Advertentie: bereik met Marokko.nl vrijwel alle Marokkaanse jongeren


PDA

Bekijk originele versie : Onze Amazighheld



SEREYA
15-10-2003, 18:17


Het brein achter het Riffijnse verzet De gebroeders Mohamed en Mhamed Abd el Krim el Gatabi waren vastbesloten in hun verzet tegen de Spaanse indringer. Zij slaagden erin, een unicum in de geschiedenis van de Rif, om een goed georganiseerd en centraal geleid verzet in de Rif te bewerkstelligen. Hun vader Abd el Krim was een gerespecteerd imam in het dorp Ajdir. Dit dorp bevind zich aan de kust van de Rif ter hoogte van Al Hoceima. De legendarische leider van het Riffijnse verzet, beter bekend als Mohamed Abd el Krim, was de oudste zoon van Abd el Krim el Gatabi. Hij was de Abd el Krim van het voorpaginanieuws. Tevens de Marokkaanse legende en “mythe”. Ook was hij een inspiratie voor het onafhankelijkheidsstreven van de gekoloniseerde volkeren. Mhamed, die tien jaar jonger was dan zijn broer, trad echter bijna nooit in het openbaar op, vandaar dat hij minder bekend werd dan zijn broer Mohammed, maar deze is net zo veel betekenend voor de overwinningen op de slagvelden als zijn broer Mohammed. Abd el Krim, behorend tot de sub stam Ayth Yusuf U Ali van de stam Ayth Waryagher, werd rond het jaar1882 geboren in Ajdir. De eerste scholing die hij genoot was die van een doorsnee Amazigh(Berber) kind van die tijd. Die scholing bestond vooral uit het reciteren en het uit het hoofd leren van de Koran. Op latere leeftijd werden de broers door hun vader naar Mellila gezonden om daar op Spaanse scholen te studeren. Daar werden met name vakken als geschiedenis, geografie, wiskunde, verscheidene literatuur genres en aspecten uit de katholieke leer onderwezen. Later vertrok de oudste van de twee naar Fez om daar te studeren aan de Al Qairawan Universiteit. Naar eigen zeggen heeft hij zich hier vooral verdiept in de Koran en de kunst van het schermen en paardrijden. De jongere broer Mhamed, was een briljant leerling. Hij ging op kosten van de Spaanse overheid een studie volgen aan een universiteit in Madrid. Tijdens zijn studie mineralogie en krijgskunde had hij intussen drie jaar in Europa doorgebracht. In 1906 toen Abd el Krim 24 jaar was kreeg hij zijn eerste baan als eind redacteur van de Arabische afdeling van de Spaanse krant in Mellila genaamd El Telegramma Del Rif. In het jaar daarop werd ie secretaris bij een bureau voor buitenlandse zaken, onder leiding van de Spaanse officier Gabriel Morales. In 1912 werd ie redacteur bij het zelfde bureau. In 1914 werd Abd el Krim benoemd tot opper kadi van het district Mellila. Als zoon van een vooraanstaande Awayagher, hoog opgeleide Riffijn was Abd el Krim een belangrijke jongeman. Hij was ook degene die de Ayth waryagher opzette tegen Bouhimara (ook wel De Rogui genoemd)). Bouhimara was van plan het veroverde gebied, waar kolen mijnen lagen, te gebruiken voor eigen winst. Tijdens het lesgeven aan de Hispano-Arabische school in Mellila werd hij door een Spaanse student geattendeerd op plannen van Bouhimara Rogui tegen de Ayth Waryagher. Hierop keerde hij terug naar Ajdir om de Ayth Waryager en hun bondgenoten te verenigen tegen een inval van Bouhimara. Abd el Krim werd ook indirect beïnvloed door de aanwezigheid van de Rots van N’kour, die sinds 1668 in Spaanse handen is. De haat van de Spanjaarden jegens de Riffijnen was groot. Dit liet men vaak genoeg blijken door schoten in de richting van gemeenschappen rond Ajdir. Dit is Abd el Krim niet ontgaan. Door zijn werk in Mellila werden ook nog eens de ware redenen van de aanwezigheid van de Spanjaarden in de Rif duidelijk. Spanje wou de mijnen die zich in de Rif bevonden exploiteren en de winst ervan voor zichzelf behouden. Hierboven op kwamen ook de uitspraken van sommige hoge