camjo
29-07-2003, 21:17
De bedoeling van deze topic is..om een voorsmaak te brengen van de verhalen of gedichten of andere.. Vandaag wordt het beperkt tot een stuk van een verhaal van een lid..waarvan later incha'allah zijn naam bekend gaat worden.. Ewa geniet ervan..en hopelijk krijgen jullie ook zin om te schrijven.. Je weet dat de leden zich moeten baseren op 4 plaatjes die samen een verhaal of iets anders vertellen.. Hier komt een stuk uit een ingezonden verhaal.. verhaal bij foto's Nederlandiyah, jaar 2079. Twee jonge meisjes, genaamd Makumba en Swahili, respectievelijk 15 en 9 jaar oud wonen zielsalleen in het kleine dorpje Zanzida, 1 kilometer verwijderd van de hoofdstad Berberdam. Na een 2 jaar durende heftige strijd tussen de inwoners van Nederland en Toearegs die via Noord-Afrika, Spanje, Frankrijk en Belgie ook Nederland binnendrongen staan de twee meisjes helemaal op eigen benen. Ze verloren beide ouders in deze oorlog en hebben helemaal niemand meer, geen familie, geen kennissen en geen vrienden. De ellende en armoede, al het verdriet en al het kostbare wat ze hebben verloren spreekt boekdelen op de gezichtjes van de meisjes. Nederlandiyah, voorheen het Koningrijk der Nederlanden, heeft afgelopen eeuw een sterke klimaatsverandering ondergaan! Met temperaturen in de zomer oplopend tot maar liefst 50 graden en in de winter niet kouder dan 25 graden, is het land uitgedroogd en in veel gebieden ontoegankelijk geworden. Duinen zijn woestijnen geworden en agrarische landschappen vindt je enkel alleen nog maar langs de zeekust! De Nederlandiyahs, waaronder veel Arabieren en Berbers behoren die al anderhalve eeuw geleden zich hier vestigden, zijn inmiddels alweer begonnen aan de wederopbouw van hun land. Het leven gaat tenslotte gewoon weer verder! Zo ook dus het leven van Makumba en Swahila. Hun voorouders komen oorspronkelijk uit Zanzibar, een eiland voor de kust van Oost-Afrika. Gehuld in vodden besluiten de twee meisjes op een dag naar Denbusiah te gaan, op te voet welliswaar. Denbusiah, voorheen Den Bosch, is de tweede grootste stad en is er ondanks de oorlog nog redelijk goed vanaf gekomen. Makumba hoopt daar werk te kunnen vinden zodat zij zichzelf en haar zusje kan voorzien van voedsel en water. Na drie uur onderweg te zijn zien ze een oude man met een koets. Makumba vraagt de man welke richting hij opgaat. "Ik ga naar het zuiden" zegt hij. "Zouden wij alstublieft een stukje met U mee mogen rijden" vraagt Makumba. "Vooruit dan" zegt de man met een chagrijnige stem. De twee zusjes klimmen op de koets en zoeken een zitplaatsje tussen de vele zakken en kistjes. "Hoe heet U" vraagt Swahila. "Ik ben Rachid" zegt hij. Zwijgend gaat hij de tocht verder. Ook Makumba en Swahila houden zich stil. Na zes uur op de ongemakkelijke koets stopt de man ineens en beveelt de meiden af te stappen. "De rest is weer voor jullie voetjes, jullie zijn nog jong zat!" De man lacht en reikt een kruik met water naar Makumba. "Hier, neem die mee. Jullie zullen wel veel dorst hebben." De twee bedanken hem vriendelijk en kijken toe hoe de man een klein zijstraatje inrijdt. Ze zijn belandt in een klein dorpje. "Wat nu?" vraagt Swahila. "Geen idee, ik weet niet eens waar we zijn! Kom, ik zie een winkeltje" zegt de oudste en ze lopen richting een klein bouwvallig huisje waar een paar mensen wat staan te drinken. Makumba gaat naar binnen en vraagt de verkoper hoe het dorp heet en of het nog ver is naar Denbusiah. De man lacht vriendelijk. "Aha, dus jullie zijn verdwaald? Jullie zijn nu in Hasana en Denbusiah is volgens mij nog wel twee dagen lopen! Lusten jullie een croissantje ofzo? Jullie zien er zo vermoeid uit!" De twee musketiers knikken allebei tegelijk en nemen plaats op de hoge krukken aan de bar. Heftig pakken ze de Franse ovenbroodjes uit de hand van de eigenaar en beginnen zonder pardon onbeschofd te vreten. "Dus jullie gaan naar Denbusiah? Als jullie geduld hebben kunnen jullie misschien wel met mijn zoon meerijden. Hij gaat toevallig morgen daar naar toe om een bestelling op te halen bij de grootleverancier." Enthousiast gebaren ze en vragen de man waar ze dan vanavond moeten slapen. "Ik heb een logeerkamer. Er ligt een tweepersoons-matras en wat kussens. Een deken geef ik je straks wel." De man gaat verder met waar hij mee bezig was. Met veel moeite en een bezweet voorhoofd maakt hij de koeling schoon. De avond verloopt spoedig. Makumba en Swahili hebben frietjes gegeten en kregen zelfs nog een