Deliana
22-03-2004, 15:02
Hoe het allemaal begon Voor Israël is Palestina 'het beloofde land'. De Palestijnen claimen het gebied omdat 'ze er al jaren wonen'. Daarmee is gelijk de bron van het conflict genoemd. Ze kunnen niet naast elkaar leven met als gevolg een religieuze strijd. Het Heilige Land Palestina, zoals Israël vroeger heette, is in de loop van de geschiedenis altijd een begeerd stuk land geweest. Op zich is dat niks bijzonders, want de meeste naties zijn tot stand gekomen na lange oorlogen om het bezit van het grondgebied. Wat Palestina zo bijzonder maakt, is dat het land niet in de eerste plaats begeerd werd om zijn vruchtbaarheid, rijkdom of strategische ligging, maar om religieuze redenen. Dat geldt voor zowel de joden als de christenen. Voor de christenen heeft Palestina een speciale betekenis omdat Jezus Christus er leefde. In de Middeleeuwen noemden de christenen Palestina 'het Heilige land'. De christenen ondernamen vanaf de 11de eeuw diverse kruistochten om de regio te veroveren en te koloniseren. Dat mislukte, en sindsdien waren de inwoners van Palestina, de Palestijnen dus, voornamelijk islamitische Arabieren. Rond 1900 bestond de bevolking in het gebied uit ongeveer 90% Arabieren tegen 10% joden. Goddelijk recht De Palestijnen vinden dat het land van hen is, omdat ze er al eeuwen lang wonen. De joden vinden dat het land van hen is, omdat God het zo heeft gewild. In het oude testament van de bijbel staat de geschiedenis van het joodse volk beschreven. Een belangrijk deel daarvan is het verhaal van Mozes die het joodse volk vanuit Egypte naar 'het beloofde land' leidt. Dat beloofde land was Palestina. God zou tegen Mozes gezegd hebben dat het voor de joden is bestemd. Daarom vinden veel joden dat ze een ‘goddelijk recht’ op Palestina hebben, een recht dat de wereldse aanspraken van de Palestijnen overstijgt. Het zionisme Deze opvatting vormt de basis van de het zionisme. Het zionisme ontstaat aan het eind van de 19de eeuw als reactie op het groeiend antisemitisme in Europa. Volgens deze ideologie moeten alle joden ter wereld terugkeren naar ‘Sion’ (Jeruzalem), om daar een zuiver joodse staat te stichten. In een zuiver joodse staat hebben de Palestijnen volgens fanatieke zionisten niks te zoeken, omdat het geen joden zijn. Het zionistische ideaal vormt de spirituele basis van de staat Israël en leeft, ruim 50 jaar later, nog sterk in de hoofden van de Israëli’s. Daarom zijn velen van de huidige Israëlische machthebbers niet bereid land af te staan aan de Palestijnen. Onder invloed van het zionisme, dat in 1896 werd geformuleerd door Theodor Herzl, komt in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog de joodse emigratie naar Palestina op gang. Engelse diplomatie De joden zouden hun ideaal van een eigen staat nooit hebben kunnen verwezenlijken zonder internationale steun. Die steun krijgen ze in eerste instantie van de Britten. Zij spelen in de Eerste Wereldoorlog een diplomatiek spel met Palestina als onderpand. Palestina is in die tijd bezet door de Turken, die in WO I met de Duitsers tegen de Britten vechten. De Britten willen dat de Palestijnen tegen de Turken gaan vechten en beloven hen in ruil daarvoor onafhankelijkheid, tenminste, als de Engelsen de oorlog winnen. Balfourverklaring Tegelijkertijd doen ze beloften aan de joden, die nogal tegenstrijdig zijn met hun beloften aan de Palestijnen. De Britten willen de joden te vriend houden, omdat zij veel invloed hadden (en hebben) in de Verenigde Staten. De VS houdt zich tot 1917 afzijdig in de Eerste Wereldoorlog. De Britten hebben de VS nodig om de oorlog te kunnen winnen en willen dus dat de Amerikanen aan de oorlog gingen deelnemen. Zij zoeken daarvoor steun bij de joodse Amerikanen. Het zionisme heeft veel aanhang onder