Nacera
11-01-2004, 12:50
Muhammad al-Shareef Aasiyah, de vrouw van Fir'auwn (Farao). Haar imaan (geloof) in Allah Subhanahoe wa Ta’ala bloeide in de schaduw van iemand die zei: 'Ik ben jullie heer, de allerhoogste!' Toen Fir’aun het nieuws bereikte van het geloof van zijn vrouw sloeg hij haar en beval zijn bewakers om haar te martelen. Ze namen haar mee in de brandende middaghitte, bonden haar handen en voeten en martelden haar voortdurend. Tot wie keerde zij zich (terug)? Zij keerde zich naar Allah. Ze bad: “Mijn Heer, bouw voor mij een huis aan Uw Zijde in het Paradijs, en red me van Fir’auwn en zijn daden en red mij van het onrechtvaardige volk.” [Soerah At Tahrim: 11] Er is verteld dat toen ze dit zei, de hemel voor haar opende en zij haar huis zag in het Paradijs en glimlachte. De bewakers keken verbaasd, ze wordt gemarteld en ze glimlacht? Gefrustreerd beval Fir'auwn dat een grote steen moest worden gebracht en op Aasiyah moest worden gegooid, om haar te verpletten tot aan haar dood. Maar Allah nam haar ziel voordat de grote steen gebracht werd en zij werd een voorbeeld voor alle gelovige mannen en vrouwen tot het einde van de tijd: “En de gelovigen heeft Allah de vrouw van Fir’auwn als voorbeeld gegeven, toen zij zei: ‘Mijn Heer, bouw voor mij een huis aan Uw Zijde in het Paradijs, en red mij van Fir’auwn en zijn daden en red mij van het onrechtvaardige volk.” [Soerah At-Tahrim: 11] In de hadith waarin Jibreel ‘aleyhi salaam naar de profeet sallallahoe 'aleyhi wa sallam kwam, en hem vroeg over Islaam, Iemaan en Ishaan, zei de profeet sallallahoe 'aleyhi wa sallam over Iemaan: 'Iemaan is geloven in Allah, Zijn Engelen, Zijn boeken, Zijn boodschappers, de Laatste Dag, en Voorbeschikking (al-Qadr) in zowel het goede als het slechte daarvan. Vandaag zullen wij met het laatste artikel van Iemaan (er is een hele serie hieraan gewijd) wijden aan: het geloven in de Voorbeschikking, het goede en het slechte daarvan. Aangezien jij en ik reizen door het leven zullen wij ons in één van de twee situaties bevinden. Er gebeurt iets goeds in ons leven en we bevinden ons – als moslims - in een staat van shukr (dankbaarheid aan Allah). Of iets slechts is gebeurt er met ons, iets waarvan wij niet houden en onze rol hierin is het hebben van sabr (geduld). Dit is de formule voor 'n gelukkig leven, het leven dat naar het genoegen van Allah leidt. Sabr of shukr, de zorgen houden hier op. De boodschapper van Allah sallallahoe 'aleyhi wa sallam zei (volgens een overlevering): ‘Hoe wonderbaarlijk is de situatie van een mu-mien (gelovige), waarlijk alle situaties zijn goed voor hem. Als hem iets goeds overkomt dankt hij Allah, en dat is goed voor hem. En als hem iets slechts overkomt is hij geduldig, en het wordt beter voor hem. En dit geld slechts voor de mu-min (gelovige).’ Ibn al-Jowzee rahmatoellahi ‘aleyh zei: 'Als deze doenya geen station van beproevingen was, dan zou het niet gevuld met ziektes en vuiligheid zijn. Als het leven niet voor ontberingen was, dan zouden de profeten en de vromen het meest comfortabel geleefd hebben. Nee, Adam ‘aleyhi salaam leed beproeving na beproeving totdat hij de doenya verliet. Noeh ‘aleyhi salaam huilde 300 jaar. Ibrahiem ‘aleyhi salaam werd geworpen in een kuil van vuur en werd later verteld zijn zoon te offeren. Ya'qub ‘aleyhi salaam huilde tot hij blind werd. Musa ‘aleyhi salaam daagde Fir'auwn uit en werd beproefd door zijn mensen. 