officieren van Spanje. Zo zou er één hebben gezegd dat “moorden ongestraft blijven zolang het Riffijnse doden betrof”.Ook door Abd el Krim’s klasgenoot, Dris Saied, een man met sterke nationalistische gevoelens, scheen hij beïnvloed te zijn. Abd el Krim was ervan overtuigd dat de Europeanen geen eerlijk spel zouden spelen. Hij zou over de Spanjaarden hebben gezegd: “Ze zullen ons nooit als gelijken beschouwen, ze zullen ons altijd als honden behandelen”. Abd el Krims vader was zich bewust van de commerciële mogelijkheden van de Rif. Door het gebied te verkennen ontdekte hij dat in het gebied veel delfstoffen te vinden waren zoals koper, zilver en antimoon. De vader werd al geruime tijd door de Spanjaarden verdacht van wapensmokkel en illegale handel. Ook was men ervan overtuigd dat hij informatie ontving van zijn welgestelde zonen. Zo handelde de vader met Mannesmann Brothers, een Duits bedrijf. Dit tot ergernis van de Spanjaarden. Maar aan het zaken doen met deze Duitse maatschappij zou ook een einde komen omdat de vader zich realiseerde dat Duitsland medeverantwoordelijk is voor de ellendige situatie waarin zich sommige stammen bevonden. Zo voerden de Fransen en Spanjaarden aanvallen uit op pro-Duits gezinde stammen met alle gevolgen van dien. De Spanjaarden waren eropuit om de Rif zo snel mogelijk te koloniseren. De Spanjaarden waarschuwden hem en verwoesten hierna verscheidene huizen in Ajdir inclusief die van de vader van Abd el Krim. Hierop is de vader met enkele vertrouwelingen voor een bepaalde periode de bergen in getrokken. In de tussentijd was Abd el Krim de koloniale politiek van zowel Spanje als Frankrijk aan het peilen. Abd el Krim zei in het openbaar: “Ik kan niet aanschouwen hoe een sultan onder Franse dominantie kan regeren” en “als ik dan bezet zou moeten zijn dan maar liever onder de Duitsers”. Verder voegde hij eraantoe: “Dat Spanje haar gebied niet moest uitbreiden en een verdrag met de nieuwe Riffijnse staat zou moeten sluiten”. Dit maakte de Spanjaarden zo woest dat men besloot hem gelijk vast te zetten. Hij werd gevangen gezet in de Rostrogordo gevangenis in noord Mellila in augustus 1917. Vanaf hier word het verhaal wat ingewikkelder. Abd el Krim zou tegen Roger-Mathieu gezegd hebben dat generaal Aizpuru hem heeft laten veroordelen omdat hij weigerde te vechten met Abd el Malek tegen de Fransen onder Spaans bevel. Terug naar de gevangenschap van Abd el Krim. Abd el Krim’s zwager smokkelde een touw mee naar de cel van Abd el Krim. Met dit touw weet hij te ontsnappen. Maar tijdens de ontsnapping breekt hij z’n linker been waardoor hij de rest van z’n leven mank zou lopen. Doordat hij z’n been brak werd hij weer snel opgepakt en kreeg er 11 maanden gevangenschap bij. Nadat ie vrijkomt gaat hij naar Melilla om daar weer bij El Telegrama del Rif te werken. Dit is aan het einde van 1918. Bij zijn aankomst in Melilia werd hij gealarmeerd over het feit dat leden van de Ayth Snassen die onder Abd el Malek tegen de Fransen vochten aan Spanje werden uitgeleverd. Terwijl deze stamleden hier juist waren om door de Spanjaarden beschermd te worden. Dit overtuigde Abd el Krim ervan dat de Spanjaarden niet te vertrouwen waren. In januari 1919 neemt Abd el Krim 20 daags verlof op en hij kwam simpelweg niet meer terug. Voordat hij met verlof ging stuurde hij zijn broer Mhamed een brief waarin hij hem de situatie uitlegde en verzocht hem om naar Ajdir terug te keren. Mhamed die op dat moment een bloeiende carrière in Madrid heeft opgebouwd aarzelt niet en keert terug naar zijn geboortestreek. In de lente van 1919 waren de broers herenigd met hun vader. Deze 3 mannen wilden de Spanjaarden in de Rif verslaan en een eigen staat oprichten. Om dit te kunnen begon men met het rekruteren van Riffijnen die later