nisrin83
11-12-2007, 20:50
Heeft er iemand voor mij 3 juridische casussen met probleembeschrijving en stappen van behandeling;
Het liefst auto ongelukken waarna je dus schadeclaims hebt of scheidingen!!
Ik hoor het graag
ben jullie eeuwig dankbaar
Heeft er iemand voor mij 3 juridische casussen met probleembeschrijving en stappen van behandeling;
Het liefst auto ongelukken waarna je dus schadeclaims hebt of scheidingen!!
Ik hoor het graag
ben jullie eeuwig dankbaar
eentje in het frans over auto ongeluk (onze taak was juridisch advies te schrijven)maar tis allemaal gebasseerd op belgische wetgeving.
maar begin toch zelf met een situatie te schetsen,
als je emand kent die reeds een auto ongeluk heeft gehad neem vb dat als voorbeeld en werk het uit!
wa salaam,
Heeft er iemand voor mij 3 juridische casussen met probleembeschrijving en stappen van behandeling;
Het liefst auto ongelukken waarna je dus schadeclaims hebt of scheidingen!!
Ik hoor het graag
ben jullie eeuwig dankbaar
Heb je ook wat aan tentamens van personen en familierecht? Het gaat voornamelijk over huweklijksvermogensregime 9 gemeenschap van goederen, koude uitsluiting enz). Daarnaast gaat het over echtscheidingen, gezag over de kinderen, partneralimentatie enz:maf2:
nisrin83
14-12-2007, 13:54
Heb je ook wat aan tentamens van personen en familierecht? Het gaat voornamelijk over huweklijksvermogensregime 9 gemeenschap van goederen, koude uitsluiting enz). Daarnaast gaat het over echtscheidingen, gezag over de kinderen, partneralimentatie enz:maf2:
Jah graag hmm want heb effe de casus nodig en de jurdische stappen die er in worden gezet,
Ben je eeuwig dankbaar als je de moeite voor me wilt nemen!!!!!
Vraag 1 (67 punten)
De heer Mand (62 jaar) en mevrouw Bos (45 jaar) zijn gehuwd in 1980, na het maken van huwelijkse voorwaarden waarin slechts werd bepaald dat elke gemeenschap van goederen was uitgesloten. Beiden werkten in het bedrijf van de vader van Mand, waar ze elkaar ook hebben leren kennen.
Mand heeft in 1995 van zijn vader krachtens diens testament onder uitsluitingsclausule de ouderlijke, thans echtelijke, woning en een vakantiehuis in de Belgische Ardennen geërfd.
In 2000 heeft Mand - in de hoop de tussen hen gerezen huwelijksproblemen te verhelpen - aan zijn vrouw ter gelegenheid van hun 20-jarig huwelijksjubileum tijdens een vakantie in de Belgische Ardennen het vakantiehuis geschonken. (U mag aannemen dat de schenking geldig is).
Op 1 mei 2001 werden, op aandringen van Bos, de huwelijkse voorwaarden bij notariële akte en na verkregen rechterlijke toestemming opgeheven.
In 2003 is Bos gestopt met werken omdat zij meer tijd aan haar hobby (beeldhouwen) wil gaan besteden. Mand en Bos hebben geen kinderen.
Thans vertelt Bos haar man dat zij wil scheiden. Zij heeft een andere man ontmoet, met wie zij wil gaan samenwonen.
Zij geeft Mand te kennen:
- dat zij er vanuit gaat dat hij andere woonruimte zoekt. Zij vindt dat zij meer belang bij de woning heeft dan hij, zowel nu als in de toekomst, omdat zij in de woning haar atelier heeft;
- dat hij het vakantiehuis niet meer zal kunnen gebruiken omdat dat alleen van haar is en zij daar met haar vriend de vakanties wil doorbrengen.
Na deze voor hem totaal onverwachte mededeling zoekt Mand, geheel overstuur, onderdak bij een neef. Hij hoort dat de vriend van zijn vrouw nog geen week later met zijn hele hebben en houden bij haar in de echtelijke woning is ingetrokken. Ook verneemt hij dat zij zwanger is.
*
a. Geef voor zowel de echtelijke woning als voor de vakantiewoning aan wie daarvan ná 1995 eigenaar(s) is/zijn en is/zijn geweest. (18 punten)
*
*
Echtelijke woning (9)
Is altijd van Mand geweest. In eerste instantie was er sprake van een koude uitsluiting en was hij op grond daarvan eigenaar.
Hij heeft de woning onder uitsluitingsclausule geërfd. De opheffing van de huwelijkse voorwaarden treft dit niet. De uitsluitingsclausule is sterker dan de huwelijkse voorwaarden. Het huis blijft prive eigendom. Art. 1:93 en 94.
