LZN
02-07-2003, 07:48
Neergeschreven door een geschockeerde vriend. (...) Wij dus naar 't Krugerplein. Blijkbaar hebben ze bij Rataplan, die het hele 'Feest' organiseert, geen moeite gespaard en niet op een frank gekeken. Er staat de tent van Ronaldo, met alle woonwagens er rond, er staat een echte spiegeltent met een Decap-orgel, er staat een echte paardenmolen, er staan nog een zestal Marokkaanse tenten, er is een tapmobiel, een WC-wagen, een eettent. Allemaal pico bello, zo te zien - en de prijzen zijn democratisch. Voor de klein mannen is er, behalve de paardenmolen, een tent waar ze schminken. Er lopen artiesten rond die hun ding in open lucht doen. Er zijn breakdancers. Er is een vuurspuwer. U voelt het al: sfeer te over. Maar ook hier: geen schepenen te zien, geen burgemeester, geen districtsraadsleden, geen stedelijke straathoekwerkers, geen stedelijke opbouwwerkers, geen groene toezichters, geen gasten van de jeugddienst, geen ambtenaren van de integratiedienst. Geen Fatima Bali (Agalev) te bespeuren, geen Amir El Kebdani (Migrant Plus), geen Mohamed Chakkar, geen Simohamed El Habibi (Migrant Plus) en hoe heten al die allochtone verkozenen des volks ook al weer. Curieus toch - als ze in de gazet altijd schrijven dat Borgerhout een 'aandachtswijk' is. Na vijf minuten is het mijn vrouw en mij overduidelijk: dit is geen feest. Dit is een regelrechte oorlogszone. Een dikke vijftig Marokkaanse snotjong bepalen en verpesten de sfeer op het Krugerplein. Ze zien er zeven, acht, twaalf, veertien jaar uit. Vaders hebben ze niet - die zijn nergens te bespeuren. Moeders hebben ze niet - die zijn zichtbaar afwezig. Zelfs zussen hebben ze nauwelijks - die zitten thuis opgesloten, vermoed ik. Ze voeren op een spontane, vrolijke en geroutineerde manier een regelrechte guerilla-oorlog tegen alles wat op het plein, gratis en voor niks aan de bevolking - en ik vermoed in de eerste plaats aan hen - wordt aangeboden, tegen alles wat tolerantie wil bevorderen, tegen alles wat ook maar in de verste verte iets met creativiteit en spontaneïteit te maken heeft. De tenten moeten stuk. De spantouwen worden doorgesneden. De straatartiesten worden uitgejouwd, uitgedaagd, geduwd, gestompt, met stenen bekogeld, bespuwd. Grotere slungels - zijn ze al veertien? - lopen met busjes Rexona op zak en spuiten voor de lol, prikkelende deodorant in de ogen van kleine kinderen. Brutale, racistisch opgevoede snotjong rijden met de fiets de eettent binnen, proberen het Decap-orgel onklaar te maken, pikken de asbakken van de tafels in de spiegeltent, forceren de deuren van toiletten en woonwagens. De vuurspuwer krijgt stenen naar zijn kop, onder de kreet 'Pales-tina'. De vrouwelijke vrijwilligers van Rataplan zijn allemaal hoeren, worden in het nauw gedreven, bepoteld, met gore klap bestookt. Ze opereren in groepjes van tien, twaalf gasten, schaterlachend, hondsbrutaal. Stopcontacten worden uitgetrokken en in een plas gegooid. Er wordt geduwd, getrokken, gevochten. Rataplan heeft een aantal vrijwilligers ingezet, die de heibel niet meer baas kunnen. Na een tijd staan er vier man rond het Decap-orgel alleen al: ze moeten voortdurend klappen uitdelen om te vermijden dat de grote trommel het slachtoffer wordt van Marokkaanse circuskunst (kickboksen). Terwijl ik met mijn vrouw in een hoek aan de bar blijf staan - de spiegeltent is stormerhand bezet door baldadig Berberssprekend gespuis - zie ik een groepje van vijf, zes gasten schijnheilig braaf aan een tafeltje zitten. Plots stuiven ze joelend weg: vakkundig hebben ze de vijzen uit het onderstel van de tafel gevezen, zodat ze onbruikbaar is en in elkaar klapt. Als de mensen van tent gaan kijken - wie bedenkt nu zoiets? - klapt achter hen een tweede en een derde tafel tegen de vlakte. 'Ze hebben schrik', zegt mijn vrouw, terwijl ze naar de vrijwilligers wijst, die paniekerig van de ene rennende Marokkaan naar de andere hollen. Het is een spelletje: kat en muis. Rataplan heeft aan alles gedacht: ze hebben ook Marokkaanse stewards ingehuurd, als gold het een risicomatch ergens in een uithoek van kansarm Londen. Ook zij worden door het Marokkaans gespuis uitgelachen, moeten meedraaien in het dolle circus van pesterijen, uitdagingen en getreiter. Als één van de jonge gangsters bij zijn kraag wordt gepakt omdat hij met een mes in de plastic waterleiding aan het kerven is, komen vijftig andere jonge Berbertjes schreeuwend, roepend, spottend en spuwend hun solidariteit met het 'slachtoffer' betuigen. De Marokkaanse steward kiest eieren voor zijn geld en gaat ervan door. 