn dat het Westen de vuile Saddam-zaakjes voor hen opknapte. Voor de Arabieren is het echter vooral een herhaling van traumatische episoden uit hun eigen geschiedenis.