Advertentie: bereik met Marokko.nl vrijwel alle Marokkaanse jongeren


PDA

Bekijk originele versie : Een verhaal om niet te vergeten !



OueldRassoul
30-06-2003, 16:35


Asalaam-u-alaikum waraghmatoelillah wabarakatoe broeders en zusters, Als klein kind heb ik altijd genoten van de verhalen die mijn dierbaren en mijn ouders aan mij ..Het waren geen sprookjes maar verhalen die binnen de Islaam is gebeurt en ook nog een moraal had... Het is altijd prachtig om zulke verhalen met elkaar te delen...Dus laat ik eens maar beginnen met een verhaal over dankbaarheid.. Drie mannen en een engel De Profeet Mohammed saw vertelde eens een verhaal over drie mannen van de stam van Israël: een lepralijder, een kale en een blinde man. Allah swt wilde hen testen en dus stuurde hij een engel, in de gedaante van een man, naar hen toe De engel ging als eerste naar de lepralijder en vroeg hem: "Wat zou jij het liefste willen?" De lepralijder antwoordde: "Ik zou graag een mooie gave huid willen hebben, en dat de ziekte verdwijnt die door de mensen gehaat wordt. De engel streek met zijn hand over het lichaam van de lepralijder en hij was onmiddellijk genezen en had een mooie gave huid. De engel vroeg hem toen: "Welk soort rijkdom begeer jij? Hij antwoordde: "Kamelen". Dus gaf de engel de man een zwangere kameel en zei hem: "Moge Allah swt jou hiermee veel zegeningen geven. De engel ging daarna naar de kale man toe en vroeg hem: "Wat zou jij het liefst willen?" De man antwoordde: "Dat mijn haar mooi groeit en dat de ziekte waardoor de mensen mij niet accepteren verdwijnt". De engel streek met zijn hand over het hoofd van de man en direct was hij genezen en een mooi vol bos haar begon te groeien. Toen vroeg de engel hem: "Welk soort rijkdom begeer jij?" De man zei: "Koeien". Dus gaf de engel hem een zwangere koe en zei tegen hem: "Moge Allah swt jou hiermee veel zegeningen geven. Uiteindelijk ging de engel naar de blinde man en vroeg hem: "Wat zou jij het liefst willen?" De blinde man antwoordde: "Allah swt mij het licht in mijn ogen terug geeft, zodat ik iedereen kan zien". De engel streek over de man’s ogen en Allah swt gaf hem zijn zicht terug. De engel vroeg hem daarop: "Welk soort rijkdom begeer jij?" De man antwoordde: "Geiten". Dus hij kreeg een zwangere geit. De dieren van alle drie de mannen kregen hun jongen en in een korte tijd zag men vele kamelen, koeien en geiten in het dorp. Toen, in opdracht van Allah swt, ging de engel terug naar de lepralijder en zei tegen hem: "Ik ben een arme man, al mijn voorraden voor mijn reis zijn op. Vandaag heb ik geen mogelijkheden meer om thuis te komen behalve met de hulp van Allah swt en van jou. Uit naam van God (de Almachtige) die jou heeft gezegend met een mooie en gave huid, vraag ik jou om een kameel, zodat ik naar mijn huis kan rijden. De lepralijder antwoordde: "Ga weg, ik heb het druk, ik heb niets om aan jou te geven". De engel zei: "Ik herken jou. Was jij niet eens een lepralijder, die door de mensen veracht werd om zijn ziekte? Was jij niet eens heel erg arm en heeft Allah swt jou niet gezegend met veel rijkdom?" De lepralijder antwoordde: "Waar heb je het over? Ik erfde alles van mijn voorouders". De engel zei toen: "Als je liegt, moge Allah swt jou terug brengen in je vorige staat". De engel ging toen naar de kale man en stelde hem dezelfde vragen. Hij antwoordde ook op dezelfde manier. Dus zei de engel tegen hem: "Als je liegt, moge Allah swt jou terug brengen in je vorige staat". Uiteindelijk ging de engel naar de blinde man en zei tegen hem: "Ik ben een reiziger en al mijn voorraden zijn op, vandaag heb ik geen voorzieningen behalve van God (De Almachtige) en van jou. Uit naam van God (De Almachtige) die jou jouw zicht terug heeft gegeven, vraag ik jou om een geit zodat ik de mogelijkheid heb om mijn reis te volbrengen". De man antwoordde: "Zonder twijfel, ik was blind. En het was alleen door Zijn genade, dat Allah swt mij het licht in mijn ogen terug gaf. Neem zoveel als je wilt, en laat achter wat je wilt, bij de naam van God (De Almachtige) zal ik je niet stoppen om iets te nemen". De engel antwoordde: "Houdt al je rijkdom, ik wil niets van jou. Ik ben alleen maar gekomen om je te testen. Nu dat je de test hebt doorstaan is Allah swt tevreden over jou en ontevreden met de andere twee. Vanwege de ondankbaarheid van de twee mannen werden al hun giften weggenomen en werden ze weer teruggebracht in hun voor afgaande toestand. allah swt was ontevreden over hen, en zij werden de verliezers in deze en in het volgende leven. Echter, de derde persoon, door zijn dankbaarheid en behield al zijn zegeningen. Allah swt was tevreden over hem en de man zal deze tevredenheid ervaren in dit en ook in het hiernamaals. "En toen uw Heer verklaarde: "Als gij dankbaar zijt zal ik u meer geven, maar als gij ondankbaar zijt is Mijn straf inderdaad streng." 14:7 Nu is de beurt aan jullie... Wa alaikum salaam waraghmatoelillah wabarakatoe,