'Belgenpoeper!'. Mijn vrouw en ik vluchten de tent uit, bestellen een pannenkoek in de eettent, waar het even rustig is. Tot de bende miniracisten ook daar binnenvalt, de vrijwilligers achter de toog beginnen te sarren, met volle handen in het zondige Belgische eten graaien, de zelfgebakken koekjes sneller pikken dan de vrijwilligers voor mogelijk achten. Andere mensen zijn zo slim om hun pannenkoek te laten voor wat hij is en een rustiger plekje op te zoeken. We zitten nog met twee of drie man in de tent. Weldra zitten ze met zes of zeven rond ons: op de tafel, vlak naast mij, duwend, trekkend. Ze gooien - om te lachen? - keitjes in mijn pannenkoek, schudden aan de tafel tot de koffie uit mijn tas spat, boeren uitdagend in mijn gezicht. Als ik hen vraag om ons met rust te laten, breekt de hel pas goed los. Dat we racisten zijn. En dat we teveel varkensvlees hebben gegeten. Dat de Marokkanen veel slimmer zijn dan de voze Belgen. Dat de Marokkanen het de Amerikanen toch maar eens goed gelapt hebben. Dat zij de baas zijn op het plein. Dat alle Belgen Jodenvrienden zijn. Een van de vrijwilligers jaagt de treiteraars met harde hand weg - hij kan nog net op het laatste moment de handtas van mijn vrouw terugpakken. Als hij zijn verontschuldigingen komt aanbieden, heeft hij tranen in zijn ogen. 'We wilden er een van feest maken', snottert hij. 'Vooral voor dié gasten. 't Is hier precies oorlog.' We zijn terug naar de Turnhoutsebaan gelopen, en we zijn langs een veilige omweg naar de kerk gegaan. Voor mij is het duidelijk. Hier groeit een generatie op die overtuigd is van haar Islamitisch gelijk en haar allochtone straffeloosheid. Marokkaanse vaders, Marokkaanse moeders, Marokkaanse jongvolwassenen, Marokkaanse jeugdleiders, Marokkaanse woordvoerders, Marokkaanse verenigingen en federaties laten deze jonge terroristen, die spuwen op alles wat Belgisch en democratisch en tolerant en blank is, gewoon hun gang gaan. Het komt hen goed uit: hoe meer geruzie, hoe meer subsidies. Hoe meer agressie, hoe meer betaalde migrantenmedewerkers. Ik weet nu al zeker dat het Blok hier volgende keer wél zal winnen. Waarna het Blok, als het verstandig is, de subsidiekraan voor al die Marokkaanse bemiddelaars - de Chakkars, de Talhaouis, de Balis. - zal dichtdraaien, wegens bewezen en verregaande nutteloosheid. Zij zijn immers verantwoordelijk voor deze generatie perfect geïndoctrineerde racistische 'eigen-volk-eerst'-mon-stertjes die van Koranleraars, imams en Marokkaanse sleutelfiguren de wetenschap meekrijgen dat Marokkanen superieure wezens en Belgen goddeloos uitschot zijn. Rataplan heeft voor zijn 'Feest' ook de flikken moeten inviteren. Ik vermoed dat ze het zich anders hadden voorgesteld. 'Borgerhoudt van mensen' staat er op de t-shirts van de ontredderde Rataplan-vrijwilli-gers. Tegen de systematische racistisch geïnspireerde haat, die de jonge Marokkanen van thuis uit mee krijgen, is deze naïeve, pacifistische, idealistische boodschap nutteloos. Ik wil Pater Leman de raad geven om eens in Borgerhout naar het circus te komen kijken. Een zuiverder, onbevangener vorm van intolerant en agressief racisme vindt hij wellicht nergens elders in België. (...) Het heeft natuurlijk niet veel zin om alle fouten op een handvol kleine jongetjes met Marokkaanse opvoeding te steken. Erger is dat het Antwerps stadsbestuur, onder het motto 'Er Is Geen Geld', geen tijd en geen aandacht meer wenst te besteden aan haar z.g. aandachtswijken. Voor de buurtbewoners rond het De Co-ninckplein kwam de Nieuwe Bibliotheek al als een kaakslag, met als voornaamste reactie: 'En wij dan?'. Op Stuivenberg blijft de stad prominent afwezig en onzichtbaar. Nu Borgerhout nog loslaten - en de volgende verkiezingen worden eigenlijk overbodig. Het opgeven van de aankoop van het Electrabelgebouw in de Borgerhoutse Statielei is een veeg teken. Ze zullen het, gewoontegetrouw, nog wel eens opnieuw proberen: in de aanloop naar de verkiezingen aan de Borgerhoutenaars een cultureel centrum en een bibliotheek beloven, om die plannen dan meteen na de verkiezingen, te 'vergeten'..