het verzet zouden ontketenen die het wereldnieuws zou halen. In september 1920, in het midden van de voorbereidingen, sterft de vader plotseling aan de gevolgen van het eten van een vergiftigde ei die hij in een huishouden kreeg toegediend. De eigenaar van het huis was een jonge Tafersiti. Hij scheen door de Spanjaarden omgekocht te zijn om de vader van Abd el Krim om te brengen. In ruil hiervoor werd hem een nieuw geweer beloofd. Tegen de Tafersiti is verassend nooit wraak genomen. Het was de bedoeling van de Spanjaarden om de opstand de kop in te drukken door de oudste te elimineren. Echter het tegendeel bleek. De broers zouden alles op alles zetten om de Spanjaarden te verdrijven. De broers hadden geen officiële macht bij de Ayth Waryagher, ze waren noch kadi noch amghar. Hun achtergrond, ervaring, intellect en de gave om te organiseren maakte van hun de ideale leiders. Abd el Krim was niet zomaar een marabout die een jihad uitriep tegen de kolonisators. Hij was een lokaal leider die een nationale staat wou. De broers hadden het niet alleen gemunt op de Spanjaarden. Zij wouden een oorlog ontketenen die nauwkeurig gecoördineerd en gepland moest zijn. Iets wat zelfs de Riffijnen en Spanjaarden zich niet zouden kunnen voorstellen. Ze zouden de natuurlijke voordelen in hun voordeel laten werken. Ook moesten ze de Riffijnen er bewust van maken waarom men in opstand moest komen tegen de Spanjaarden. Het volk bewust maken van een buitenlandse dominantie die aanwezig was. Een voordeel van de broers was dat ze een lange periode voor de Spanjaarden gewerkt hadden. Men kreeg er eerste hand informatie in handen die betrekking had op de organisatie van het Spaanse leger. De broers leefden en werkten in Spaanse gebieden tijdens de acties tegen Bouhimara en de campagne tegen Mohammed Amezian van 1909. Zij kenden de Spanjaarden als geen andere Riffijn. Nu was het tijd om de bewegingen van generaal Sylvestre z’n troepen naar het westen intens te volgen. Het verbaasde hun dat de generaal zijn troepen over steeds groter gebied verspreidde wat hun en hun aanvoerlijnen erg kwetsbaar maakte. Hoe verder de Spanjaarden naar het westen trokken hoe beter de kans was dat een Riffijnse aanval succes zou hebben. De nadelen die ze hadden kenden ze ook. Enkele Riffijnse stammen waren ervan overtuigd dat de broers een opdracht van de Fransen hadden geaccepteerd om de Spanjaarden te intimideren. Dit omdat de broers een lange periode voor Spanje hadden gewerkt. De broers gingen door een moeilijke periode tijdens het verwerven van een loyale achterban. De Riffijnen konden individueel op iedere dag een aanval op de Spanjaarden uitvoeren echter men had tot op heden nooit als een verenigd Rif tegen een buitenlandse macht gevochten. De Riffijnen hadden gezamenlijk nooit een buitenlandse vijand bestreden. De Rif heeft ook nooit een centrale regering gekend. Het heeft altijd deel uitgemaakt van de Bled Essiba. Dit waren de gebieden die niet in handen waren van de sultan. Om de Spanjaarden te kunnen verslaan was die eenheid een vereiste. Verder moest men ook rekening houden met de voorraden voedsel, munitie en medicijnen. Ook in verhouding tot hoelang de oorlog zou kunnen duren. Er moest een diplomaat aangesteld worden om de Riffijnse zaak te behartigen en voor eventuele sponsors. En dit allemaal moest op zeer korte termijn gebeuren, met een minimum aan getraind personeel, ervaring, gereedschap en fondsen. Aan de andere kant hadden de Riffijnen als voordeel dat ze op eigen terrein vochten. De Spanjaarden zouden veel problemen kunnen krijgen met hun mechanische leger in de Riffijnse bergen. Terwijl de Riffijnse soldaat niet meer nodig had dan een geweer, een paar droge vijgen en een stuk brood. Veel Europeanen gaven Abd el Krim het recht om