Advertentie: bereik met Marokko.nl vrijwel alle Marokkaanse jongeren


PDA

Bekijk originele versie : Om even bij na te denken.



EsteeLauder01
14-07-2002, 01:00


Ik heb deze tekst gelezen en vond 'm mooi om hier mee te delen. Een tekst om bij na te denken. "Het is voorbij" Al vanaf mijn jeugd kreeg ik het benauwd in krappe ruimtes en ik verliet schreeuwend zulke plaatsen. Op latere leeftijd kwam ik erachter dat dit een ziekte was, maar ik kwam er jammer genoeg niet van af. Helaas moest ik of ik het nu wilde of niet, eindelijk in zo'n krappe ruimte komen......... Ze hadden mij helemaal ingepakt met doeken en me geplaatst in een lange doodskist. De stemmen van de mensen om me heen kon ik heel goed horen en ondanks het feit dat mijn ogen gesloten waren kon ik ze op de een of andere manier zien. "Hij is gestorven op jonge leeftijd," zeiden ze. "Terwijl hij nog zoveel wilde doen." Ik wilde inderdaad nog heel veel doen. Ik had bijvoorbeeld nog geen eigen zaak voor mijn zoon kunnen beginnen, het geld van de t.v. en de auto had ik nog niet afbetaald. Een groot bedrijf beginnen en al mijn vrienden uitnodigen was nu slechts een droom. Bovendien had ik nog geen kolen en hout kunnen kopen voor de naderende winter en ik had de lekkende plaatsen op de zolder nog niet kunnen repareren. Toen ik bezig was met het op een rijtje zetten van alles wat ik niet had afgekregen schrok ik van een luidruchtige stem. Alsof deze door een microfoon kwam, weergalmde het in mijn hoofd. "Het is voorbij," zei de stem. Was het nog maar niet voorbij, dacht ik bij mezelf. Hoe heeft zo'n ongeluk mij kunnen treffen? Terwijl ik zo goed auto kon rijden. Ik probeerde te herinneren wat er was gebeurd; mijn vrienden waren om me heen en probeerde de deksel van mijn doodskist te sluiten. Om ze te stoppen wilde ik zo hard mogelijk schreeuwen maar ik kon me niet bewegen nog iets fluisteren. Een poosje later bevond ik me in het donker en keek naar een lichtstraal, die door de planken van de kist scheen. Paniekerig zei ik: "Mijn god, wat zal er nu van mij terecht komen?" Ik kon niet nadenken uit angst. Ondertussen bevond ik me op de schouders van mijn vrienden en al schommelend werd ik voort gedragen. Door de geluiden die van buitenaf kwamen kon ik opmaken dat het regende. Het geluid van de druppels verenigde zich met het gekraak van mijn doodskist. We gingen hoogst waarschijnlijk naar de moskee voor het Djanâzah-gebed (begrafenisgebed). "Moskee": dat deed me aan iets denken. Hoewel het dichtbij huis was en ik vijfmaal per dag werd uitgenodigd voor het gebed, maar steeds had ik geen tijd kunnen vinden om er heen te gaan. Zoals ik altijd al had gezegd zou ik na mijn vijftigste beginnen met bidden en al mijn slechte eigenschappen waar