Scottie
03-03-2004, 22:20
Nou, en na Rotterdam, Zandvoort, Arnhem, Leiden en Amsterdam-Noord gunnen Nederlanders niemand iets dergelijks. Nieuws voor mij, nieuws voor Nederland, nieuw voor onze nieuwkomers. Scottie. Het vergeten bombardement. Een grasveld overdekt met mos, 28 bij 28 meter. Aan de rand een eenzame plastic tas. Dit is het massagraf van het vergissingsbombardement op Nijmegen, 22 februari 1944. De doden worden hier niet geëerd. HELENE VAN BEEK Hier zou op zijn minst een maquette kunnen staan." J. Creemers wijst naar de ingang van de begraafplaats. Hij heeft een lijst met alle 771 bombardementsdoden samengesteld. "Er wordt met de lichamen wel heel slordig omgegaan." Op het grasveld valt uit niets op te maken dat hier nog steeds vele stoffelijke resten moeten liggen allemaal slachtoffers van het 'vergeten' bombardement op Nijmegen op 22 februari 1944, gisteren zestig jaar geleden. Het zit een aantal mensen behoorlijk dwars. De beheerder, de Stichting Begraafplaatsen Nijmegen, zegt 'al jaren te vechten' met de gemeente, eigenaar van de begraafplaats, over een verwijzing naar het bombardement. De onverschilligheid jegens dit massagraf tekent de houding van de gemeente Nijmegen. Niet voor niets wordt het bombardement wel 'de weggedrukte ramp' genoemd. Velen denken dat dit wegdrukken gebeurde omdat Nijmegen zich geen raad wist met de, veronderstelde, fout van de Amerikaanse piloten. Het bleef stil rond het fatale bombardement, zoals gebeurde met zo veel andere verdrietige momenten uit de oorlog, stelt kenner P. van Leeuwen uit Arnhem: "Het was opbouwen, opbouwen, opbouwen, carrière en gezin. Er was geen tijd voor omkijken. Pas toen de mensen ouder werden en niet meer hoefden te werken, kwam de bezinning. Ze zochten elkaar op en de roep om herdenkingen nam toe." In Arnhem werd het vergissingsbombardement alleen vijftig jaar na de ramp, in 1994, officieel herdacht. Zestig jaar na dato herdenken de twee andere getroffen, steden, Arnhem en Enschede, helemaal niets. Van Leeuwen vindt het jammer. Dat er direct na de oorlog geen plechtigheden waren, vindt hij nog wel begrijpelijk: "Toen in Arnhem de eerste berichten kwamen vanuit Nijmegen, waren we erg overdonderd. Wij vonden dat die 'paar doden' bij ons in geen verhouding stonden tot die bijna achthonderd in Nijmegen." Maar vervolgens kwam in september 1944 de Slag om Arnhem, waarna de hele stad werd geëvacueerd. Daarna kwam de bevrijding. In Arnhem ligt de nadruk dan ook op het gedenken van de Slag om Arnhem en het vieren van de bevrijding. Maar dat in Nijmegen heel lang geen ruimte was om stil te staan bij het bombardement dat stad en bewoners letterlijk verminkte, blijft opmerkelijk. Pas in 1994 vond voor het eerst een grootse officiële herdenking plaats. In 1969, bij het 25-jarig 'jubileum', gebeurde het summier: burgemeester De Graaf legde een krans, de stad nam twee minuten stilte in acht en luidde de dodenklok. In de maanden direct na de ramp waren er ook enkele ceremoniële bijeenkomsten, inclusief die van NSB-burgemeester Van Lokhorst in april 1944. Na afloop van de oorlog was er tien jaar lang helemaal geen herdenking. In 1954 verbrak burgemeester Hustinx deze stilte. Hij schreef aan zijn burgers: 'Stadgenoten, ik ben ervan overtuigd, dat geheel in uw geest gehandeld wordt, wanneer ook in het openbaar, op sobere wijze, de slachtoffers zullen worden herdacht.' De vlaggen gingen halfstok en er werden om 13.28 uur - exact het tijdstip waarop de bommen vielen - twee minuten stilte gehouden. Nijmegen herdenkt het vergissingsbombardement tegenwoordig wel weer elk jaar. Dit jaar begint de carnavalsoptocht zelfs later om de stilte niet te verstoren.Een belangrijk deel van de plechtigheden vindt plaats bij het monument De Schommel. Dat symboliseert de doden (24 kinderen, acht medewerksters) die vielen toen op de beruchte 22ste februari, exact op die plek, een kleuterschool werd platgegooid. De belangstelling voor de herdenkingen bij dit monument en op de begraafplaats aan de Daalseweg, waar driehonderd katholieken, afkomstig van de Algemene Begraafplaats, werden herbegraven, is groot en groeiende. "Mensen bellen me en vragen: gebeurt er dit jaar iets?" zegt B. Janssen, die verhalen optekent over de slachtoffers van het bombardement. Zelf kroop hij zestig jaar geleden als baby van drie weken door het oog van de naald. Zijn vader vertrouwde de vele vliegbewegingen niet. "Mijn moeder heeft toen mijn kinderwagen van de achterkamer naar de voorkamer gerold. De bommen zijn achter gevallen." Traumatisch is het bombardement voor Janssen - "mij is altijd verteld hoeveel geluk ik heb gehad" - dan ook niet. Hij weet dat dit voor velen, zestig jaar later, nog steeds wel zo is. "Sommigen spreken er nu voor het eerst in hun leven over met mij. Bomen van kerels, snikkend met het hoofd op tafel."