tariffst
30-06-2003, 16:38
Een mooi verhaal, ik heb heel veel van zulke mooie verhalen wanneer ik de tijd ervoor heb zal ik ze wel plaatsen. Heb jij mischien nog verhalen. Plaats ze dan Soekran

OueldRassoul
30-06-2003, 16:40
Origineel gepost door tariffst Een mooi verhaal, ik heb heel veel van zulke mooie verhalen wanneer ik de tijd ervoor heb zal ik ze wel plaatsen. Heb jij mischien nog verhalen. Plaats ze dan Soekran Salaam Zuster op verzoek zal ik nog 1 plaatsen :) Een mooi verhaal over zelfdiscipline Gedurende een gevecht, bevond Ali (een metgezel van de profeet Mohammed saw), zich tegenover een ongelovige die hem gewelddadig aanviel. Ze waren alle twee moedige en sterke mannen, maar de ongelovige was geen tegenpartij voor Ali, die al snel op zijn borst zat om hem de genadeslag toe te dienen. “Ik nodig je uit om de getuigen dat er geen god is behalve Allah en dat Mohammed de boodschapper van Allah is,” zei Ali. “Accepteer de Islam en ik zal jouw leven sparen”. “Nooit”, hijgde de ongelovige. Ali hief zijn zwaard op en hij stond op het punt om deze op zijn vijand te laten neerdalen, toen de ongelovige hem in het gezicht spuugde. Tot grote verbazing van de ongelovige, sprong Ali direct van zijn vijand af en liet zijn zwaard zakken. “Ga weg”, zei Ali, “Ik kan jou nu niet doden”. “Waarom deed je dat?” Vroeg de ongelovige, “Je had me makkelijk kunnen doden”. “Ik vocht met jou, zuiver uit naam van Allah,” antwoordde Ali, “maar toen je in mijn gezicht spuugde, maakte jouw belediging mij kwaad en als ik jou in boosheid had gedood, zou mij dat naar de hel hebben gebracht, dus had ik geen andere keuze dan om jou te laten gaan. Iemand te doden uit boosheid of uit wraak is geen teken van moed, maar een laffe daad.” Toen de ongelovige dit hoorde, was hij zo onder de indruk van Ali’s eerlijkheid en zelfcontrole, dat hij direct de Islam aanvaardde. “Ik getuig dat er geen god is dan Allah, en ik getuig dan Mohammed de boodschapper is van Allah”