iedereen zich over ergerde verlaten. Inderdaad, als dit ongeluk niet was gebeurd zou ik in de toekomst een perfecte moslim zijn geweest. De stem die ik voor de tweede keer hoorde (maar niet wist waar hij vandaan kwam) zei weer: "Het is voorbij. Alles is afgelopen." Iets later werd mijn begrafenisgebed gebeden en ik werd weer op schouders gedragen. We kwamen langs het café waar we voorheen met vrienden dagelijks kaartten en ik hoorde ze vrolijk lachen en dacht: "Waarschijnlijk hebben ze niet gehoord dat ik gestorven ben." Toen de stemmen bijna niet meer te horen waren, voelde ik dat ik op een schuine manier gedragen werd. Zo wist ik dat we de helling af gingen naar de begraafplaats. De druppels van de regen, die met bakken uit de hemel vielen druipte door de gaten van mijn doodskist en maakten de doek waarmee ik bedekt was nat. Ondanks dit luisterde ik naar de stemmen die van buiten kwamen. Sommige vrienden hadden het over de effectenbeurs die gedaald was en anderen verheerlijkten de laatst gespeelde wedstrijd van het nationale voetbalelftal. Een van de personen die mijn kist droeg, fluisterde in het oor van degene naast hem: "Net iets voor hem om op zo'n ongelukkige dag te sterven, we zijn kletsnat geworden." Het was toch niet waar wat ik hoorde. Het waren toch mijn vrienden! Mijn reis was na een tijdje afgelopen en mijn doodskist werd op de grond gelegd. Een paar armen pakten mijn lichaam beet en legden mij in een kuil. Liggend bekeek ik mijn omgeving. Oh, mijn god, was dit nu het graf? Waarom had ik er nooit eerder bij stil gestaan dat ik hier ooit terecht zou komen. Mijn stille hulpkreten kon ik niemand laten horen en ik voelde dat mijn vrienden zich haastten met het bedekken van mijn graf. Weer bevond ik me in het donker en ik begon hulpeloos te bidden. "Mijn god, krijg ik echt geen kans meer om te worden zoals u wilt en om mijn graf te veranderen in een hemelse tuin. " Weer herhaalde dezelfde stem, nog luider dan eerst: "Het is voorbij, alles is afgelopen. "Met een laatste poging kwam ik van mijn plaats, en deed mijn ogen open. Ik lag in mijn heerlijke warme bed. Ik had dus een vreselijke nachtmerrie gehad. De dokter die een deur verder woonde probeerde mij wakker te schudden. "Het is voorbij," schreeuwde hij steeds. "Kijk maar het is voorbij. Je hebt niets meer." Ik probeerde langzaam rechtop te zitten. Ik was nat van het zweten en het leek alsof ik twintig kilo was afgevallen. Het regende buiten ******stelen, de bliksem en onweer schudden als het ware het hele huis. Ik probeerde tot mezelf te komen terwijl verbaasde blikken me aankeken en zei: "Mijn god, ik ben u dankbaar tot in het diepste van mijn hart. Wat als u me nu geen nieuwe kans had gegeven om een goed mens te worden........?

