Scottie
22-03-2004, 22:32
Nou, het is te hopen dat die Bin Laden een eervoller dood sterft dat die oude bejaarde en invalide dodenmaker daar in Gaza. Lees waarom ook Al Kwaaida niet zal winnen, of, in ieder geval niet. Wat sinds 11 september 2001 een permanent schrikbeeld was, is nu werkelijkheid geworden: een terreuraanslag met honderden doden en gewonden op Europese bodem. Wetenschappers en andere deskundigen die zich beroepshalve met het bestuderen van terrorisme bezighouden, noemden het een schoolvoorbeeld van 'catastrofaal terrorisme'. De bedenkers en plegers van de aanslagen leken immers enkel en alleen kieskeurig te zijn geweest in het selecteren van een locatie (Madrid) en een tijdstip (drie dagen vóór de Spaanse parlementsverkiezingen). Bij het selecteren van de beoogde slachtoffers gold kennelijk alleen een kwantitatief criterium: zoveel mogelijk. Dat de aanslagen in Madrid afweken van het terrorisme waarmee Spanje en ook andere Europese landen sinds de Tweede Wereldoorlog min of meer vertrouwd waren geraakt, zal ook veel niet-deskundigen direct zijn opgevallen. Zowel de Baskische ETA als de Ierse IRA, de Duitse RAF en de Italiaanse Rode Brigades - de beruchtste (ex-)hoofdrolspelers in de Champions League van politiek gemotiveerd geweld -was immers gewoon om bij het voorbereiden van hun terreuracties slachtoffers te kiezen die beschouwd konden worden als prominente symboolfiguren in de rijen van hun tegenstanders. Niet het door middel van massamoord creëren van collectieve angst en maatschappelijke ontwrichting was doorgaans het primaire doel van deze 'klassiek' opererende terroristen, maar het gericht uitschakelen van menselijke struikelblokken die de weg naar het Beloofde Land versperden. De introductie, afgelopen donderdag, van catastrofaal terrorisme op Europese bodem deed al snel het logische vermoeden rijzen dat de aanslagen in Madrid het werk zouden kunnen zijn van het in dit genre gespecialiseerde Al-Qaida-nctwerk van Osama bin Laden, ofwel dat ze duidden op een opzienbarende strategiewijziging binnen de ETA, in Spanje de usual suspect inzake terreur. Een belangwekkende kwestie, daarover bestond geen twijfel. Want indien definitief zou komen vast te staan dat Al-Qaida achter de aanslagen zat, dan is het niet onwaarschijnlijk dat na Spanje ook de rest van Europa met dergelijke terreur zal kennismaken - met voorop de andere bondgenoten van de VS in de oorlog in Irak, Nederland incluis. En mocht het toch de ETA zijn, dan is Al-Qaida er kennelijk in geslaagd klassieke terroristen te verleiden tot imitatiegedrag. Ook dat is slecht nieuws, zowel voor Spanje als voor de rest van Europa. Wat betekent dit voor de toekomst? Gaat Al-Qaida (of daarmee samenwerkende terreurorganisaties) de politieke agenda in Europa bepalen? We zien immers dat de aanslag in Madrid het politieke landschap van Spanje volledig heeft veranderd. De val van de conservatieve regering is ongetwijfeld ingegeven door de mening van de Spaanse kiezer dat het beleid van deze regering de aanslag heeft uitgelokt. Eigenlijk heeft niet de Spaanse socialistische partij de verkiezingen gewonnen, maar Bin Laden. Dit succes lijkt misschien maatgevend voor de toekomst, maar is dat niet. Wat ook de verschillen mogen zijn tussen Al-Qaida en andere bekende terroristische groeperingen - het alleen maar toepassen van catastrofale terreur en internationaal opereren - het blijft in de kern een terreurbeweging als alle andere. Met diep ondergedoken, schijnbaar ongrijpbare leiders, die kunnen rekenen op blinde gehoorzaamheid van hun gewelddadige volgelingen. Net als alle andere 'klassieke' terroristische organisaties volgt ook Al-Qaida een levenscyclus die altijd hetzelfde verloopt: van een aarzelend begin van onbekende pioniers, gevolgd door een fase van schijnbare maatschappelijke acceptatie en politiek succes, maar altijd eindigend in de marge. Ongeacht het geweld dat ze toepassen, worden ze uiteindelijk politiek irrelevant. Hoe komt dat? Beginnen we bij het begin. Terroristische organisaties hebben hun ontstaan altijd te danken aan een mythe: een historische fabel die dient om vorm en betekenis te geven aan bepaalde opvattingen. Zo hecht de ETA (voluit Euskadi ta Azkatasuna, 'Baskisch vaderland en vrijheid', opgericht in 1959) geloof aan de in de negentiende eeuw door grondlegger Sabino Arana geformuleerde these dat de Basken een uniek en oeroud volk zijn aan wiens onafhankelijkheid een onrechtmatig einde werd gemaakt door inferieure Spaanse imperialisten. Het Ierse Republikeinse Leger (IRA, 1919) koestert aangaande de Ieren een vergelijkbaar geloof, met de Britten in de rol van grote boosdoeners. De niet meer actieve Rote Armee Fraktion (RAF, 1970) en de eveneens inerte Rode Brigades (1969) beschouwden respectievelijk de West-Duitse Bondsrepubliek en het naoorlogse Italië als pseudo-democratische voortzettingen van respectievelijk het Derde Rijk en de fascistische heilstaat van Benito Mussolini, en ze