milk-shake van meneer Mohammed, de eigenaar. Zijn vrouw Nadiya maakte de slaapkamer in orde en stopte de meisjes in alsof het haar eigen kinderen waren. Ze begon te vertellen over haar dochter Sarah die was geimmigreerd naar Finland om daar te gaan studeren en over haar zoon Qais die over een paar jaar het zaakje van zijn vader zou overnemen. Haar andere zoon rafiq was voor een jaar naar Doebai maar die had haar gisteren nog gebeld. Dat had haar gerustgesteld want ze miste hem enorm. De volgende ochtend, nadat de zusjes lekker hadden ontbeten en een frisse douche hadden genomen, stelde Mohammed zijn zoon voor. "Dit is Qays en hij zal jullie naar Denbusiah brengen." "Wat gaan jullie eigenlijk daar zoeken" vroeg Nadiya waarop Makumba antwoorde: "Ik wil er werk zoeken. Dan kan mijn zusje naar school en kunnen we eten en drinken kopen. En natuurlijk een huisje." "Kind, je bent pas 15 jaar! Ben je wel voorzichtig en zul je goed op je zusje passen? Insha'Allah komt alles goed met jullie." "Nou, bedankt voor alles. Ik hoop dat we U niet lastig hebben gevallen. God zal jullie belonen." Makumba en Swahila nemen afscheid en nemen plaats in de jeep van Qais. Qais is pas 18 geworden en heeft sinds drie weken zijn rijbewijs. Ze rijden aan en Qais begint wat vragen te stellen. "Hou oud zijn jullie?" Ik ben bijna 16 zegt Makumba en Swahila zegt dat ze over 3 maandjes 10 jaar wordt. "Hebben jullie in Denbusiah familie of kennissen?" "Nee, we hebben niks, niemand die zich om ons bekommert. Onze ouders zijn vermoordt in de oorlog en het beetje familie wat we nog hebben woont op Zanzibar." "Ik zal jullie helpen" zegt de goedaardige beleefde Qais. "Ik ken iemand die goedkope appartementjes verhuurd. Maar je zal natuurlijk wel eerst werk moeten vinden. Ik zal kijken wat ik kan doen." Makumba bedankt hem en vraagt hem hoe lang de reis duurt. "Hooguit een uurtje. Dan zijn we er wel. Mijn vader vertelde me dat je er vroeger maar een half uurtje over deed maarja, wat klimaatveranderingen en een oorlog allemaal niet aan kunnen richten. Sommige wegen zijn echt erg lastig!" "Kijk, Denbusiah" schreeuwt Swahila. Haar stem komt boven een oude hit van Samira Saeed uit die op de radio is bij het programma "de gouden uren". Hoge wolkenkrabbers en opvallende andere moderne hoogbouw komen steeds dichterbij. Een nieuwe moskee met minaretten van maar liefst 65 meter hoog en een hitech winkelcentrum van 15 verdiepingen bepalen het uitzicht van Denbusiah's nieuwste centrum. Qais geeft gas terug en parkeert zijn auto naast het megagrote zogeheten Fatamorgana-plein. "Zo, nu eerst even wat te drinken halen want ik bartst van de dorst. Lopen jullie mee?" Als twee verlegen pasgeboren puppies lopen ze achter Qais aan. Qais is goed gekleed en kent goed de weg. "Lopen wij hier in onze vodjes!" fluisterd Makumba naar Swahila. "Echt voorschut joh, als ik wat geld heb verdient gaan we ook even wat nieuwe kleding kopen." Onder het genot van een bord tomaten-soep verteld Qais wat het beste is voor de twee zussen. "Hier vlakbij is een opvang voor weeskinderen. Ik breng jullie daar naar toe en daar zullen jullie even moeten verblijven. Jullie krijgen er eten en drinken en een slaapplaats. Het kan even niet anders. Morgen zal ik bij Robbi, die man van die flatjes, even navragen wat de mogelijkheden zijn. Dan kun jij morgen naar het uitzendbureau om een baantje te zoeken. Ik ga over vier dagen weer terug naar Hasana dus veel tijd hebben we niet en bovendien heb ik deze keer een vrij grote bestelling af te handelen!" Makumba beloofd haar best te doen en bedankt hem hartelijk voor alle moeite die hij doet. De opvang voor weeskinderen bleek een chaos te zijn! Swahila kreeg ruzie met een meisje. Dania pakte Swahila bij haar haar omdat ze zo vies uit zou zien! Ze schreeuwde de hele tijd: "Viespeuk, ga je wassen. Je stinkt en je hebt schurft!!!" En Makumba kon niet slapen omdat een zaalgenootje de hele nacht luidkeels had liggen snurken en knarsetanden. Ook was het er bloedheet omdat er geen ventilatie aanwezig was. Verder werdt er constand geruzied over slaapplaatsen, die was van haar en die weer van hem, die miste weer een kussen en iemand anders had er perse twee nodig anders kon deze niet slapen etc. etc.... Makumba ging al vroeg op pad om haar toekomst alvast een beetje zekerheid te geven. Ewa..dat was het stuk..het is nog niet klaar..maar het vervolg krijgen jullie later.. Ewa..begin maar te schrijven..misschien komt ook een voorproefje van jullie hier..