Hindaatje
14-07-2002, 11:51
salaam alikoum... ik heb dit verhaal ook ooit gelezen..je gaat er zeker bij nadenken;) thallouw hindaatje

yasmine85
14-07-2002, 16:43
ja ik had het ook gelezen... heb je m toevallig van overgave.nl? daar staan allemaal van dat soort verhalen... kiss

camjo
14-07-2002, 19:40
Estée en angel jazakoum allah..verhalen die het diepste van de mens raken

EsteeLauder01
14-07-2002, 19:57


Origineel gepost door Mohammed Justice Estée en angel jazakoum allah..verhalen die het diepste van de mens raken Thanks MJ...inderdaad raken zo'n verhalen ons...maar 't is de realiteit. ;)

EsteeLauder01
14-07-2002, 20:00
Origineel gepost door yasmine85 ja ik had het ook gelezen... heb je m toevallig van overgave.nl? daar staan allemaal van dat soort verhalen... kiss Neen...'t verhaal heb ik gelezen op www.moslim-online.nl en vond het wel de moeite waard om hier te plaatsen.

Hindaatje
14-07-2002, 20:00
De Profeet Mohammed (vrede en zegeningen met hem) vertelde eens een verhaal over drie mannen van de stam van Israël: een lepralijder, een kale en een blinde man. God (De Almachtige) wilde hen testen en dus stuurde hij een engel, in de gedaante van een man, naar hen toe De engel ging als eerste naar de lepralijder en vroeg hem: "Wat zou jij het liefste willen?" De lepralijder antwoordde: "Ik zou graag een mooie gave huid willen hebben, en dat de ziekte verdwijnt die door de mensen gehaat wordt. De engel streek met zijn hand over het lichaam van de lepralijder en hij was onmiddellijk genezen en had een mooie gave huid. De engel vroeg hem toen: "Welk soort rijkdom begeer jij? Hij antwoordde: "Kamelen". Dus gaf de engel de man een zwangere kameel en zei hem: "Moge God (De Almachtige) jou hiermee veel zegeningen geven. De engel ging daarna naar de kale man toe en vroeg hem: "Wat zou jij het liefst willen?" De man antwoordde: "Dat mijn haar mooi groeit en dat de ziekte waardoor de mensen mij niet accepteren verdwijnt". De engel streek met zijn hand over het hoofd van de man en direct was hij genezen en een mooi vol bos haar begon te groeien. Toen vroeg de engel hem: "Welk soort rijkdom begeer jij?" De man zei: "Koeien". Dus gaf de engel hem een zwangere koe en zei tegen hem: "Moge God (De Almachtige) jou hiermee veel zegeningen geven. Uiteindelijk ging de engel naar de blinde man en vroeg hem: "Wat zou jij het liefst willen?" De blinde man antwoordde: "Dat God (De Almachtige) mij het licht in mijn ogen terug geeft, zodat ik iedereen kan zien". De engel streek over de man’s ogen en God (De Almachtige) gaf hem zijn zicht terug. De engel vroeg hem daarop: "Welk soort rijkdom begeer jij?" De man antwoordde: "Geiten". Dus hij kreeg een zwangere geit. De dieren van alle drie de mannen kregen hun jongen en in een korte tijd zag men vele kamelen, koeien en geiten in het dorp. Toen, in opdracht van God (De Almachtige), ging de engel terug naar de lepralijder en zei tegen hem: "Ik ben een arme man, al mijn voorraden voor mijn reis zijn op. Vandaag heb ik geen mogelijkheden meer om thuis te komen behalve met de hulp van God (De Almachtige) en van jou. Uit naam van God (de Almachtige) die jou heeft gezegend met een mooie en gave huid, vraag ik jou om een kameel, zodat ik naar mijn huis kan rijden. De lepralijder antwoordde: "Ga weg, ik heb het druk, ik heb niets om aan jou te geven". De engel zei: "Ik herken jou. Was jij niet eens een lepralijder, die door de mensen veracht werd om zijn ziekte? Was jij niet eens heel erg arm en heeft God (De Almachtige) jou niet gezegend met veel rijkdom?" De lepralijder antwoordde: "Waar heb je het over? Ik erfde alles van mijn voorouders". De engel zei toen: "Als je liegt, moge God (De Almachtige) jou terug brengen in je vorige staat". De engel ging toen naar de kale man en stelde hem dezelfde vragen. Hij antwoordde ook op dezelfde manier. Dus zei de engel tegen hem: "Als je liegt, moge God (De Almachtige) jou terug brengen in je vorige staat". Uiteindelijk ging de engel naar de blinde man en zei tegen hem: "Ik ben een reiziger en al mijn voorraden zijn op, vandaag heb ik geen voorzieningen behalve van God (De Almachtige) en van jou. Uit naam van God (De Almachtige) die jou jouw zicht terug heeft gegeven, vraag ik jou om een geit zodat ik de mogelijkheid heb om mijn reis te volbrengen". De man antwoordde: "Zonder twijfel, ik was blind. En het was alleen door Zijn genade, dat God (De Almachtige) mij het licht in mijn ogen terug gaf. Neem zoveel als je wilt, en laat achter wat je wilt, bij de naam van God (De Almachtige) zal ik je niet stoppen om iets te nemen". De engel antwoordde: "Houdt al je rijkdom, ik wil niets van jou. Ik ben alleen maar gekomen om je te testen. Nu dat je de test hebt doorstaan is God (De Almachtige) tevreden over jou en ontevreden met de andere twee. Vanwege de ondankbaarheid van de twee, werden al hun giften weggenomen en werden ze weer teruggebracht in hun erbarmelijke toestand. God (De Almachtige) was ontevreden over hen, en zij werden de verliezers in deze en in het volgende leven. Echter, de derde persoon, door zijn dankbaarheid, behield al zijn zegeningen. God (De Almachtige) was tevreden over hem en de man zal deze tevredenheid ervaren in dit en ook in het volgende leven.

camjo
14-07-2002, 20:22
Heel mooi Hindaatje..thank you..