tegen de Spanjaarden te vechten. Want het was het Spaanse protectoraat dat bekend stond als wreed en corrupt. Een land dat alleen uit was op uitbuiting van de Rif. Het weer zou ook voordelen met zich meebrengen. Zo was de winter van 1920-21 een van de strengste sinds jaren. Tegen de lengte van 1921 had Abd el Krim een fundament voor een leger opgebouwd. In beginsel waren dit mannen van de Ayth Waryagher, Ayth Tuzin, Ibequyen, Ayth Temsamen en Ayth Amart. Dit vormde de eerste basis van het Riffijnse leger. Maar de broers waren nog niet tevreden. Volgens hun moesten er meer mannen uit de andere stammen meevechten om een nieuwe staat van de Verenigde Stammen te kunnen oprichten en rechtvaardigen. De militaire tactiek die men ging gebruiken was die van een guerrilla oorlog. Hierbij sloeg men hard toe en trok zich weer snel terug de bergen in voordat er een tegenactie van de tegenpartij kon worden georganiseerd. Gezien het ruige landschap van het gebied was dit ook de meest logische manier om deze oorlog te voeren. Het was de broers ook niet ontgaan dat er een politieke organisatie nodig was om de Riffijnse staat in stand te kunnen houden. Over Abd el Krim’s persoonlijke leven weten we weinig. Hij droeg de kleding die gebruikelijk was voor die tijd namelijk een donkerbruine djellaba met een witte tulband. Hij was bekend als een vriendelijk eerlijke man. Verder had hij vier vrouwen en drie zoons, tijdens het verzet. Z’n moeder en zus waren bij hem zeer geliefd. De meeste die hem in het echt hadden gezien waren van de Ayth Waryagher. Er waren maar enkele mannen van andere stammen die hem daadwerkelijk hadden gezien. De meeste Riffijnen kenden hem als legende en van de verhalen over de man die van het ondenkbare realiteit maakte. Wat zijn broer Mhamed betreft droeg hij dezelfde kleding. Maar Mhamed werd graag gezien door de Europeanen omdat hij door hen werd uitgeroepen tot “de meest geciviliseerde Amazigh van de Rif”. Er ging ook een gerucht dat Mhamed de Riffijnse staat zou leiden zodra deze door andere landen politiek werd erkend. Abd el Krim werd bekend als de legende en kreeg als bijnaam Moulay Mouhand. Terwijl Mhamed als adviseur en opperbevelhebber van het leger volgens velen de verborgen macht achter de troon was. Tegen de zomer van 1921 kon het Riffijnse leger op 3 tot 6.000 manschappen rekenen. De Spanjaarden hadden alleen al in Mellila 4 keer zoveel manschappen en bij de Jebala had men 45.000 man gestationeerd. Terwijl de Spanjaarden ook nog eens makkelijk op aanvullingen konden rekenen vanuit het Iberisch schiereiland dat daar niet ver vandaan ligt. De Riffijnen daar tegenover hadden een klein aantal gesmokkelde Franse geweren en gekochte Spaanse geweren. Deze kocht men van Marokkanen die in Spaanse dienst tegen de Fransen hadden gevochten. Maar uiteindelijk werd het Riffijnse volk overdonderd door honderdduizenden legers waar men in aantal niet tegenop kon. Door hun trots en eer gevoel zou men nog veel problemen bij de Spanjaarden gaan bezorgen. Het is in de Rif tot 1939 onrustig gebleven.

HalfBlood
15-10-2003, 18:31
Ga ware kennis op doen over je geloof inplaats van onnodig materiaal blijven herhalen totdat het word aanbeden. Het is goed om trots te zijn op je afkomst maar laat het niet naar je hoofd stijgen wa salamoe 3leikom p.s Temsamni :hihi:..

chuckYou
15-10-2003, 18:31
Origineel gepost door temsamni Klawie voor je a geiten.euker! :wow: jij durft! ben jij zelf geen marokkaan?? je moet blij zijn dat er deze man bestaan heeft anders was er misschien geen onafhankelijk marokko......tvoe je moebelo!

AdamX
15-10-2003, 18:56
zeer intessante artikel en voor mensen die het niks vinden, zwijgen is beter voor jullie

Chatefemqemamu
15-10-2003, 18:58


whaaa wordt duizelig van zoveel letters donder op.