Vakantiewoning (9)
- Door de erfenis en het feit dat er een koude uitsluiting is, is het vakantiehuis van Mand vanaf 1995 tot 2000.
- Van 2000 tot 1 mei 2001 is de vakantiewoning van Bos.
- Vanaf 1 mei 2001 valt het huis in de gemeenschap en zijn beide eigenaar. Door opheffing van de huwelijkse voorwaarden bestaat sedert 1 mei 2001 immers tussen hen de algehele gemeenschap van goederen, waarin alle goederen vallen.
Stel - uitsluitend voor de beantwoording van onderstaande vraag b.- dat Mand van de situatie niet zomaar overstuur is, maar volledig psychotisch en dat hij niet in staat is om voor zichzelf op te komen of zijn zaken te regelen. De neef bij wie hij logeert is van oordeel dat een maatregel moet worden getroffen.
b. Wat zou in dit geval de meest aangewezen maatregel zijn? Kan de neef deze maatregel zelf doen treffen? Gesteld dat de maatregel wordt getroffen, heeft deze dan consequenties voor de mogelijkheid van Mand om zelf de echtscheidingsprocedure aanhangig te maken indien Bos dat achterwege zou laten? (10 punten)
*
Curatele wegens geestelijke stoornis lijkt de meest aangewezen maatregel te zijn want deze betreft zowel het vermogen als de persoon; art. 1:378. De neef kan deze maatregel zelf vragen als hij niet verder dan 4e graads bloedverwant is (1:379). 4 punten
Voor de echtscheiding zie HR 28 maart 1980, bundel nr. 59. Mand is in beginsel onbekwaam (art. 1:381) tenzij de wet anders bepaalt (ook familierechtelijk); de curator kan deze hoogstpersoonlijke handeling niet voor hem verrichten. Aangezien hij kan trouwen met toestemming ktr, moet hij ook kunnen scheiden als hij in staat is zijn wil te bepalen etc. .Analogie met art. 1:32. 6 punten
*
c. Heeft de aanspraak van Bos op de echtelijke woning, zowel voor nu als voor de toekomst, kans van slagen? (12 punten)
*
1. Tijdens de procedure: alleen-gebruik krachtens voorlopige voorzieningen (art 822 Rv.); hier maakt zij eventueel kans, dit ligt aan belangenafweging. 4 punten
2. Na de procedure: bij nevenvoorzieningen (art 827 Rv jo 1:165) kan zij het gebruik van de woning, die (in casu geheel) aan de andere echtgenoot toebehoort tot max. 6 maanden na de inschrijving van de echtscheiding krijgen. 4 punten
3. Definitief: niet, de woning valt niet in de gemeenschap maar is alleen van de man. 4 punten
*
Bos blijkt zwanger te zijn van haar nieuwe partner en het kind zal geboren worden nog voordat de echtscheiding een feit is. Mand heeft allerlei vragen met betrekking tot deze zwangerschap.
*
d. Beschrijf wat afstammingsrechtelijk de situatie van alle betrokkenen is wanneer het kind zal zijn geboren en in de situatie van alle betrokkenen geen verdere wijziging is gekomen. Geef ook aan hoe en door wie die situatie zou kunnen worden veranderd. (12 punten)
*
*
Bos is moeder van het kind; art 1:198 2 punten
Mand is als echtgenoot van de moeder, de vader (art 1: 199 sub a) 2 punten
De vriend is biologich vader/verwekker maar heeft geen afstammingsrechtelijke positie 2 punten
Ontkenning art 1:200 door vader, moeder en kind via de rechtbank. Niet door vriend. 3 punten
Als er ontkend is dan kan vriend kind erkennen; art. 1:203/204 3 punten
(Door vriend zou eventueel met een beroep op art. 8 EVRM een ontkenning- en daarna erkenningsmogelijkheid gecreëerd kunnen worden) (Adoptie en gerechtelijke vaststelling zijn volledigheidshalve ook juist)
*
e. Mand wil weten wie van hem zou erven, indien hij nog voor de geboorte van het kind en voordat een eventuele echtscheiding een feit is, mocht komen te overlijden.