yasmine85
14-07-2002, 20:39
Vele jaren geleden, gedurende het tijdperk van de Tâbi´ien -de generatie moslims van na de sahâbah (metgezellen)-, behoorde Bagdad tot de voornaamste steden van de islam. Feitelijk was het de hoofdstad van het islamitische rijk en vanwege het grote aantal geleerden dat daar resideerde, was Bagdad het centrum van islamitische kennis. Op een dag zond de toenmalige heerser van Rome een afgezant naar Bagdad met drie tartende vragen voor de moslims. Toen de boodschapper bij de stad aankwam, bracht hij de kalief op de hoogte dat hij drie vragen bij zich droeg waarmee hij de moslims uit moest dagen. De kalief ontbood alle geleerden van de stad in zijn paleis en de Romeinse boodschapper klom er op een hoog podium en zei: “Ik ben gekomen met drie vragen. Als u ze beantwoordt, dan zal ik weg gaan, voor u een grote hoeveelheid rijkdom achterlatend die ik met me mee heb gebracht van de keizer van Rome. Wat de vragen betreft, dat zijn: “Wat was er voordat God er was?” “Tot welke richting wendt God zich?” “Waar is God op dit moment mee bezig?””. De grote groep mensen was muisstil (Zou u een antwoord kunnen bedenken op deze vragen?) Temidden van deze schare van briljante geleerden en studenten stond er een man toe te kijken met zijn zoontje. “Oh mijn beste vader! Ik zal hem beantwoorden en hem het zwijgen opleggen!”, zei de jongen. Dus vroeg de jongen toestemming aan de kalief om op de vragen in te gaan. Zijn verzoek werd ingewilligd. De Romein richtte zich tot de jonge moslim en herhaalde de eerste vraag: “Wat was er voordat God bestond?” De jongen vroeg: “Kunt u tellen?” “Ja”, zei de man. ”Tel dan eens van tien terug!”. Dus de Romein telde terug “tien, negen, acht…” Totdat hij bij “één” uitkwam. Toen stopte hij met tellen. “Maar wat komt er voor “één”?, vroeg de jongen. “Er is niets voor de één- zo zit dat!”, zei de man. “Tsja, als er klaarblijkelijk niets voor het rekenkundige “één” is, hoe kunt u dan verwachten dat er iets bestaat voor de “Ene” die de Absolute Waarheid is, de Eeuwige, Eeuwigdurende, de Eerste, de Laatste, de Zichtbare, de Verborgene?”, zei de jongen. De man was zichtbaar verbaasd door dit directe antwoord, waar hij niets tegenin kon brengen. Dus vroeg hij: “Vertel me dan tot welke richting God zich wendt” “Breng een kaars en steek hem aan”, zei de jongen, “en vertel me welke richting de vlam opgaat”. “Maar de vlam is gewoon licht- het verspreidt zich naar alle vier richtingen, het noorden, zuiden, oosten en westen. Het gaat niet slechts een kant op”, zei de man verwonderd. De jongen riep uit: “Als dit tasbare licht zich in alle vier richtingen verspreidt waardoor u me niet kan vertellen welke kant het opgaat, wat verwacht u dan van de nur al-samawaat wa-l-ard: God- het licht van de hemelen en de aarde!? Licht op Licht; God richt zich tot alle richtingen op hetzelfde moment”. De Romein was stomverbaasd dat er hier een kind aanwezig was die zijn uitdagende vragen beantwoordde op zo een manier dat hij de bewijzen niet kon weerleggen. Dus- de wanhoop nabij- zocht hij zijn toevlucht tot de laatste vraag. Maar voordat hij hier kans toe kreeg, zei de jongen: “Wacht! U bent degene die de vragen stelt en ik degene die uw uitdagende vragen beantwoord. Het is meer dan redelijk dat u van het podium afkomt en u zich hier waar ik mij bevind, begeeft en dat ik op het podium klim en de plek waar u nu bent inneem, zodat de antwoorden door een ieder goed gehoord kunnen worden”. Dit vond de Romein een redelijk voorstel, dus verliet hij de plek waar hij stond en klom de jongen het podium op. Toen herhaalde de man zijn laatste vraag: ”Vertel me, waar is God op dit moment mee bezig?” De jongen zei triomfantelijk: “Op dit moment dat wij spreken, toen God op dit hoge podium een leugenaar en bespotter van de islam aantrof, liet Hij hem naar beneden gaan en vernederde Hij hem. En wat degene betreft die in God’s eenheid gelooft, deze hief Hij op en Hij vestigde de waarheid. Hij beoefend iedere dag universele macht (Koran 55: 29). De Romein had niets meer te zeggen behalve dat hij weer weg moest naar zijn land, terneergeslagen. In de jaren daarop groeide deze jongen op om een van de meest beroemde geleerden van de islam te worden. God de Verhevene zegende hem met wijsheid en kennis van de religie. Zijn naam was Abu Hanifah (moge God genadig met hem zijn) en vandaag de dag staat hij bekend als al-imam al-a’zam, de grote imam en geleerde van de islam en de stichter van de hanafi-school. Moge God iets van Zijn genade op dezelfde wijze schenken aan onze moslimkinderen die vandaag de dag opgroeien. Amien.