AdamX
15-10-2003, 19:08
Origineel gepost door SEREYA Het brein achter het Riffijnse verzet De gebroeders Mohamed en Mhamed Abd el Krim el Gatabi waren vastbesloten in hun verzet tegen de Spaanse indringer. Zij slaagden erin, een unicum in de geschiedenis van de Rif, om een goed georganiseerd en centraal geleid verzet in de Rif te bewerkstelligen. Hun vader Abd el Krim was een gerespecteerd imam in het dorp Ajdir. Dit dorp bevind zich aan de kust van de Rif ter hoogte van Al Hoceima. De legendarische leider van het Riffijnse verzet, beter bekend als Mohamed Abd el Krim, was de oudste zoon van Abd el Krim el Gatabi. Hij was de Abd el Krim van het voorpaginanieuws. Tevens de Marokkaanse legende en “mythe”. Ook was hij een inspiratie voor het onafhankelijkheidsstreven van de gekoloniseerde volkeren. Mhamed, die tien jaar jonger was dan zijn broer, trad echter bijna nooit in het openbaar op, vandaar dat hij minder bekend werd dan zijn broer Mohammed, maar deze is net zo veel betekenend voor de overwinningen op de slagvelden als zijn broer Mohammed. Abd el Krim, behorend tot de sub stam Ayth Yusuf U Ali van de stam Ayth Waryagher, werd rond het jaar1882 geboren in Ajdir. De eerste scholing die hij genoot was die van een doorsnee Amazigh(Berber) kind van die tijd. Die scholing bestond vooral uit het reciteren en het uit het hoofd leren van de Koran. Op latere leeftijd werden de broers door hun vader naar Mellila gezonden om daar op Spaanse scholen te studeren. Daar werden met name vakken als geschiedenis, geografie, wiskunde, verscheidene literatuur genres en aspecten uit de katholieke leer onderwezen. Later vertrok de oudste van de twee naar Fez om daar te studeren aan de Al Qairawan Universiteit. Naar eigen zeggen heeft hij zich hier vooral verdiept in de Koran en de kunst van het schermen en paardrijden. De jongere broer Mhamed, was een briljant leerling. Hij ging op kosten van de Spaanse overheid een studie volgen aan een universiteit in Madrid. Tijdens zijn studie mineralogie en krijgskunde had hij intussen drie jaar in Europa doorgebracht. In 1906 toen Abd el Krim 24 jaar was kreeg hij zijn eerste baan als eind redacteur van de Arabische afdeling van de Spaanse krant in Mellila genaamd El Telegramma Del Rif. In het jaar daarop werd ie secretaris bij een bureau voor buitenlandse zaken, onder leiding van de Spaanse officier Gabriel Morales. In 1912 werd ie redacteur bij het zelfde bureau. In 1914 werd Abd el Krim benoemd tot opper kadi van het district Mellila. Als zoon van een vooraanstaande Awayagher, hoog opgeleide Riffijn was Abd el Krim een belangrijke jongeman. Hij was ook degene die de Ayth waryagher opzette tegen Bouhimara (ook wel De Rogui genoemd)). Bouhimara was van plan het veroverde gebied, waar kolen mijnen lagen, te gebruiken voor eigen winst. Tijdens het lesgeven aan de Hispano-Arabische school in Mellila werd hij door een Spaanse student geattendeerd op plannen van Bouhimara Rogui tegen de Ayth Waryagher. Hierop keerde hij terug naar Ajdir om de Ayth Waryager en hun bondgenoten te verenigen tegen een inval van Bouhimara. Abd el Krim werd ook indirect beïnvloed door de aanwezigheid van de Rots van N’kour, die sinds 1668 in Spaanse handen is. De haat van de Spanjaarden jegens de Riffijnen was groot. Dit liet men vaak genoeg blijken door schoten in de richting van gemeenschappen rond Ajdir. Dit is Abd el Krim niet ontgaan. Door zijn werk in Mellila werden ook nog eens de ware redenen van de aanwezigheid van de Spanjaarden in de Rif duidelijk. Spanje wou de mijnen die zich in de Rif bevonden exploiteren en de winst ervan voor zichzelf behouden. Hierboven op kwamen ook de uitspraken van sommige hoge officieren van Spanje. Zo zou er één hebben gezegd dat “moorden ongestraft blijven zolang het Riffijnse doden betrof”.Ook door Abd el Krim’s klasgenoot, Dris Saied, een man met sterke nationalistische gevoelens, scheen hij beïnvloed te zijn. Abd el Krim was ervan overtuigd dat de Europeanen geen eerlijk spel zouden spelen. Hij