die groep. Voor wat, hoort wat, dus besluit Groot-Brittannië zich achter het zionisme te scharen. In 1917 ondertekent de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Lord Balfour, een geheime verklaring waarin de Britse regering belooft 'de vestiging van een nationaal tehuis voor het joodse volk te ondersteunen en alles in het werk te stellen om dit doel te bereiken’. Let wel, in deze Balfourverklaring, zoals het document sindsdien bekendstaat, wordt nergens met zoveel woorden gesproken over een joodse staat. Maar dat is wel de interpretatie die de joden eraan geven. Brits mandaat Na de oorlog wordt Palestina Brits mandaatgebied. Dat betekent dat de Engelsen het gebied tijdelijk mogen besturen om het klaar te stomen voor onafhankelijkheid. Op dat moment, in 1922, bestaat de bevolking van Palestina voor 70% uit Arabieren en voor 30% uit joden en christenen. De Britten blijven de emigratie van joden naar Palestina bevorderen. De Palestijnen voelen zich door de Engelsen verraden en gaan zich vanaf eind jaren twintig steeds meer verzetten tegen wat zij ervaren als ‘de joodse invasie’ in hun land. Het komt tot geweld, waarbij de Palestijnen bij meerdere gelegenheden joodse immigranten vermoorden. Verandering van politiek Aan het eind van de jaren dertig dreigt de situatie in Palestina uit de hand te lopen. Vanwege het opkomende nazisme in Duitsland emigreren steeds meer joden naar Palestina, op zoek naar een veilige haven. Het verzet van de Palestijnen groeit. Dit stelt de Britten voor problemen. Zij slagen er niet in de orde te handhaven. Bovendien zijn de Britse belangen veranderd. In de eerste jaren van de twintigste eeuw worden de grote olievoorraden in het Midden-Oosten ontdekt. Het wordt daardoor belangrijker de Arabieren te vriend te houden, ook omdat de Britten de Tweede Wereldoorlog zien aankomen. Daarom besluiten de Britten hun politiek te wijzigen. De joodse immigratie in Palestina wordt voortaan beperkt. De Britten stellen een jaarlijks immigrantenquotum in, dat de hele oorlog van kracht blijft. Zware kritiek Als na de oorlog duidelijk wordt welke gruwelen de Duitsers de joden hebben aangedaan, krijgen de Britten zware kritiek vanwege hun harde opstelling tegenover de joden. Met name de Amerikanen verwijten hen dat ze het vele joden onmogelijk hebben gemaakt in Palestina een veilig toevluchtsoord te vinden. Vanwege de holocaust is de sympathie voor de joden en de zionistische beweging sterk toegenomen. Na de oorlog trekken er nog meer joden naar Palestina. En de Palestijnen blijven zich daartegen verzetten. In 1947 besluiten de Britten zich uit het wespennest Palestina terug te trekken. Ze dragen het gebied over aan de Verenigde Naties. Israël De VN komt met een compromis op de proppen: een opdeling van het land in een joods en een Palestijns deel. Volgens dat plan krijgen de joden 56% van Palestina en de Palestijnen 44%. Jeruzalem en Bethlehem zouden een speciale status krijgen en onder internationaal bestuur worden geplaatst. De joden accepteren het voorstel, de Palestijnen, die zich van meer dan de helft van hun oorspronkelijke grondgebied beroofd zien, niet. Er breekt een bloedige oorlog uit. Honderdduizenden Palestijnen vluchten naar Libanon en Jordanië. Op 14 mei 1948 roept David Ben Goerion de staat Israël uit. De VS en de Sovjet-Unie erkennen de nieuwe staat onmiddellijk. Het uitroepen van de staat Israël lokt een militaire reactie uit van de Arabische buurlanden, die Palestina binnenvallen. Maar de joden winnen de oorlog. Aan het eind van het jaar hebben ze vrijwel het hele gebied ten westen van Jeruzalem veroverd, wat overeenkomt met 78% van Palestina. De westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem zijn in Jordanese handen. De Palestijnen zijn sindsdien statenloos.