yasmine85
14-07-2002, 20:41
Dr.Aboe Maryam al-Misri was een arts uit Egypte, die tegelijkertijd de islamitische wetenschappen bestudeerde. Hij was getrouwd en had een jong dochtertje met de naam Maryam, vandaar zijn naam; Aboe (vader van) Maryam. Zijn vrouw en dochter achterlatend in Egypte, kwam Aboe Maryam naar het land van jihad in het zuiden van de Filippijnen, en bleef daar voor twee jaar om de moslims te helpen in hun verdediging tegen de onderdrukking door de Filippijnse regering. De beste manier om Aboe Maryam te beschrijven, is dat hij een man was van weinig woorden, maar veel daden. Hij gaf altijd lessen over islamitische kennis aan alle moslimstrijders (moedjahidien). Tegelijkertijd bekommerde hij zich om de gewonden en de zieken. En tegelijkertijd stond hij aan het front, om te vechten op de weg van God. Aldus probeerde hij het goede te verkrijgen uit alle mogelijke richtingen en middelen. En daarbovenop was er nog zijn strijd en honger in vijandig terrein in het hete, tropische weer van de Filippijnen. Ondanks dit alles was hij gewoon te vasten op de meeste dagen. Zijn lippen waren constant bezig met het gedenken van God. Zijn handen waren constant gevuld met het Boek van God (de Koran). Dit was zijn bezorgdheid, dit was hoe hij de tijd doorbracht. Tijdens Aboe Maryam's verblijf in de Filippijnen, vond er een ongelukkig voorval plaats. Het Filippijnse regeringsleger, onder het directe bevel van de opperbevelhebber van de Filippijnse regeringsstrijdkrachten in het zuiden van de Filippijnen, lanceerde een grootscheeps artillerievuur op het ziekenhuis van de moslimstrijders. Ze beschoten het met mortieren, artillerie en raketten. De schade die door deze aanval was aangericht was ernstig: het hele ziekenhuis was vernietigd, tweeëntwintig moslims waren gedood (onder hen waren niet alleen gewonde moslimstrijders, maar ook vrouwen en kinderen), en een groot aantal mensen liep verwondingen op. Dit was een oorlogsmisdaad. Zelfs in een oorlog is het verboden om ziekenhuizen aan te vallen, of ze nu burger-, of militaire ziekenhuizen zijn. Aboe Maryam was in die regio toen de aanval plaatsvond, en hij deed zijn best om de gewonden te helpen bij de overblijfselen van het ziekenhuis. Aboe Maryam was erg van streek over wat er was gebeurd. Diezelfde avond, verscheen de opperbevelhebber op de nationale televisie, en zei vol trots : "Vandaag hebben we met succes een basis van terroristen vernietigd. Er zijn geen burgers om het leven gekomen, en geen ziekenhuizen geraakt." Toen Aboe Maryam deze generaal op televisie zag, kwam er een erg vreemde ambitie op in zijn hart, een ambitie die zo vreemd was dat het alleen maar nagestreefd kon worden door iemand die zijn ziel had verkocht aan God. Niet in een normale transactie, maar in een uitmuntende transactie. Diezelfde avond begon Aboe Maryam te vragen over die generaal, zijn locatie, de plek van zijn basis en zijn hoofdkwartier. Weken en weken gingen voorbij, en Aboe Maryam ging door met het verzamelen van informatie over die generaal. Met elk stukje informatie dat hij verzamelde, was hij gewoon om een camera, zijn wapen en wat voedsel mee te nemen, om er dagenlang op uit te trekken om verkenningstochten uit te voeren bij deze locaties. Hij fotografeerde de gebieden, de bases en de gebouwen van die generaal. Hij deed dit samen met een andere broeder, `Azzam, uit de stad Ta'if, dichtbij Mekka. Enkele maanden later kwam Aboe Maryam tot het besluit dat de tijd nu rijp was voor de ongelovigen om te betalen voor het moslimbloed dat zij onrechtmatig hadden verspild. Aboe Maryam al-Misri en `Azzam at-Ta'ifie namen wat wapens en voorraden met zich mee, en vertrokken in de richting van hun doel. Een derde, Filippijnse moslimstrijder, vergezelde hen, met de bedoeling om hen alleen maar de weg te tonen en niet om deel te nemen aan enige gevechten. Hun doel : het militaire hoofdkwartier van het Filippijnse regeringsleger van de gehele Zuid-Filippijnen, ook de basis van de opperbevelhebber. Deze basis was gelegen in het centrum van de hoofdstad van de Zuidelijke Filippijnen, vlak naast de belangrijkste internationale luchthaven van die regio. Het bood