zou over de Spanjaarden hebben gezegd: “Ze zullen ons nooit als gelijken beschouwen, ze zullen ons altijd als honden behandelen”. Abd el Krims vader was zich bewust van de commerciële mogelijkheden van de Rif. Door het gebied te verkennen ontdekte hij dat in het gebied veel delfstoffen te vinden waren zoals koper, zilver en antimoon. De vader werd al geruime tijd door de Spanjaarden verdacht van wapensmokkel en illegale handel. Ook was men ervan overtuigd dat hij informatie ontving van zijn welgestelde zonen. Zo handelde de vader met Mannesmann Brothers, een Duits bedrijf. Dit tot ergernis van de Spanjaarden. Maar aan het zaken doen met deze Duitse maatschappij zou ook een einde komen omdat de vader zich realiseerde dat Duitsland medeverantwoordelijk is voor de ellendige situatie waarin zich sommige stammen bevonden. Zo voerden de Fransen en Spanjaarden aanvallen uit op pro-Duits gezinde stammen met alle gevolgen van dien. De Spanjaarden waren eropuit om de Rif zo snel mogelijk te koloniseren. De Spanjaarden waarschuwden hem en verwoesten hierna verscheidene huizen in Ajdir inclusief die van de vader van Abd el Krim. Hierop is de vader met enkele vertrouwelingen voor een bepaalde periode de bergen in getrokken. In de tussentijd was Abd el Krim de koloniale politiek van zowel Spanje als Frankrijk aan het peilen. Abd el Krim zei in het openbaar: “Ik kan niet aanschouwen hoe een sultan onder Franse dominantie kan regeren” en “als ik dan bezet zou moeten zijn dan maar liever onder de Duitsers”. Verder voegde hij eraantoe: “Dat Spanje haar gebied niet moest uitbreiden en een verdrag met de nieuwe Riffijnse staat zou moeten sluiten”. Dit maakte de Spanjaarden zo woest dat men besloot hem gelijk vast te zetten. Hij werd gevangen gezet in de Rostrogordo gevangenis in noord Mellila in augustus 1917. Vanaf hier word het verhaal wat ingewikkelder. Abd el Krim zou tegen Roger-Mathieu gezegd hebben dat generaal Aizpuru hem heeft laten veroordelen omdat hij weigerde te vechten met Abd el Malek tegen de Fransen onder Spaans bevel. Terug naar de gevangenschap van Abd el Krim. Abd el Krim’s zwager smokkelde een touw mee naar de cel van Abd el Krim. Met dit touw weet hij te ontsnappen. Maar tijdens de ontsnapping breekt hij z’n linker been waardoor hij de rest van z’n leven mank zou lopen. Doordat hij z’n been brak werd hij weer snel opgepakt en kreeg er 11 maanden gevangenschap bij. Nadat ie vrijkomt gaat hij naar Melilla om daar weer bij El Telegrama del Rif te werken. Dit is aan het einde van 1918. Bij zijn aankomst in Melilia werd hij gealarmeerd over het feit dat leden van de Ayth Snassen die onder Abd el Malek tegen de Fransen vochten aan Spanje werden uitgeleverd. Terwijl deze stamleden hier juist waren om door de Spanjaarden beschermd te worden. Dit overtuigde Abd el Krim ervan dat de Spanjaarden niet te vertrouwen waren. In januari 1919 neemt Abd el Krim 20 daags verlof op en hij kwam simpelweg niet meer terug. Voordat hij met verlof ging stuurde hij zijn broer Mhamed een brief waarin hij hem de situatie uitlegde en verzocht hem om naar Ajdir terug te keren. Mhamed die op dat moment een bloeiende carrière in Madrid heeft opgebouwd aarzelt niet en keert terug naar zijn geboortestreek. In de lente van 1919 waren de broers herenigd met hun vader. Deze 3 mannen wilden de Spanjaarden in de Rif verslaan en een eigen staat oprichten. Om dit te kunnen begon men met het rekruteren van Riffijnen die later het verzet zouden ontketenen die het wereldnieuws zou halen. In september 1920, in het midden van de voorbereidingen, sterft de vader plotseling aan de gevolgen van het eten van een vergiftigde ei die hij in een huishouden kreeg toegediend. De eigenaar van het huis was een jonge Tafersiti. Hij scheen door de Spanjaarden omgekocht te zijn om de vader van Abd el Krim om te brengen. In ruil hiervoor werd hem een nieuw geweer beloofd. Tegen de Tafersiti is verassend nooit wraak genomen. Het was de bedoeling van de Spanjaarden om de opstand de kop in te