LZN
01-08-2002, 17:00
De weg heen en terug……… ‘Als de bergen van Er-rif uit de zee opdoemen…De schemering en de oranje zongloed me in beroering brengen…De stemming aan boord blijde vormen aanneemt…Mijn verlangen naar land toeneemt…Wanneer uit de minaretten de oproep tot gebed weerklinkt…En ik door het moment sprakeloos ben…Dan weet ik, ik ben thuis, ja Marokko, ik ben eindelijk thuis….. ’ Onverenigbaar lijken de twee landen die mijn simplistisch leventje tot op heden kenmerken. Marokko, mijn vaderland, een flinke dosis vaderlandsliefde komt in me op als ik aan ‘bleddi’ ofwel mijn land denk. Anderzijds is het afscheid dat mijn vader er ooit van nam en zijn besluit om in mijn andere vaderland Nederland te gaan wonen net zo betekenisvol geweest. Ook Nederland kan rekenen op een plaats in mijn hart. Marokko is decennia geleden verlaten door talloze mannen die hun levensdoel in het buitenland wilden realiseren. Levensdoelen, die hadden ze allemaal. In schril contrast met sommigen uit de huidige stroom Euro-Marokkanen die van leven noch doelen willen weten. De droom was het toen mijn vader besloot de zee over te steken waar generaties lang op uitgekeken was en die men zag als einde van de wereld. De zee die de Rif een uitzicht bezorgde waar menig gevoelig mens een traan om zou laten. De zee die zonlicht met een duizelingwekkend effect op het netvlies uitstortte. Eigenlijk het paradepaardje van de Rif waar verder niets te halen viel. Zo vruchtbaar als de grond later zou blijken voor hasjplantjes, zo onvruchtbaar was deze voor gewassen, harde tarwe en andere vegetatie die overlevingskansen van de lokale bevolking kon vergroten. Hongerwinters waren meer regel dan uitzondering. Wrang is misschien het feit dat ik in groep acht zoals een goed basisscholiertje betaamt tijdens de geschiedenislessen vol ontzag luisterde naar verhalen over de befaamde en waarschijnlijk enige hongerwinter die de Nederlandse vaderlandgeschiedenis gekend heeft. Leerkrachten vertelden met veel emotie over die winter van 1944/’45 waarin half Nederland leed onder de zware uithongering die ontknoping van de oorlog met zich meebracht. Zo interessant als ik dit vond, zo ongeinteresseerd was ik als mijn vader de Marokkaanse hongerwinters beschreef in zijn donderpreken die hij hield nadat ik in zijn ogen weer iets ondankbaars gepresteerd had. Mijn vader, die zelf nog honger en armoede gekend had. Getekend was hij door de jaren heen. Een schim van de man die hij had kunnen zijn ware het niet dat hij noodgedwongen was zijn leven te riskeren voor betere tijden. Als krassen in zijn ziel staan de herinneringen aan de oude dagen waarin hij huis en haard moest verlaten. Prikkelingen in zijn ogen voelt hij wanneer hij terugdenkt aan die dag. Vastberaden was hij toen hij op de zoveelste toekomstloze zaterdag opstond en zijn ouders het nieuws meedeelde dat hij zou vertrekken naar ‘elgarish’. Gesnik weerklinkt als hij het beeld ophaalt waarin hij zijn moeder hem uit de deuropening ziet nakijken. Huilen deed zij, huilen zoals alle streekvrouwen deden wanneer hun mannen en zonen zich in het onbekende stortten. Mijn vader verliet de streek, liet alles na wat hem lief was om vervolgens drie jaar lang zonder teken van leven weg te blijven. Jarenlang had oma gehuild, zij had tot hysterie toe haren uit haar hoofd gerukt en zichzelf gek verwijt om het feit dat zij zoonlief had laten gaan. Eigenlijk net nadat hij doodverklaard was en dit begon door te dringen bij de moeder, verscheen op een nietszeggende warme julidag een gedaante aan de horizon. De contouren van een jongeman die grote koffer bij zich had werden duidelijk zichtbaar. Een vreemde, niet iemand uit de streek zo te zien, had oma de buurvrouw toegesnauwd toen die buitenkwam om haar gevallen dochtertje een paar patsen toe te verkopen. Opeens, maar toch langzaam aan zeker, begon de nieuwsgierigheid plaats te maken voor ongeloof. Een intense emotie deed oma een schreeuw voortbrengen die de mensen uit nabijgelegen heuvelwoningen naar buiten deed rennen. Een vrouw van middelbare leeftijd, om en nabij de 45 begon als een gek het bergpad naar beneden af te stormen richting de onbekende. Dit kan niet waar zijn, o mijn god wat zie ik nu, ging er door haar hoofd. De steilheid van het bergpad deed oma stappen nemen die haar een vaart meegaven waar menig athleticus ‘u’ tegen zou zeggen. Toen ze rood aangelopen bij de jongeman aankwam en hem voor de volle honderd procent als haar zoon kon aanmerken, gooide zij zonder enige aarzeling haar armen om hem heen. Schreeuwend gebrabbel weerklonk toen zij huilend haar zoon vastpakte en tegen zich aan drukte. Even ontroerd was mijn vader door het moment en ook hij liet zijn gevoelens de vrije loop. De verloren zoon was terug en de vreugde onpeilbaar. Nu nog vertelt mijn vader zichtbaar geraakt over dat moment. Een moment waarop hij alle moeilijkheden vergeten was die hij op zijn weg gevonden had alvorens hij kon terugkeren naar zijn geliefde moeder. Als sneeuw voor de zon verdween het vermoeide gevoel dat hij sinds de eerste dag dat hij in ‘elgarish’ arriveerde, gekend had. Hij was terug bij zijn moeder en dat was alles wat op dat moment telde. Vaak denk ik na over zijn woorden over vroeger. Over de offers die mensen bereid waren te brengen om een betere toekomst te bewerkstelligen. Een gevoel van schaamte overmant me als ik denk aan onze gemakzucht en feit dat we alle luxe die we kennen als logisch beschouwen. Ik denk dan aan het scenario waarin mijn vader niet de moed en doorzettingskracht had om de ingrijpende beslissing te nemen naar ‘elgarish’ te komen. Een afweging van een dag, een verandering van mijn leven. Ondanks mijn liefde voor de Rifstreek die vader achterliet, kan ik me niets voorstellen bij een plezierig leven dat ik daar gehad zou hebben mits hij nooit naar het noorden gekomen was. En ik denk dat iedere mede-mocro die enigszins een niveau kan halen waarop nagedacht kan worden, over zijn of haar leven moet nadenken. Alles dankzij Allah, maar denk eens na over een geschiedenis zonder exodus richting ‘elgarish’…………………… Kidje…….