OueldRassoul
30-06-2003, 16:49
wil je nog 1 lezen ?

tariffst
30-06-2003, 16:49


Soekran nogmaals :)

OueldRassoul
30-06-2003, 16:50
Vele jaren geleden, gedurende het tijdperk van de Tâbi´ien -de generatie moslims van na de sahâbah (metgezellen)-, behoorde Bagdad tot de voornaamste steden van de islam. Feitelijk was het de hoofdstad van het islamitische rijk en vanwege het grote aantal geleerden dat daar resideerde, was Bagdad het centrum van islamitische kennis. Op een dag zond de toenmalige heerser van Rome een afgezant naar Bagdad met drie tartende vragen voor de moslims. Toen de boodschapper bij de stad aankwam, bracht hij de kalief op de hoogte dat hij drie vragen bij zich droeg waarmee hij de moslims uit moest dagen. De kalief ontbood alle geleerden van de stad in zijn paleis en de Romeinse boodschapper klom er op een hoog podium en zei: “Ik ben gekomen met drie vragen. Als u ze beantwoordt, dan zal ik weg gaan, voor u een grote hoeveelheid rijkdom achterlatend die ik met me mee heb gebracht van de keizer van Rome. Wat de vragen betreft, dat zijn: “Wat was er voordat God er was?” “Tot welke richting wendt God zich?” “Waar is God op dit moment mee bezig?””. De grote groep mensen was muisstil (Zou u een antwoord kunnen bedenken op deze vragen?) Temidden van deze schare van briljante geleerden en studenten stond er een man toe te kijken met zijn zoontje. “Oh mijn beste vader! Ik zal hem beantwoorden en hem het zwijgen opleggen!”, zei de jongen. Dus vroeg de jongen toestemming aan de kalief om op de vragen in te gaan. Zijn verzoek werd ingewilligd. De Romein richtte zich tot de jonge moslim en herhaalde de eerste vraag: “Wat was er voordat God bestond?” De jongen vroeg: “Kunt u tellen?” “Ja”, zei de man. ”Tel dan eens van tien terug!”. Dus de Romein telde terug “tien, negen, acht…” Totdat hij bij “één” uitkwam. Toen stopte hij met tellen. “Maar wat komt er voor “één”?, vroeg de jongen. “Er is niets voor de één- zo zit dat!”, zei de man. “Tsja, als er klaarblijkelijk niets voor het rekenkundige “één” is, hoe kunt u dan verwachten dat er iets bestaat voor de “Ene” die de Absolute Waarheid is, de Eeuwige, Eeuwigdurende, de Eerste, de Laatste, de Zichtbare, de Verborgene?”, zei de jongen. De man was zichtbaar verbaasd door dit directe antwoord, waar hij niets tegenin kon brengen. Dus vroeg hij: “Vertel me dan tot welke richting God zich wendt” “Breng een kaars en steek hem aan”, zei de jongen, “en vertel me welke richting de vlam opgaat”. “Maar de vlam is gewoon licht- het verspreidt zich naar alle vier richtingen, het noorden, zuiden, oosten en westen. Het gaat niet slechts een kant op”, zei de man verwonderd. De jongen riep uit: “Als dit tasbare licht zich in alle vier richtingen verspreidt waardoor u me niet kan vertellen welke kant het opgaat, wat verwacht u dan van de nur al-samawaat wa-l-ard: God- het licht van de hemelen en de aarde!? Licht op Licht; God richt zich tot alle richtingen op hetzelfde moment”. De Romein was stomverbaasd dat er hier een kind aanwezig was die zijn uitdagende vragen beantwoordde op zo een manier dat hij de bewijzen niet kon weerleggen. Dus- de wanhoop nabij- zocht hij zijn toevlucht tot de laatste vraag. Maar voordat hij hier kans toe kreeg, zei de jongen: “Wacht! U bent degene die de vragen stelt en ik degene die uw uitdagende vragen beantwoord. Het is meer dan redelijk dat u van het podium afkomt en u zich hier waar ik mij bevind, begeeft en dat ik op het podium klim en de plek waar u nu bent inneem, zodat de antwoorden door een ieder goed gehoord kunnen worden”. Dit vond de Romein een redelijk voorstel, dus verliet hij de plek waar hij stond en klom de jongen het podium op. Toen herhaalde de man zijn laatste vraag: ”Vertel me, waar is God op dit moment mee bezig?” De jongen zei triomfantelijk: “Op dit moment dat wij spreken, toen God op dit hoge podium een leugenaar en bespotter van de islam aantrof, liet Hij hem naar beneden gaan en vernederde Hij hem. En wat degene betreft die in God’s eenheid gelooft, deze hief Hij op en Hij vestigde de waarheid. Hij beoefend iedere dag universele macht (Koran 55: 29). De Romein had niets meer te zeggen behalve dat hij weer weg moest naar zijn land, terneergeslagen. In de jaren daarop groeide deze jongen op om een van de meest beroemde geleerden van de islam te worden. God de Verhevene zegende hem met wijsheid en kennis van de religie. Zijn naam was Abu Hanifah (moge God genadig met hem zijn) en vandaag de dag staat hij bekend als al-imam al-a’zam, de grote imam en geleerde van de islam en de stichter van de hanafi-school. Moge God iets van Zijn genade op dezelfde wijze schenken aan onze moslimkinderen die vandaag de dag opgroeien. Amien.

