Dalilah18
25-06-2003, 21:00
Citaat uit Minnares van de Duivel: Koele vingers streken over Lalla Rebha's voorhoofd. Met tegenzin opende ze haar ogen. voor haar stond een lange slanke man. Hij droeg een zwarte, groezelige djellaba en had een gele doek om zijn hoofd gebonden. Hij had borstelige wenkbrauwen en groene ogen. 'word wakken\. Hij klonk ongeduldig. 'Kom mee, ik wil je iets laten zien.' Itto lag diep in slaap, haar armen stevig om haar dochters lichaam geslagen. Lalla Rebha aarzelde. 'ik ben Farzi', antwoordde hij, terwijl hij ongeduldig heen en weer liep. De vloer kraakte bij elke stap. 'stil', zei lalla rebha. "zie je niet dat mijn moeder slaapt.' 'je moeder?'Farzi keek bedenkelijk en haalde daarna ongeinteresseerd zijn schouders oop. 'Ik wil je iets laten zien. Kom mee!" Voorzichtig maakte Lalla Rebha zich los uit haar moeders armen. Ze gleed in haar pantoffels. 'waar gaan we heen?" 'Trek liever een jas aan. We gaan naar buiten.'Vermoeid schudde de djinn zijn hoofd. 'ik moet jou nog veel leren.' Hoe ze kans zagen buiten te komen zonder dat iemand hen zag, was Lalla Rebha een raadsel. Het was midden in de nacht. Farzi ging haar voor. Slechts met moeite kon ze hem bijhouden.' 'waar breng je me naar toe?' Farzi reageerde niet. Ze liep achter hem aan , door een donker bos. Lalla rebha zag bijna geen hand voor ogen. Ze kreeg spijt dat ze was meegegaan. Maar ze had het gevoel dat ze mee moest, dat ze hem niets mocht weigeren. FArzi had iets vertrouwds. Het leek alsof ze hem al jaren kende. hij gaf haar een gevoel van rust, en hoe langer ze bij hem in de buurt was, hoe meer energie ze door haar lichaam voelde stromen. Alle vermoeidheid van de afgelopen dag was verdwenen. Ze voelde zich als herboren. 'we zijn er', zei FArzi. Ze stonden op een begraafplaats. Tevreden om zich heen kijkend gebaarde Farzi dat ze naast hem moest komens staan. 'Luister', zei hij, áls je goed luistert, hoor jede nieuwe doden. Diegenen die net begraven zijn.' Verschrikt deinsde Lalla Rebha terug, maar Farzi trok haar mee. 'je hoeft nergens bang voor te zijn, rebha. Er is niemand die jou iets kan doen, omdat jij een van de uitverkorene bent. Luister naar wat ik je ga vertellen. De nieuwe doden krijgen binnen een etmaal nadat ze zijn begraven, bezoek van een engel. Die engel heeft als taak ze te ondervragen over hunn zonden. Zijn zij vrij van zonden, dan worden ze met rust gelaten. hebben ze flink wat ellende uitgehaald, dan worden ze op allerlei manieren gestraft.' Verbaast keek ze hem aan. \ en je kunt ze horen? 'Luister goed, want alleen dan kom je te weten wie de nieiuwe doden zijn. hun zielen zijn nog niet opgestegen. Weet Rebha, dat een van de grootste krachten hier in dit afgelegen stuk aarde ligt. Er zijn hier zoveel mogelijkheden. Wij kunnen zoveel doen, zoveel bereiken.' ... opeens hoorde ze gejammer. FArzi wees naar een graf. hij hurknte neer en woelde met zijn vingers door de vers aangestampte aarde. Eronder vandaan leken geluiden te komen die klonken als zweepslagen. Lalla Rebha hoorde nu duidelijk een stem. de stem van een vrouw. \ Genade, genade', huilde de stem. 'vergeef me mijn wandaden, ik heb spijt. 'Van hoeveel mensen heb je het leven genomen?'vroeg een andere stem, bars en streng.' 'slechts 2 heer, gilde de vrouw. 'jij satansdochter. 2 zeg je, ik heb meer zielen gezien die zich over jou hebben beklaagd bij de Almachtige. 2? 'nee sidi, ik vergis me. drie, nee vier. het waren er 4. vergeef me mijn zonden, o heer, ik heb gedwaald. Vergeef me ik wist niet wat ik deed. ik was verblind door de invloed van Satan en zijn demonen. ik heb het nooit gewild. ik had de kracht niet om ze te weerstaan. 'jij aartsleugenares', hoorde lalla rebha de engel antwoorden. 'jouw ziel is zwart als het roet van het vagevuur. En dat is jouw eindbestemming. keer op keer zal je ziel branden. helse pijnen zul je leiden. en zodra je helemaal bent verbrand, zul je terugkeren naar je oorspronkelijke staat en weer verbranden. Een eeuwigheid lang, tot aan het einde der tijden.'