drukken door de oudste te elimineren. Echter het tegendeel bleek. De broers zouden alles op alles zetten om de Spanjaarden te verdrijven. De broers hadden geen officiële macht bij de Ayth Waryagher, ze waren noch kadi noch amghar. Hun achtergrond, ervaring, intellect en de gave om te organiseren maakte van hun de ideale leiders. Abd el Krim was niet zomaar een marabout die een jihad uitriep tegen de kolonisators. Hij was een lokaal leider die een nationale staat wou. De broers hadden het niet alleen gemunt op de Spanjaarden. Zij wouden een oorlog ontketenen die nauwkeurig gecoördineerd en gepland moest zijn. Iets wat zelfs de Riffijnen en Spanjaarden zich niet zouden kunnen voorstellen. Ze zouden de natuurlijke voordelen in hun voordeel laten werken. Ook moesten ze de Riffijnen er bewust van maken waarom men in opstand moest komen tegen de Spanjaarden. Het volk bewust maken van een buitenlandse dominantie die aanwezig was. Een voordeel van de broers was dat ze een lange periode voor de Spanjaarden gewerkt hadden. Men kreeg er eerste hand informatie in handen die betrekking had op de organisatie van het Spaanse leger. De broers leefden en werkten in Spaanse gebieden tijdens de acties tegen Bouhimara en de campagne tegen Mohammed Amezian van 1909. Zij kenden de Spanjaarden als geen andere Riffijn. Nu was het tijd om de bewegingen van generaal Sylvestre z’n troepen naar het westen intens te volgen. Het verbaasde hun dat de generaal zijn troepen over steeds groter gebied verspreidde wat hun en hun aanvoerlijnen erg kwetsbaar maakte. Hoe verder de Spanjaarden naar het westen trokken hoe beter de kans was dat een Riffijnse aanval succes zou hebben. De nadelen die ze hadden kenden ze ook. Enkele Riffijnse stammen waren ervan overtuigd dat de broers een opdracht van de Fransen hadden geaccepteerd om de Spanjaarden te intimideren. Dit omdat de broers een lange periode voor Spanje hadden gewerkt. De broers gingen door een moeilijke periode tijdens het verwerven van een loyale achterban. De Riffijnen konden individueel op iedere dag een aanval op de Spanjaarden uitvoeren echter men had tot op heden nooit als een verenigd Rif tegen een buitenlandse macht gevochten. De Riffijnen hadden gezamenlijk nooit een buitenlandse vijand bestreden. De Rif heeft ook nooit een centrale regering gekend. Het heeft altijd deel uitgemaakt van de Bled Essiba. Dit waren de gebieden die niet in handen waren van de sultan. Om de Spanjaarden te kunnen verslaan was die eenheid een vereiste. Verder moest men ook rekening houden met de voorraden voedsel, munitie en medicijnen. Ook in verhouding tot hoelang de oorlog zou kunnen duren. Er moest een diplomaat aangesteld worden om de Riffijnse zaak te behartigen en voor eventuele sponsors. En dit allemaal moest op zeer korte termijn gebeuren, met een minimum aan getraind personeel, ervaring, gereedschap en fondsen. Aan de andere kant hadden de Riffijnen als voordeel dat ze op eigen terrein vochten. De Spanjaarden zouden veel problemen kunnen krijgen met hun mechanische leger in de Riffijnse bergen. Terwijl de Riffijnse soldaat niet meer nodig had dan een geweer, een paar droge vijgen en een stuk brood. Veel Europeanen gaven Abd el Krim het recht om tegen de Spanjaarden te vechten. Want het was het Spaanse protectoraat dat bekend stond als wreed en corrupt. Een land dat alleen uit was op uitbuiting van de Rif. Het weer zou ook voordelen met zich meebrengen. Zo was de winter van 1920-21 een van de strengste sinds jaren. Tegen de lengte van 1921 had Abd el Krim een fundament voor een leger opgebouwd. In beginsel waren dit mannen van de Ayth Waryagher, Ayth Tuzin, Ibequyen, Ayth Temsamen en Ayth Amart. Dit vormde de eerste basis van het Riffijnse leger. Maar de broers waren nog niet tevreden. Volgens hun moesten er meer mannen uit de andere stammen meevechten om een nieuwe staat van de Verenigde Stammen te kunnen oprichten en rechtvaardigen. De militaire tactiek die men ging gebruiken was die van een guerrilla oorlog. Hierbij