huisvesting aan meer dan tweeduizend regeringssoldaten. Aboe Maryam, `Azzam en de Filippijnse broeder bereikten de basis. De Filippijnse broeder nam een positie in buiten de basis, vanwaar hij alles kon zien wat er in de basis gebeurde. Ondertussen vetrokken Aboe Maryam en `Azzam in de richting van de ingang van de basis. Het eerste wat ze deden was het doden van de wachters bij de ingang. Daarop gingen zij de basis binnen, en doodden groepen soldaten die ter versterking kwamen, met handgranaten en automatische wapens. Dit vuurgevecht ging voor een paar minuten door, totdat de regeringssoldaten ofwel waren gedood, of waren gevlucht. Hierna nam `Azzam een positie bij de hekken van de basis in om Aboe Maryam te dekken. Aboe Maryam trok het hoofddeel van de basis in, in zijn eentje. Zodra hij hier binnenkwam, vocht hij zijn weg door het gebouw in het midden van de basis, welke plaats bood aan de officieren en de administratie. Hij ging dit gebouw binnen en doodde drie officieren die hem aanvielen. Nadat hij deze officieren had gedood, rende Aboe Maryam het gebouw uit, en begon te lopen in de richting van de hekken, om `Azzam at-Ta'ifie te ontmoeten. Met z'n tweeën hadden Aboe Maryam en `Azzam de gehele basis voor dertig minuten opgehouden, met haar macht van tweeduizend soldaten. De infanteriesoldaten vluchtten van het slagveld, om te worden vervangen door tanks en pantserwagens , die vanuit alle richtingen aankwamen. Deze voertuigen begonnen het vuur te openen op deze twee broeders , met alles wat ze aan wapens hadden. Tijdens deze aanval, werd `Azzam vol geraakt door een tankgranaat , en ging heen om zijn Heer te ontmoeten. Onbewust van het feit dat `Azzam was gevallen, ging Aboe Maryam door met vechten, en hield in zijn eentje de hele basis op voor nog eens dertig minuten. Hij vernietigde met succes een munitiedepot, en doodde de soldaten van de vijand één voor een. Degenen die getuigen waren van dit gebeuren, hebben verteld dat Aboe Maryam op dit punt luidkeels aan het lachen was. Gevechtsvoertuigen vielen Aboe Maryam nu aan vanuit alle richtingen, aangezien de infanteristen waren gevlucht. Uiteindelijk werd hij geraakt door een kogelregen van zware mitrailleurs bovenop een tank, en een van de grote kogels ging door zijn hoofd, waardoor Aboe Maryam zijn broeder `Azzam achterna ging in het gezelschap van hun Heer de Verhevene (we vragen God dat dat zo zal zijn). Er waren nog geen seconden voorbij gegaan, of een heerlijke geur begon de atmosfeer rond de twee lichamen van `Azzam en Aboe Maryam te vullen. Alle aanwezigen van onder de moslims en de ongelovigen roken deze geur. De volgende dag, verzamelden duizenden moslims uit de nabijgelegen dorpen zich, om hun twee helden te begraven. Allen die aanwezig waren bij de begrafenis, getuigden van de continue parfumgeur, welke in de begraafplaats bleef hangen, zelfs nadat de twee broeders waren begraven. Een moslim scheurde een stuk bebloede kleding van het lichaam van een van de broeders om het aan de moslims te laten zien. Het rook nog steeds naar parfum. Later op die dag werd er een officiële verklaring vrijgegeven door de Filippijnse regering: in de aanval op de militaire basis op de voorgaande dag, waren elf soldaten om het leven gekomen (inclusief drie hoge officieren), en nog veel meer soldaten waren verwond. Dit alles was door twee broeders uitgevoerd, die arm zijn tegenover hun Heer, met de permissie van hun Heer. "Hoeveel kleine troepen hebben niet grote troepen overwonnen, met het verlof van God..." (Koran 2:249) Ik herinner me een dag die ik door had gebracht met Aboe Maryam, dat ik toen naar de rivier liep om de was te doen. Ik zag Aboe Maryam daar staan naast de stromende rivier, met een foto in zijn hand. De foto was een foto van zijn dochtertje, Maryam, die hij al twee jaar niet had gezien. Hij stond daar, te kijken naar deze foto. Ik vroeg hem : “Mis je je dochter niet, Aboe Maryam?” Na het horen van mijn vraag, begon Aboe Maryam te huilen, en hij antwoordde met tranen in zijn ogen: "Ja , ik verlang naar mijn dochter, maar bij God, ik verlang nog meer naar God en het Paradijs

LELIJKERD
14-07-2002, 20:44
SERIOEZOEOEOEOEOEOOEOE ????