'Iesa ‘aleyhi salaam had geen voorziening behalve de happen die zijn volgelingen hem van voorzagen. En Mohammad sallallahoe 'aleyhi wa sallam ontmoete armoede met geduld, zijn oom - een van zijn geliefdste verwanten - werd gedood en verminkt en zijn mensen geloofde niet in hem …. en de lijst van profeten en vromen gaat door en door.’ Wat ons overkomt gebeurt met de wil van Allah. Het is een artikel over ons geloof in Qada' & Qadr waar wij met de toestemming van Allah tevreden mee zijn, goed of schijnbaar slecht is allemaal een beproeving van deze doenya. Hoe kunnen wij veronderstellen niet te zullen worden beproeft, als degenen die beter waren dan wij leden aan hetgeen ze hebben geleden? Zij kwamen weg met het genoegen van Allah, Subhanahoe wa Ta'ala. Al Hasan ibn Arafah rahmatoellahi ‘aleyh verteld: 'Ik bezocht Imaam Ahmad ibn Hanbal nadat hij was geslagen (met de zweep) en gemarteld. Ik zei tegen hem: 'O Abu Abdillaah, u heeft het niveau van Profeten bereikt.' Hij zei: 'Wees stil. Waarlijk, ik zag niets meer dan mensen die hun Deen verkopen. En ik zag geleerden die met mij waren en hun geloof verkochten. Toen zei ik tegen mijzelf, 'Wie ben ik? Wat ben ik? Wat ga ik tegen Allah zeggen morgen, wanneer ik me voor Hem bevindt en Hij me zal vragen: 'Verkocht jij je Deen zoals de anderen deden?' Toen keek ik naar de zweep en de zwaard en koos hen. En ik zei: 'Als ik sterf zal ik tot Allah terugkeren en zeggen: 'Mij is verteld te zeggen dat één van Uw Eigenschappen gecreëerd was maar ik deed het niet.' Na dat, zal het aan Hem zijn, of Hij zal me straffen of Barmhartig voor mij.' Al-Hasan ibn Arafah vroeg toen: 'Voelde u pijn toen zij u (met de zweep) sloegen?' Hij zei: 'Ja, ik voelde de pijn tot 20 zweepslagen toen verloor ik al mijn gevoel (zij sloegen hem meer dan 80 maal). Nadat het over was voelde ik geen pijn en die dag bad ik het Duhr-gebed staand.' Al-Hasan ibn Arafah begon te huilen toen hij hoorde wat er was gebeurd. Imaam Ahmed radiallahoe ‘anhu vroeg hem: 'Waarom huil je? Ik heb mijn Iemaan niet verloren. Waarom zou ik na dat nog geven om mijn leven als ik die verloren had?' Zij waren beter dan ons, maar dit was hoe zij werden beproefd. Laten we enkele feiten bespreken over de beproevingen in het leven, de goede en de slechte die ons overkomen: * Veel van wat ons overkomt - de harde tijden - is het directe resultaat van onze eigen zonden. Allahu Ta'ala zegt: “En er treft jullie geen ramp. Of het is vanwege wat jullie handen hebben verricht, maar Hij vergeeft veel.” [Soerah As-Sjoe’oera: 30] Mohammed ibn Seereen radiallahoe ‘anhu was gewend te zeggen toen zijn schulden zich opstapelden en hij zich droevig voelde: 'Ik weet dat de oorzaak van deze droevigheid komt vanwege een zonde die ik 40 jaar geleden heb begaan.' * De mensen begrijpen dat wanneer iets slechts hen overkomt dat het een beproeving is van Allah. Maar beste broeders & zusters, de goede dingen die ons overkomen zijn ook beproevingen. Allahu Ta'ala zegt: “En Wij beproefden hen met de goede en de slechte dingen. Hopelijk zullen zij terugkeren.” [Soerah Al-A’raf:168] 'Abd al-Malik ibn Ishaq zei: Er is niemand die niet getest wordt met gezondheid of welvaart om te meten hoe dankbaar hij is (shukr).’ En de metgezel - Abdur Rahman ibn 'Awf radiallahu ‘anhu - zei: 'We werden getest met hardheid en waren geduldig. Toen werden we getest met welvaart en wij waren niet geduldig. Wegens dit zegt Allah: “O jullie die geloven, laat jullie bezittingen en jullie kinderen jullie niet afleiden van het gedenken van Allah. En wie dat doen: zij zijn degenen die de verliezers zijn.” [Soerah Al-Moenafiqoen: 9] * Geduld moet vanaf het begin aanwezig zijn, niet drie dagen later of een dag later, vanaf het moment van het nieuws van de ramp, wanneer 't voor het eerst gebeurt. De profeet sallallahoe 'aleyhi wa sallam zei volgens een overlevering: ‘Waarlijk geduld (is alleen geduld wanneer 't aanwezig is) bij de eerste klap.' * Er zijn dingen die in tegenstrijd zijn met sabr. Het scheuren van de overhemd, bijvoorbeeld, krassen in de gezichten, krassen van de handen, scheren van het hoofd, vloeken en schreeuwen. Umm Salamah radiallahoe ‘anha vertelt: 'Ik hoorde de boodschapper van Allah sallallahoe ‘aleyhi wa sallam zeggen: Elke moslim die zegt, wanneer een ramp hem treft, datgene wat Allah hem bevolen heeft: Aan Allah behoren wij en tot Hem keren wij terug. O Allah beloon me in deze ramp en geef me beter dan het - elke moslim die dit zegt - Allah zal hem belonen met hetgeen beter is (dan hij heeft verloren).' [Muslim] * Deze beproevingen en ontberingen wissen onze zonden weg. 'Aisha radiallahoe ‘anha zei: 'Waarlijk, koorts wist de zonden weg zoals een boom bladeren afwerpt.' * De ongemakken die ons overkomen onderscheiden de gelovigen van de bedriegers. Shumayt ibn Ajlaan zei: ‘De vromen en de ondankbaren worden verborgen door hun gezondheid. Maar wanneer de rampen overkomen zijn de twee gescheiden (door de manier waarop ze reageren).’ Allah Subhanahoe wa Ta’ala zegt in de Qor-aan: ”Alif Laam Miem. Dachten de mensen dat zij met rust gelaten worden, als zij zeggen: ‘Wij geloven,’ en dat zij niet op de proef gesteld worden? En voorzeker, Wij hebben degenen voor hen op de proef gesteld.” [Soerah Al-‘Ankaboet: 1-3] Ali radiallahu ‘anhu zei: ‘Waarlijk Sabr is tot Iemaan wat het hoofd is tot het lichaam. Wanneer het hoofd afgesneden wordt, valt het lichaam. (Toen verhief hij zijn stem) Waarlijk, er is geen Iemaan voor degenen die geen sabr (geduld) heeft. Er zijn drie type van sabr die een Moslim moet hebben: a. Sabr in de gehoorzaamheid aan Allah. Bijvoorbeeld, men moet geduldig zijn en het Fajr gebed op tijd verrichten. b. Sabr in het niet ongehoorzaam zijn Allah. Net als iemand die misschien zegt, ‘Ik heb naar muziek geluisterd in de auto.’ Nu is jou bevolen door Degene die jou deze oren heeft gegeven om niet te luisteren naar het slaapgezang van de duivel. En je moet sabr hebben in het niet ongehoorzaam zijn aan Allah. c. Sabr in hetgeen Allah voor ons heeft voorbeschikt. Bijvoorbeeld, als je kind overleden is moeten we geduld hebben en zoeken naar de beloning van Allah in ons geduld en alleen datgene zeggen wat Allah tevreden steld. Er zijn twee sleutels. Als we deze begrijpen dan zullen wij de deuren van sabr in ons leven openen (insha’Allah):