Scottie
20-11-2003, 14:36
Nou, dit stukje is niet door mij geschreven, maar ik wilde het toch plaatsen. Het is lang maar wel heel interessant. Scottie. Van mijn bruine medemensen heb ik geleerd te turven. Deze vaardigheid is relatief laat in mijn leven tot ontwikkeling gekomen, omdat ik ben opgevoed door twee blanke medemensen, die achteloos concertzalen en treincoupés binnenliepen zonder dat ze konden navertellen hoeveel blanken, bruinen en zwarten ze waren tegengekomen. Meerderheden tellen niet, die gaan zitten en gemeten onbekommerd van het landschap of van Bach. Nee, niet noodzakelijkerwijs van besneeuwde bergtoppen of Wagner. Ook voor joden en niet-joden heb ik een zwak oog, al is dat iets meer geoefend, en nog steeds geld ik als de analfabeet van het nichtenklasje wanneer het onderscheid tussen homo en hetero moet worden gemaakt. Mij moeten ze het echt onder mijn neus houden: grote da vidsterren die blinkend op zwarte coltruien bungelen, rastafari-petten die als zelfrijzend bakmeel de lucht in schieten - ja, dan lukt het wel. Maar ik heb nauwelijks een clou, voordat een meneer me vraagt: 'Zullen we eens gaan ******. ' En dan nog heb ik de neiging een leuke vrouw voor hem te zoeken. Maar nu liep ik de aula van de Universiteit van Amsterdam binnen, en het viel mij zomaar op: geen bruin, geen zwart. Er stond een oratie op het programma van een nieuwbakken hoogleraar in het 'Hedendaags jodendom'. Ik kom in de verleiding maar meteen 'Heden-daagsch Jodendom' te schrijven, of 'Hedendaagsche Joodsche Questies'. Maar ik ken Evelien Gans, deze professorabele vrouw, en zelf heeft ze het gewoon over de moderne joodse geschiedenis, als ze haar leerstoel bedoelt. Zij steekt van wal in toga en met een pittig petje op heur haar, en terwijl haar verhaal vordert, begin ik ze echt te missen, mijn bruine medemensen en vooral mijn islamitische kameraden. Met een ondertoon die zowel ernstig als ironisch is, vertelt Gans over de geschiedenis van Jaap Meijer, nu vooral bekend als de vader van Ischa, maar in zijn tijd een fervent historicus, dichter en zionist. In die laatste hoedanigheid keerde hij zich sterk tegen de verdorven tendens die in die da gen voor de Tweede Wereldoorlog hand overhand toenam: de assimilatie van het Nederlandse joodse volksdeel. Aan het einde van de achttiende eeuw had de emancipatie de joden uit hun 'aparte Joodsche Natie' getild, en sindsdien waren het voor de wet gewone Nederlandse burgers, toevallig van joodse komaf. Dat is goed nieuws, zou je zeggen, maar niet als je gelooft in het bestaan van een 'joodse substantie', zoals Jaap Meijer deed. Men is joods, de rest is franje, betoogde hij, en veel preciezer heeft hij naar mijn weten die substantie niet gedefinieerd. In ieder geval beschouw-de hij assimilatie of aanpassing van de joden aan de Nederlandse maatschappij als een teken van 'zelfver-nedering en verraad', en de joodse assimilant was misschien nog wel een groter gevaar dan de anti semiet, zoals ze vroeger bij de CPN ook maar één echte klassevijand kenden: de PSP. Meijer vertelde iedere jood die het maar wilde horen dal het geen doen was, hier in Nederland, en dat een mens met een beetje 'nesjomme' de reis naar Palestina moest aanvaarden. Zionisten leken veel op de militante moslims die zich tegenwoordig zo fel tegen assimilatie verzetten (en nog iets meer legen zionisten), met dit verschil dat zionisten in ieder geval een alternatief voor ogen hadden en naar Zion wilden, terwijl ik Jahjah en de zijnen nog geen pleidooi heb horen houden voor directe remigratie naar Libanon of de Rif. Zionisten zonder Zion, zo moet je de Jahjah-volgelingen geloof ik noemen. Maar beide groepen willen en wilden een 'eigen identiteit'behouden, om het Hedendaagsch te zeggen, en beide zoeken ook naar verraders in eigen kring, met een verbetenheid een betere zaak waardig. De Joodsche Assimilant en de islamitische oom Torn of tante Truus -het zijn de bijziende producten van dezelfde paranoïde verbeelding. Goed, zou je zeggen, Meijer dus naar Palestina, zijn eigen droom achterna. Maar zo ging het niet, want eerst brak de oorlog uit en werd hij via Westerbork afgevoerd naar Bergen-Belscn. Meijer overleeft de verschrikking, en keert terug naar Nederland. De zionistische droom heet inmiddels Israël, en er zijn boten en later zelfs vliegtuigen die de ware bevlogene naar het beloofde land kunnen brengen. In 1953 is het gezin Meijer druk bezig zijn koffers te pakken voor een vertrek naar... Suriname! 'Zijn vertrek naar Suriname, ' laat Evelien Gans droogjes weten, 'wekte verbijstering onder zijn zionistische geestverwanten. ' Ik vind deze passage zo mooi, wrang ironisch en ontroerend tegelijk, dat ik de lege momenten van mijn dag ermee vul. je leven lang zionist... iedereen opgestookt, aangemoedigd en gek gemaakt... om zelf naar Suriname uit te wijken. Ook daar was het trouwens niks gedaan, want Meijer was geen gemakkelijk man, die de kunst verstond nergens te 'assimileren' met zijn omgeving. Zo eindigde de ze zionisl in Heemstede, Noord-Holland, alwaar hij nog veel en fanatiek heeft geschreven over de joodse zaak. Bruine medemens, met uw weerzin tegen Babyion en de westerse maatschappij in het algemeen, u hebt een verhaal gemist van een tragikomische universele schoonheid. Moslimkameraad, moslima, u had erbij moeten zijn toen de zionistische geschiedenis, die u zo veracht, deel werd van uw eigen verlangen naar respect en waardigheid. En homovriend, lesbovriendin, u was er zoals gewoonlijk weer eens wel, omdat u allang begrepen hebt dat het beloofde land zich hier in Amsterdam bevindt, en af en toe in Miami of New York. Voor de andere stumpers is het wachten op het boekje van Evelien Gans. De weg terug heet het, niet ongeestig.