Voorts wil hij weten hoe en in hoeverre hij in de erfrechtelijke consequenties verandering kan brengen, zonder te procederen. (15 punten)
*
De vrouw en het kind erven voor gelijke delen: art. 4: 10 lid 1 sub a jo 1: 2 en 1: 199 sub b; de wettelijke verdeling 4:13 zorgt dat zij alles krijgt. 5 punten
De man kan de vrouw onterven bij testament 4: 42; zij heeft geen legitieme 4: 63 lid 2, maar wettelijke rechten 4: 28, 29,30 ( 4:32 is hier niet aan de orde: 1 jaar).5 punten
Het kind is legitimaris, 4:63 lid 2 jo 1:2. Dat kan slechts worden onterfd voor zover zijn legitieme niet wordt geschaad en heeft daarenboven aanvullend het wettelijke recht van 4:35. 5 punten
*
*
*
*
Vraag 2 (25 punten)
Door de ontwikkelingen in wetgeving en jurisprudentie lijken “stiefouderadoptie”, “stiefoudergezag” en “stiefoudernamen” steeds minder tot juridische strijd tussen gescheiden ouders te kunnen leiden.
Noem bij elk van de tussen aanhalingstekens geplaatste rechtsfiguren wat hiervan de oorzaak is.
Hoe beoordeelt u deze ontwikkeling?
Stiefouderadoptie 5 punten
Stiefouder is de partner van de ouder, met wie deze (na de scheiding) is gehuwd of een g.p. is aangegaan.
Stiefouderadoptie is dus adoptie van een kind dat twee ouders heeft door deze partner van een ouder. De andere ouder heeft een vetorecht (art 1:228 lid 1 sub d) dat slechts in zeer uitzonderlijke, wettelijk omschreven omstandigheden opzij kan worden gezet ( zie 228 lid 2). Dus zal het vragen van stiefouderadoptie na scheiding zelden zo kansrijk zijn dat dat tot strijd leidt.
Stiefoudergezag 13 punten
Stiefoudergezag is dus gezag van ouder met stiefouder (art 1: 253t), waarvoor vereist is dat de betreffende ouder alleen het gezag heeft. Sedert 1998 is gezamenlijk gezag na scheiding (art 251 lid 2) de norm. HR 10 sept 1999 (bundel nr. 47) geeft aan dat beëindiging daarvan zeer terughoudend wordt toegepast. Art.. 253o laatste zin wordt geschrapt (wetsvoorstel), zodat gezamenlijk gezag ook door de niet met gezag belaste ouder zonder medewerking van de gezagsouder kan worden verzocht. Er zullen dus nog maar weinig gescheiden ouders met eenhoofdig gezag overblijven die überhaupt in aanmerking komen voor 253t, dus minder mogelijkheden voor strijd.
Stiefoudernamen 5 punten
Zie art.1:7 BW jo art. 3 lid 2 Besluit: bij gezamenlijk gezag niet, bij kinderen onder de 12 vetorecht andere ouder; bij kinderen boven de 12 dito maar doorbreking door het kind zelf: geen strijd tussen de ouders meer.
Bovendien HR 24 januari 2003, bundel nr. 3. wel partnergezag maar geen partnernaam. Restrictieve toepassing van art. 1;253t lid 5.
Beoordeling 2 punten
Alles wat strijd over kinderen voorkomt, is een goede ontwikkeling.
*
*
Vraag 3 (8 punten)
Als eenmaal is vastgesteld dat er sprake is van family life en/of van private life, dan heeft dat gevolgen op familierechtelijk terrein en vloeien, binnen een bepaalde context, uit dit family life/private life rechtsbeginselen voort.
In de rechtspraak van het EHRM zijn, al dan niet in samenhang met het gelijkheidsbeginsel van artikel 14 EVRM, uit artikel 8 EVRM een aantal rechtsbeginselen te herkennen.
In W.A. de Hondt, Verdragsrechtelijk Europees Familierecht, in: een zoektocht naar Europees familierecht, preadvies uitgebracht voor de Nederlandse Vereniging voor rechtsvergelijking, 1999 (opgenomen in de reader 2004/2005 p. 260 e.v), worden acht van deze rechtsbeginselen genoemd.
Noem er minstens vier.
2 punten per juist beginsel
Zie reader p 282/283
- Vrouw en kind ipso iure familierechtelijke betrekkingen
- Gelijke behandeling binnen/buiten huwelijk geboren kinderen
- Moeder en verwekker met family life recht op familierechtelijke betrekking.
- Ouder en kind recht op omgang
- Ouder en kind recht op verzorging en opvoeding door ander
- Ouders hebben het recht om betrokken te worden bij kinderbeschermingsmaatregelen en adoptie
- Mensen hebben het recht te weten van wie ze afstammen
- Mannen en vrouwen hebben recht op gelijke behandeling in het namenrecht
*
©2000-2012 Marokko.nl Virtual Community's - La maison du Maroc. Powered by Marokko Media.