sloeg men hard toe en trok zich weer snel terug de bergen in voordat er een tegenactie van de tegenpartij kon worden georganiseerd. Gezien het ruige landschap van het gebied was dit ook de meest logische manier om deze oorlog te voeren. Het was de broers ook niet ontgaan dat er een politieke organisatie nodig was om de Riffijnse staat in stand te kunnen houden. Over Abd el Krim’s persoonlijke leven weten we weinig. Hij droeg de kleding die gebruikelijk was voor die tijd namelijk een donkerbruine djellaba met een witte tulband. Hij was bekend als een vriendelijk eerlijke man. Verder had hij vier vrouwen en drie zoons, tijdens het verzet. Z’n moeder en zus waren bij hem zeer geliefd. De meeste die hem in het echt hadden gezien waren van de Ayth Waryagher. Er waren maar enkele mannen van andere stammen die hem daadwerkelijk hadden gezien. De meeste Riffijnen kenden hem als legende en van de verhalen over de man die van het ondenkbare realiteit maakte. Wat zijn broer Mhamed betreft droeg hij dezelfde kleding. Maar Mhamed werd graag gezien door de Europeanen omdat hij door hen werd uitgeroepen tot “de meest geciviliseerde Amazigh van de Rif”. Er ging ook een gerucht dat Mhamed de Riffijnse staat zou leiden zodra deze door andere landen politiek werd erkend. Abd el Krim werd bekend als de legende en kreeg als bijnaam Moulay Mouhand. Terwijl Mhamed als adviseur en opperbevelhebber van het leger volgens velen de verborgen macht achter de troon was. Tegen de zomer van 1921 kon het Riffijnse leger op 3 tot 6.000 manschappen rekenen. De Spanjaarden hadden alleen al in Mellila 4 keer zoveel manschappen en bij de Jebala had men 45.000 man gestationeerd. Terwijl de Spanjaarden ook nog eens makkelijk op aanvullingen konden rekenen vanuit het Iberisch schiereiland dat daar niet ver vandaan ligt. De Riffijnen daar tegenover hadden een klein aantal gesmokkelde Franse geweren en gekochte Spaanse geweren. Deze kocht men van Marokkanen die in Spaanse dienst tegen de Fransen hadden gevochten. Maar uiteindelijk werd het Riffijnse volk overdonderd door honderdduizenden legers waar men in aantal niet tegenop kon. Door hun trots en eer gevoel zou men nog veel problemen bij de Spanjaarden gaan bezorgen. Het is in de Rif tot 1939 onrustig gebleven. up up up taghnant ira3dou :ego:

cousina_rifia
15-10-2003, 20:49
dit klopt niet: Abd el Krim, behorend tot de sub stam Ayth Yusuf U Ali van de stam Ayth Waryagher. abdelkrim elkhattabi was een URRIAGLI ( een van de grootste stammen van de rifberbers) en zijn vader was een fiqh (boer). maar goed dat is niet het belangrijkste..die man is iets om trots op te zijn. Hij laat merken wie dat we precies zijn. Hij is een echte held, terwijl ik zeker weet dat er een paar zijn die het niet met me eens zullen zijn, maar dat intereseert me niet, want zonder hem was marokko nog een kolonie van spanje en frankrijk. En spraken we nu allemaal spaans en frans in marokko. dus voor degene die hier niks over willen weten, please shut op!!!

moiself
15-10-2003, 21:06
wouhahah lieverd je hebt al gereageerd samira zegt et opslaan die handel maar je hebt het al gezien dusss.... :D

SEREYA
16-10-2003, 17:45
Half blood, Wat doe je dom, het is juist een artikel over een ISLAMITISCHE onafhankelijkheidsleider. Dus het is zeker goed voor ons bewustzijn als moslim zijnde en zeker ook als Imazighen. Waarom voelt iedereen zich aangevallen zodra het over een Berber gaat. Dit is juist verdiepen in de geschiedenis van Marokkanen, ik heb geen artikel geplaatst over Bush ofzo. Dus denk eerst na voor dat je onzin uitkraamt (ik weet het is moeilijk voor je)

SEREYA
16-10-2003, 18:01
TEMSAMNI EMEN100, Haal a.u.b. die kleine miezerige pippi uit de achtereind van jullie beiden, stelletje k.ontenf.u.ckers. Dat is wat jullie in jullie vrije tijd doen als jullie van het zielige leventje achter het internet (meskienaaas complex overgehouden aan berber die lief voor jullie wilden zijn) vandaan komen. Noeniesch heeee. DUS A.U.B. GEEN H.O.MOOS IN MIN TOPIC ADIOSSSS