OueldRassoul
30-06-2003, 16:53
wil je nog 1 lezen of is dat genoeg voor vandaag ? of toch maar nog 1 :)

OueldRassoul
30-06-2003, 17:00
laaste verhaal omdat niemand een verhaal wil plaatsen In het leven van de Arabieren was het de gewoonte om alcohol te drinken en te gokken. Het was niet gemakkelijk voor hen om hun manier van leven te veranderen. Daarom vroeg Allah (swt) hen in etappes om hun onwenselijke gewoontes op te geven. Toen Rasoeloellah eenmaal goed en wel in Medina woonde, kwam de wahi (openbaring) tot hem waarin het drinken van alcoholische dranken totaal verboden werd. Het was het vierde jaar na de hidjra (de verhuizing van Mekka naar Medina). Rasoeloellah zond een boodschapper door de straten van Medina. De boodschapper riep om: “Luister moslims, Allah (swt) heeft het drinken verboden, Allah (swt) heeft het drinken verboden!” Er waren mensen die hun bekers net volgeschonken hadden; sommigen hadden net te drinken aangeboden gekregen en wilden de eerste slok nemen, en anderen waren al aan het drinken. Maar toen de aankondiging omgeroepen werd, stopten de mensen en luisterden. Ze gooiden hun alcoholische drank weg en braken hun bekers en vaten. Die dag kon je door de goten van de straten van Medina stromen van alcohol zien vloeien. ledereen kon de alcohol in de straten ruiken. Na deze dag werd er geen alcohol meer gezien of geroken in Medina. Er zijn meer dan veertienhonderd jaar voorbij gegaan sinds Allah (swt) het drinken van bedwelmende dranken verbood. Moslims gehoorzamen dit gebod en danken Allah (swt), dat Hij hen voor een kwaad behoedt, dat de gezondheid vernietigt, geld verspilt en veel leed in de wereld veroorzaakt.

OueldRassoul
30-06-2003, 17:01
Wassalaam mensen ik log uit en inschallah tot morgen

Zinagirl21
30-06-2003, 17:17
Amien, echt mooie verhalen leuk dat je ze hier plaatst.