zagen zichzelf als de rechtmatige erfgenamen van de links-revolutionaire traditie in beide landen. Ook hel midden jaren tachtig ontstane Al-Qaida is gefundeerd op een mythe, namelijk het idee dat de koran het geopenbaarde en universeel geldige woord van God bevat, en dat 'ongelovige indringers' op grond daarvan verdreven dienen te worden van de 'geheiligde bodem van de islam', lees: grote delen van de Arabische wereld en het Midden-Oosten. Essentieel voor het tot bloei komen van terreurorganisaties is dat een (liefst zo groot mogelijk) deel van de 'buitenwereld' eveneens geloof hecht aan deze mythische grondslagen. Terroristische acties zouden anders door niemand binnen de 'juiste' context kunnen worden beoordeeld en dus per definitie op onbegrip en algemeen afgrijzen stuiten. De ETA kon rekenen op steun van veel Basken die zich door het centralistische Madrid overheerst voelden. Daarbij gold als bespoedigende factor dat, tot aan de dood van Francisco Franco in 1975, de gewapende strijd voor een onafhankelijk Baskenland als vanzelf samenviel met verzet tegen een fascistische dictator. De IRA op haar beurt kon eind jaren zestig aanhaken bij een burgerrechtenbeweging van Noord-Ierse katholieken. De RAF en de Rode Brigades wisten tezelfdertijd te profiteren van een in marxistisch vaarwater belande studentenbeweging, en Al-Qaida in de jaren tachtig van de steun van de Verenigde Staten, aangezien Bin Laden in Afghanistan communistische sov-jettroepen bestreed. Alle terreurorganisaties krijgen dus op een gegeven moment de wind in de rug van de publieke opinie doordat ze het aura krijgen van min of meer legitieme emancipatiebewegingen. Terreur is in die fase misschien wel een paardenmiddel, maar het is wel tegen het kwade en voor het goede. Tegen onderdrukking en dictatuur, voor democratie, vrijheid en burgerrechten. Desondanks gaat het geheid mis. Geen enkele terrorist is in de illegaliteit opgegroeid; ooit maakten ze zelf deel uit van de 'buitenwereld'. Sterker nog: veel rekruten van terreurgroepen zijn relatief hoogopgeleide twintigers en der-tigers uil middle- en upper-classmilieus die het in materiële zin vaak aan niets ontbrak en die dikwijls een actief sociaal leven leidden. Maar ook voor aankomende terroristen van nederiger komaf impliceert de keus voor de gewapende strijd altijd een radicale breuk met het oude levenspatroon, niet zelden van de ene dag op de andere. Het nieuwe bestaan begint meestal met het aannemen van een andere naam, waarmee tevens de oude identiteit symbolisch wordt afgelegd. Veel minder symbolisch is dat contacten met vrienden en familieleden nagenoeg onmogelijk worden, dat er geen vast inkomen meer kan worden genoten en dat om de haverklap moet worden ver-huisd naar nieuwe safe houses. Van met name de RAF is bekend dat dit aanpassingsproces tot veel problemen leidde. De meeste RAF-leden waren gewend aan het vrijgevochten studentenbestaan, maar ze zagen zich nu plotseling gedwongen om - in een poging in het dagelijks leven zo min mogelijk op te vallen - precies die kleinburgerlijke levensgewoonten aan te nemen die zij zo verafschuwden. Zelfs toen de RAF-top in 1970 in het geheim afreisde naar een Palestijns trainingskamp van El Fatah in Jordanië, bleek er geen ontsnapping uit die tredmolen mogelijk: Andreas Baader en zijn kameraden werden er tot hun grote ontsteltenis geconfronteerd met het besluit de Duitse delegatie in aparte mannen- en vrouwententen te laten overnachten, waarna ook nog eens een gigantische rel uitbrak toen de streng-islamitische kampleiding zag dat enkele vrouwelijke RAF-stadsguerrillero's bloot lagen te zonnen. Maar ook als de leden van een terroristische organisatie er na verloop van tijd in slaagden zich aan te passen aan hun nieuwe, ondergrondse bestaan, vormde dat, zo leert de geschiedenis, allerminst een garantie om succesvol te kunnen blijven opereren. Want in het isolement waarin terroristen zich bevinden - ook die van Al-Qaida - ligt zowel hun grote kracht alsook hun nog veel grotere zwakte. Het belangrijkste gevolg van dat isolement is het verlies van het contact met de 'bovengrondse' werkelijkheid. We hebben hier te maken met de achilleshiel van het terrorisme. Anders dan 'gewone' cri-minelen hebben terroristen immers een sympathiserend publiek nodig dat hun acties moet kunnen interpreteren als nuttige stappen op weg naar een gemeen-schappelijk nagestreefd doel. Vrijwel alle terreurorganisaties gaan op dit cruciale punt vroeg of laat in de fout: ze maken door hun fysieke en mentale isolement verkeerde strategische keuzen, kiezen verkeer-de doelen of beoordelen de gevolgen van hun acties verkeerd. We kennen dit verschijnsel ook van onze eigen verzetsorganisaties uit de Tweede Wereldoorlog. Nagenoeg alle veten, ruzies en conflicten tussen ille- gale groepen waren, zo bleek achteraf, te herleiden tot misverstanden die voortkwamen uit het gebrek aan communicatie met elkaar en met de Nederlandse regering in Londen.